Sp@sms – From A 20th Century Box

Dit verzameld werk uit de jaren negentig is eerherstel en tegelijkertijd een mooie introductie in het (te) originele werk van Arno Peeters.

Eind jaren tachtig, begin jaren negentig van de twintigste eeuw: what a time to be alive! De crisis van de jaren tachtig was voorbij. Thatcher was verleden tijd. De Koude Oorlog ook. We stonden te dansen bovenop de Berlijnse Muur. Francis Fukuyama schreef over ‘the end of history’ en het kon alleen nog maar leuker worden. Ook in Nederland. We wonnen het EK. De RoXY in Amsterdam opende haar deuren. Maar acidhouse was overal. ’s Nachts dansten we ons te pletter en overdag ontnuchterden we wat in de zomerzon. Wil je een beetje een indruk krijgen van wat een feestje deze tijd was? Kijk dan eens naar die serie over 06-sekslijnen op Netflix: Dirty Lines (al is het geen cinematografisch hoogstandje, het is een boeiende geschiedenisles of een nostalgietrip voor ouwe lullen).

Zweterig zoldertje

Was het dan overal feest? Nee. Op een zweterig zoldertje aan de Amsterdamsestraatweg in Utrecht (de Aámsterdáámsestroatwèg) zat een hele jonge vader te zwoegen tussen een batterij aan zelfgeknutselde elektronica. Arno Peeters wilde ook acid en techno maken, en ambient, industrial, hiphop of electro – en EBM: electronic body music. Als een wizard wilde hij zijn, zo swingend en strak, zo diep… en met streetfeel – net als zijn helden. Front 242, Adrian Sherwood, Laurie Anderson, rapper Schoolly D, Kraftwerk, Grandmaster Flash, Underground Resistance, Art Of Noise, Brian Eno of Coil. Vooral Coil. Lukte dat? Ja en nee.

‘They got it slightly wrong’, kent u die uitdrukking? Ik kwam die voor het eerst tegen in een recensie van Achtung Baby (1991) van U2. Op die plaat – gemaakt in de Hansa Studios in Berlijn – probeerden ze dance te integreren in hun gloedvolle rock. Maar ze wisten niet precies wat en hoe en juist dat maakte Achtung Baby zo’n briljante plaat. Zoiets was er ook aan de hand met Arno Peeters, die in de jaren negentig deel uitmaakte van acts als Voltage Control en Random XS, maar al veel langer werkte hij onder de naam Tape TV. Dat werd later Sp@sms. Peeters wist niet precies wat en hoe en dat maakte hem briljant.

Nul budget

Arno en ik zijn even oud en we kennen elkaar van de middelbare school. Of middelbare school? In die tijd – begin jaren tachtig – zaten we vooral veel thuis hasj te roken en MTV te kijken (toen net gestart en nog überhip). En we beluisterden stapels platen en cassettes. Van garagepunk tot dubreggae, van italo disco tot tapekunstenaars, van avantgarde klassiek tot darkwave. (Ondertussen converseerden we met elkaar via microfoons en koptelefoons met daartussen allerlei effectapparatuur – echo en pitch: het werden psychedelische sessies.) Als in de juiste dj-mix, smokkelde hij er ook zijn eigen werk tussendoor. Ik was onder de indruk van zijn creativiteit. Arno had nul budget. Hij werkte met geleende spullen of gevonden apparatuur en sleutelde zelf aan oude keyboards en samplers. Daarmee deed ‘ie geluidsonderzoek als een professional.

En hij was zo’n harde werker. Ik herinner me hoe hij ons een paar jaar later uitnodigde in de studio’s van het Contactorgaan Elektronische Muziek (CEM) in Arnhem. Om te werken aan nieuw materiaal, want daar stond state-of-the-art equipment, maar ook om te feesten. Dat laatste deden we met verve en vervolgens hebben we lekker uitgeslapen. Toen we wakker werden, had Arno meerdere stukken afgerond! Hij had de hele nacht doorgehaald. Het was toch zonde om te gaan slapen tussen al die apparatuur…

Zijn drive was fenomenaal. Zijn werk werd zware kost, vaak met een donkere ondertoon. Maar tegelijk speels. Soms zelfs grappig. En altijd origineel.

Arno Peeters anno 2022

Persistence is all

Zo origineel viel niet altijd in goede aarde. Hij werd uitgelachen op feestjes als hij zijn muziek probeerde te slijten. Dat veranderde niet toen hij was verkast naar Utreg en aansluiting zocht bij de house- en technoscene. Die wereld was nogal autistisch. Het ging om precies de juiste sound, precies de juiste equipment, de precieze beats per minute. Heel dwingend allemaal. Daar pasten Peeters’ vrije spinsels helemaal niet in. In de hoesteksten bij zijn verzamelde werk From An 20th Century Box vallen soms schrijnende verhalen te lezen. Het werd letterlijk en figuurlijk een ‘struggle for jive’.

Toch hield Peeters stand – volgens het motto van zijn helden van Coil: ‘Persistence is all’. En… no guts, no glory. Er werden overwinningen behaald! Zo kwam Force d’Inquisition van Voltage Control (1990) in de boeken als de allereerste Nederlandse acid-plaat ooit. Peeters vond vervolgens samenwerking en een uitlaatklep bij het Utrechtse label UTRAX. Maar het was vooral labelbaas Saskia Slegers, van het beroemde techno- en hiphoplabel DJAX, die het lef had om in mei 1995 het album Fuzzy Logic van Sp@sms uit te brengen. Fuzzy Logic is misschien wel his finest hour: zo vreemd, zo creepy en desolaat, maar soms ook om te lachen – en met zo’n rijk geluidspalet! Een compleet soundcollage-kunstwerk. Je zou kunnen zeggen dat Sp@sms hier doorgaat waar Aphex Twin ophoudt, maar dat is te beperkt gesteld. Fuzzy Logic is een uur en elf minuten muziek die nergens op lijkt. En al helemaal niet op techno of hiphop.
Andere overwinning? AeroSon is een compositieopdracht geweest voor de NPS, die in 1997 onder de naam Arno Peeters werd uitgebracht op het prestigieuze Duitse avantgarde label Mille Plateaux. Hij won er ook de eerste prijs in de competitie ‘composers under 30’ mee. AeroSon gaat misschien nog wel wat dieper dan het DJAX-album, maar mist ook een beetje de frisheid van Fuzzy Logic.

Podcasts

Gaandeweg ging Peeters een andere richting op. Bij NPS Radio 4 – waar experimentele muziek toen nog een warm thuis vond – ging hij steeds meer journalistiek werk doen. Ook daarin vonden wij elkaar. In 2001 hebben we samen Jhonn Balance en Peter ‘Sleazy’ Christopherson van Coil geïnterviewd voor een special die hij maakte voor NPS Supplement. Vervolgens specialiseerde hij zich steeds meer als producer, editor en sounddesigner van met name podcasts. En daarin is hij heel groot. Daarnaast doet hij bijzondere ‘community art’ projecten in het buitenland, samen met zijn vriendin Iris Honderdos. Het zweterige zoldertje, maar vooral de Utrechtse technoscene zijn allang vergeten.

Alle kanten op

Totdat daar in 2022 ineens From A 20th Century Box is: een initiatief van labelbaas Richard Lammerts van Bueren-van der Giessen die het label UTRAX weer nieuw leven inblies. De dubbelelpee, CD of digitale release vormt een overzicht van Peeters’ werk in de jaren negentig. Een eclectisch overzicht: het gaat weer heerlijk alle kanten op. Uitschieters zijn bijvoorbeeld Neuromatrix V1 uit 1996. Dat is letterlijk back to the future, want Sp@sms verklankte – in een compositieopdracht voor CEM – de muziek van de verre toekomst. Locomotangosinus uit 1991 is een bizarre poging om een gevonden tape met de Zuiderzeeballade via abstracte elektronische muziek te versmelten met Argentijnse tango. Bossanova (Cut Short) uit 1993 is een intrigerend werkje in de stijl van zijn helden Adrian Sherwood en Coil. (En dan moet ik hier nog een kleine disclaimer geven: samen maakten wij in 1992 – op weer zo’n psychedelische avond – het nummer Coopertest rondom een sample uit de tv-serie Twin Peaks en flarden van een gevonden plaat met marsmuziek. Dat belandde ook op deze verzamelaar.)

Bloody Mary

Overigens is het raadzaam om de vinylversie van deze uitgave te scoren, want alleen daarop staan twee fijne remixen. DJ Bloody Mary maakte dit jaar een fantastische electronic body music-versie van het nummer Pathos uit 1991 en Cosmic Force maakte hippe electro (met vette 303-baslijnen, maar ook jaren tachtig drumbeats die zo lijken weggelopen uit de soundtrack van Miami Vice) van het nummer Unidentified Urban uit 2003.

Dat al dit lekkers nu uitkomt op UTRAX is een terecht eerherstel voor Arno Peeters en hopelijk voor velen een prima introductie tot zijn bizarre oeuvre. Het prachtige artwork en de interviews en hoesteksten maken het feest compleet. Maar… wie écht far out wil gaan, moet AeroSon of Fuzzy Logic te pakken zien te krijgen.

1989: Arno Peeters vertelt in het tv-programma Sjappoo (IKON) over house en acid.

Wim T. Schippers: ‘Waarom is er niet niets?’

Door Leendert Douma
Foto’s: Sjef Prins
Gepubliceerd in Writersblock Magazine, oktober 2000

Als een furie raast hij door het Transformatorhuis van de Amsterdamse Westergasfabriek. Wim T. Schippers is ‘brimstig’. Dat krijg je na een dag lang repeteren en schaven aan teksten. “Gisteren had ik dat ook al,” zegt Schippers. “Toen heb ik in een tv-programma Tom Egberts sufgeluld met alleen maar onzin. Maar ze hebben het allemaal opgenomen. Gek, hè?” Dan raast hij verder. “Vooruit, stel eens een vraag! Dit gaat allemaal van je tijd af, hoor.” Maar die kans wordt niet gegund, want meteen heeft Wim T. Schippers weer een idee. “Als we nu eens wat van die stop-motion foto’s maken?” roept hij naar de fotograaf, “zeg maar wat ik moet doen.” Maar zelf weet hij het al. Hij fietst rondjes door het decor en valt expres over een plantenbak. Hij pakt een bezem, goochelt er wat mee en veegt rücksichtslos alle uitgestalde fotoapparatuur op een hoop. Dan beent hij naar de kantine: “God, en dan moeten ze nog koffie hebben ook!”

Eenmaal aan de koffie zakt zijn brimst een beetje. Wat rustiger geworden legt Wim T. Schippers uit wat eigenlijk ‘brimstig’ is: “Het is een bestaand Zeeuws woord, en betekent: obstinaat, vervelend. Maar toen het in het boekje van Ingmar Heyze en Vrouwkje Tuinman (Verdomd interessant, maar gaat u verder, De taal van Wim T. Schippers – LD) kwam te staan, heb ik allerlei reacties gehad. Mensen uit Friesland zeiden dat het daar vandaan kwam.”

Kudde schapen

Zonder Titel heet zijn nieuwe toneelstuk. Wim T. Schippers schreef het in opdracht van Toneelgroep Amsterdam (TGA). Schippers: “Eigenlijk was het bedoeld als afscheidscadeautje voor Peter Oosthoek, toen hij wegging bij Toneelgroep Amsterdam. Hij heeft indertijd ook Kutzwagers geregisseerd. Maar het schrijven heeft wat langer geduurd. Later zou Gijs de Lange het regisseren. Maar uiteindelijk is het dus Titus Muizelaar geworden. Ach ja, de tijd vliegt.” Voor Wim T. Schippers, die vooral in de jaren 80 veel voor toneel schreef, was het een buitenkans. “Het is toch prachtig als je een productie groot kan opzetten? Je krijgt niet vaak de kans om met zo’n grote bezetting te werken.” Die kans greep hij dan ook met beide handen aan. In de eerste opzet van Zonder Titel zou er een kudde schapen over het podium gaan. Maar dat is geschrapt, zó groot was het budget nu ook weer niet. Bovendien hadden de herder en zijn kudde niks met het verhaal te maken, Wim T. Schippers zette ze er alleen in om Toneelgroep Amsterdam te pesten.

Vragen

Pourquoi il-y-a quelque chose que rien? vroeg Gottfried Wilhelm Leibniz zich af, in zijn Principes de la nature et de la grâce uit 1714. Dat kan nog het best vertaald worden met: ‘waarom is er niet niets?’ Het is het motto Zonder Titel geworden. Waarom is er niet niets? Wim T. Schippers bestookt zijn publiek voortdurend met vragen. De meest essentiële vragen zijn: Waarom worden wij geboren? en Waarom gaan wij dood?. Het zijn van die vragen die je soms zomaar overvallen. In Bilthoven bijvoorbeeld, bij schemering, zoals in de proloog van de tv-bewerking van het toneelstuk Sans Rancune uit 1985. Wim T. Schippers alias Jacques Plafond zingt hier het nummer Komen en Gaan, een van zijn mooiste nummers. Komen en Gaan staat voor één van de kernthema’s in Schippers’ werk: verwondering.

Scène 1: Bilthoven en omgeving (exterieur)
avondringwegen, flatgebouwen, avondverkeer

Ik kijk naar het komen en gaan,
naar het onophoudelijk gekrioel.
En weer bekruip mij het gevoel:
waarnaartoe, waarvandaan
en waarom doe ik mee aan het gewoel?

Waarom werd ik geboren?
Waarom ga ik dood?
Daarover hoor je niks van tevoren.
Plompverloren wordt je lotgenoot.
Voordat je ’t snapt ben je al ingestapt
en moet je voor je leven rondjes rennen.
Straks word je er gewoon weer uitgetrapt,
net als het misschien wat wou wennen.

We jagen macht en rijkdom na,
of we houden het op ‘Allah is groot’.
De één zingt onverdroten ‘Halleluja’,
de ander ziet steeds maar weer Het Morgenrood.

Waarom worden wij geboren?
Waarom gaan wij dood?
Daarover hoor je niks van tevoren.
Plompverloren wordt je lotgenoot.
Voordat je ’t snapt ben je al ingestapt
en moet je voor je leven rondjes rennen.
Straks word je er gewoon weer uitgetrapt,
net als het misschien wat wou wennen.
Waarom maak ik er geen einde aan
als het nou toch allemaal nergens op slaat?
Wel, om nou de hand aan mezelf te slaan,
dat vind ik meteen weer zo’n daad
waarmee je juist doet of het wel ergens over gaat.
En om dat niet toe te hoeven geven,
lijkt het me beter om er flink op los te leven.

Daarom worden wij geboren.
Maar waarom gaan wij dan dood?
Als je ’t allemaal wist vantevoren
haalde je niet eens de moederschoot.
Maar wie weet valt alles ooit nog eens te snappen.
En stel je voor dat wij erachter zijn,
als jij net besloten had af te kappen…
Ik houd mezelf nog maar even aan de lijn.

In Zonder Titel ligt een grote verwondering besloten: die over het feit dat we überhaupt al geboren worden. Ontelbare miljarden zaadcellen worstelen dag in dag uit, nacht in nacht uit om als eerste bij die eicel te komen. Slechts één redt het, voor de rest is het verspilde moeite. En uit die ene komt juist jij, of ik, of Wim T. Schippers. Niet toevallig in een bedscène, als er weer miljoenen spermacellen aan het worstelen zijn, laat Schippers een van de hoofdpersonen uit Zonder Titel, Jessica Jaarsma, zeggen:

Het meest efficiënte is natuurlijk om nooit geboren te worden. Maar hoe leg je dat aan? Raar eigenlijk dat jij (wijst op zichzelf) en iemand anders weer niet in de maalstroom van het bestaan werd geworpen.
Waarop haar ‘neukertje’ Tonny antwoordt: Zit die iemand anders niet zo mee, denk je niet?
Jessica: Nee, maar wij wel. Om tenslotte dood te gaan en van niks meer te weten.

Wim T. Schippers: “Zonder Titel gaat over de verbazing dat je er bent. Want voor hetzelfde geld was je er niet geweest. Sterker nog: die kans is miljoenen keren groter.” Kortom: Plompverloren wordt je deelgenoot; voordat je het snapt ben je al ingestapt en moet je voor je leven rondjes rennen. Leidt dat tot de gestresste samenleving waarin we nu leven? Volgens Schippers wel: “We willen alles steeds efficiënter maken en we moeten ons zoveel mogelijk haasten. Iedereen ergert zich kapot als hij in de file staat. Continu is er die bromtoon in ons hoofd die zegt: ‘We moeten door! We moeten door!’ Om vervolgens zoveel mogelijk vrije tijd te hebben om rond te lummelen. Dat is toch gek?”

Zinloos

Ons hele leven doen we er alles aan om ons te laten gelden. We werken hard, maken kunst, schrijven, produceren kinderen (die daar zelf ook weer helemaal niet om gevraagd hebben); alles om maar iets na te laten als wij er niet meer zijn. Zinloos vond Wim T. Schippers dat altijd, en toonde dat in de zestiger jaren al aan met het maken van ‘zinloze kunst’. Zo werden de Manifestatie aan het strand te Petten en de Mars door Amsterdam (beiden in 1963) geboren. En waar ging dat om? Respectievelijk een flesje limonade leeggieten in de zee en een wandeling van zes heren, van het Centraal Station naar het Rembrandtplein. Niets meer en niets minder. Zelf verklaart Wim T. Schippers: “Alle kunst is een afleidingsmanoeuvre, en je kunt het net zo goed laten.”


Om iedereen die denkt vreselijk zinvol bezig te zijn een spiegel voor te houden wil Schippers de boel nog wel eens omdraaien. Dan stelt hij het leven voor als een gevangenisstraf die je moet uitzitten. De 58-jarige kunstenaar vertelt: “Als mensen over mijn leeftijd beginnen, zeg ik altijd: ‘Ja, het schiet lekker op, het ergste hebben we nu wel gehad’. Daarna vraag ik dan meteen: ‘En, hoe lang moet jij nog?’.”

Weg!

Terug naar Bilthoven: Straks word je er gewoon weer uitgetrapt, net als het misschien wat wou wennen. Je wordt geboren, je doet je best en dan opeens moet je weer weg! Weg uit het bestaan. Dood. Wim T. Schippers heeft daar moeite mee, en zijn karakters ook. Tijdens een ontroerende scène in Zonder Titel is hoofdpersoon Bastiaan Veldhuys schijndood en worstelt om te overleven. Tegen ieders verwachting in lukt dat ook en Bastiaan roept tegen de dokter die hem ongelovig onderzoekt: Als ik nooit geboren was had je me nergens over horen lullen. Maar nu ik er eenmaal ben, ga ik ook niet meer weg.

In een interview met De Groene Amsterdammer, in 1997, zegt Schippers: “Ja. Weet je, ik vind het gewoon flauw: net als je er een beetje aardigheid in begint te krijgen takelt de boel alweer af en mag je vertrekken. Waar slaat dat op? … Geboren worden vind ik onzin, maar doodgaan vind ik nog veel grotere onzin. … Wat ik wel leuk vind is dat een kat daar helemaal niet mee zit; die wil lekker en veel eten en zet zijn motortje aan als ‘ie het naar zijn zin heeft.” Je leeft nou eenmaal, en daar kan je maar beter het beste van maken. “De zin van het leven is de zin die je er zelf aan geeft,” aldus Wim T. Schippers.

Filosofische vraag

Schippers’ boodschap is: je komt uit het niets, je leeft een tijdje en daarna verdwijn je weer in het niets. En dat leidt meteen tot zijn centrale vraag in Zonder Titel. Waarom al die moeite? Het begint en eindigt bij niets. Dus waarom dat tussenstuk? Waarom is er niet helemaal niets? Pourquoi il-y-a quelque chose que rien? Bij Wim T. Schippers, en trouwens ook bij Leibniz, blijft dit bij een filosofische vraag. Er is waarschijnlijk geen antwoord op te geven. In Zonder Titel kapt Tonny de ‘filosofische discussie’ dan ook af:

Jessica: Waarom is er wat er is…
Tonny: Weet ik dat.
Jessica: Waarom is er niet niks? En wat zou je je daarbij moeten voorstellen…
Tonny: Niks.
Jessica: Ja, daar gaat het juist om.
Tonny: Het gaat om niks, ja, ik volg je wel. En volgens mij stelt dat niks ook helemaal niks voor. Daarom kan je je er ook niks bij voorstellen. Het woord zegt het al.
Jessica: Dat vind ik nou slap gelul.
Tonny: Jij stelt irrelevante vragen. ‘Waarom dit, waarom dat, straks zijn we dood en weten we van niks meer’ moet je horen, als dat zover is zit je daar ook niet meer mee.
Jessica: Nee!
Tonny: Dus zou ik daar nu dan ook maar niet mee zitten.

Gezellig ruziën

Drie jaar lang heeft hij aan Zonder Titel gewerkt. Na wat startproblemen kwam er een idee: “Als mensen mij om iets vragen zeggen ze altijd: ‘Wim, jij verzint wel wat. Jij bent zo creatief’. Maar in het begin wilde er niks komen, en daarom liep ik te mopperen en me te ergeren op de Kloveniersburgwal. Er kwam een Engels echtpaar langs dat mij de weg vroeg. Toen vroeg ik ze: ‘U bent op vakantie?’ ‘Ja,’ zeiden ze. ‘Nou, dan heeft u toch genoeg tijd om het zelf uit te zoeken?’ Thuis gekomen heb ik daar hartelijk om gelachen. Het is het uitgangspunt voor dit stuk geworden… En dat je op een gegeven moment beseft dat je zo gezellig in het Engels staat te ruziën, daar zou je dan nog wel even mee door willen gaan… Daarna kreeg ik de inval van die adoptie.” En zo is een nieuw theaterstuk geboren. Maar het echte werk moest toen nog beginnen. Wim T. Schippers: “Ik heb nooit een verhaalstructuur, ik laat me leiden door de karakters. Dat vraagt veel energie. Vaak was ik echt moe na het schrijven van weer een scène.”

Magisch moment

Een TGA-medewerker wenkt hem. “Zie je dan niet dat we bézig zijn, verdomme!”, lacht de toneelschrijver. Maar het blijkt dat de nieuwe muziek van componist Boudewijn Tarenskeen er is. Die wil hij toch wel horen. Hij loopt naar de zaal als de muziek van Hou van mij! klinkt. Eventjes ontstaat er een magisch moment. Het is een klein uurtje voor de laatste try-out, en één voor één druppelen de spelers van Toneelgroep Amsterdam binnen. Pierre Bokma, Kitty Courbois, Hajo Bruins, Kees Hulst, Roeland Fernhout, allemaal staan ze met open mond te luisteren, midden in het decor en te zeer betoverd door de muziek om te bewegen. Net als Wim T. Schippers en regisseur Titus Muizelaar. Als de band is afgelopen wordt er geapplaudisseerd en iedereen is diep onder de indruk. De hele groep is erg betrokken bij Zonder Titel.

Ballengruis

Terug in de bar van het Transformatorhuis komt het gesprek op acteurs. Het is een fabeltje dat Wim T. Schippers vroeger alleen een voorkeur had voor amateur-spelers. “In het begin wilde ik alles door elkaar roeren. Amateurs én professionele acteurs. Al vroeg werkte ik met acteurs als Carol van Herwijnen. Ik weet nog goed dat hij in een scène kerstartikelen moest verkopen. Alles was uitverkocht. Hij had alleen nog maar ballengruis te koop, de resten van kapotte kerstballen. Fantastisch sprak hij dat uit! ‘Ballengrrruis’.” Tegelijkertijd plukte Wim T. Schippers zijn personages van de straat. “Cees Schouwenaar, die Henk Pal speelde – jeweetwel van ‘leuke lamp overigens’ -, heb ik in een drukkerij ontmoet. Hij kwam binnen met een stapel dozen, en ik dacht meteen: ‘die moet ik hebben’. In zijn eerste scène kwam hij dan ook op met zo’n zelfde stapel.”

“Ach, in die jaren zocht ik gewoon naar een belachelijke manier om tv te maken, het effect van die persoonlijkheden mengen met de professionaliteit van beroepsacteurs.” Al die beroemde typetjes als Sjef van Oekel, Barend Servet, Fred Haché, Boy Bensdorp of Henk Pal zorgden voor flink wat verwarring op de Nederlandse tv, maar vriendin en regisseuse Ellen Jens klaagde dat ze hun teksten beroerd uitspraken. Ellen Jens hield van serieus toneel. Schippers: “Ik wilde mijn vriendin imponeren, en dus ben ik voor het theater gaan schrijven. Ik wilde alleen iets heel anders dan gangbaar was. Je had toen het Werktheater en die brachten van die ellenlange stukken, waarvan je na afloop alleen kon opmerken: ‘Erg, hè.’ Toneelgroep Centrum leek me een gezellige groep. Voor hen heb ik toen Evengoed nog een hele zit en Waar gaat het over? geschreven.”

De tafel wordt schoongemaakt. Vorige gebruikers hebben broodjes genuttigd en een barman veegt de tafels af. “Mag ik alsjeblieft die kruimeltjes hebben?” vraagt Wim T. Schippers, en duwt hem een plastic koffiebekertje toe. “Doe ze hier maar in.” Het hele gesprek blijft Schippers het bekertje koesteren.

Soap

Iets van het chaotische van zijn tv-werk is nog wel blijven hangen. Nog steeds weigert hij een logische structuur in zijn vertelling aan te brengen. “Ik wil geen frame stofferen met dialogen. Dus zijn er geen bruggen van de ene scène naar de andere. Als ik naar een toneelstuk zit te kijken, dan hoor ik ook meteen als de auteur van de ene situatie naar de andere moet. Dan krijg je van die rare zinnen. Dan gebruik ik liever harde lassen.” Wim T. Schippers is fan van de aanpak van Susan Harris, de schrijfster van Soap, een parodie op soapseries uit eind jaren 70. “Zij zocht altijd naar rigoureuze oplossingen. Aan het begin van een episode liet ze bijvoorbeeld de twee moeders iets als ‘Wat heb ik toch een afgrijselijk leven’ verzuchten. Dan volgde een opsomming, van: ‘mijn zoon is zo..’ en ‘mijn man doet dit’, en dan was je weer helemaal bij.”

Soap was een parodie, net als We zijn weer thuis. En net als Soap liep die serie vijf jaar. Maar Schippers mocht er niet mee doorgaan van de VPRO. “Noodgedwongen moest ik stoppen. Jammer, want ik had nóg wel vijf jaar door willen gaan. Maar misschien maken we nog een keer een vervolg. Alleen is iedereen die toen in de cast zat nu weer veel te druk.”


Lul

Regisseur Titus Muizelaar komt erbij zitten. Het gesprek komt op ‘seksistisch’ taalgebruik. Muizelaar: “Waarom is het toch zo dat als je ‘een eng mens’ zegt, iedereen meteen aan een vrouw denkt?” Wim T. Schippers geeft voorbeelden uit zijn werk waar hij dit taalgebruik juist op zijn kop zet: “In We zijn weer thuis liet ik mijn televisiemoeder geërgerd uitroepen: ‘Van u krijg ik ook een dikke lul!’. En in Ronflonflon zegt Wilhelmina Kuttje op een gegeven moment: ‘Wat ben ik toch een lul’. Jan Vos begint dan dat dat helemaal niet kan, ofzoiets. Waarop Wilhelmina Kuttje antwoordt: ‘Die lul moet je overdrachtelijk zien’.”

Luister hier alle afleveringen van Ronflonflon met Jacques Plafond. Alle? Alle! 

Proefjes

De bijna 60-jarige Schippers is nog steeds populair bij jongeren, zo blijkt ook uit het publiek bij Zonder Titel. Toch schrijft hij niet bewust voor jeugd. “Voor een jeugdserie bij de IKON gaat er een commissie om de tafel zitten, die gaat nadenken over het thema ‘Wat vinden jongeren leuk?’. En dan krijg je zo’n serie die zich afspeelt in een discotheek en gaat over liefdesperikelen. Het is ook zo’n misvatting dat popmuziek gepresenteerd zou moeten worden door iemand die jong en fris is. Met Van Oekel’s Discohoek leek het ons een aardig idee om een popprogramma te laten presenteren door iemand die nog ouder was dan de ouders van de kijkers. Platenmaatschappijen wilden daar eerst helemaal niet aan, maar toen ze zagen hoe populair het werd wilden ze allemaal hun bands in het programma. Later kwamen ze ook zelf met ideeën. Toen hoefde het voor mij niet meer.”


Ook aan de allerkleinsten past Wim T. Schippers zich niet aan. “Bert en Ernie laat ik praten over het heelal en over de reis- en kredietbrief. Ik denk altijd: als ze het nu nog niet begrijpen dan komt dat later wel. En dat gebeurt ook.” Het verwondert hem dan ook niets dat de twee zo populair zijn, in een tijd van Nintendo en Pokémon. “Zij stijgen boven het niveau van poppen uit. Dat komt door Jim Hanson, die heeft ze zo liefdevol gemaakt. Eenvoudig, maar toch vol leven. En de karakters zijn zo mooi. Bert die een paperclipverzameling heeft en heel veel houdt van duiven. Ernie’s levenshouding is meer empirisch, die wil graag proefjes doen.”

Overigens

Wim T. Schippers’ veelzijdige werk heeft dus een tijdloos karakter. Dat komt waarschijnlijk doordat hij het in de eerste plaats voor zichzelf maakt, en niet voor een bepaald publiek. Schippers: “Ik doe wat ik leuk vind. En blijkbaar ben ik niet zo uniek dat niemand anders dat ook leuk vindt.” Even is hij stil. “Ach, en zo tobben we maar voort…” besluit hij het gesprek.

Oh nee! Eén ding wil hij nog kwijt. “Ik heb een nieuw idee. Elk interview dat ik doe besluit ik net als Cato. Die eindigde elk debat met de woorden: ‘Overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest moet worden’.” Ceterum censeo Carthaginem delendam esse, dus. Maar de Amsterdammer verzint elke keer een variant op zijn stad: “Overigens ben ik van mening dat ze het Paleis voor Volksvlijt in de oude staat terug moeten brengen.” Dan vervalt hij in een tirade over de huidige staat van het Frederiksplein. “Het was een mooi symmetrisch plein, maar al die stoepgroente die daar staat verpest het helemaal. En nu met de komst van de euro is de Nederlandse Bank ook niet meer nodig. Die kunnen ze dus afbreken.” En weg is hij, om de regisseur nog even lastig te vallen met wat laatste aanwijzingen. Maar niet nadat hij zijn zelfgemaakte bordje bij de ingang recht heeft gehangen: ‘Vergeet niet in de pauze en na de voorstelling uw gsm weer aan te zetten.’

Jaaroverzicht 2021

2021 was een opvallend jaar. Het is bijzonder om alle jaarlijstjes langs te gaan: zoveel verschillende favoriete albums heb ik nooit eerder gezien. Elke lijstjesmaker kwam met compleet andere namen op de proppen. Het is opvallend – en leuk – dat er geen torenhoge favorieten zijn. Lang niet iedereen valt voor War On Drugs, Low of Weather Station. Niets is eenduidig. Met zoveel verschillende namen en meningen om me heen krijg ik vanzelf ook een opvallende eindlijst!

Kijk maar. Hier zijn mijn 21 van ‘21. Klik op de links voor uitgebreide recensies. (Helaas heb ik ook wel wat mooie dingen moeten laten liggen. Ik wil op deze plek nog wel even Little Simz, Luwten, rapper Dave, Arooj Aftab en Floating Points/Pharoah Sanders/London Symphony Orchestra noemen.)

  1. Tirzah – Colourgrade
  2. The Bug – Fire
  3. Cassandra Jenkins – An Overview On Phenomenal Nature
  4. William Doyle – Great Spans Of Muddy Time
  5. Joy Crookes – Skin
  6. Arno – Vivre
  7. Iosonouncane – IRA
  8. Lingua Ignota – Sinner Get Ready
  9. LICE – WASTELAND: What Ails Our People Is Clear
  10. The Villagers – Fever Dreams
  11. Space Afrika – Honest Labour
  12. Nynke Laverman – Plant
  13. For Those I Love – For Those I Love
  14. Mdou Moctar – Afrique Victime
  15. Koreless – Agor
  16. Aafke Romeijn – Godzilla
  17. Low – HEY WHAT
  18. Kele – The Waves Pt. 1
  19. Loraine James – Reflection
  20. Fred Again.. – Actual Life
  21. Hannah Peel – Fir Wave

Luister de hele 21 van 21 op Spotify:


Wat was er dan verder zo opvallend aan het popjaar 2021? Nou, in ieder geval de tekst van wat voor mij de song van het jaar is geworden: Je Haat Geen Maandag, Je Haat Kapitalisme van Hang Youth. Verdomd, zó vaak heb ik hier bij het begin van weer een week aan moeten denken…


Opvallend leuk bij het maken van deze top 21 was Twitter, toch hét social medium om buiten je bubbel te treden en direct in contact te komen met de makers. Zo leuk als The Bug je berichten retweet, Cassandra Jenkins je tweets liket en ook William (en Julie) Doyle. Andere kant van de medaille is wel dat eerder dit jaar Aafke Romeijn van Twitter afging vanwege bedreigingen en scheldpartijen aan haar adres… Bah.

Het meest opvallende muziekblog van het jaar is Opduvel. ‘Eigenwijs over muziek en herrie’ betitelt Opduvel zichzelf en dat klopt helemaal. Hier lees je over alles wat buiten de mainstream valt: drones, deathmetal, freejazz, balkanbeats, modern klassiek, field recordings, musique concrète, garagepunk… Met heel wat fijne nieuwe dingen heb ik op dit blog kennisgemaakt. Zo kwam Opduvel begin februari al met de tip voor de meest opvallende Nederlandse plaat van het jaar. Dat is Schakelbreuk Jozef van Pels. Pels is Maarten Wesselius, die hele speelse, humoristische elektronische muziek maakt. Samples en songtitels als ‘Vanavond eten we brood met vlees’, ‘Mijn ideale werkgever (is een wat oudere man)’, ‘Zalig zijn de schouderophalers’ of ‘Tumult op de afdeling droge worst’ zeggen genoeg, toch? Ga luisteren:


De meest opvallende terugblikken van het jaar stonden op de Engelse muzieksite The Quietus. Mark Pilkington interviewde in juli Steven Thrower over Love’s Secret Domain van Coil uit 1991. Helaas kunnen de beide heren Coil (John Balance en Peter ‘Sleazy’ Christopherson) het niet meer navertellen. Balance overleed in 2004 en Sleazy in 2010. De andere bijzondere terugblik op The Quietus was eind november: Non-Stop Erotic Cabaret: An Oral History Of Soft Cell’s Debut Album (uit 1981) met alle betrokkenen inclusief Soft Cellers Dave Ball en Marc Almond. Iets heel anders: De radioterugblik van Marcel Vanthilt en Arno Hintjens op de eerste plaat van TC Matic (eveneens 1981) is ook niet te versmaden!

De minst opvallende rereleases – in Nederland althans – waren de verzamelaars van Seefeel (Rupt & Flex, 1994 – 96) en Terre Thaemlitz/DJ Sprinkles (Gayest Tits & Greyest Shits: 1998-2017 12-Inches & One-Offs). Ze kregen hier helemaal geen aandacht. Jammer. Het zijn zulke mooie tijdsbeelden uit de jaren ’90 en ’00.


De meest opvallende sample van 2021 zit in het nummer Bye Storm van Injury Reserve. De Amerikaanse hiphopcrew bouwde een nummer rondom de stuwende stofzuigergeluiden uit Brian Eno’s Here Come The Warm Jets. Ze krijgen een totaal andere lading, maar verliezen niets van hun melancholische klank. Nooit gedacht dat dat mogelijk zou zijn. Opvallend, maar Injury Reserve zijn niet de bewaarders van het Eno-gedachtengoed. Dat is William Doyle, zo bleek dit jaar.


De meest opvallende (en onuitspreekbare) bandnaam in 2021 is —__–___. Ik stuitte op hun album The Heart Pumps Kool-Aid na een tweet van David Sylvian. Die schreef heel kort: “The future sounds like this”. Zo’n opmerking van een man die meermalen het geluid van de toekomst heeft verklankt – denk maar aan Brilliant Trees in 1984 en Manafon in in 2009 – triggert meteen en —__–___ stelt niet teleur. Luister maar. (Op de tweede plaats van de originele-namen-top-zoveel komt wat mij betreft de man die onder de naam Ross From Friends fijne dancetracks in elkaar knutselt.)


De meest opvallende verliezen in 2021 werden geleden in de dubreggae. Op 29 augustus kwam het treurige bericht dat grondlegger en grootmeester Lee ‘Scratch’ Perry is heengegaan. Moet ik hier zijn belang voor de reggae en de dub nog uitleggen? Nee toch? En anders: Google maar eens op de drie woorden ‘Black Ark Studio’. Het tweede grote dubverlies volgde op 8 december. Basgitarist en producer Robbie Shakespeare is overleden, deel van het briljante duo Sly & Robbie. Samen met Sly Dunbar was hij onder meer verantwoordelijk voor het geluid en succes van Grace Jones. Maar het dierbaarst is mij het album A Dub Experiment uit 1985, hun spacey sound waardoor ik als tiener kennismaakte met dubreggae.


Ongedacht opvallend waren de platen van Billie Eilish en Adele. Sjeesus, wat goed! Allebei. (Helaas konden we dat in 2021 niet zeggen van de schijfjes van Lana del Rey en eigenlijk ook niet van St. Vincent. Van hen hadden we meer verwacht.) Het was verrassend dat Billie Eilish het zo goed deed nadat ze in 2019 de standaard neerzette met When We All Fall Asleep, Where Do We Go?. Ze is nu een paar jaartjes volwassener en gevarieerder, zo werd duidelijk op Happier Than Ever. Ik ben gezegend met een tienerdochter die fan is, dus deze zomer gaan we samen naar Londen om haar live te zien in de O2! En dan Adele… volgens mij heeft die nog nooit zo’n goede plaat gemaakt als 30. Daar hoeven we niet veel woorden aan vuil te maken. Dat hebben alle media al gedaan.


Opvallend laat – op de valreep van volgend jaar – kwamen er nog twee albumtips binnen. Muzieksite Pitchfork schreef over Fiat Lux van het Catalaanse damesduo Tarta Relena. Zij maken een soort middeleeuwse, Gregoriaanse muziek (denk Hildegard von Bingen), maar dan met een zachte, glitchy, elektronische begeleiding. Heel mooi. Popjournalist Simon Reynolds wees me tenslotte in zijn geheel eigen jaaroverzichtje (dat vooral een lofzang is op Dry Cleaning) op de band ToiToiToi. Dit citaat van Reynolds zegt genoeg, dunkt mij: “ My favorite Ghost Box in a few years… I want to say, “sounds like Der Plan if they’d formed in 16th Century Swabia”, but perhaps I’m being led towards that idea by the Bruegel-ish artwork. ToiToiToi’s sound here is certainly jaunty and volkish, but it’s completely electronic.”


Zulke dingen op de valreep van het jaar… dat belooft wat voor 2022. Enjoy!

Tirzah – Colourgrade

Echt. Dichtbij. Intiem. Dat zijn de eerste woorden die opkomen bij het beluisteren van de experimentele lo-fi nieuwe plaat van Tirzah. Colourgrade voelt alsof je met je oor tegen haar borstkas ligt en heel dichtbij – maar ook zo veraf – hoor je haar hart dof bonzen.

Die paradox tekent deze hele plaat. De Londense Tirzah Mastin (geboren in Essex) is op het schaamteloze af persoonlijk over haar relatie met producer Kwame Bass en over haar pasgeboren dochter; tegelijkertijd klinkt ze koud en kil. Veel kouwer en killer dan op haar debuutplaat Devotion uit 2018. Is dat erg? Helemaal niet. Colourgrade is daardoor nog veel spannender geworden.

Metallic

Tirzah zou Tirzah niet zijn als ze de luisteraar niet meteen in het diepe zou gooien. Dus de meest vreemde, buitenaardse, industriële track is meteen de opener: titelnummer Colourgrade. Die start met alleen een uuuitgereeeeekte metalige stem door een autotune , begeleid door drones en vogelachtige synth-geluiden. Meer is het niet. Niks warms en wolligs meer. Dit is pure abstractie. Een R&B-beat start pas in het volgende nummer: Tectonic. Daaroverheen wolken harde trage synth-klanken (als tektonische platen op lava) en weer een metallic stem. Tirzah fluisterzingt: “Pursued as the rhythm magnetized our hips. Techno to tectonic plates.” De aardbol is hier pure seks. Lichamen kronkelen langzaam, schuiven over elkaar heen, stulpen uit en golven terug. Kijk ook maar naar de clip.

Zwerm

Een van de sleutelnummers op de plaat is Hive Mind. Het heeft een kale beat en een zware bas. Een alarm gaat af. Twee stemmen schuiven door elkaar heen. Het collectief bewustzijn van een zwerm wordt hier uitgerold. Al sinds Devotion is Tirzah niet alleen Tirzah. Het is inmiddels een trio met naast Tirzah Mastin producer Mica Levi en zangeres Coby Sey. Maar ook partner en kind, familie en vrienden werken mee aan het fenomeen Tirzah. Kijk ook maar naar de clip. De track heeft nog het meest van al die sfeer van Devotion.

Dada-achtig

Daarna wordt het album allengs harder, vreemder, experimenteler. Recipe is harde triphop annex abstracte trap. Beating is een weirde, melancholische lovesong. Over seks ook weer. “We made life. It’s beating”, zingt Tirzah. In het nummer daarna – Sleeping – is de baby er. De ‘jankgitaar’ staat voor het huilen? Hij gaat door merg en been. De track is intiem, rommelig, er klinkt ruis. Tirzah lijkt maar wat te improviseren. Het is alsof je op een krukje in de slaapkamer zit mee te kijken hoe moeder haar dochter pakt en een liedje improviseert. Maar het meest far-out is het nummer Crepuscular Rays (stralen in de schemer, zeg maar). Je hoort een mistige akoestische gitaar in het ochtendgrijs en daarover klinken kindse stemoefeningen. Meer is het niet. Maar het is zó spannend! Ik kreeg meteen associaties met het dada-achtige nummer Lieber Honig van de krautrockband Neu! (uit 1972). Dit van Tirzah heeft net zo’n impact.

Het derde en laatste deel van de plaat is het laatst opgenomen, maar komt met nummers als Send Me en Sink In weer in de buurt van de zachte R&B uit 2018. Afsluiter Hips is zowel suikerzoet als stuiterend. “Tease me free”, zo besluit de zangeres het album.

Troostrijk

Natuurlijk moet je regelmatig even aan de eerste platen van Tricky denken (Maxinquay, Nearly God en Premillenium Tension) of aan de verrassende debuutplaat van het collectief Young Echo uit 2018. Colourgrade klinkt minimaal, langzaam lo-fi, grunge en gruizig – zo anders als al die artificiële en overgeproduceerde tingeltangelglitter-R&B. Tirzah zingt vaak achteloos en monotoon en als ze middenin een strofe de keel moet schrapen (in Beating), wordt dat niet weggeknipt. Toeval speelde sowieso een grote rol bij het optrekken van alle tracks. Dat is ook weer een beetje die ‘hive mind’-gedachte. Alles doet mee en alles beweegt in de vreemde sensuele wereld van Tirzah. Panta rhei.

Je moet er even de tijd voor nemen om in door te dringen – met de eerste luisterbeurt ben je er niet, daarvoor is Colourgrade te weerbarstig – maar dan ontdek je hoe rijk en gevarieerd die wereld is. Hoe lief en intiem. Hoe troostrijk ook: op deze plaat wordt het leven gevierd, met al haar alledaagse facetten. Dit is de plaat van het jaar.

