Iosonouncane – IRA

Ciao. Nog nooit had ik gehoord van Iosonouncane, het project van Jacopo Incani uit Buggerru, Sardinië. Toch is dit al zijn derde album na La Macarena Su Roma uit 2010 en DIE uit 2015. En blijkbaar zat heel Italië met smart op deze opvolger te wachten. Dat lange wachten werd beloond op 14 mei van dit jaar: de driedubbelaar IRA – wat zoveel betekent als ‘woede’ in het Italiaans – heeft een speelduur van maar liefst een uur en vijftig minuten. Geen seconde daarvan verveelt.

Lampedusa

Misschien moesten de Italianen er even aan wennen dat Iosonouncane niet langer in hun moerstaal zingt. Op IRA kiest hij voor Engels, Frans, Spaans, Duits, Arabisch, Berber en een soort eigen gebrouwen Esperanto. Het staat symbool voor de thematiek op de plaat. Incani vertelt verhalen van grenzen, bergen, woestijnen, rivieren, nomaden, migranten (dan denk je in geval van Italië al snel aan Lampedusa), maar ook over eenzaamheid, soldaten en gevangenissen (alweer Lampedusa?). Naast prison en soldiers hoor je titels als horizon, foule, sangre, cri, ojos en ashes.

Gothic

Wat zijn de muzikale associaties als je bijna twee uur naar de driedubbelaar zit te luisteren? Het is theatraal, zeer theatraal. Zelf zegt Jacopo Incani vooral naar oude jazz te luisteren: Duke Ellington en John Coltrane. Maar dat haal je er niet uit. Soms hoor je hier ambient en drones. Soms denk je: Radiohead. Een andere keer: The Swans. Een beetje Burial. Residents-stemmetjes hier en daar. Er klinkt progrock, krautrock en stonerrock. Rituele drums en chants. Techno. Vaudeville, folk en filmmuziek. Een misthoorn. Mahgreb-percussie. Huilende wolven. Bizarre soundscapes. En je hoort gothic vooral: De sfeer is steevast unheimisch en mysterieus. De zang klinkt alsof er vijf lagen stof onder de naald door gaan. Alles lijkt ver achter in de mix te zijn gezet. Alles klinkt dof. IRA is als een duister palet, vaag en donker als de hoesfoto. Die roept vooral vragen op. Dat doet dit album ook, zelfs na tig draaibeurten.

Canzones!

Het is bijzonder, al die talen en al die invloeden, voor een album dat misschien nog wel het meest staat in de traditie van de ‘canzone’. Dat is zeg maar de Italiaanse chanson, al is dat wat plat uitgedrukt. De traditie gaat terug tot de troubadours uit de Middeleeuwen die melancholieke liefdesliederen maakten. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw werd canzone een beetje een singer-songwriter-ding – van de cantautores – en uit die tijd stamt ook de inspiratie voor de naam Iosonouncane. Dat is ontleend aan het liedje Io Sono Uno van Luigi Tenco. Misschien moeten Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps ook eens in deze materie duiken? Zullen ze dan uitkomen Jacopo Incani uit Buggerru? Ik waag het te betwijfelen. Daarvoor zijn zijn canzones te weird en te ontaard. Of is onaards een beter woord? … Si, IRA e ultraterreno magnifico.

Alle beste albums van 2021:

Geef een antwoord