Happy birthday, The Tired Sounds Of Stars Of The Lid

Op deze dag in 2001 bracht Stars Of The Lid het album The Tired Sounds Of Stars Of The Lid uit. So happy birthday!

Er is geen album te verzinnen waarbij de vlag de lading zo dekt als deze. (Mmm, nou ja, Bad van Michael Jackson misschien… want dat is gewoon echt een slechte plaat.) Nee, dan The Tired Sounds Of Stars Of The Lid van het duo Brian McBride en Adam Wiltzie, alias Stars Of The Lid. Zoiets heb je nog nooit gehoord. Het album bevat muziek die letterlijk vermoeid klinkt. Futloos en slap misschien, maar dan op een positieve manier (kan dat? ja, dat kan), treurig en melancholisch. De geluiden klinken zacht en veraf, sferen schuiven voorbij en als er al iets van een compositie in zit, dan voltrekt die zich heeeeeeel laaaangzaaaaaammm. Minimaal en herhalend. Tegen de stilte aan. Soms zit je te luisteren en dwalen je gedachten af, en dan keer je na een tijdje weer terug naar de muziek en lijkt er helemaal niets te zijn gebeurd.
Is dat saai? Nee, The Tired Sounds Of Stars Of The Lid is juist een van de mooiste platen die ooit is gemaakt. Neem er de tijd voor – in totaal precies twee uur en vier minuten – en je merkt: Pure schoonheid ontvouwt zich hier op een hele rustige en waardige manier.

Moet je hier een labeltje opplakken? Pfff, dan zou het zoiets zijn als ambient/drone/post-rock/neo-klassiek, met de nadruk op ambient. McBride en Wiltzie zijn van de zeer, zeer zeldzame soort die zich met recht erfgenaam van Brian Eno mogen noemen. The Tired Sounds Of Stars Of The Lid bevindt zich in het verlengde van Eno’s iconische ambient-albums uit de jaren zeventig en begin jaren tachtig (Discreet Music, Ambient 1: Music For Airports, Ambient 4: On Land, Apollo: Atmospheres And Soundtracks, Thursday Afternoon). Dat betekent: achtergrondmuziek die geen achtergrondmuziek is. Je hóeft er niet naar te luisteren, maar als je het wel doet dan duik je in hele mooie, gevoelige, melancholische sferen. Dit soort muziek heeft overigens niets maar dan ook niets van doen met die suikerzoete new-age muzak, vol akoestische gitaren of harp, pianogepiel en kitscherige elektronische klanktapijtjes, die vaak voor ambient of neoklassiek moet doorgaan. Denk: Nils Frahm, Kitaro, al die Windham Hill-shit, maar soms ook Jóhann Jóhannsson of Ólafur Arnalds. Nee, de interessante ambient zit meer in de hoek van de avant-garde. Eliane Radigue, Pauline Oliveros, dat soort werk… Fennesz

Brian McBride en Adam Wiltzie komen oorspronkelijk uit Austin, Texas en ze timmeren al sinds 1993 aan de weg. Tired Sounds uit 2001 is hun eerste dubbelalbum en pas zes jaar later komt er een opvolger – ook een dubbelalbum: And Their Refinement Of The Decline. Qua verkopen is Tired Sounds als de muziek die erop staat: een ‘slow burner’. In bijna twintig jaar heeft het album op haar eigen tempo een miljoenenpubliek verovert. Jaren na de release vertellen McBride en Wiltzie aan tijdschrift Rolling Stone hoe Tired Sounds tot stand is gekomen. Ze hebben nauwelijks samen in de studio gezeten, twee keer misschien. McBride verhuisde naar Chicago en ze stuurden DAT-tapes met bestanden per post heen en weer. Gaandeweg de opnames zijn ze digitaal gaan werken. De plaat kwam tot stand onder bizarre omstandigheden. In Chicago was McBride het stuklopen van zijn relatie aan het verwerken. Hij kan zich van zijn opnamesessies niet zoveel meer herinneren. In Austin verkeerde Wiltzie middenin een depressie en hij zat zwaar onder de drugs. Te zweten. Het was verzengend heet, die zomer in Texas. Los van elkaar zaten de twee ’s nachts achter hun recordertjes te sleutelen aan tracks die later de basis zouden vormen voor Tired Sounds. De titels van de nummers op het album spreken boekdelen: Broken Harbors, The Lonely People (Are Getting Lonelier), Ballad Of Distances, Requiem For Dying Mothers, Down 3 en Austin Texas Mental Hospital. En toen kwam ook nog 9/11…Het album verscheen niet onder een gelukkig gesternte.

Al die drama hoor je er niet meteen aan af, dat is de kracht van goeie ambient. Toch wordt je al bij de start van Tired Sounds in een slepend cello-stuk getrokken – het requiem voor de stervende moeders. Down 3 is een synthesizerdrone, soms een beetje horror-achtig. Austin Texas Mental Hospital wordt weleens vergeleken met de sfeer van Peter Gabriel’s donkerste werken – de instrumentale versies voor de soundtrack van Birdy bijvoorbeeld. Het nummer Mulholland had zo in de soundtrack van Mullholland Drive – de meest bizarre film van David Lynch – gekund. Hoogtepunt of dieptepunt in treurigheid is de tien minutenlange synthesizerdrone in The Lonely People (Are Getting Lonelier). De plaat eindigt met drie delen van A Lovesong (For Cubs). Hier komt die cello weer terug ingebed in elektronische golven van hoop. Kippenvel, hoor, bij die afsluiter, totdat de muziek heeeel langzaaam vervaaagt… En je blijft achter in stilte…

Meer jarige platen?

Happy birthday, Another Green World

Op deze dag in 1975 bracht Brian Eno het album Another Green World uit. So happy birthday!

Niet gelogen. In de jaren zeventig waren er graffitispuiters die ‘Eno = God’ op de muren schreven. En dat klopte ook wel een beetje, zowel terugkijkend als met vooruitziende blik. Denk maar aan zijn werk voor Roxy Music als weirde glamrock-toetsenist, later als uitvinder van ambient music, als maker van abstracte elektronische museummuziek bij video-installaties, als geluidsbeeldhouwer voor de beste platen van de groten der aarde (Unforgettable Fire van U2, Remain In Light van Talking Heads, Viva La Vida van Coldplay en vooral Low en “Heroes” van David Bowie), als bedenker van melancholische filmmuziek bij niet bestaande films én als briljant liedjesschrijver samen met bijvoorbeeld John Cale, David Byrne of Karl Hyde van Underworld. Altijd was en is Brian Eno briljant. En nou is Another Green World misschien niet zijn beste plaat – al zeggen veel recensenten en collega-muzikanten (Prince en Yello bijvoorbeeld) dat – het is wél de plaat waarop fragmenten van al die aspecten van Eno’s carrière te horen zijn. Alsof in precies veertig minuten een blauwdruk van God is te beluisteren. Sommige recensenten zien de plaat dn ook als een Steen van Rosetta voor de moderne muziek, zonder welke er geen Sigur Rós zou zijn of Mogwai, of Animal Collective en Grizzly Bear, geen LCD Soundsystem of Alt-J.

De sfeer van de plaat, de hoes en de titel, het doet allemaal erg denken aan die typische science fiction-boekjes uit de jaren zeventig. Ouderen kennen die nog wel uit de zwarte beertjes-reeks van Bruna, met schrijvers als Robert A. Heinlein, Philip K. Dick en vooral Isaac Asimov. Het bleek dat Eno daar inderdaad door geïnspireerd was, zo vertelt hij in 1975 aan muziekblad NME: “I read a science fiction story a long time ago where these people are exploring space an they finally find this habitable planet. It turns out to be identical to Earth in every detail. And I thought that was the supreme irony: that they’d originally left to find something better and arrived in the end – which was actually the same place. Which is how I feel about myself. I’m always trying to project myself at a tangent and always seem eventually to arrive at the same place.” En passant verklaart Eno hiermee zijn experimenteerdrang, die op Another Green World goed is te horen. Tekenend is dat Eno in hetzelfde jaar de plaat Discreet Music uitbracht, vol lange stukken met zachte elektronische klanken die niet op de voorgrond treden – een iconisch en indrukwekkend album: de officiële eerste ambient-plaat uit Eno’s oeuvre.

Op een of andere manier wordt Another Green World gerekend tot het rijtje van vier ‘vocale platen’ die volgden op zijn vertrek uit Roxy Music. Anderen hebben prachtige titels als Taking Tiger Mountain By Strategy, Here Come The Warm Jets en Before And After Science. Maar op Another Green World zijn maar vijf van de veertien nummers gezongen. De veelal instrumentale stukken worden volgespeeld door vrienden van Eno uit de ‘superbands’ van de jaren zestig en zeventig: drummer Phil ‘Against All Odds‘ Collins uit Genesis, Percy Jones uit Soft Machine, gitarist Robert Fripp uit King Crimson en violist John Cale uit Velvet Underground. Zelf speelt Eno instrumenten met zelfbedachte namen als ‘snake guitar’, ‘prepared piano’, ‘uncertain piano’, ‘anchor bass’, ‘choppy organs’ of ‘spasmodic percussion’. De nummers zijn kort en fragmentarisch. Snapshots bijna. Van verlaten stranden, herfstbossen, sterrenhemelen, wolkenluchten, ruimteschepen, hagedissen… Alles is rustig en elegant, very English ook. De muziek is niet vrolijk of treurig, heeft schijnbaar niet zoveel van doen met menselijke emoties. En tegelijkertijd juist weer wel. De fragmenten bevatten telkens iets melancholisch en klinken onaards mooi (weer science fiction-achtig). Soms hoor je minimal music, soms jazz, krautrock of ‘kosmische musik’, folk, art-rock, electronica. Sky Saw heeft een soort drone. St. Elmo’s Fire bevat een vreemd uitbundige gitaarsolo (van Fripp). Het zachte Zawinul/Lava klinkt letterlijk als het begin van Discreet Music – zelfde piano, zelfde tonen. Het rustig industriële The Big Ship is al als soundtrack gebruikt voor verschillende science fiction-films. De percussie op Sombre Reptiles klinkt duister als het duisterste werk van de Residents. Everything Merges With The Night is zo’n mooi voorbeeld van Brian Eno’s vakmanschap als songschrijver – en als zanger, trouwens. Little Fishes is doorzichtige schoonheid met rinkelende waterbellen. Becalmed klinkt als een eenzame zonsondergang op een lichtroze strand. En de titeltrack, die is zo mooi. Je zou willen dat ‘ie eeuwig door zou gaan. (Maar hij duurt op de kop af maar 101 seconden, inclusief een ‘fade in’ van bijna 20 seconden – gelukkig is op YouTube iemand zo slim geweest om ‘m tot in ieder geval 10 minuten te rekken.)

Dit album is prachtig en veelzijdig. Onvoorstelbaar dat Eno de studio in dook met helemaal niks, zelfs geen clou van wat hij wilde. Hij ging op reis en op zoek – aan de hand van een set kaarten met Oblique Strategies. Om weer uit te komen op dezelfde plaats. Hier. Nog een groene wereld.

Meer jarige platen?