Alle beste albums uit 2021:

Bug – Fire

Stel je voor: een aantal jaar in de toekomst. De pandemie houdt aan. Robots bezorgen eten in blik. We zien elkaar alleen via schermen. En… ‘people were no longer arrested for not being vaccinated, now they were just terminated’. Haat groeit. De overheid verkruimeld. Stel je voor: een aantal jaar geleden. Kensington, Londen, 2017. Je staat in een kapel bij de Grenfell Tower. Mensen om je heen vallen op hun knieën. Ze schreeuwen, huilen. Ze buigen zich over de lijken. Er was rook, er waren vlammen. Ze voelen zich verlaten. In de steek gelaten. Haat groeit. En letterlijk in het midden tussen deze twee polen in verleden en toekomst speelt zich het nieuwste album van The Bug af. Niet zo gek dat het een apocalyptische plaat is geworden, hè?

Het gaat om het eerste en het laatste nummer, beiden met als gastvocalist dichter Roger Robinson, die vaker met de Britse producer en beatcreator Kevin Martin alias The Bug samenwerkt. In 2019 maakten ze samen de beklemmende plaat Solitude, inmiddels de vierde van King Midas Sound. (Die eindigde hoog in mijn top 19 van 2019.) Daarnaast bracht Martin een aantal albums onder zijn eigen naam uit, onder de naam Techno Animal, God, Ice, Earth en Zonal. Maar pas dit jaar verscheen er een vervolg op eerdere platen van The Bug: London Zoo (2008) en Angels & Devils (2014). Hoe The Bug klinkt? Ultra-diepe bassen, heel veel noise en ruis en extreem zware hardcore beats. Je kunt het lomp noemen. Monolithisch. Rudimentair. Martin boort direct in je reptielenbrein. Dit onderbrengen onder labeltjes als dubstep, grime, industrial of dancehall doet de geluidsexplosies onrecht. Daarvoor is The Bug te extremistisch. De muziek is te donker en te depressief. Je hoort kerkklokken, neergaande synth-lijnen, white noise, drones, sirenes, bliksem. Hoe The Bug dan klinkt? Als post-Brexit Engeland in verval. De soundtrack bij een neoliberale hel. Dat is niet prettig, zeker niet toegankelijk, wel fascinerend. De afgrond swingt soms als een tierelier.

Pissed-off

Naast Robinson werkt The Bug wel met een aantal rappers uit de Britse dub-, grime- en dancehall-scene. Denk namen als Flowdan, Nazamba, Logan_olm, Manga Saint Hilare, MC FFSYTHO en Daddy Freddy. Allemaal donkere, zware, gruizige stemmen. Die passen helemaal bij het moeras aan benauwende, massieve klankpartijen. Maar je hoort ook spoken word van de Amerikaanse Moor Mother komt aan bod – zo hard, zo schel, zo giftig, ze jaagt je op als een prooi, het lijkt wel een horrorfilm. Behalve bij Daddy Freddy, die een happy ode aan de ganja brengt, gaan de veertien teksten op Fire eigenlijk alleen maar over oorlog, geweld, corruptie, consumentisme, armoede, verval, malaise. Iedereen is nogal pissed-off en terecht. Dit is een verzetsplaat! Dan krijg je dus ook titels als Pressure, Clash, Demon, War, Bang, Fuck Off en Bomb. Je kunt het lomp noemen. De Engelse muzieksite The Quietus vergeleek de plaat in augustus met de ‘Incredible Hulk’: de brute groene spieren pompen op en ze scheuren alles open. Hoe dan ook, de boodschap wordt er in geramd. Dit is punk anno 2021. In z’n puurste, simpelste vorm. Het is indrukwekkend, overweldigend, maar ook heerlijk.

Alle beste albums van 2021:

Cassandra Jenkins – An Overview On Phenomenal Nature

Een tijdlang was ik uit de running. Ik lag op de intensive care te vechten voor mijn leven, als gevolg van ernstige coronaklachten. Het virus hakte in op mijn hersenen. Toen kwam ik bij, ik revalideerde, stelde me weer open voor nieuwe muziek en het eerste wat ik hoorde was een engelachtige stem. “I’m a three legged dog, workin’ with what I got”. Vervolgens begint een voorzichtige gitaar steeds verder uit de hand te lopen. Welkom wederom op de wereld. An Overview On Phenomenal Nature van de 35-jarige New Yorkse Cassandra Jenkins is de soundtrack.

Het is een ongrijpbare plaat, want dat eerste nummer – Michelangelo, dat ergens doet denken aan Aimee Mann – is absoluut niet representatief. Andere nummers, zoals New Bikini en Crosshairs, zijn dromeriger, meer atmosferisch, een beetje loom misschien en altijd met dat prachtige gezang. (Het is alsof er een engeltje in je oor pist…) Ze bruisen als water, die liedjes. Instrumenten als de fretloze bas, live drums maar ook drumloops, zweverige blazers en synths vloeien over en door elkaar heen, ze bubbelen en golven. Zeker de sax. Net als in de instrumentele afsluiter The Ramble, het zeven minuten durende coda van de plaat, en daarin hoor je ook nog de vogeltjes fluiten in het bos en kinderstemmen. Wat een weldadigheid biedt dat bij het wegzakken in een revalidatieslaapje… Het rijke geluid op de hele plaat is trouwens niet alleen op het conto van Cassandra te schrijven, de andere verantwoordelijke is producer en multi-instrumentalist Josh Kaufman.

Instagram

‘Phenomenal Nature’ is opgebouwd uit flarden verhalen en dialogen, quotes uit het dagelijks leven. En Jenkins’ karakters hebben namen. We horen David, Warren, Grey, Darryl, Lola, Peri voorbij komen, en het model Hailey Gates heeft zelfs een songtitel. Het nummer Hailey is gebaseerd op een post van haar op Instagram: ‘new year, new you, new me’. Het zijn zulke kleine details waarop Cassandra Jenkins haar album bouwt. Dat komt nog het beste naar voren in het prijsnummer van de plaat: Hard Drive. Daarin worden in praatzang – het doet op een prettige manier denken aan Laurie Anderson – stukken conversaties met passanten aangehaald, zoals een filosofisch ingestelde museumsuppoost, een alwetende boekhouder, een Californische yoga-goeroe op een verjaardagsfeestje en een rijinstructeur die Jenkins vraagt of ze haar therapeut nog wel ziet. ‘The mind is just a hard drive’, klinkt het clichématig.

Water

De meeste nummers zijn ontstaan in een korte periode eind 2019, een rare tijd voor Cassandra Jenkins. Ze had net besloten te gaan toeren met David Berman, ooit de voorman van cultband Silver Jews. Ze zouden zich de Purple Mountains noemen. Maar toen pleegde Berman zelfmoord, een paar dagen voor de eerste show. Jenkins besloot daarop te gaan reizen. Ze belandde bij vrienden in Noorwegen, zo is te horen in het indringende Ambiguous Norway, waar ze enorme wolkenpartijen voor bergen aanziet. Ze zingt: “Farewell Purple Mountains, I see a range of cumulus. The skies replacet he land with air. The poetry is not lost on me. I’m left asking how it found me.” In New Bikini zingt ze over het briefje van Ole, die vraagt om een duik in de zee te nemen. “It’s cold enough to keep your blood open. The water cures everything.” Dat brengt haar weer op alle karakters die ze overal ter wereld heeft ontmoet. Het is een universele ervaring. Het doet denken aan Once In A Lifetime van de Talking Heads, maar dan op een zachtere, vrouwelijker manier.

Ambigu

“All I want is to fall apart in the arms of someone entirely strange to me. In your eyes I see the panoply of the people inside me”, zingt ze even later in Crosshairs. Zoveel mensen, zoveel vluchtige ontmoetingen, of minder vluchtige. Het leven dat voorbij glijdt, voorbijgaat. Cassandra Jenkins beschrijft het filosofisch, maar niet zwaar, zweverig maar ook aards. Ambigu. En zo klinkt ook de muziek. An Overview On Phenomenal Nature is als het leven zelf. Het enige minpunt van de plaat is de lengte. Cassandra Jenkins maakt nauwelijks een half uur vol. Het leven mag van mij nog wel even voortduren. Ik ben nog maar net weer terug.

(Gelukkig volgde er eind dit jaar een extraatje met de EP (An Overview On) An Overview On Phenomenal Nature, met daarop ruwe demo’s, alternatieve takes en onuitgebrachte nummers. Die wil ik jullie zeker niet onthouden.)

Alle beste albums van 2021:

William Doyle – Great Spans Of Muddy Time

Nadat halverwege de jaren ’70 de albums Another Green World, Discreet Music en Music For Films waren verschenen, en hij de productie deed van Bowie’s briljante Berlijn-trilogie, was het wel duidelijk: Brian Eno is God! En hoewel de man gelukkig nog lang niet dood is – hij is zelfs nog heel actief – heeft hij inmiddels toch al een plaatsvervanger op aarde. Dat is William Doyle. Wie had dat gedacht? Het leek lange tijd onbevattelijk dat iemand net zulke subtiele, weirde, licht psychedelische, verstilde, dromerige, uitgebalanceerd melancholische, treurige sci-fi klankpartijen – die tegelijkertijd groots en vol grandeur en hoop zijn – iets zo buitenaards zou produceren als de grootmeester. Dat is zo ongrijpbaar. Maar met Great Spans Of Muddy Time mag William Doyle anno 2021 in zijn schijnsel staan.

Tuindepressies

Het is een rare plaat, dat ‘Muddy Time’. De albumhoes met daarop het 17e eeuwse doek Een Pelikaan En Ander Gevogelte Bij Een Waterbassin van de Amsterdamse schilder Melchior d’Hondecoeter (het hangt in het Rijksmuseum) heeft alvast de belofte in zich van die Eno-grandeur. De titel komt uit het BBC-programma Gardeners World. Daarin sprak tuinier en presentator Monty Don over ‘nothing but great spans of muddy time’ als hij het over zijn depressies had. Niets anders dan grote overspanningen van modderige tijd.

Toevalligheden

Modderig, dat slaat ook op het geluid van het album. De plaat zelf is een aaneenschakeling van toevalligheden of technische fouten en dat valt ook helemaal in de lijn van wat Brian Eno deed/doet. Eno heeft dat zelfs ontwikkeld tot een werkmethode die hij zelf ‘oblique strategies’ noemt. Bij William Doyle was het een harddiskcrash die Muddy Time haar unieke karakter gaf. Normaal staat Doyle bekend als iemand die tot in de eeuwigheid poetst en schaaft om zijn platen perfect te laten klinken. Zo deed hij het toen hij nog opnam onder de naam East India Youth, maar ook bij zijn bejubelde eerste plaat onder zijn eigen naam: Your Wilderness Revisited uit 2019. Maar na de crash in 2020 had hij niks anders over dan een analoge tape, een cassettebandje waar niet veel meer aan te mixen viel. Hij besloot het zo te laten. Dat bleek een gouden greep. Ondanks alle oneffenheden, rommel en ruis, klinkt Muddy Time nu zo sprankelend en vol leven als het schilderij van d’Hondecoeter. Veel vrijer dan zijn eerdere werk. Nooit gekunsteld. Intuïtief.

Geheel eigen universum

Er staan dertien songs op Muddy Time, je zou ze in veel gevallen ook schetsen kunnen noemen. William Doyle begint misschien nog een beetje traditioneel en toegankelijk met het nummer I Need To Keep You In My Life. Hij zingt als een jonge koorknaap zo mooi. Het nummer is dromerig en langzamerhand sluipen er steeds meer gekke geluidjes in de mix. Iets soortgelijks gebeurt ook in het volgende nummer And Everything Changed (But I Feel Alright) waar gaandeweg een gitaar steeds meer ontspoort. Niet lang daarna hoor je Cabaret Voltaire-achtige ’80s-noise op Shadowtackling. De track Rainfalls doet denken aan de vroege Orchestral Manoeuvres In The Dark en zet het nummer Nothing At All gerust naast New Order of de Pet Shop Boys. Semi-bionic heeft glitches en ruis en lijkt de richting van de band Low uit te gaan. De bizarre melancholie van Eno’s Music For Films hoor je terug in de track A Forgotten Film (what’s in a name?), maar dan met een sausje van die vroege industriële Human League eroverheen. Het gekke Somewhere Totally Else, met haar achteruitgedraaide vocals, klinkt nog het meest als een demo, zeker als op een gegeven moment het geluid aan één kant lijkt weg te vallen. Titelnummer Theme From Muddy Time komt nog het dichtst in de buurt van wat de grootmeester presteerde op Another Green World: bizarre reptielengitaren, tikkende wekkers, echoënde stemmen, alles draagt bij aan het geheel eigen universum dat Doyle hier subtiel uitrolt. Vervolgens sluit hij af met een even ruisend als spannend ambient-stuk dat hij de ironische titel [A Sea Of Thoughts Behind It] meegaf. Geweldig.

Droomlandschap

De gruizige cassetteschetsen op Great Spans Of Muddy Time omvatten iets dat meer is dan de som der delen. William Doyle neemt je mee in een soms rommelig, maar altijd fascinerend droomlandschap. Daar weer je altijd weer naar terug. Het is een verslavende plaat. Dat er maar meer harddisks mogen crashen, dat we maar vaker mogen wroeten in de modder. Als een pelikaan bij een waterbassin.

Alle beste albums van 2021:

Joy Crookes – Skin

Denk cocktail-jazz, denk neo-soul. Maar dan ben je er nog laaang niet… Neem een snufje Style Council, een flinke slok Amy Whinehouse en een paar korreltjes Portishead. Besef dat ze in het voorprogramma stond van Harry Styles. Laat de associaties met Sade Adu maar doorsijpelen. (Ze is ook net zo mooi, vind je niet?) Voel de potentie van een titelsong voor de nieuwe James Bond-film. En… pak Ella Fitzgerald, Nina Simone en Aretha Franklin nog maar eens uit de platenkast. Voilá, dan heb je de muzikale contouren van Joy Crookes wel zo’n beetje geschetst. Dan kun je je nu het hoofd gaan breken over waarom dit 23-jarig talentje nog zo onbekend is in Nederland.

Yellow polka dot burkini

Nog steeds ben je er dan laaang niet. Want analoog aan Style Council en Nina Simone heeft Joy Crookes ook écht wat te zeggen. Verpakt in een laag van uitermate prettige muziek, hoor je nogal eens een keiharde politieke boodschap bij deze Londense singer-songwiter van Ierse en Bengaalse afkomst. Titelnummer Skin is overduidelijk: “Don’t you know the skin that you’re given was made to be lived in? You’ve got a life. You’ve got a life worth living.” Of neem het anti-Brexit nummer Kingdom – dat ze al in 2019 op Instagram postte, net nadat de Conservatives de verkiezingen hadden gewonnen. Daar hoor je: “Gambling the heartbreak of a nation, breaking up the euros at the station, visiting the bank for bread and butter. Don’t want to see no doctor when we suffer.” En: “Think I got a neighbour that’s been feeling blue. But maybe that’s a symptom, fucking with a kingdom that never fought for you.” Je weet, het persoonlijke is politiek en het politieke is persoonlijk. Joy Crookes laat dat horen in 19th Floor, dat zowel nostalgische beelden oproept van een jeugd in Londen als een felle aanklacht is tegen gentrification in de stad. Aan het eind van het album hoor je de prachtige ballad Power, een aanklacht tegen de machtige witte man. “You’re a man on a mission, but you seem to forget, you came here through a woman. Show some fucking respect!” Maar deze strofes zijn nog het mooiste: “Close your eyes ‘til you can’t see me. Yellow polka dot burkini, that they stole off her body that day. If you really want to free me, tell my mummy that she’s pretty. Melanin is not your enemy.” Vind je niet? En anders komt je kippenvel wel als even later een soort van gospelkoor losbarst.

Soulful swingen

De stijl ligt dus in het verlengde van eighties-bands die teruggrijpen op jazz uit de jaren twintig, dertig en veertig. Maar de zangers durft ook te experimenteren met kekke klankjes en gekke geluiden. Telefoons, ‘street-slang’, gelach, yells, handclaps, van alles komt voorbij om je haar grotestadsleven binnen te trekken. Da’s aanstekelijk. Het swingt ook vaak zo lekker! Een jazzy nummer als When You Were Mine –tegelijkertijd een liefdesverklaring aan Londen als de constatering dat haar ex-vriendje gay is – is een regelrechte hit. Het grappige Trouble zeker ook. Feet Don’t Fail Me Now is een flinke oorwurm, in positieve zin. En een van de meest aangrijpende nummers die je de laatste tijd hoorde is de meeslepende ballad Unlearn You. Wil je nog een associatie droppen, dan zou je Liability van Lorde kunnen noemen, maar dit is nog zoooveel meer soulful! Het komt echt keihard binnen.

Nog niet cliché

Op een bepaalde manier is het maar goed dat deze debuutplaat van Crookes niet zo heel veel aandacht in Nederland krijgt. Dan kun je dus een flauwe woordgrap maken, die nu nog niet cliché geworden is… Skin kruipt onder je huid.

Het is een wereldplaat geworden! Je gaat nog veel van Joy Crookes horen, denk je niet? Het leuke is: je dochter van 15 is ook helemaal weg van de zangeres. Samen gaan jullie van haar genieten, live op Down The Rabbit Hole. Jullie kunnen niet wachten!

Alle beste albums van 2021:

Arno – Vivre

2020 en 2021 werden rare jaren. Voor ons allemaal, maar vooral voor Arno – de inmiddels 72-jarige bard uit Oostende. Arno… als alleen uw voornaam voldoet, dan bent u ‘nen ‘ele groate’. Maar voor wie sinds 1981 onder een steen heeft gelegen: Arno is natuurlijk Arno Hintjens, in de jaren ’80 voorman van de surrealistische, industriële rockband TC Matic. In de solocarrière die volgde, groeide Arno uit tot een hedendaagse Jacques Brel annex Howlin’ Wolf. Wat een oeuvre heeft die man! Eind 2019 werd pancreaskanker geconstateerd bij de zanger. Hij moest aan de chemo, maar tussen de kuren door gaf hij twee uiterst viriele en explosieve optredens in de Ancienne Belgique in Brussel om zijn 70e verjaardag te vieren. In het voorprogramma stond zijn oude maatje Paul Decoutere alias Couter (de ‘C’ in TC Matic), die enkele maanden later stierf aan kanker. Hoe broos is toch het leven.

