Low – HEY WHAT

Oei, dit was een moeilijke… Geen plaat balanceerde dit jaar zo tussen totale adoratie en volledige verwerping als de nieuwe Low. Voor mij dan. De rest van de wereld was er blijkbaar direct al uit.

Geen mening van muziekliefhebber, Twitteraar of recensent was gematigd. Het leek nog erger dan een coronavaccinatie: de een is pro-Low, met ziel en zaligheid, een ander is extreem tegen – soms op het gewelddadige af. Mensen vinden HEY WHAT een meesterwerk en De Herdefiniëring Van Rockmuziek (ja, met hoofdletters), anderen beschimpen het als een setje musicalliedjes met wat distortion eroverheen. En ik? Ik was een tijdlang sprakeloos. Besluiteloos. Ik heb geluisterd en geluisterd en alle plus- en minpunten onder elkaar gezet. Uiteindelijk sloeg de balans op de meter door naar de plus. Ik vind HEY WHAT nu een wereldplaat. Zal ik je meenemen in mijn overwegingen?

Sloom-core

Een negatieve factor was mijn verleden met Low. Jarenlang had ik helemaal níks met de band uit Duluth Minnesota die al meer dan een kwart eeuw voortpruttelde in een genre waar ik weerzin voor voelde. Low was sinds 1993 de belichaming van de zogenaamde ‘slowcore’. Dat is zeg maar de slaapverwekkende tegenhanger van grunge. Daar had ik an sich ook al niet zoveel mee, maar van sommige grungebands kon je tenminste nog zeggen dat ze energie hadden. Low had dat niet. ‘Sloom-core’ zou een betere benaming zijn voor hun baksels.

In 2018 sloeg dit sentiment 180 graden om! Low – inmiddels geen band meer maar bestaand uit het Mormonenechtpaar Mimi Parker en Alan Sparhawk, aangevuld met producer BJ Burton (bekend van Bon Iver, Lizzo, Taylor Swift en Miley Cyrus) – bracht dat jaar het adembenemende album Double Negative uit. Het werd mijn plaat van het jaar. Wat een stijlbreuk! Weg was het gepruttel en getokkel. Low ging heftig in de weer met white noise, distortion, overstuurde gitaren, glitch en kapotte muziek, Yeezus-beats. Alle meters gingen zwaar in het rood, maar in al dat lawaai klonk een bijna pastorale verstilling door. Kippenvel.

Hoogdravend

Dat brengt mij meteen op de tweede negatieve factor in de verwachtingen rondom hun nieuwe plaat HEY WHAT. Want net zo’n meesterwerk als in 2018 kunnen ze toch niet nog een keer maken? Deze extreme schok is maar één keer mogelijk.

Volgende punt van buikpijn: nog voordat ik de plaat hoorde, las ik de hoogdravende recensies her en der. Het was The Guardian die zonder ironie schreef over ‘a magnificent redefinition of rock music’. ‘Low ontstijgt op het meesterlijke HEY WHAT alles wat lijkt op popmuziek’, schreef Harry Prenger op TPO. HUMO had het over ‘fluwelen mokerslagen’ en Rolling Stone deed een duit in het zakje met ‘this is Low’s victory’. Dan de uitsmijter in de Volkskrant: ‘Met dit album verpulvert Low zo ongeveer alle andere rockmuziek tot nietig vermaak’. Pfff, dan heb je toch al bijna geen zin meer om überhaupt aan de plaat te beginnen?

Overstuurde sludge

Gelukkig heb ik dat wel gedaan, zeg. Het was alleen niet zo’n shock als in 2018. Zoals gezegd: ik wist even niet wat ik er mee aan moest. De plaat begint met industriële chaos en een stotterende ruis-beat. Wow en flutter, kkkkgggg, alles kraakt weer. De bassen gaan weer diep. Verpletterend lawaai. Maar de samenzang van het echtpaar verdwijnt niet in zeeën van kristalruis, zoals op Double Negative. Dat doet het nergens – hoe far out de sonische experimenten ook zijn, Parker en Sparhawk houden je bij de les. Dat maakt deze plaat iets minder mythisch dan de vorige. Buitenaardse schoonheid is er zeker. Maar het is iets minder compromisloos dan voorheen. Het echtpaar lijkt de chaos enigszins te hebben beteugeld. Ik had verwacht – nee, gehoopt – dat Low na Double Negative nóg abstracter wegen in zou slaan. In plaats daarvan laat HEY WHAT een rijker, gevarieerder geluid horen, met iets meer lucht ook. Dat blijkt luisterbeurt na luisterbeurt eigenlijk veel meer te beklijven. (Een Mel Tormé-achtige crooner als Don’t Walk Away zullen we maar vergeten.) Uitschieters zijn nummers als Hey, dat het concept verstilling in lawaai volledig belichaamt, het staccato White Horses, het scheurende Disappearing en vooral uitsmijter The Price You Pay (It Must Be Wearing Off). Na 42 min of meer overweldigende minuten valt opeens een overstuurde sludgetrack in. De muziek wordt slepender en slepender. De noise bouwt steeds verder op. “It must be wearing off”, zingen Parker en Sparhawk in een mantra, alsof het gaat om de bijwerkingen van de drugstrip van de afgelopen drie kwartier. Het lawaai wordt pijnlijk. En dan opeens: ____ De noise stopt. Het is over.

Ik bleef sprakeloos achter. Besluiteloos. De wereld mag meteen een menig klaar hebben, ik was er nog lang niet over uit. Nog steeds niet, misschien. HEY WHAT is een ambivalent album. Een wereldplaat, dat wel.

Alle beste albums van 2021:

Geef een antwoord