Sharon Van Etten – Remind Me Tomorrow

Bij de naam Sharon Van Etten zou je kunnen denken aan een struise Brabantse die met forse uithalen galmt over de muziek van een of andere Finse symfonische metalband. Terwijl thuis in de buitenwijk haar hondje op haar wacht… Maar niks is minder waar. Van Etten is een indie-folkie die uit een hippe koffietent in New York is geplukt. Ze heeft wel een Nederlandse naam, maar de in New Jersey geboren 38-jarige gaat al generaties terug in Amerika.

Twin Peaks
Maar dat beeld van sobere folkie klopt nu ook niet meer. Het is inmiddels vijf jaar na haar voorlaatste plaat. In de tussentijd werd Sharon Van Etten moeder van een zoon, studeerde af voor therapeut, acteerde in de Netflix-serie The OA en was nachtclubzangeres in de nieuwe editie van Twin Peaks van regisseur David Lynch (de opvolgster van Julee Cruise, zeg maar). De nieuwe plaat kon dus niet meer met alleen gitaar, piano en warrige haardos. Op Remind Me Tomorrow is het elektronica dat de klok slaat. Synths, drones en drumcomputers. Vooral op de Jupiter4-synthesizer werd ze verliefd. Ze noemde er zelfs een nummer naar.

Gothic
Dat galmen klopt trouwens weer wel. Van Etten heeft een stem als een klok. Ze zingt soms statig en dwingend, gothic, zeg maar – denk aan PJ Harvey, Zola Jesus of Siouxsie Sioux – maar soms ook ijl als Julee Cruise (op Memorial Day). Wat je nog meer hoort op Remind Me Tomorrow? De eighties-powerpop van Pat Benatar of Chrissie Hynde van The Pretenders, de sensuele intensiteit van Portishead uit de jaren negentig, de dwingende synthesizerloops van Suicide anno 1977, zuigende stofzuigersynths en gitaarerupties zoals op Hours of Earthling van David Bowie. Triphopbeats. Maar bovenal hoor je door alles heen de dromerige donkerte van de films van David Lynch.

Kooks
Het hele album is indrukwekkend. Maar er zijn uitschieters. De dreigende single Seventeen bijvoorbeeld, en het moment waarop ze het uitschreeuwt “I know that you’re gonna be / You’ll crumble it up just to see / Afraid that you’ll be just like me”. De inmiddels 38-jarige zangeres kan zich nog herinneren hoe moeilijk verwarrend het was als 17-jarige bakvis, en wat staat hen allemaal nog te wachten… Op Malibu legt ze een schrijversvakmanschap (m/v) a la Bruce Springsteen aan de dag. Prachtig is het dwingende ritme van de synth-rocker Comeback Kid. Nog een stap verder gaat Hands. Dat is heftiger, lawaaiiger, chaotischer, abstracter. Memorial Day is spannend en slepend. Bezwerend. De opener I Told You Everything is juist heel dramatisch. “Sitting at the bar, I told you everything / You said, ‘Holy shit, you almost died’…”, klinken de eerste regels van het album. De plaat eindigt met Stay, een lief liedje voor haar jonge zoontje. “You won’t let me go astray. You will let me find my way”, zingt Sharon Van Etten in wat we met een beetje goede wil Kooks van 2019 kunnen noemen – dat David Bowie in 1972 maakte voor zoontje Zowie.

Gelukkig heeft die fictieve Finse symfo-rock nooit vat op haar gekregen en heeft ze de indie-folk van zich afgeschud. Sharon Van Etten is in 2019 geen baanbrekende avantgarde gaan maken, maar wel intense, krachtige en onweerstaanbaar mooie muziek. Ze fabriceerde zo de plaat die dit jaar het vaakst uit mijn speakers knalde. Chapeau en bedankt daarvoor!

Alle beste albums van 2019:

De beste albums: 17 van ‘17

– Dus… 2017 was het jaar van David Bowie.
– Huh? Maar die is toch begin vorig jaar al overleden?
– Klopt. Maar kijk eens naar deze eindlijst… Zijn geest leeft voort.

Want wat zien we allemaal in deze lijst van 17 beste platen van 2017? Een onversneden protegé (David Bowie noemde Lorde ‘the future of popmusic’), een samenwerkingspartner die te verlegen was om Bowie’s muziek teveel aan te pakken (James Murphy van LCD Soundsystem). We zien een muzikant die zijn tegenspeler was in een Japanse oorlogsfilm (Ryuichi Sakamoto) en synthesist Alessandro Cortini van de band die ooit met Bowie het podium deelde (Nine Inch Nails). Er is een uitgesproken fan die qua ‘sound and vision’ net zo goed haar vrouwtje staat (St. Vincent). En we zien twee jazzo’s (Joseph Shabaton en Colin Stetson) die niet eens hadden misstaan op Bowie’s laatste album Blackstar.

Arcade Fire
De enige die we moeten missen in deze lijst is Bowie’s favoriete band: The Arcade Fire. Zij maakten in 2017 sowieso de song van het jaar met Everything Now, en ook de nummers twee en drie kwamen uit hun koker (Sings of Life en Creature Comfort). Maar over de gehele linie was hun album geen groot genoegen. Ze presteerden het zelfs om er mislukte reggae-dingen op te zetten. En daarmee spiegelden zij – onbewust – de allerslechtste plaat uit Bowie’s carrière: Tonight uit 1984.

Ruk
Okee, dan nog wat keuzes die deze eindlijst hebben bepaald. Veler favoriet The War On Drugs kwam er niet in. Ik vind dat zij vooral een saaie plaat hebben gemaakt – zij zijn de Dire Straits van dit jaar. Met rap en hiphop ben ik al een paar jaar een beetje klaar, hoewel ik het keer op keer probeer. Dus ook Vince Staples en Kendrick Lamar zijn meestal mwoh. En de Nederlandse favo Ronnie Flex vind ik vooral erg ruk.

Bubbling under
Er waren natuurlijk ook afvallers die mij zeer aan het hard gingen. Die wil ik nog even een eervolle vermelding geven. ‘Bubbling under’ in 2017 waren: Xiu Xiu met Forget, Dirty Projectors met hun gelijknamige plaat, erg fijn werk van Hauschka (What If), Kelly Lee Owens, Blanck Mass, Orson Hentschel met Electric Stutter, Planetarium (het project waar onder andere Sufjan Stevens aan meedeed), Ghostpoet, Zola Jesus (zoals elk jaar weer fantastisch), synthesizergrootheid Kaitlyn Aurelia Smith, fijne ambient van Hecq, nog fijnere ambient van Bibio, James Holden/The Animal Spirits, Perfume Genius. En uit Nederland: de nieuwe Piiptsjilling, Spinvis met Trein Vuur Dageraad en niet te vergeten Nadia Struiwigh met Lenticular!

Hier is ‘ie dan: de 17 van ’17. Klik de links voor mijn uitgebreide recensies.

1. LordeMelodrama
2. Ryuichi Sakamotoasync
3. St. VincentMasseduction
4. The xxI See You
5. LCD Soundsystemamerican dream
6. SohnRennen
7. ArcaArca
8. SevdalizaISON
9. Joseph ShabasonAtyche
10. Colin StetsonAll This I Do For Glory
11. JacaszekKwiaty
12. Karima WalkerHands In Our Names
13. Linde SchöneLinde van Nimma
14. LuwtenLuwten
15. BjörkUtopia
16. Alessandro CortiniAvanti
17. Fever RayPlunge

Wil je alles horen? Luister dan deze Spotify-list. Enjoy!

En hier drie keer The Arcade Fire:

Lorde – Melodrama

‘I am a toy that people enjoy, ‘till all of the tricks don’t work anymore, and then they get bored of me‘, zingt ze in Liability. Ze zit er behoorlijk naast.

De schattigheidsfactor die Lorde in 2013 had – zestienjarig meisje uit Nieuw-Zeeland maakt intelligente, volwassen popplaat – is er anno nu een beetje af. Ze is zelfs geen tiener meer. Dus haar tweede album, Melodrama, maakte heel wat minder reuring. Dat is jammer, want wat levenservaring heeft Lorde juist goed gedaan. Ze koos er voor om na de hitplaat in 2013 een paar jaar buiten de spotlights te blijven. Verstandig, want volwassen worden op het podium, daar kweek je alleen maar Justin Biebers mee.

Kate Bush
Lorde wordt nu vergeleken met Taylor Swift, Katy Perry en Lana Del Rey, maar ze zit eigenlijk op een heel ander niveau. Alleen al qua doorleefde zangstem: Als ze zacht en laag zingt, klinkt ze bijna als een witte Eartha Kitt. Als ze uitpakt, dan is ze de Kate Bush van de 21e eeuw!

Verlopen
En ze schrijft tenminste haar eigen songs. Lorde weet ditmaal met alle elf te raken. Ze zijn pakkend en gelaagd. Op Melodrama zingt Lorde haar visies op plotselinge roem, op liefdesverdriet, schade en schande en er toch weer beter uitkomen. De plaat heeft een beetje de sfeer van een verlopen feestje – de vloer ligt bezaaid met drank, drugs, kleren en het wordt al bijna licht. Of zoals Lorde zingt in Sober II: ‘We told you this was melodrama. (Oh, how fast the evening passes. Cleaning up the champagne glasses.)’ Ze hekelt het hedonisme en escapisme van haar generatiegenoten in Perfect Places en in Loveless (‘We’re L-O-V-E-L-E-S-S generation’ zingt ze over een keiharde hiphopbeat).

David Bowie
Er zit iets gejaagds in de werkwijze van Lorde. Ze werkt vanuit taxi’s en metro’s (New York is tegenwoordig haar habitat). Dat hoor je soms terug in de dancetracks als Green Light, Homemade Dynamite of Supercut. Zware beats, soms die typische jaren ’80 big beat ‘gated reverb’ (weten wat dat is? check deze briljante uitleg). Maar het gros van Melodrama klinkt… melodramatisch in de goede zin des woords. Donkere synths, gekke geluiden, aanzwellende koortjes, botsende zanglijntjes, soms stiltes. Het mooie aan dit album is: het is compleet, het is af. Er is geen klank te weinig of teveel. Melodrama is uitgebalanceerd, zoals de betere Bowie-albums. De meester zelf zag die potentie al in 2013. David Bowie noemde protegé Lorde ‘the future of popmusic’ – en zij zong Life On Mars? met zijn band op zijn herdenking in 2016.

Helaas heeft David Bowie niet meer mogen horen dat zijn voorspelling uit is gekomen. Die plaat… Dat zij dit jaar elk festival wereldwijd plat speelde… We raken nooit verveeld van Lorde.



Alle beste albums van 2017:

 

Ryuichi Sakamoto – async

Ik denk dat Ryuichi Sakamoto dit jaar met async zijn mooiste plaat ooit heeft gemaakt. Ik vind dat bijzonder, gezien zijn imposante carrière. En ik vind het een mooi idee, omdat hij deze gemaakt heeft nadat hij een ernstige vorm van keelkanker overleefde.

Het was 1983. Ik was een pubertje en volledig in de ban van David Bowie. Dus moest ik de film Merry Christmas Mr. Lawrence zien, waarin zowel Bowie als Sakamoto speelden. Ryuichi Sakamoto maakte ook de soundtrack bij die film. Ik had die op een cassettebandje staan, met een zelf nagetekend hoesje met samoerai-zwaard en ondergaande zon. Daarop stond uiteraard ook Forbidden Colours – gezongen door David Sylvian van de band Japan. Het is een van de mooiste nummers ooit. In 2017 legde Sakamoto uit wat hij toen bedoelde. Hij wilde een kerstnummer maken, maar dan een die zowel voor oosterlingen als westerlingen exotisch zou klinken. Dus schreef hij een pianodeun a la Erik Satie maar dan op basis van een Japanse toonschaal. Dit alleen al is goed voor een plekje in de Rock ’n Roll Hall Of Fame, vind ik.

In 1983 ben ik ook gaan terugluisteren wat hij nog meer maakte en kwam uit bij het vroege werk van Yellow Magic Orchestra. Dat is een soort van oosterse variant op Kraftwerk, maar met veel meer humor. En Chinese en Japanse melodieën. En nummers opgebouwd uit het geluid van de videospelletjes van toen. De band is zwaar onderschat en onterecht in de vergetelheid geraakt.

Na Merry Christmas maakte Ryuichi Sakamoto nog een paar solo-albums, waarop bijna elke wereldster is te horen. Robbie Robertson, Youssou N’Dour, Brian Wilson, Iggy Pop. Maar die platen waren te druk. Er was geen tijd voor verstilling. Die was er wel in een paar briljante soundtracks voor films als The Last Emperor en The Sheltering Sky (naar aanleiding van een boek van Paul Bowles). Ik vind dat Sakamoto in de jaren daarna steeds meer ruimte gaf aan verstilling. Of eenvoud. Of experiment. Ik vind dat mooi.

Wat ik niet zo mooi vind is dat tegenwoordig iedereen in het New Yorkse wereldje waar hij woont hem bij zijn voornaam noemt. Of zelfs ‘Ryu’ zegt. Nee, dan ga ik meer voor de cineast Stephen Nomura Schible, die dit jaar de documentaire Coda over hem maakte. Uit respect gebruikt hij de Japanse eerbiedige aanspreekvorm: ‘Sakamoto-san’. Zullen we dat in de rest van dit verhaal ook doen?

In 2014 werd bij Sakamoto-san een ernstige vorm van keelkanker geconstateerd. Die ziekte velde hem voor een jaar. Maar niet zijn muzikale ontvankelijkheid. Zo lag hij in de MRI-scanner en merkte dat die ritmische geluiden maakte als in harde techno.

De ziekte heeft Sakamoto-san verandert, denk ik. Het heeft hem vrijer gemaakt. Hij weet dat async zijn laatste album kan zijn. Dus moest die plaat perfect worden. Hij brengt async als een imaginaire soundtrack bij films van de Russische avant-garde regisseur Andrej Tarkovsky, zoals Stalker (1979) en Solaris (1972).

En hij wilde alleen maar laten horen wat hij zelf wilde horen. Dat zijn bijvoorbeeld opgenomen geluiden in Japanse ruïnes en tuinen, zoals regenbuien, wind, maar ook traditionele Japanse instrumenten. Ook hoor je Paul Bowles spreken over dood, herinneringen uit je kinderjaren en dat je in je leven misschien maar twintig keer de volle maan ziet opkomen.

Zoals kanker een lichaam kan overnemen, zo kan de natuur een verwaarloosd muziekinstrument overnemen. Dat idee boeide Sakamoto-san toen hij een bezoek bracht aan de nucleaire zone in het door een kernramp plus tsunami getroffen Fukushima. Daar zag hij in een school een oude piano staan en hij heeft daar opnamen van gemaakt. Die klinken spookachtig glasachtig, vind ik. En ze zijn te horen op async, in de tweede helft van ZURE.

Alsof de cirkel rond moet zijn, staat ook David Sylvian weer op dit album. Hij draagt poëzie voor van de Russische dichter Arseny Tarkovsky. Zo zegt hij in Life, Life: ‘Life is a wonder of wonders, and to wonder / I dedicate myself on my knees’.

Ik hoop dat de 65-jarige Sakamoto-san nog lang zal blijven leven, en ons nog een aantal keren zal verrassen met zo’n wereldplaat als async



Alle beste albums van 2017:

 

St. Vincent – Masseduction

Net als David Bowie verzint St. Vincent bij ieder album een ander archetype voor zichzelf. Bij het verschijnen van Masseduction omschrijft ze zich als ‘dominatrix at the mental institution’. Waar ze haar inspiratie haalde? Simpel, ‘The Cramps meet Guy Bourdin’… Wow, you gotta love St. Vincent!

Eigenlijk is dit jaar alles al gezegd en geschreven over St. Vincent. Iedereen had z’n mening klaar over Masseduction of de Fear The Future-tour. Vooral de verhalen over haar aparte interviewsessies zijn uitgekauwd. Die ga ik hier ook niet samenvatten, google maar of ga naar 3voor12 of de Volkskrant. En ook alle grappen over haar kont pontificaal op de hoes van Masseduction zijn al gemaakt. Gaan we dus ook niet meer doen.

Songs
Dat scheelt, dan kunnen we het gewoon lekker over de muziek hebben. Eerst maar even de platitudes. Dit is het vijfde album van Annie Clark alias St. Vincent. Het is haar meest poppy plaat en tegelijk haar meest persoonlijke. Thema’s? Seks/gender, macht, drugs, depressie. Relaties die uitgaan, helden die dood zijn. Er staan 13 nummers op de plaat en ze zijn allemaal briljant. St. Vincent is er zelf ook redelijk tevreden over. Voor het eerst schreef ze ‘songs with a capital S’, zo zegt ze in een interview. Terecht. Je krijgt ze niet uit je kop.

Pills
Vrij vaak klinken nog vuige, scheurende gitaren (meestal door een batterij elektronica gestuurd), maar eerder dan The Cramps doet het geluid van Masseduction denken aan Miss Kittin, Goldfrapp, Giorgio Moroder en zelfs Lady Gaga. Het is allemaal plastic synthrock, glossy discopop, glitter- en glitchpop en gestoorde electroclash wat we horen. Heerlijk! Het meest extreem pop is het nummer Pills. Over een K3-achtig melodietje zingt St. Vincent iets wat lijkt op een reclame voor de farmaceutische industrie (en tegelijkertijd ook weer helemaal niet): ‘Pills to grow, pills to shrink, pills pills pills and a good stiff drink, pills to fuck, pills to eat, pills pills pills down the kitchen sink’. En nu allemaal meezingen, jongens en meisjes!

Silly
Hoe anders is de afsluiter van de plaat: Smoking Section. Hier klinkt St. Vincent breekbaar en schor en zo depressief dat interviewers zich afvroegen of het wel goed gaat met haar. Zelf zegt ze over het album: ‘It’s a manic panic record. It’s bonkers but I love it. It’s bright melancholy and it’s a lot of sorrow, but sorrow you can jam to…’ Ze maakte bewust een ‘silly’ plaat, zegt ze, want dat is het enige dat je kunt doen als de wereld in brand staat.

Of je doet als David Bowie: je trekt gekke pakjes aan en zingt melancholische liedjes. Dat doet St. Vincent met verve op Happy Birthday, Johnny en New York (‘I have lost a hero’, zingt ze over Bowie, ‘I have lost a friend’, zingt ze over haar ex: topmodel Cara Delevingne, ‘you’re the only motherfucker in the city who can handle me’). Om direct daarna – ook dat is heel Bowie-esque – weer los te barsten met knallende beats en gierende gitaren. Fear The Future!

St. Vincent. Daar kun je veel van vinden. Maar bovenal, you gotta love her.



Alle beste albums van 2017:

 

LCD Soundsystem – american dream

De vrienden van VPRO 3voor12 en die van Muziekkrant OOR verkozen american dream van LCD Soundsystem tot album van het jaar. Ik ben het daar niet helemaaaal mee eens, maar ik kan het goed begrijpen. LCD Soundsystem maakte in 2017 de beste plaat uit haar bestaan. En dat terwijl het niet eens de bedoeling was dat er nog eentje zou komen, een reünie leek niet zo’n goed idee. Maar dankzij David Bowie rees de band op uit haar graf en kwam een jaar later met american dream op de proppen.

LCD Soundsystem is al meer dan vijftien jaar vooral het project van James Murphy, die ook meewerkte aan David Bowie’s laatste twee platen. In die tijd twijfelde Murphy over een herstart van zijn soundsystem. ‘Voel je je er ongemakkelijk bij?’ vroeg Bowie. ‘Ja’, zei Murhy. ‘Dan moet je het doen’, aldus Bowie.

Improvements
Misschien is de zegen van de mentor een reden dat american dream soms wat Bowie-esque klinkt (het ambient-achtige black screen is opgezet als een soort postume brief aan Bowie). Maar je hoort ook flarden Talking Heads (de polyritmische artfunk van other voices en change yr mind doet denken aan Remain In Light!), Joy Division/New Order (i used to), Suïcide (oh baby is het spiegelbeeld van hun Cheree) en punk (emotional haircut) doorkomen. De verwijzingen zijn heel wat talrijker en kleurrijker dan begin jaren ’00 toen het vooral ging om Daft Punk, dat bij Murphy thuis speelde. Alleen: de energie is anders. Cutting-edge dance is LCD niet meer. Logisch, James Murphy wordt een dagje ouder. Zelf zingt hij op tonite: ‘ You’re getting older and there’s improvements/ unless you’re such a winner that the future’s a nightmare’. En er is zeker veel verbeterd.

Afscheid
Het gekke is: met american dream maakt LCD Soundsystem een doorstart. Maar de teksten gaan allemaal over afscheid. Een afscheidskus voor een geliefde (oh baby), een sarcastische trap na voor de vriend/zakenpartner die Murphy bedonderde (how do you sleep?), afscheid van Bowie of het einde van de Amerikaanse droom in het titelnummer en call the police. Deze plaat van LCD Soundsystem heeft een duister kantje. Het is niet altijd leuk in Murphy’s universum. Maar ook voor twijfelende luisteraars geldt het credo van Bowie: Voel je je er ongemakkelijk bij? Dan moet je het doen.

Alle beste albums van 2017:

 

Bones en Oogie

(Vorige maand overleed mijn grote held David Bowie. In 2003 schreef ik dit stuk voor het legendarisch obscure internetmagazine NU WIJ WEER!. Opeens moest ik hier weer aan denken. Dankjewel, David Bowie, voor al het moois dat je bracht.)

Op een cd van David Bowie uit 2002 staat het nummer Slip Away. Het is een van de hoogtepunten uit ’s mans werk. Slip Away is slepend, en wordt dramatisch gebracht. Maar waar gaat het nummer in godsnaam over? Deze week stond ik in Ahoy en kreeg het antwoord van meneer Bowie himself. Op de setlist van het concert in Rotterdam stond ook Slip Away. Het werd aangekondigd als een ode aan ‘helden die we allang zijn vergeten’. En tijdens het nummer zagen we op het videoscherm Bones en Oogie voorbijkomen, afgewisseld met melancholische beelden van Coney Island.

oogie1

Bones en Oogie zijn karakters uit The Uncle Floyd-show, een corny kinderserie uit de jaren zeventig die nu hopeloos verouderd aandoet. De Bones en Oogie’s van Nederland zijn bijvoorbeeld Bassie (van Adriaan), Jaap Stobbe van De Poppenkraam, Bolke de Beer of de Jan Klaassen en Katrijn uit De Film van Ome Willem. Poppen en clowns die – ondanks hun steevast sardonische grijns – dertigers in hun hart koesteren. Nostalgie als remedie tegen bange oorlogsdagen, juist zo aantrekkelijk omdat de figuren elk contact met het heden hebben verloren.

Don’t forget to keep your head warm
Twinkle twinkle Uncle Floyd
Watching all the world and war-torn
How I wonder where you are

oogie2

In de tijden van Bones en Oogie leefde in het Nederlandse stadje waar ik opgroeide een dorpsgek: Dolf. Behalve dorpsgek had je ‘m ook filosoof kunnen noemen, want analoog aan Diogenes leefde hij in een betonnen buis. Dolf was bang voor “all the world and war-torn” en zocht zijn heil bij zijn vriendjes, de poppen. Hij ging over straat met drie á vier poppen in zijn hand – allen met steevast een sardonische grijns. Of hij reed ze rond in een wagentje. Dolf scandeerde door de straten: “Dag en nacht… poppenmacht!”

Dertig jaar later krijgt hij alsnog gelijk. Nu doen wij precies hetzelfde, met onze hang naar knuffels, Bert en Ernie-poppen en Jip en Janneke-figuurtjes. We zijn bang voor de boze buitenwereld en vluchten in ons veilige kinderwereldje.
Alles wat mooi en onschuldig is zien we verglijden, voorbijgaan. Vervallen als Coney Island, vervreemd als Bones en Oogie. We klampen ons vast aan de laatste strohalmen van onze jeugd.

oogie3

Zo ook in Ahoy, deze week. Hier werd jeugd herbeleefd, middels bijvoorbeeld Let’s Dance en China Girl. De man is zelf al 56 jaar, de fans 35-plus en ouder, maar toch schreeuwden ze als teenagers wanneer David Bowie tijdens het optreden eventjes hun kant opkeek. Of het nu kwam door incontinentie of door geilheid, er waren heel wat natte kruisjes die avond.
En Bowie? De handige performer gebruikte de nostalgische hits als garnituur om zijn nieuwe werk te presenteren. Hij knielde neer tussen de grijpgrage dameshanden en zong over het verglijden van de tijd, terwijl we Oogie over het videoscherm zagen stuiteren in een perverse karaoke.

Sailing over Coney Island
Twinkle twinkle Uncle Floyd
We were dumb but you were fun, boy
How I wonder where you are

Ik had even geen oog voor David Bowie. Ik dacht terug aan Dolf. “Dag en nacht… poppenmacht!” Aan Bolke de Beer en Jan Klaassen en Katrijn. Ik zag mezelf weer als 13-jarig jongetje, in net zo’n treurig reuzenrad als op Coney Island. Ik herinnerde m’n speelgoedinstrumentjes: een plastic mondharmonica en een trommel met een slap vel. De tranen stonden in m’n ogen.

stylophone

In het outtro van Slip Away bespeelde Bowie de stylophone, een elektronisch speelgoedinstrumentje uit de jaren zestig/zeventig waar magische klanken uit komen. Pas toen de laatste geluiden verstierven werden m’n dromen verstoord. De band zette keihard I’m Afraid Of Americans in, de wrede werkelijkheid van 2003.

Ach Dolf…
Watching all the world and war-torn
How I wonder where you are