Suuns – Felt

Over de vierde plaat van het kwartet Suuns uit Montreal werd een beetje teleurgesteld gedaan. De band zou niet meer hebben vastgehouden aan het dwarse geluid van haar voorgangers – met name Hold/Still uit 2016. Dat is een beetje elitair. Alsof je moeilijk moet klinken om interessant te zijn.

Het is Suuns in 2018 juist gelukt om dat gemaakte, bedachte los te laten, ten faveure van het losse, frisse geluid waar ze acht jaar geleden de wereld mee verrasten. Meer impact maken door wat lekkerder te gaan klinken. Hoe punk is dat? Dat is dwarser dan dwars. Heel meta allemaal.

Autotune
Meteen vanaf die eerste wriemelende gitaarklanken in Look No Further kruipt Suuns je daarom onder de huid als een shot anabolen of heroïne – wat u wilt. En Suuns blijft de volle drie kwartier in je aderen rondkruipen. De snoepjes die Suuns daarvoor gebruikt zijn krautrockritmes, een technobeat, een heus singersongwriter-liedje (dat volkomen logisch Peace And Love heet), jaren ’80 indierock, IDM en – godbetert! – autotune. Dat is wel andere koek dan de hoekige postrock, freejazz, shoegaze, artpunk met electro waarin Suuns de afgelopen jaren juist in excelleerde. Het is net zo’n onnavolgbare move als die Radiohead vaker maakt, en waardoor we zulke bands juist waarderen.

Leftfield
Ze hebben de laatste tijd veel naar mainstream-pop geluisterd, zo verklaren de vier in interviews. R&B, Frank Ocean, rapper Drake, dat soort dingen. Maar de band continueert doodleuk in haar creatieve gekte. Suuns blijft een uniek geluid houden, ergens ver weg in het leftfield van de popmuziek. Iets minder duister, maar ongemakkelijk, geheimzinnig zijn ze nog steeds. Elektronisch weggezet van de wereld, is het stemgeluid van zanger Ben Shemie nog altijd afstandelijk. Niet verveeld of emotieloos, maar ook niet echt warm vibrerend. Trouwens, zo’n nummer als After The Fall, met van die industrial gitaarerupties, had niet misstaan op het vorige album. Net als het korte instrumentaaltje Moonbeams. Da’s vintage-Suuns.

Kid A
Een van de meest fascinerende tracks op Felt is Control, een hypnotisch nummer waarin Shemie duelleert met opgenomen stukken uit speeches en gesprekken. Daydream is gekkigheid op een hyperpunkbeat waarin alles gaat oversturen, ook de autotune. Lekker, hoor. Bij de afsluiter Materials heeft Suuns de trashy artpunk van de vorige platen helemaal van zich afgeschud ten faveure van subtiele IDM. Je krijgt er een beetje een Radiohead/Kid A-gevoel van – zo anders opeens kan een band dus klinken.

Pusherman
Geïnteresseerd geraakt? Make It Real is een van de meest geruststellende of toegankelijke nummers op de plaat, vol zoete synthesizerklankjes over een laidback achtergrond. Als je ooit een begin wil maken in de weirde Suuns-wereld, dan zou het met deze track kunnen zijn. Grote kans dat je als een junkie alleen maar meer wil. Dan is Felt een succesvolle pusherman geweest.

Alle beste albums van 2018:

Ben Khan – Ben Khan

Een beetje morsige porno, gemaakt in een huiskamer vol vale meubels achter een beschimmeld gordijn. Geschoten met een vettige lens. Zo klinkt het debuutalbum van Ben Khan. En dat is zoooo lekker. Die elektrofunk en r&b hóórt viezig te zijn. Rete-dansbaar is het allemaal. Daar moet je niet al te hoogdravend over doen. Dat mag best lo-fi.

Het is wel apart dat die plaat zo klinkt, want het is niet een van de minste producers die zich er tegenaan bemoeide: Flood, die eerder werkte met U2, The Killers, PJ Harvey, Depeche Mode en Nine Inch Nails. Waarschijnlijk was Flood wijs genoeg om zich niet op de voorgrond te dringen en Ben Khan gewoon zijn vieze ding te laten doen.

Timberlake on acid
De eerste tonen van opener 2000 angels doen aan Moderat denken, met al die synths en vage geluiden. Maar dan gaat Ben Khan zingen, met die fraaie funkfalsetto. Lekker swingend. Daarna volgt het vunzig klinkende do it right, met – best wel typerend voor Ben Khan – van die loopjes die net buiten de beat lijken te vallen. Dat maakt de plaat ongrijpbaar, zeg maar Justin Timberlake on acid. Of de vroege Jamie Lidell. Het thuisknutselwerk van Prince.