Multitalent

Dat voelde niemand zo goed aan als Arno. Hij liet doorschemeren dat het sobere album Vivre, dat dit jaar verscheen, weleens zijn laatste plaat zou kunnen zijn. Het initiatief voor Vivre kwam van Kenny Gates, de labelbaas van Play It Again Sam oftewel [PIAS]. Gates zag ooit Serge Gainsbourg het nummer Parce Que performen, begeleid door louter pianoklanken. Op zo’n manier wilde hij een heel album opnemen, maar de stem van Gainsbourg zat contractueel vast aan zijn platenmaatschappij. Vele vele jaren later blies Kenny Gates zijn idee nieuw leven in. Hij wil nu een aantal artiesten vragen voor een serie onder de titel Parce Que. Als eerste dacht hij aan die Belgische Gainsbourg, de ‘vieux motherfucker’ uit Oostende. Arno zag dat meteen zitten. Als pianist vroegen Gates en Hintjens het 31-jarige multitalent Sofiane Pamart uit Hellemmes, een buitenwijk van Lille. Hintjes’ vaste bassist Mirko Banovic maakte de heilige drie-eenheid vol.

Indringend

Kent u de serie American Recordings, waarin hiphopproducer Rick Rubin een booster gaf aan de carrière van de oude countryzanger Johhny Cash – kort voor zijn dood? Welaan, analoog daaraan is Vivre de ‘Belgian Recordings’ van Arno. (Sofiana Pamart is bekend van zijn werk met Frans-Belgische rappers als Koba LaD, Vald en Maes.) Alleen nam Johnny Cash werk op van derden, en kijkt Arno terug op zijn eigen werk. Misschien komt het door de chemo, misschien komt het door ouderdom of door de eenzaamheid van corona, hoedanook, Arno de lonesome Zorro klinkt hier net zo krakend en breekbaar als de oude countryzanger. Net zo indringend en intens. Net zo gejaagd en vechtend tegen die k-ziekte als David Bowie op zijn laatste album Blackstar. (In het nummer Nous Deux hoort u Hintjens net zo hijgen als Bowie in het nummer Lazarus. U krijgt het er koud van.)

Surrealistisch

2021. Dit jaar was het ook veertig jaar geleden dat de eerste plaat van TC Matic uitkwam. Weet u nog, gij boomer? Keihard en swingend! Die fragmenten van Joseph Goebbels in het intro van Give Them A Leader, die Paul van Ostaijen-achtige surrealistische teksten in Viva Boema, het Pan-Europeanisme van L’Union Fait La Force, de snijdende synths en gitaren in Bye Bye Till The Next Time, de eeuwig stuwende en stompende baslijn van Oh La La La. C’est magnifique! De plaat sloeg in als een bom. (Het is trouwens een genot om in september 2021 Arno Hintjens hierover te horen vertellen tegen collega Marcel Vanthilt.) Op een hele andere manier slaat ook Vivre in als een bom. Ditmaal zijn het niet de snijdende beats en scherpende gitaren, maar zijn het de woorden die er in hakken – juist doordat de Parce Que-muziek is ontdaan van alle industriële frutsels en fratsen. Het is zo direct omdat het zo intiem is. Het is zo intiem omdat het zo direct is.

Iconisch

De keuze van Hintjens voor het songmateriaal op Vivre (Parce Que – La Collection) is aangrijpend. Titels als Solo Gigolo en Lonesome Zorro spreken boekdelen. De eenzaamheid grijpt je bij de strot. Je Veux Vivre wordt het themanummer van de plaat, tot tranen toe ontroerend. Tatouage Du Passé is een nostalgische terugblik op een rijk leven. En wat denk u van een nummer als Santé? Op uw gezondheid? Natuurlijk komt een song als Les Yeux De Ma Mère langs. Dat nummer is iconisch in België. Maar op deze plaat krijgt de ode aan zijn moeder nog een extra dimensie. Arno verloor haar toen hij 28 jaar jong was. Ze overleed aan kanker. Trots zingt Arno over het gevoel voor humor en de mentaliteit van schijt aan de wereld die zij hem naliet. Er zijn ook introverte odes aan andere vrouwen – als een soort van ‘all the girls I’ve loved before’ – in Dans Mon Lit en Quelqu’un A Touché Ma Femme. En dan zijn er nog twee TC Matic-nummers. Elle Adore Le Noir was destijds een schakelpunt tussen de reguliere punkfunk van de band en de chansonnier-aanpak van Arno solo. In de sobere versie is de accordeon vervangen door een nachtclub-piano. Uitsmijter van de plaat is de grootste TC Matic-hit Putain Putain, dat hier een bijna Tom Waits-achtige behandeling krijgt. Maar de boosheid van destijds, en tegelijkertijd de levensvreugd, is hier nog steeds aanwezig. Wat is het een genot om die bejaarde man nog een keer te horen zingen:

“Ne korte dikke stoot alles in stikken
Ne lange dunne doet deugd vanbinnen
‘K heb een kleintje maar’k schiet verre”

Oh, laten we hopen dat deze prachtplaat niet het laatste is wat we ooit gaan horen van Hintjens…

‘k Zie u gern, Arno, dikke patat! Vieux motherfucker, merci merci bien!

Alle beste albums van 2021:

Iosonouncane – IRA

Ciao. Nog nooit had ik gehoord van Iosonouncane, het project van Jacopo Incani uit Buggerru, Sardinië. Toch is dit al zijn derde album na La Macarena Su Roma uit 2010 en DIE uit 2015. En blijkbaar zat heel Italië met smart op deze opvolger te wachten. Dat lange wachten werd beloond op 14 mei van dit jaar: de driedubbelaar IRA – wat zoveel betekent als ‘woede’ in het Italiaans – heeft een speelduur van maar liefst een uur en vijftig minuten. Geen seconde daarvan verveelt.

Lampedusa

Misschien moesten de Italianen er even aan wennen dat Iosonouncane niet langer in hun moerstaal zingt. Op IRA kiest hij voor Engels, Frans, Spaans, Duits, Arabisch, Berber en een soort eigen gebrouwen Esperanto. Het staat symbool voor de thematiek op de plaat. Incani vertelt verhalen van grenzen, bergen, woestijnen, rivieren, nomaden, migranten (dan denk je in geval van Italië al snel aan Lampedusa), maar ook over eenzaamheid, soldaten en gevangenissen (alweer Lampedusa?). Naast prison en soldiers hoor je titels als horizon, foule, sangre, cri, ojos en ashes.

Gothic

Wat zijn de muzikale associaties als je bijna twee uur naar de driedubbelaar zit te luisteren? Het is theatraal, zeer theatraal. Zelf zegt Jacopo Incani vooral naar oude jazz te luisteren: Duke Ellington en John Coltrane. Maar dat haal je er niet uit. Soms hoor je hier ambient en drones. Soms denk je: Radiohead. Een andere keer: The Swans. Een beetje Burial. Residents-stemmetjes hier en daar. Er klinkt progrock, krautrock en stonerrock. Rituele drums en chants. Techno. Vaudeville, folk en filmmuziek. Een misthoorn. Mahgreb-percussie. Huilende wolven. Bizarre soundscapes. En je hoort gothic vooral: De sfeer is steevast unheimisch en mysterieus. De zang klinkt alsof er vijf lagen stof onder de naald door gaan. Alles lijkt ver achter in de mix te zijn gezet. Alles klinkt dof. IRA is als een duister palet, vaag en donker als de hoesfoto. Die roept vooral vragen op. Dat doet dit album ook, zelfs na tig draaibeurten.

Canzones!

Het is bijzonder, al die talen en al die invloeden, voor een album dat misschien nog wel het meest staat in de traditie van de ‘canzone’. Dat is zeg maar de Italiaanse chanson, al is dat wat plat uitgedrukt. De traditie gaat terug tot de troubadours uit de Middeleeuwen die melancholieke liefdesliederen maakten. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw werd canzone een beetje een singer-songwriter-ding – van de cantautores – en uit die tijd stamt ook de inspiratie voor de naam Iosonouncane. Dat is ontleend aan het liedje Io Sono Uno van Luigi Tenco. Misschien moeten Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps ook eens in deze materie duiken? Zullen ze dan uitkomen Jacopo Incani uit Buggerru? Ik waag het te betwijfelen. Daarvoor zijn zijn canzones te weird en te ontaard. Of is onaards een beter woord? … Si, IRA e ultraterreno magnifico.

Alle beste albums van 2021: