Low – Double Negative

Het duo Low, echtpaar Mimi Parker en Alan Sparhawk uit Duluth Minnesota, viert hun vijfentwintigjarig bestaan letterlijk met witte ruis. De band die we kennen van verstilde luisterliedjes met fraaie melodieën, gaan op Double Negative onder invloed van producer BJ Burton een heel ander avontuur aan. Tussen de ‘kapotte’ techniek – flarden ruis, white noise en glitch-ritmes – horen we grandeur van Low die grootser is dan ooit.

Het eerste half uur hakt er wel in, zeg. Eerst de bijna verstikkende ruisdeken van Quorum. Dan de klappende echobeat van Dancing And Blood, met de zangstem van Parker zo ver weg – zo onbereikbaar en zo vervormd. En dan een zuchtend synthi-lijntje, om te eindigen in zacht vervormd gezang. Zo vervreemdend allemaal. Maar mooi! Het nummer loopt door in Fly. “Leave my weary bones and fly”, zingt Parker – en dat gevoel lijkt wel op de hele plaat te slaan. Op Fly klinken zachte klanken, ergens tussen stem en synthesizer in, over een Pink Floyd-achtige backing. Het eindigt heel rustig in een woppende bas met nog wat zachte geluidserupties.

Oog van de storm
Daarna wordt je nog eens wakker geschud met kapotte klanken. Tempest klinkt als een van die tapes die decennialang in een laatje hebben gelegen en die uit elkaar lijkt te vallen op het moment dat je hem afdraait. Of alsof je speakers ontploft zijn – maar de muziek die zich er doorheen perst is zó mooi dat je het niet over je hart kan verkrijgen die uit te zetten. (Alhoewel ik niet weet of de traditionele Low-fans op dit punt niet allang zijn afgehaakt.) Het meest abstracte nummer op Double Negative is misschien wel The Son, The Sun. Dat is precies drieënhalve minuut aan ijle synthesizerklanken over een zachte gestoorde grondtoon met af en toe – nog veel zachter – wat uitgesponnen woordloze zanglijnen. De kalmte in het oog van de storm, zeg maar. Pfff, hier kunnen de beste ambient-muzikanten nog een puntje aan zuigen.

Dramatisch hoogtepunt
Heeft hij of zij al deze vervreemding doorstaan, dan volgt er voor de traditionele Low-fan een kleine beloning. Dancing And Fire is redelijk vintage-Low. Eindelijk horen we een gitaar en eindelijk is er even geen distortion. Maar in de laatste drie nummers komt die in alle hevigheid terug, met de afsluiter Disarray als dramatisch hoogtepunt. De white noise wordt hier in stukjes gehakt, tot een enerverende beat die steeds verder op de voorgrond treedt. Spannend.

Giant leap
Er zijn mensen die Double Negative vergelijken met Kid A van Radiohead: als een elektronische ‘giant leap’ in het oeuvre van een band. De rol van producer BJ Burton is ook niet te onderschatten. Al eerder dreef hij Bon Iver (in wiens studio Low deze plaat ook opnam) tot eenzelfde soort abstractie. Het werk van Parker, Sparhawk en Burton op deze twaalfde Low-plaat lijkt erosie te weerspiegelen. Het verval van Amerika onder Trump. De erosie van ons ecosysteem. De erosie van alles om ons heen. Daarom waarschijnlijk ook die albumtitel: Double Negative. Maar… min keer min wordt plus, leerde ik toen ik een keertje oplette bij wiskunde op school. Negatief negatief is positief. Deze muziek van Low is zowel verval als creatie. Zowel lelijkheid als schoonheid. Zowel vorm als inhoud. Zowel structuur als melodie. Dubbelzijdig zoals de beste kunst. Ik zag een recensent deze plaat vergelijken met de impact van schilder Anselm Kiefer… Verdomd ja!

Alle beste albums van 2018:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *