ArtA, nog een dubbelzinnig icoon?

Architectenbureaus maakten prachtige plannen voor het kunstencluster ArtA. Maar nog mooier dan de plaatjes is de worsteling. Hoe bedenk je een Arnhems icoon? Lichtend voorbeeld is Rozet.

ArtA1

Het plan van Bjarke Ingels Group (BIG)/Allard Architecture.

Eventjes niet die vervelende politieke realiteit, maar lekker architectuurdromen dromen. Dat was de insteek vrijdagavond bij CASA (Centrum voor Architectuur en Stedenbouw Arnhem). Daar presenteerden vier combinaties van architectenbureaus hun ontwerpvisies voor het controversiële kunstencluster (filmhuis en museum) in Arnhem, dat alvast de naam ArtA heeft gekregen. De zaal was afgeladen vol en achteraf werd de ‘architectuurvibe’ die er heerste geprezen. Dat kwam ook door de zeer verschillende maar stuk voor stuk geslaagde visies die Bjarke Ingels Group (BIG)/Allard Architecture, NL Architects, Kengo Kuma & Associates en Architectuurstudio HH/SO-IL/ABT lieten zien.

Alles is goed
Eén bureau was al eerder afgehaakt: Office for Metropolitan Architecture (OMA) van Rem Koolhaas. En dat was maar beter ook. Als er iets is wat ArtA niet kan gebruiken in deze tijden van politiek koorddansen, dan is het wel een megalomaan ontwerp… Dat past sowieso niet in Arnhem, zo hadden deze vier plannenmakers goed begrepen. Het maakt dan ook niet uit welk plan er doorgaat naar de volgende ronde en gebouwd gaat worden. Of niet gebouwd gaat worden. Wat er allemaal bedacht is, dat klopt. (Persoonlijk heb ik een voorkeur voor de ontwerpvisie van BIG/Allard Architecture. Dit vanwege de ‘twist’ in het gebouw. Die doet in verte denken aan de OV-terminal van Ben van Berkel/UN Studio, iets verderop bij het Arnhemse station.)

Grote dieren
ArtA moet de historische binnenstad verbinden met de Rijn. De architecten kregen de opdracht een gebouw als een icoon voor de stad te bedenken. Maar hoe doe je dat? Wat maakt een gebouw een icoon? De worsteling met die vragen was in de presentaties terug te zien en die was eigenlijk veel interessanter dan de plaatjes die er uiteindelijk uitrolden. Lichtend voorbeeld was telkens de net opgeleverde succesplek: kenniscluster Rozet van Neutelings Riedijk Architecten met ernaast het kolossale feestaardvarken van kunstenaar Florentijn Hofman. Dat uitte zich al op oppervlakkig niveau: in de plaatjes zelf. Zo had NL Architects het aardvarken en de reusachtige badeendjes van Hofman in hun presentatie geplakt. En ook bij de andere architectenbureaus kwamen steeds exotische dieren terug, van soms meer dan twee verdiepingen hoog.

ArtA2

Het plan van Kengo Kuma & Associates.

Natuur/hoogbouw
Het feestaardvarken ligt op een stuk Veluwse hei, dat eerder door landschapsarchitect Harro de Jong naar de stad is gehaald om een braakliggend terrein tijdelijke invulling te geven. De combinatie van natuur met de hoogbouw van Rozet geeft de plek iets spannends, iets dubbelzinnigs. Zo’n iconisch spanningsveld moet ArtA ook gaan krijgen. En het mooie is: de natuur hoeft ditmaal niet eens geïmporteerd. Het kunstencluster zal – misschien – verschijnen op de plek waar de Jansbeek in de Rijn stroomt. Dus alle bureaus willen de beek weer zichtbaar maken en uiteraard is er alle aandacht voor uitzicht op de uiterwaarden aan de overkant van de Rijn.

ArtA5

Nét zichtbaar
Vooral als je via de John Frostbrug Arnhem-Noord binnenkomt is het frappant. Dan zie je Rozet nét iets boven de stad uitreiken. Niet veel, je moet goed kijken. Maar toch. En ook dat is weer terug te zien in de plannen voor ArtA. Allard Meine Jansen, die de ontwerpvisie van BIG/Allard Architecture zeer sympathiek presenteerde, gaf het vrijdagavond al toe. Ze hadden de bouwhoogtes van de opdrachtgever al ietsjes opgerekt om dat te bereiken. Terecht. Het heeft iets heel moois, de zichtlijnen over de stad heen. Die zie je alleen als je bovenop een van de iconen van Arnhem staat. In de meeste presentatiesheets werd dan gerefereerd aan de driehoek Rozet, ArtA en Eusebius, maar er zijn er meer.
Zichtbaar en onzichtbaar in de skyline van Arnhem, het is weer een dubbelzinnigheid die Rozet al heeft en ArtA kan krijgen.

ArtA3

Het plan van NL Architects.

Black box and white cube
Het is ook de paradox tussen openheid en geslotenheid die de gevel en structuur van Rozet kenmerkt. Die zie je weer terug in de plannen voor het kunstencluster. De toekomstige gebruikers bepalen dat ook. De functies filmhuis en museum vragen om een ‘black box and white cube’, zo staat in het programma. En die zijn uiteraard gesloten. Maar tegelijkertijd moet het publiek naar binnen gelokt, is er een openbaar gedeelte en ruimte voor cafés en restaurants. Dus zijn er grote glaspartijen (waartussen Kengo Kuma laagjes van rode dakpannen heeft bedacht), maar gebeurt er ook veel buiten het zicht of ondergronds. Neutelings Riedijk hing de stapeling aan functies in het kenniscluster op aan een trapstructuur. En de vier plannenmakers voor het kunstencluster kozen ook allemaal voor een getrapte, diagonale opzet met een zichtlijn door het hele gebouw. Grappig is dat in sommige visies de trappen aflopen richting rivier en in andere juist richting binnenstad. NL Architects kwam zelfs met een getrapte daktuin, als vervanging van de legendarische beeldentuin die nu nog rondom het Arnhemse museum ligt.

Vrijstaand of aangebouwd?
Is Rozet dan het enige iconische gebouw waaraan ArtA zich spiegelt? Nee, zeker niet. De bureaus hebben ook gekeken naar de Eusebius, het stadhuis, het provinciehuis, Musis Sacrum, de Koepelkerk, de Stadsschouwburg, engazomaardoor. Interessant in de presentatie van HH/SO-IL/ABT was een kaartje waaruit bleek dat alle Arnhemse iconen vrijstaande gebouwen zijn. Dus voor hun geldt: aanbouwen aan bestaande gebouwen is uit den boze. En dat wil BIG/Allard juist weer wel, want zo creëer je een binnentuin die zo typisch is voor Arnhem.

[vimeo 86564347 w=500 h=281]

ArtA from SO-IL on Vimeo.

ArtA4

Het plan van Architectuurstudio HH/SO-IL/ABT.

Vibe of prullenmand?
De boodschap vrijdagavond was duidelijk: als een van de iconen van de stad zal ArtA dubbelzinnig zijn, gelaagd, een beetje ongrijpbaar. Het kunstencluster zal spannend zijn maar ook verbindend, een modern en multifunctioneel gebouw dat de binnenstad (eindelijk) naar de Rijn brengt. De ontwerpvisies maakten duidelijk dat dat allemaal mogelijk is. En dus kwam iedereen vol energie en enthousiasme uit de CASA-avond. Maar gaat deze ‘architectuurvibe’ de gemeenteraadverkiezingen bepalen? Of gaan na 19 maart alle plannen in de prullenmand? De Arnhemse burger gaat beslissen. Hoe dan ook hebben Bjarke Ingels Group (BIG)/Allard Architecture, NL Architects, Kengo Kuma & Associates en Architectuurstudio HH/SO-IL/ABT ons mooie lessen geleerd. En een fijne architectuuravond bezorgd.

Nog meer Arnhemmers schreven over de ontwerpvisies:

Eeuwig Concerto

(Dit is eigenlijk ook Klein nieuws uit andere tijden. Het gaat over een puberjongen in de jaren tachtig, die luistert naar een band uit de jaren zestig, in een van de weinige platenzaken die nú nog bestaan.)

concerto2

Concerto in de jaren zeventig.

Het was een koude winterdag, december 1984. Ik was 15 jaar, spijbelde van school en nam de trein naar Amsterdam. Reisdoel Concerto. Mijn gespaarde geld had ik op zak, want ik ging platen kopen. De zon stond laag en scheen fel. Ik liep door de Utrechtsestraat die uitgestorven was, op een enkele tram na dan, en stapte verlegen de warme platenzaak binnen.

concerto1Ook toen bestond Concerto uit een verzameling pseudo-verdiepinkjes, die met trapjes aan elkaar waren verbonden. Een verdiepinkje jazz, een verdiepinkje pop A t/m M, weer een ander met N t/m Z, een kamer met soul en blues, hier wat bakken hardrock, daar de stapels reggae. Alle bakken waren van poepbruin hout en puilden uit van het vinyl. Het rook er op een lekkere manier muffig.

Stoere mannen in het zwart – soms met sjekkies – lieten zwijgend hun handen razendsnel door de stapels platen gaan, zo af en toe eentje handig omdraaiend om titels en jaartal te scannen. Een enkeling haalde een elpee uit de hoes en staarde gespannen in de groeven, op zoek naar krasjes of vuiltjes, of om na te gaan of een plaat niet grijs gedraaid was – iets dat ze feilloos konden zien aan de ‘waas’ die over het vinyl hing.

Her en der in de zaak stonden platenspelers, waar je zelf je toekomstige aankopen op kon leggen om te beluisteren met van die hele grote koptelefoons. Niet echt handig voor echte hififreaks, deze pick-ups, want de naalden waren zo oud en versleten dat het leek of er een betonschaar door de groeven ploegde. De plaat, toch al tweedehands, was dan al verneukt voordat je ‘m thuis had.

concerto3

Gijs Molenaar, de man die in 1955 Concerto oprichtte, vult de bakken bij. In 1982 deed hij de zaak over aan zijn zoon Wouter.

Bovendien duurde het een eeuwigheid voordat zo’n platenspeler vrij was. Te oordelen aan de volle asbakken zaten veel mannen – het waren nooit vrouwen – soms hele ochtenden of middagen platen te luisteren. (Een medewerker van Concerto vertelde dat hij ooit een man achter een pick-up had weggerukt, omdat die er toch echt te lang zat. Prompt begon de man te huilen. Hij had de hele middag naar hetzelfde nummer van James Last zitten luisteren, omdat hem dat zo deed denken aan zijn ex-vrouw…)

Zelf ging ik tussen de stoere mannen staan, en probeerde net zo achteloos door de elpees te bladeren als zij. Dat lukte voor geen meter, want ik raakte helemaal opgewonden van al die geweldige platen voor heel weinig geld. En ondertussen zat ik te azen op het moment dat een van de platenspelers vrijkwam, om snel toe te schieten en me te installeren met m’n beoogde buit (ik was geen hififreak).

vuDe eerste plaat die ik op de draaitafel legde was er een van The Velvet Underground. Niet die beroemde bananenplaat, maar een compilatie van de eerste twee VU-albums in een ietwat vergeelde hoes met monden en Coca Cola-flesjes van Andy Warhol erop. Uit een hele grote koptelefoon klonken de eerste klanken van Sister Ray. Monotoon elektronisch gebeuk, en dat bleek maar door te gaan en door te gaan. Wat een geluidsorgasme, ik wist niet wat ik hoorde!

Dat de plaat allang was grijsgedraaid, dat kon me niet schelen. Sterker nog: deze muziek hoorde gruizig te klinken. Bovendien drukte het de prijs nogal. Dit werd een aankoop. Tevreden tuurde ik in de grijze waas die onder de pick-upnaald draaide, staarde naar de poepbruine bakken en bezag eens de mannen in het zwart. Ik rook de peuken en de platen. Ik wilde hier wel voor eeuwig blijven zitten… totdat iemand van Concerto ook mij achter de draaitafel vandaan zou sleuren.

Andy Warhol filmde VU en iemand plakte daar het nummer Heroin onder.

Lou Reed schreef Femme Fatale voor Warhol-model Edie Sedgwick.

Andy Warhol projecteerde zijn film Exploding Plastic Inevitable op de band.