Thomas Dolby
Een van de beste nummers op Ben Khan is monsoon daydream. Tussen de electrodrums en de gekke geluiden, is hier ook de Indische afkomst van Khan (zijn vader komt uit Kashmir) te horen in de vorm van tabla’s en een sitar. Daarna neemt hij een beetje vaart terug in ruby, waarin dan weer Oosterse chants verwerkt zitten – al dan niet door een vocoder gehaald. In de verre verte doet het wel aan Thomas Dolby denken, hoewel dat een veel fijnzinniger geluidskunstenaar is.

Nergens melodie
Dan a.t.w. (against the wall). Da’s misschien nog wel de dansbaarste op de plaat. Tussen aanzwellende gitaren, synths en stemmen door kwinkeleert Khan op staccato beat. Ooh, baby! Op het volgende nummer, fool 4 you, houdt hij voor even zijn mond. Zijn hoge stem wordt dan even vervangen door een gitaar met rouwrandjes. Die trouwens geen melodie speelt, hoor. Want daar doet Ben Khan niet aan. Zijn funk bestaat letterlijk alleen maar uit herhalende patronen. Zoals the green, bijvoorbeeld, waarin hij een pact met de duivel sluit. You can have my soul, you can take my soul. Voor het eerst is hier een sax te horen, maar die doet ook niet veel melodisch.

Woppende bas
Letterlijk het meest gestoorde – in de zin van distortion – nummer is our father. Alhoewel het plakkerige merchant prince er ook wat van kan, op dat gebied. Met lekker woppende bas en een alarm dat af lijkt te gaan. Aan het eind gaat Khan twee keer kort de mist in met probeersels die hij net zo goed niet op de plaat had kunnen zetten (dntwntyrluv… en ruby1strecording – een soort voorstudie voor rudy) maar die duren allebei nog geen minuut. Op het laatst komt hij dan weer ijzersterk terug met de synthi-kraker waterfall, waar voor het eerst een deuntje klinkt. En hij sluit zijn sessie huiskamerfunkporno af met nog één keer die falsetto in warrior, dat minimalistisch begint maar eindigt in een zee van distortion en echo.

Alle beste albums van 2018:

Hookworms – Microshift

Microshift is een misleidende titel. Want de band Hookworms onderging de afgelopen donkere jaren niet een kleine verschuiving, maar maakte een total make-over door. Die zorgde dat de band een stuk toegankelijker klinkt dan de gruizige psychedelische rock die het eerder fabriceerde. En ook intenser. De ellende die zanger Matthew “MJ” Johnson bezingt is erger dan ooit tevoren. Maar nu kan er op gedanst worden!

Tot 2015 klonk Hookworms als 13th Floor Elevators uit de jaren ’60, The Jesus And Mary Chain ten tijde van Psychocandy halverwege de jaren ‘80 of Spaceman 3 uit de jaren ’90 en ’00. Gitaren gedrenkt in fuzz, monotone drums en bass en bakken echo in de productie. LSD slikken was eigenlijk niet nodig, alleen al het geluid deed je trippen. Hookworms – uit Leeds – was er redelijk succesvol mee. Maar toen sloeg aan alle kanten het noodlot toe.

Overstroomd, overleden
Het begon in 2015 op boxing day. Niet voor niets heet een van de nummers van de nieuwe plaat ook zo. De rivier de Aire barstte uit haar oevers en overstroomde de wijde omgeving van Leeds. En ook de ondergrondse studio van MJ liep vol water. In één klap was hij alles kwijt, zijn auto, zijn huis (klote, want hij kon zich niet verzekeren omdat het gebied beneden het waterniveau lag), maar ook het archief van de band en alle nieuw opgenomen nummers waren weg (de emotionele schade was veel groter). Het heeft twee jaar geduurd om een nieuwe studio te crowdfunden en op te bouwen.
Tijdens dat proces en het opnemen van nieuwe nummers, overleed de sound engineer en goede vriend van Hookworms. De eerste track van Microshift, die hij nog in rudimentaire versie heeft gehoord op een van hun laatste momenten samen, is aan hem opgedragen. Die heet Negative Space en bevat een aangrijpende zinsnede als “I still always see you when I’m down”. Heel herkenbaar voor iedereen die een dierbare heeft verloren, die zie je zo door de supermarkt of door de straat lopen. Maar dan blijkt het toch een ander.

Depressief dansen
MJ lijdt van kinds af aan aan chronische depressies en daar maakt hij op Microshift geen geheim van. Of er is andere ellende. Ullswater gaat over de plek in Lake District waar zijn vader hem altijd mee naartoe nam voordat Alzheimer zijn geest overnam. Opener gaat over falen. “It’s fine to fail, we all fail”, zingt hij berustend. Daarom is het contrast met de muziek zo groot. Op deze laatste plaat heeft Hookworms de fuzz en de echo grotendeels van zich afgeschud ten behoeve van krautrock-ritmes, Kraftwerk-klanken, Neu!-achtige grooves, electro en videogame muziek. Maar je hoort ook punkfunk en noise. Een beetje jaren ’80-feel zit er wel in, maar het is beslist geen retro! Het meest opvallend is de power van Hookworms op deze plaat. In tegenstelling tot de teksten wordt je er blij van, je krijgt de neiging om te dansen en te springen. Uit je dak te gaan. Zeker op nummers als Negative Space, Ullswater, Opener, met de grootste Kraftwerk-referenties, waarin climax op climax volgt, of Boxing Day, dat in de combinatie tussen dwingende ritmes en freejazz-achtige gitaar- en synth-erupties misschien wel aan Eisbär van Grauzone doen denken. Wat een complete muziek! Waarom is Hookworms niet allang doorgebroken? Ze gaan het vast goed doen op de grote festivals.

MJ en Hookworms zitten nog met een enorme financiële schuld na de overstroming van de studio. Maar dat is een detail. Langzaamaan zijn ze iets moois aan het opbouwen, en ze kunnen leven van hun muziek – vooral ook omdat ze zelf hun manager zijn. Emotioneel lijken ze de klappen helemaal te boven. MJ is er vooral trots op dat ze er samen – met elkaar, maar ook met iedereen om hen heen – zijn uitgekomen. Dat is een feestje waard en zo klinkt Microshift ook. Of beter gezegd: macroshift!

Alle beste albums van 2018:

Giulio Aldinucci – Disappearing In A Mirror

De plaat van deze Italiaan duurt 46 minuten, is de tweede op het Duitse label Karlrecords en vormt een soort tweeluik met z’n voorganger, Borders And Ruins, die vorig jaar uitkwam. Maar dat is allemaal niet zo boeiend. Belangrijker is dat de plaat uiteenvalt in zeven stukken van vijf tot acht minuten waarin telkens iets fascinerends gebeurt.

Iedere keer worden er fragiele gevechtjes gevoerd tussen lang uitgesponnen klanken. Tussen op het eerste gehoor lelijke white noise (‘brutal’ zou misschien nog wel de beste typering zijn) en onwezenlijke vrouwenstemmen – op de track Jammed Symbols. Maar eigenlijk lijkt die noise heel zacht te zijn, wattig als de sneeuw op de hoes van de plaat (of zijn het wolken?). En die stemmen blijken zo koud en afstandelijk als de sterren in een heldere winternacht. Het mooist is het nog als die losse elementen zich langzaam – Giulio Aldinucci heeft ondanks de relatief korte nummers nooit haast – gaan mengen.

Fragiel is ook het gevecht tussen het zachte ritme van de Notturno Toscano (Toscaanse nacht), de stille kriebeltjes van insecten en de synth-stootjes op de achtergrond. En zijn er ergens ook weer stemmen te horen? Het klinkt heel mysterieus, bijna eng soms.
De plaat begint met een spacey geluid dat het midden houdt tussen menselijke stemmen, een synthesizer en distortion. The Eternal Transition (de titel zegt het al een beetje) gaat crescendo, zakt weer in en bouwt weer crescendo op tot een andere klankkleur. Tot de white noise het weer een beetje plat gaat slaan, en dat is goed: zo dringt niks zich op de voorgrond.

Een van de sterkste werken op deze plaat is Aphasic Semoitics, waar ergens ver weg in het spectrum iets van een Gregoriaans koor iets zingt wat weleens wat weg zou kunnen hebben van eventueel een aanzet tot melodie. Klinkt lekker vaag, hè? Zo is het ook bedoeld. En weer komt die white noise er langzaam ingemixt, en gaat ‘ie er weer uit. Met een beetje fantasie zou je die elektronische ruis kunnen voorstellen als een van de stemmen in het koor, dat buitelend en badend in echo over de andere stemmen heen gaat.

Meestal heeft de plaat iets sacraals, maar soms wordt het sinister. In The Tree Of Cryptograhy, bijvoorbeeld, waar de tonen harder en dissonanter worden. Alsof de motorzaag gedempt gaat draaien en zich langzaam omvormt tot een allesverterend wormgat ergens in de rand van dit universum. #ubegrijptwelwatikbedoel, toch?, #neeikhebnietgeblowd. Maar het nummer eindigt dan weer in een soort bucolisch fluitgeluid – met lichte storing. Fragiele gevechtjes, waarin sferen strijden om de voorgrond.

The Burning Alphabet, met haar meerstemmige koorzang die langzaam vastloopt, klinkt als een projector die oververhit raakt – waardoor je als toeschouwer op het grote scherm de filmrol bubbelend ziet branden, maar dan in slow motion. Net als alles op de plaat klinkt het alsof de gebeurtenissen zich ergens anders afspelen. Gedempt. Op een afstand. Geheim. Achter een gesloten deur. De uitsmijter vat het goed samen. Die heet niet voor niets Mute Serenade en is opgetrokken uit een soort van pulserende elektronische klank die steeds meer muteert in een vrouwenstem. Niet een roepende in een woestijn, maar een roepende in de verlaten straten van een De Chirico-achtige stad.

Ik denk dat je wel snapt wat ik bedoel.

Alle beste albums van 2018: 

Julia Holter – Aviary

Julia Holter schrijft geen autobiografische liedjes. Liever laat ze zich inspireren door antieke Griekse cultuur of Franse films uit de jaren vijftig, zoals op vorige albums. Die vult ze dan wel aan met haar eigen herinneringen. Op haar vijfde plaat, die in november verscheen, spelen dichters als Hölderlin en Aleksandr Poesjkin een hoofdrol, en Dante’s Inferno en Tibetaanse monniken en middeleeuwse troubadours en de openingsscène van Andrei Rublev van Tarkovsky en de synthesizermuziek van Vangelis – vooral de soundtrack van Blade Runner. Maar bovenal de Libanees-Amerikaanse dichter en essayist Etel Adnan. Die dichtte de regel ‘I found myself in an aviary full of shrieking birds’. Vandaar de titel van de plaat. “Herinneringen die zich aan je opdringen als krijsende vogels”, zegt Julia Holter. “Beelden van engelen en vleugels. Dat geeft me het idee dat ik boven de materie zweef, boven de werkelijkheid.”

Aviary klinkt soms echt zo kakafonisch als een volière vol krijsende vogels. In de ‘ouverture’ bijvoorbeeld: het massieve dissonante fanfare-achtige geluid van Turn The Light On. Een ander nummer, Everyday Is An Emergency, is dan weer opgebouwd uit geluiden van een doedelzak en claxonnerende auto’s – althans: de eerste helft, de tweede helft is een lieflijke, fluisterzingende pianoballad. Een reflectie op de horror, noemt Holter dat. Want ook in haar hoofd is het soms een kakafonie van horror op verschillende niveaus. Zo was daar een emotioneel uitputtende Twitterverslaving, daar is ze inmiddels van af. Zo is daar Donald Trump, die zit er nog steeds. En zo kampte ze met een #MeToo-spook uit haar verleden. Haar ex is Matt Mondanile, bekend van indiebands als Real Estate en Ducktails. Op Facebook schreef ze dat de ervaringen die zijn slachtoffers deelden, overeenkwamen met de hare.

Maar de anderhalf uur die Aviary duurt kent vele kanten. Er zijn een paar nummers die lekker poppy zijn of zó mooi dat je ze het liefst op een eeuwige repeat zou zetten, zoals I Shall Love 2, Whether en Les Yeux To You. Een aantal nummers zijn opgebouwd op de drone-achtige werking van ijle strijkers. Soms zijn er samplespelletjes met haar eigen – loepzuivere – stem te horen. Dan krijsen de vogels niet, maar kwetteren ze lieflijk. Soms klinkt het weird als Björk, soms als excentrieke klankknutselarij als het beste werk van Kate Bush en als in het nummer I Would Rather See een harmonium voorbij komt, dan moet je onwillekeurig aan de soloplaten van Nico van The Velvet Underground denken.

Veel houvast krijg je niet. Geijkte songstructuren hoor je nauwelijks. Een opbouw in nummers ontbreekt. Hoe je Aviary beluistert, dat maakt Julia Holster niet uit, zegt ze. “Je kunt er een paar liedjes uitpikken en in een playlist zetten. Je kunt alles op shuffle zetten. Het is ook prettig om het op vinyl te draaien. Dan moet je opstaan en de plaat omdraaien: die pauzes zijn fijn.” Aviary is vloeibaar, zo stelt Holster. Het enige ijkpunt is Turn The Light On. Dat is de opener. Denk je. Volgens Julia Holster had het net zo goed de afsluiter kunnen zijn. Het is vloeibaar…

Alle beste albums van 2018: 

Simian Mobile Disco – Murmurations

Van Hustler naar Deep Throat, dat is een beetje flauw gezegd de weg die Simian Mobile Disco de laatste twaalf jaar heeft afgelegd. Het begon met rafelige electropop en hits als Hustler in 2006. Het ging via uitstapjes naar house en minimal techno en liep dit jaar uit in een geweldige samenwerking met het Londense dameskoor Deep Throat (ja, zo heten ze echt) op het album Murmurations.

Op die plaat hoor je canons en coupletten van het vrouwenkoor over elektronische klanktapijten en hypnotische beats. Veel percussie is live opgenomen, waardoor de muziek wat meer organisch klinkt dan Simian Mobile Disco vroeger. Maar het is de samenwerking met het 27 dameskelen tellende Deep Throat Choir die deze plaat zo bijzonder maakt. Soms klinkt de koorzang integraal, soms verknipt en gesampled, soms uit de verte en soms dichtbij. Er zijn meer elektronische albums met een koor gemaakt, maar daar komen die uitersten nooit bij elkaar. Op Murmurations versmelten ’s werelds oudste instrument, de stem, en hypermoderne synths en samplers wel tot één geheel. Soms weet je letterlijk niet waar de menselijke stem eindigt en de machine begint.

Zwerm spreeuwen
Dat was precies de bedoeling. De albumhoes en ook songtitels als Caught In A Wave, V Formation, Gliders en vooral A Perfect Swarm spreken boekdelen. Het zijn golven en vogels in de lucht die de inspiratie voor dit project vormden. De plaat klinkt als een zwerm spreeuwen in beweging op een septemberavond. Letterlijk en figuurlijk. Voor de tracks A Perfect Swarm en We Go lieten James Ford en Jas Shaw van Simian Mobile Disco een aantal dames van het koor schijnbaar kris kras door de opnameruimte lopen, waardoor de stemmen telkens anders klonken in geluid en in volume. Dat je de woorden van de tekst dan niet meer kunt onderscheiden is niet van belang. Het gaat om het sonische experiment. Op die momenten klinkt het Deep Throat Choir als een menselijke synthesizer.

Pompend en stampend
Maar dat zijn niet de enige twee hoogtepunten op Murmurations. De plaat start met ambient-achtig gezang, refererend aan Music For Airports van Brian Eno. Daarna gaat de pompende beat aan in Caught In A Wave. Gliders is knetterend en prikkelend. En dan starten de kerkbellen en de hypnobeat voor het ‘anthem’ Hey Sister, met prachtige hooks en breaks, opbouwend naar een Deep Throat-orgasme. Defender is op zijn manier ook een keiharde stamper. En V Formation klinkt letterlijk als vogels in vlucht.

Jas Shaw en James Ford hebben niet eerder zo’n goede plaat gemaakt. En als we de verhalen mogen geloven waren de spaarzame live-uitvoeringen van Murmurations net zo geslaagd en gelaagd. Het is helaas de vraag of we die nog gaan zien. Na een paar shows in maart werd de gezamenlijke tournee gecanceld, omdat bij Jas Shaw een vorm van beenmergkanker is gediagnosticeerd. Het is te hopen dat we in de toekomst nog veel van de Simians gaan horen.

Alle beste albums van 2018:

Angelique Kidjo – Remain In Light

Er zijn rock-historici die het vierde album van de Talking Heads, Remain In Light uit 1980, hebben uitgeroepen tot De Beste Plaat Ooit Gemaakt. Terecht. Het is de ideale combinatie tussen lichaam en geest: die keihard swingende Afrikaanse polyritmiek met die intellectualistische teksten. Het is ook de ideale combinatie tussen twee culturen: het Afrika van met name de Nigeriaanse Fela Kuti en de New Yorkse art-scene eind jaren ’70 begin jaren ’80.

AH!
Zet die plaat nog eens op en je zit er meteen weer in. “AH!”, schreeuwt voorman David Byrne en dan barst het wilde feest los. Over elkaar buitelende ritmes, hoekige gitaarsolo’s, een synthesizer die als een zaag door de muziek heen gaat. David Byrne zingt gejaagd, neurotisch, angstig soms. Remain In Light is een typische Koude Oorlog-plaat. Langzaam wordt het tempo afgebouwd, via het fascinerende Houses In Motion met de prachtige trompet van Jon Hassell, naar het stemmige Listening Wind en het esoterische The Overload.

OK
Dit is een plaat die op zichzelf staat in de popmuziek. Een begrip, zoals bijvoorbeeld Sgt. Peppers, de eerste Velvet Underground, OK Computer, Unkown Pleasures of Never Mind The Bollocks dat ook zijn. Het is dan ook een hele gewaagde keuze geweest van Angelique Kidjo om anno 2018 Remain In Light integraal te coveren, dezelfde nummers in dezelfde volgorde. Het is geen gimmick van Kidjo. Dat heeft de vrouw ook helemaal niet nodig. Met een aantal Grammy’s op zak en een Unicef ambassadeurschap is zij een van de belangrijkste Afrikaanse artiesten.

Wow
Nee, er zit veel meer achter de keuze. Toen de Talking Heads Remain opnamen, was zij een meisje dat leefde onder Marxistische dictatuur in Benin. De muziek waar ze mee opgroeide – van Fela Kuti tot de Beatles – was opeens verboden. Eenmaal gevlucht naar Parijs, hoorde ze in 1983 op een feestje de hit Once In A Lifetime. “Ik dacht: wow, dit is Afrika”, vertelt Kidjo in een interview. “Maar de mensen zeiden: nee, dit is rock ’n roll.” … Daarmee legt ze de vinger op een zere wond. De Talking Heads werden er destijds van beschuldigd dat ze de Afrikaanse cultuur exploiteerden voor eigen gewin. Onterecht overigens, want als er iemand was die in elk interview benadrukte dat hij de mosterd bij Fela Kuti had gehaald, dan was David Byrne dat wel. Maar de Heads – met name Byrne en producer Eno – gaven hun intellectuele westerse draai aan de afrobeat.

Fon
En wat deed Angelique Kidjo? Ze nam deze verwesterde variant en gaf er weer haar Afrikaanse draai aan. Ze bracht Remain In Light terug naar het eigen moederland. En dat deed ze niet met de minste krachten. Op Remain In Light 2018 horen we de blazerssectie van de afrobeat-revivalband Antibalas uit Brooklyn, we horen Ezra Koenig van indieafroband Vampire Weekend, soulman Blood Orange en we horen Fela Kuti’s oude drummer Tony Allen – de eigenlijke uitvinder van de afrobeat. Hoe het resultaat dan klinkt? Heel wat aardser dan de Talking Heads-versie. Veel Afrikaanser ook, omdat Kidjo soms op de proppen komt met teksten in haar eigen taal, het Fon, en strofen van Fela Kuti. En waar zowel het geluid als de zang bij de Talking Heads wat mager waren, klinkt Remain In Light bij Angelique Kidjo hard, vol en warm. Helemaal 2018.

Hips
Dat het ‘terugclaimen’ van kant 1 van Remain In Light wel zou slagen, mag geen verrassing heten. Dat dwingende swingende van de snelle nummers laat zich wel vertalen naar het Afrika van nu. Teksten als “the world moves on a woman’s hips” (The Great Curve) of “all I want is to breathe… the heat goes on and the heat goes on” (Born Under Punches) passen daar helemaal bij. Dat het ook werkt bij de wat esoterische nummers van kant 2 is wel een openbaring. Nummers als Seen And Not Seen (over iemand die geen gelijke gezichten ziet in de cultuur om hem heen) of Listening Wind (over Mojique die een bom plaatst om de Amerikanen te verjagen die zijn land bezetten) krijgen juist een extra lading.

Angelique Kidjo legde haar werk voor aan elk lid van de Talking Heads. En zij zagen dat het goed was. Remain In Light mocht terug naar Afrika. De cirkel is rond.

Alle beste albums van 2018:

Ezra Furman – Transangelic Exodus

Wat is het toch jammer dat Nederland Ezra Furman nauwelijks kent. Ezra Wíe? Precies. Furman is 32 jaar, opgegroeid in Chicago, homoseksueel, travestiet én praktiserend jood. Dat is een combinatie die je niet vaak tegen komt. Hij is muzikant en nu ook schrijver. In dat laatste zit ‘m misschien wel de crux.

Uitgeverij Bloomsberg geeft een fantastische serie uit: 33 1/3, een reeks kleine, niet al te dikke boekjes over platen die geschiedenis hebben geschreven. En dit jaar publiceerde Ezra Furman een boekje over Transformer van Lou Reed, de beroemde plaat uit 1972, geproduceerd door David Bowie, met onder andere Walk On The Wild Side en Perfect Day erop. Het was de periode dat Lou Reed flirtte met biseksualiteit en travestie en worstelde met zijn streng joodse opvoeding. Reed kreeg zelfs shocktherapie om van zijn ‘ongezonde’ seksueel gedrag te genezen. Maar na een lange reis kwam hij terecht in The Velvet Underground en het circus van Andy Warhol. (Hier een voorpublicatie van Furman.)

Mythische exodus
Het is net zo’n reis die de muzikant Ezra Furman beschrijft op zijn album Transangelic Exodus, dat kort voor of kort na zijn 33 1/3-boekje uitkwam. Furman verzint hier een soort mythische exodus: hij wordt verliefd op een engel en samen gaan ze er vandoor. Eigenlijk doet hij op muziek hetzelfde als in zijn journalistieke essay over Lou Reed. Hij beschrijft de glorie en de tragiek van Amerikaanse queers vanuit allerlei verschillende invalshoeken. Precies wat Reed deed, meer dan veertig jaar geleden.

Impact
En laten we wel zijn: Ezra Furman is net zo’n begenadigd songwriter als Lou Reed. Qua impact doet Transangelic Exodus niet onder voor Transformer! Maar waar de plaat uit 1972 een echt hit-album is, erg smooth geproduceerd en een beetje laid back uitgevoerd, is Transangelic Exodus een rauwere trip. Een veel veelzijdiger plaat ook. Bij Ezra Furman horen we Reed-rock, Beach Boys-pop, fifties doowop, maar ook industrial noise, modern klassiek en dance-ritmes. Er zijn xylofoons, bugelhoorns en cello’s. Maar hoewel de plaat een veel gelikter geluid heeft dan de zes eerdere van Ezra Furman, klinkt ‘ie vergeleken bij Transformer scherp en ongepolijst. Eerder als The Velvet Underground anno 2018. (Lees hier hoe ik The Velvet Underground ontdekte.)

Hoogtepunten
De hoogtepunten van Transangelic Exodus? De plaat begint met de vampierrocker Suck The Blood From My Wound, waarin Furman wacht op zijn deus ex machina en met zijn engel het ziekenhuis uit vlucht. Amerika in! Het kan hem niet schelen wat ‘ze’ er van vinden: “Angel, don’t fight it, to them you know we’ll always be freaks”. Daarna volgt een synthi-stuk: Driving To LA, met corny doowop koortjes en een schreeuwende Ezra. God Lifts Up The Lowly is een dramatische cello- en pianoballad, geïnspireerd op een traditioneel joods gebed: de Amidah. No Place is zo’n typische harde Reed-rocker, vertaald naar de 21e eeuw. The Great Unknown is vooral opvallend door de schreeuw die in de beat verwerkt is. Maraschino-Red Dress $8.99 At Goodwill is volgens Furman’s eigen zeggen ‘een van de treurigste dingen die ik ooit heb geschreven’. Het gaat over de paradox tussen de uiterlijke schijn van travestie en glamrock enerzijds en de joodse traditionele gebruiken aan de andere kant. Een paar nummers verder knalt Ezra Furman met Love You So Bad. Als die wat gangbaarder geproduceerd zou zijn, dan zat daar een wereldhit net zo groot als Walk On The Wild Side in. Luister vooral ook naar de melancholische tekst over hoe alle opwinding uit je puberteit kan vervliegen tot iets saais, burgerlijks, treurigs. Een-na-laatste op de plaat is Psalm 151, een slepende song en een beetje het sleutelnummer van de plaat – als je het ook echt opvat als een conceptalbum. Ga maar luisteren. En dan is er nog I Lost My Innocence. Dat is een poppy dingetje, beetje Beach Boys, en de reis lijkt te eindigen in berusting. “I lost my innocence to a boy named Vincent” (goeie rijmelarij!) en “I found my angel on a motorcycle, I’m a queer for life, outlaw, outsider”…

… Hoe zinloos is dit? Van Transformer ga je ook geen hoogtepuntjes opsommen. Zou je dat doen, dan krijg je het rijtje: Vicious, Andy’s Chest, Perfect Day, Hangin’Round, Walk On The Wild Side, Make Up, Satellite Of Love, Wagon Wheel, New York Telephone Conversation, I’m So Free en Goodnight Ladies. Allemaal dus. Analoog daaraan moet je ook Transangelic Exodus van Ezra Furman van A tot Z beluisteren.

Alle beste albums van 2018:

Yves Tumor – Safe In The Hands Of Love

Vaak scan je een recensie op namen van andere artiesten die genoemd worden, om je een beeld te vormen van wat een muzikant of band maakt. Referenties. Nou, daar is bij Yves Tumor geen beginnen aan. Je pakt een stapeltje artikelen erbij (New York Times, HUMO, The Guardian, NRC, de Standaard, The Observer). Wat kom je dan tegen? Ariel Pink, Massive Attack, Arca, Sun O))), Jodeci, Lil Peep, Aphex Twin, Morrissey, Mykki Blanco, kunstenaar Kenneth Anger. Tja, wat heb je aan zo’n lijstje? Safe In The Hands Of Love, de laatste plaat van Yves Tumor is ongrijpbaar. Net als de rest van zijn werk. Muziek voor de durvers dus.

Net zo diffuus is wie Yves Tumor is, waar hij is of wat hij is. Soms kom je ook de naam Sean Bowie tegen of Rahel Ali als alternatieve pseudoniemen voor die naam die niet waar kan zijn. Naar het schijnt woont en werkt Yves Tumor in Italië, naar het schijnt is hij door en door Amerikaans muzikant. Producer uit Tennessee. En ergens werd hem ook een Franse afkomst toegeschreven. Het blijft gissen. Er zijn nauwelijks interviews of foto’s gepubliceerd. Hoe oud is hij? Is hij LHBTQI?

911
Vragen, vragen, vragen. Wat je wel weet is dat dit zijn derde plaat is. Enig houvast biedt je het feit dat die is verschenen op het prestigieuze WARP-label en dat is doorgaans een garantie voor kwaliteit op het gebied van ambient en electro. Dat is ook wat Yves Tumor biedt, maar het is veel meer dan dat. Noid is een jaren ’90-achtige track met gierende gitaren en van die typische synthi-strijkers. En daaroverheen roept Yves Tumor ‘911’ en herhaalt hij het mantra ‘Sister, mother, brother, father / Have you, have you looked outside? / I’m scared for my life / They don’t trust us / I’m not part of the killing spree / A symptom, born loser, statistic’. Meteen daarna komt een triphop-achtig nummer: Licking An Orchid, gecombineerd met een laag noise waar Portishead voor terug zou deinzen. Misschien wel de meest aangrijpende track is Lifetime, waarin Yves Tumor’s raps zo emo klinken als Lil Peep. Hij rapt over hoe hij werd weggehouden van de mensen die hij lief heeft. ‘I swear it’s torture / I miss the days out in Biscane / I miss my brothers’. Het is op dit album vaak huilen en dansen en chillen tegelijkertijd.

Beach goth
Plunderphonics, noise, post-industrial, ambient punk, breakbeat pop, allerlei etiketjes komen voorbij. ‘Beach goth’ kwam je zelfs ergens tegen… En soms zijn het gewoon verwarrende klanken, niets meer en niets minder, zoals in de afsluiter Let The Lioness In You Flow Freely (prachtige titel trouwens). Dat nummer klinkt op het eerste gehoor als ziekelijke chaos, maar er zit zoveel onder. Laat je nou eens niet afschrikken door wat je denkt dat lelijk is. Lelijk is eigenlijk mooi, ofzo. De plaat eindigt even verwarrend als al deze verhalen over Yves Tumor. De noise verdwijnt, je hoort nog even een Caribische sample: ‘let me be your angelfire, let me be your angel’. En dan is het gedaan. Na precies 42 minuten is het plop uit. En dat is veel te snel. Je wilt Yves Tumor nog veel beter leren kennen.

Alle beste albums van 2018:

Groove Boys Project is playing at my house

Nee, we zijn geen LCD Soundsystem. We kunnen dus niet zeggen ‘Daft Punk is playing at my house‘. Maar…

Vandaag is Bed & Breakfast Hommelseweg omgebouwd tot homestudio. Groove Boys Project uit Parijs gebruiken het om te oefenen voor hun optreden op 21 april in LuxorLive Arnhem. Lekkere disco/house 90’s style, fijn zomers ook. Wij kunnen nu meegenieten vanaf ons terras in de zon. Ze klinken geweldig! Go check them out.

Wacht maar. Ooit zal James Murhy (van LCD) jaloers zijn dat wij Groove Boys Project in huis hadden en hij alleen maar Daft Punk.