Happy birthday, Another Green World

Op deze dag in 1975 bracht Brian Eno het album Another Green World uit. So happy birthday!

Niet gelogen. In de jaren zeventig waren er graffitispuiters die ‘Eno = God’ op de muren schreven. En dat klopte ook wel een beetje, zowel terugkijkend als met vooruitziende blik. Denk maar aan zijn werk voor Roxy Music als weirde glamrock-toetsenist, later als uitvinder van ambient music, als maker van abstracte elektronische museummuziek bij video-installaties, als geluidsbeeldhouwer voor de beste platen van de groten der aarde (Unforgettable Fire van U2, Remain In Light van Talking Heads, Viva La Vida van Coldplay en vooral Low en “Heroes” van David Bowie), als bedenker van melancholische filmmuziek bij niet bestaande films én als briljant liedjesschrijver samen met bijvoorbeeld John Cale, David Byrne of Karl Hyde van Underworld. Altijd was en is Brian Eno briljant. En nou is Another Green World misschien niet zijn beste plaat – al zeggen veel recensenten en collega-muzikanten (Prince en Yello bijvoorbeeld) dat – het is wél de plaat waarop fragmenten van al die aspecten van Eno’s carrière te horen zijn. Alsof in precies veertig minuten een blauwdruk van God is te beluisteren. Sommige recensenten zien de plaat dn ook als een Steen van Rosetta voor de moderne muziek, zonder welke er geen Sigur Rós zou zijn of Mogwai, of Animal Collective en Grizzly Bear, geen LCD Soundsystem of Alt-J.

De sfeer van de plaat, de hoes en de titel, het doet allemaal erg denken aan die typische science fiction-boekjes uit de jaren zeventig. Ouderen kennen die nog wel uit de zwarte beertjes-reeks van Bruna, met schrijvers als Robert A. Heinlein, Philip K. Dick en vooral Isaac Asimov. Het bleek dat Eno daar inderdaad door geïnspireerd was, zo vertelt hij in 1975 aan muziekblad NME: “I read a science fiction story a long time ago where these people are exploring space an they finally find this habitable planet. It turns out to be identical to Earth in every detail. And I thought that was the supreme irony: that they’d originally left to find something better and arrived in the end – which was actually the same place. Which is how I feel about myself. I’m always trying to project myself at a tangent and always seem eventually to arrive at the same place.” En passant verklaart Eno hiermee zijn experimenteerdrang, die op Another Green World goed is te horen. Tekenend is dat Eno in hetzelfde jaar de plaat Discreet Music uitbracht, vol lange stukken met zachte elektronische klanken die niet op de voorgrond treden – een iconisch en indrukwekkend album: de officiële eerste ambient-plaat uit Eno’s oeuvre.

Op een of andere manier wordt Another Green World gerekend tot het rijtje van vier ‘vocale platen’ die volgden op zijn vertrek uit Roxy Music. Anderen hebben prachtige titels als Taking Tiger Mountain By Strategy, Here Come The Warm Jets en Before And After Science. Maar op Another Green World zijn maar vijf van de veertien nummers gezongen. De veelal instrumentale stukken worden volgespeeld door vrienden van Eno uit de ‘superbands’ van de jaren zestig en zeventig: drummer Phil ‘Against All Odds‘ Collins uit Genesis, Percy Jones uit Soft Machine, gitarist Robert Fripp uit King Crimson en violist John Cale uit Velvet Underground. Zelf speelt Eno instrumenten met zelfbedachte namen als ‘snake guitar’, ‘prepared piano’, ‘uncertain piano’, ‘anchor bass’, ‘choppy organs’ of ‘spasmodic percussion’. De nummers zijn kort en fragmentarisch. Snapshots bijna. Van verlaten stranden, herfstbossen, sterrenhemelen, wolkenluchten, ruimteschepen, hagedissen… Alles is rustig en elegant, very English ook. De muziek is niet vrolijk of treurig, heeft schijnbaar niet zoveel van doen met menselijke emoties. En tegelijkertijd juist weer wel. De fragmenten bevatten telkens iets melancholisch en klinken onaards mooi (weer science fiction-achtig). Soms hoor je minimal music, soms jazz, krautrock of ‘kosmische musik’, folk, art-rock, electronica. Sky Saw heeft een soort drone. St. Elmo’s Fire bevat een vreemd uitbundige gitaarsolo (van Fripp). Het zachte Zawinul/Lava klinkt letterlijk als het begin van Discreet Music – zelfde piano, zelfde tonen. Het rustig industriële The Big Ship is al als soundtrack gebruikt voor verschillende science fiction-films. De percussie op Sombre Reptiles klinkt duister als het duisterste werk van de Residents. Everything Merges With The Night is zo’n mooi voorbeeld van Brian Eno’s vakmanschap als songschrijver – en als zanger, trouwens. Little Fishes is doorzichtige schoonheid met rinkelende waterbellen. Becalmed klinkt als een eenzame zonsondergang op een lichtroze strand. En de titeltrack, die is zo mooi. Je zou willen dat ‘ie eeuwig door zou gaan. (Maar hij duurt op de kop af maar 101 seconden, inclusief een ‘fade in’ van bijna 20 seconden – gelukkig is op YouTube iemand zo slim geweest om ‘m tot in ieder geval 10 minuten te rekken.)

Dit album is prachtig en veelzijdig. Onvoorstelbaar dat Eno de studio in dook met helemaal niks, zelfs geen clou van wat hij wilde. Hij ging op reis en op zoek – aan de hand van een set kaarten met Oblique Strategies. Om weer uit te komen op dezelfde plaats. Hier. Nog een groene wereld.

Meer jarige platen?

William Doyle – Your Wilderness Revisited

In 2010 maakte The Arcade Fire hun beste album tot nu toe: The Suburbs, dat volledig gaat over het opgroeien in buitenwijken van Amerikaanse steden als Houston. Heeft William Doyle nu met Your Wilderness Revisited de Engelse pendant gemaakt?

Monowijken, doorzonsteden, vinexia, tuinsteden, uitbreidingswijken, voorsteden, woonerfparadijzen, plantafelsteden, sherrywijken, slaapsteden, bloemkoolwijken of zoals ze in het Engels zo mooi zeggen: a sprawl of houses. Of het nou in Amerika, Engeland of Nederland is, overal zijn ze te vinden. Het draait er vooral om verveling. Verveling gestold in baksteen en asfalt, omringd door stoepgroente, veel perkjes en houtwallen. Lees de roman Lelystad van Joris van Casteren uit 2009 er maar eens op na. Hij omschrijft treffend het totale gebrek aan verbeelding.

“In Lelystad waren de dingen zoals ze waren. Een brievenbus was een brievenbus, een parkeerplaats een parkeerplaats. Bomen leken niet op kromgegroeide gestalten, ze waren netjes aangeplant. Niets leek ergens anders op, alles leek op zichzelf. Lelystad was een serum tegen de verbeelding.”

En:

”Lelystad was gemaakt door praktische mensen die niets aan het toeval wilden overlaten. Elke mogelijke aanzet tot chaos was bij voorbaat beteugeld. In Lelystad bestonden geen onverwachte vormen die associaties opriepen.”

Apathisch
Win Butler beschrijft hetzelfde. In het titelnummer van The Suburbs zingt hij bijvoorbeeld over de revolutie, een puberale ‘suburban war’. Die komt er niet van omdat iedereen in de jaren zeventig-wijken te apathisch is. En nog zoiets: aan het eind van de plaat zingt Butlers vrouw Régine Chassagne in The Sprawl II: “They heard me singing and they told me to stop / Quit these pretentious things and just punch the clock”, om vervolgens eindeloze bergenreeksen van ‘dead shopping malls’ te zien.

De nieuwe wijken van de 20e en 21e eeuw lijken te zijn gebouwd om iedereen in een stramien te duwen. De stedenbouwkundigen geloofden werkelijk dat ze op zo’n manier een perfecte samenleving konden schapen, zo blijkt ook uit de stukjes geschiedschrijving in Van Casterens boek. Wat ze vooral creëerden was saaiheid, en op den duur verval. De wijken horen van mensen te zijn, maar in suburbia is het andersom: de mensen zijn ondergeschikt aan het stedenbouwkundig plan. En dat is dodelijk.

Universeel
The Suburbs of Your Wilderness Revisited hadden dus typisch Nederlandse platen kunnen zijn. En andersom hadden Lelystad of het Millersdale van Boyle in Zuid-Engeland net zo goed de Woodlands-verkaveling in Houston kunnen zijn, waar Arcade Fire-voorman Win Butler en zijn broer William opgroeiden. Suburbia is misschien niet universeel, maar toch zeker een gedeeld gevoel in de hele westerse wereld.

David Lynch
The Suburbs appelleert aan een soort van Wonder Years-gevoel, dat veel (dertigers), veertigers en vijftigers moeten herkennen. Jeugdsentiment naar de tijd dat alles zich traag maar overzichtelijk voortbewoog. (Luister maar naar We Used To Wait van The Arcade Fire.) Waar elk detail werd uitvergroot. Want ja, in suburbia gebeurde nooit iets… Dacht je dan. De nieuwbouwwijken hebben een Wonder Years-kant, maar ook een donkere David Lynch-kant (denk maar aan Blue Velvet). En er speelt zich allerlei ellende a la American Beauty af, verborgen achter de gevelrijen en voortuintjes van de slaapsteden.

Veranderen
William Doyle, Win Butler en Joris van Casteren keren alledrie terug naar hun suburbia. Op Your Wilderness Revisited enThe Suburbs en in Lelystad nemen zij allen de rol aan van ‘betrokken toerist’. Ze zijn op zoek naar het Wonder Years-gevoel, maar komen bedrogen uit – William Doyle nog het minst, hij is vooral overweldigd (“And so everything fell upon me / Cascading indefinitely”, zo opent hij zijn plaat).
De markante figuren uit hun tijd, hun jeugdvrienden, familie, ze zijn grotendeels verdwenen of compleet veranderd. Hun geest bleef niet in de kale stenen en het grijze beton hangen. “It felt like my hometown left with the people”, zegt Butler in een interview. “It’s someone else’s town now, but it’s not my town.” Dat is best logisch. De nieuwbouwwijk is niet bedoeld als bibliotheek van herinneringen, zoals de oude stadscentra dat zijn. Ze zijn ook niet bedoeld om je aan te hechten. Ze zijn gebouwd om te veranderen, zo concludeert Butler in Suburban War:
“This town’s so strange / They built it to change / And while we’re sleeping, all the streets, they rearrange”

Non-descript
Butler had net zo goed de betrokken toerist kunnen uithangen in de Tarthorst. Alle nieuwbouwwijken blijken inwisselbaar. Of Toolenburg Zuid. Brandevoort. Passewaaij. Baanhoek West. Dierdonk. De Groote Wielen. De Leesten. Holbroek Zuid. Hatert. De Reeshof. Floriande. Waterdonken. Het Onderdijks. Dragonder Oost. De Eijken. Weidevenne. Hulzebraak 3. Zilverackers. Beverwaard. Ossehaar. De Piekenhoef. Wissinkbrink. Roombeek. Bangert-Oostpolder. Vleuterweide. Hamburgerbroek. De Blauwe Zoom. De Vosholen. Veller. Vaesrade. Het zijn non-descripte namen voor even non-descripte wijken in Nederland, en het maakt– als niet stedenbouwkundige – ook niet uit in welke tijd ze gebouwd zijn. De herinneringen zijn toch vervaagd.

Marcel Proust
Of niet? William Doyle staat in die zin tegenover Butler en Van Casteren. Hij zwelgt in de hernieuwde kennismaking – een beetje zoals in À la recherche du temps perdu van Marcel Proust. “The architecture and the planning of the modern British suburb influenced this album as much as the experiences and emotions I superimposed upon that landscape at a formative age,” schrijft Doyle over de invloed van de county of Hampshire op zijn plaat. “I started creating in these places, I started to expand myself in these places, I grappled with grief and loss in these places.” En nu ziet hij vooral ook de schoonheid van de suburbs waar hij is opgegroeid.

Intellectualistisch
Muzikaal doet Doyle’s plaat wel denken aan The Arcade Fire, maar er zijn ook associaties met de vroege Genesis. Je hoort jazz en ambient, krautrock, blue-eyed soul en melodische pop: een ‘fine blend’ van stijlen en genres die nog het dichtst in de buurt komt van Another Green World van Brian Eno – alhoewel William Doyle veel uitbundiger zingt. Het album is wel erg intellectualistisch en minder op gevoel. Als je dan perse zou willen vergelijken met The Suburbs, dan valt dat volledig in het voordeel van die laatste uit.

Design guide
Niks ten nadele van William Doyle. Hij zette voor Your Wilderness Revisited zijn succesvolle synthipop-carrière als East India Youth aan de kant en maakte gewoon een prachtplaat. Het project krijgt zelfs de goedkeuring van De Allerhoogste… Brian Eno is fan en doet even mee op het nummer Design Guide. In het intro leest hij een aantal holle ontwerperstermen op, waar de stedenbouwkundigen en architecten van suburbia zich aan mogen houden. “Distinctive and positive identity… An understandable layout… A sense of place… Informal interaction among people… Locally distinctive… Safe… Welcoming… Create visual interest… Active street frontages… The presence of gateways… Adaptability within the open space… Decreasing dependency… A sense of community… “

Het stedenbouwkundig plan. Dodelijk? Of moeten we wat meer door de ogen van William Doyle kijken?

Alle beste platen van 2019:

Biosphere – The Hilvarenbeek Recordings

Het begint met ruisende wind over wuivend gras – gek eigenlijk hoe oorverdovend dat kan klinken. Daarna vogels in de verte. Er gaat een vliegtuig over. We horen boer Jan zijn koeien roepen: “Hee, heja! Kómaan! Kom kom kom!” De koeien loeien. En dan gaat de veldopname over in een zachte elektronische pulse met een diepe baslijn. Welkom in Hilvarenbeek. ’s Nachts hoor je er een onrustig fladderende vleermuis (in het stuk met de Latijnse naam voor vleermuis: Pipistrellus) en schreeuwende en fluitende uilen (in Strigiformes). We brengen geluidsbezoekjes aan natuurgebied de Rovertse Heide en aan molen De Doornboom met ratelende en bonkende maalkoppels die fascinerende repetitieve ritmes voortbrengen.

The Hilvarenbeek Recordings van Biosphere klinkt vooral pastoraal. De natuur speelt de hoofdrol omdat Biosphere – het pseudoniem van de Noor Geir Jensen – field recordings heel subtiel aanvult met muziek, als een licht laagje onder het Brabantse geluid, of soms met helemaal niets zoals bij de vleermuis of in De Doornboom. Soms zijn er geen veldopnames maar verklankt Jensen zelf het landschap, zoals in Rovertse Heide of Hilsondis, de adellijke vrouw uit de tiende eeuw na Christus die de plaats Hilvarenbeek haar naam gaf. Het is vaak heel loom, dromerig en verstild als een warme zomerdag. Luister bijvoorbeeld maar naar het voorzichtige Audax of uitsmijter Icoon die teruggrijpt op de opener ’t Schop. En zo is de cirkel weer rond.

Meestal zijn het spectaculaire plaatsen waar Biosphere, al drie decennialang
ambient-grootheid, zijn opnamen maakt. Zoals Spitsbergen, waar hij vandaan komt, de woestijn bij Los Alamos in de Verenigde Staten waar atoomproeven werden gedaan of de reis van de voet naar de top van een van de hoogste bergen in de Himalaya. Maar hij maakt net zo makkelijk iets boeiends van het West-Brabantse landleven. In 2013 werd Geir Jensen door het festival Incubate uitgenodigd om een week lang veldopnamen te maken bij biologische boerderij ’t Schop van boer Jan van den Broek in Hilvarenbeek, om die te verwerken in muziek. Het werd een ultieme ambient-plaat, eentje die zich in de geest van grondlegger Brian Eno nergens opdringt – je hoeft er niet naar te luisteren, er zit weinig spanning in. Heel comfortabel, maar waarop tegelijkertijd heel veel spannends gebeurt.

Vier van de tracks werden in 2016 op een EP uitgebracht zonder dat Jensen er van wist. Toen ‘ie er achter kwam, liet hij de plaat uit de handel nemen. Pas aangevuld tot acht tracks was zijn sonische verbeelding van het Brabantse platteland compleet en zag een volwaardig The Hilvarenbeek Recordings in mei van dit jaar het levenslicht. Die is alleen al door zijn hoes de moeite waard. Die is mooi om bij weg te dromen als je luister naar het beste werk van Biosphere sinds jaren.

Alle beste albums van 2018:

Joseph Shabason – Aytche

Het is hem gelukt. Ergens in een interview vertelde Joseph Shabason over de eerste keer dat hij Fourth World, Vol. 1: Possible Musics van Jon Hassell en Brian Eno hoorde. Zulke gekke geluiden, zulke solo’s, zo’n impact, dat wilde hij ook maken. Nou, Aytche, de eerste soloplaat van Shabason grijpt je op dezelfde manier! Het enige verschil is: Jon Hassell betoverde je met zijn trompet, Joseph Shabason doet het met de sax.

Dat hadden we niet direct achter hem gezocht. Joseph Shabason komt uit Canada, is lid van de band Destroyer en werkte met The War On Drugs. Maar dat klinkt totaal anders dan Aytche (wat je uitspreekt als het Engelse ‘8’ – vraag me niet waarom). De muziek op Shabason’s soloplaat houdt het midden tussen jazz, ambient en experimenteel elektronisch. Shabason gebruikt veel field recordings: er klinken vogels, ergens hoor je een hond blaffen. Heel bijzonder is het nummer Chopping Wood, waarop hij een Albert Ayler-achtige freejazz-solo speelt, ritmisch begeleid door het hakken van haardhout.

Dense chordal texture
Het meest in de buurt van de beroemde Hassell/Eno-plaat komen nummers als Long Swim en Looking Forward To Something, Dude. Zoals Jon Hassell destijds zijn trompet een onverklaarbaar geluid meegaf, zo klinkt nu de sax van Shabason. Die wordt door allerlei elektronica gehaald, gedubd en soms wordt een partij meermalen over elkaar ingespeeld – met een soort buitenaardse vibrato als gevolg. Zelf omschrijft hij dit saxofoongeluid als ‘dense chordal texture’. Een typering die bijna 38 jaar geleden ook zou kunnen opgaan voor Hassell’s getrompetter (Fourth World verscheen eind januari 1980) – en nog steeds trouwens, want de nu 80-jarige Hassell doet rustiger aan, maar heeft zijn instrument nog niet aan de wilgen gehangen.

Brutal tracks
Er staan ook een paar ‘brutal’ tracks op Aytche. Op Smokestack en vooral Belching Smoke wordt het softe saxofoonkoor opeens ondersteund door rauwe gitaarklanken. Zoals op alle tracks op deze plaat, wordt het erg spannend als je er aandacht aan geeft. Bijvoorbeeld als je luistert met oortjes in of koptelefoon op. Tegelijkertijd wordt Shabason’s muziek niet opdringerig als je er wat minder aandacht aan geeft – zoals ambient hoort te zijn. Oppervlakkig gezien is Aytche een easy-going plaat, maar het album heeft een geheimzinnige, mystieke, soms wat donkere onderstroom vol subtiele sonische avonturen.

Holocaust en Parkinson
Wat je ook met deze info of deze plaat doet, geef in ieder geval het nummer Westmeath de aandacht die het behoeft. Het is een van de nummers waarop multi-instrumentalist Shabason zijn sax neerlegt en zich helemaal toelegt op synthesizers en samples. Het is ook het enige nummer waarop de menselijke stem (gesampled) is te horen. Een onbekende man mompelt: ‘My father died in ‘76’. Uit een bed van elektronische klanken valt daarna nog veel op te maken. Zoals: ‘The pain was too much for him… last act of individual strength…’ Waar gáát dit over? Shabason laat het in het midden. Hij is kleinzoon van overlevenden van de holocaust. Zijn schoonvader kampte met de progressieve ziekte Parkinson. Zo treurig, hij was professor en ‘his mind was his everything’ aldus Joseph Shabason. Zijn moeder heeft kort geleden dezelfde diagnose gekregen…

Hoe dan ook. De saxofonist heeft filmer Maxwell McCabe-Lokos een clip laten maken bij Westmeath. Die is tot tranen toe ontroerend – kijk hem helemaal uit.



Alle beste albums van 2017: