Happy birthday, Endless Summer

Op deze dag in 2001 bracht Fennesz het album Endless Summer uit. So happy birthday!

Er was een tijd dat Christian Fennesz de ‘Brian Wilson van de glitch’ werd genoemd. Dat is niet zo gek. Hij gaf iets melodisch en melancholisch aan die muziek – iets warms aan de normaal zo koud en klinische, bijna abstracte elektronica, opgetrokken uit ruis, vervorming en hortende en stotende apparaten. Feitelijk deed Fennesz in 2001 precies wat Brian Wilson en de Beach Boys eind jaren zestig deden. En wat tegenwoordig Lana del Rey ook zo goed kan, getuige haar album Norman Fucking Rockwell. De Oostenrijkse glitch-muzikant, de Californische close harmony-band en de hedendaagse crooner-koningin zetten een bitterzoet zomergevoel op muziek. Je hoort de golven, ziet het zand, maar het is niet alleen maar zonnigheid en vrolijkheid daar aan de rand van de oceaan. Er zit iets dromerigs, treurigs in de muziek, iets nostalgisch. Filosofisch zelfs: het gaat over het verglijden van de tijd. Daarom is de titel Endless Summer – die Fennesz ontleende aan een verzamelalbum van de Beach Boys uit 1970 – ook zo ironisch. Of beter gezegd: ze zouden wel wíllen dat de zomer nooit zou stoppen…

Dat je dat gevoel in popmuziek a la Lana del Rey en Brian Wilson kan stoppen, is goed voorstelbaar. Maar glitch? Hoe klinkt dat dan? Als het over de oceaan gaat en over elektronische muziek, dan ligt het voor de hand om de vergelijking te maken tussen de golven van de zee en de sinusgolven waaruit klankpatronen zijn opgebouwd. Zoals de zee allemaal zand en schelpjes mee spoelt, zo komt met de golven van Fennesz ook allemaal gruizigheid mee. Zijn muziek prikt en kriebelt en jeukt. (Dat is nou juist zo mooi aan Endless Summer: er is niks klinisch aan. Daarom is het een beetje jammer dat Fennesz een paar jaar later het album opnieuw uitbracht in een iets opgepoetste versie – die nu ook op Spotify staat. Als het kan, probeer dan de uitgave uit 2001 te pakken te krijgen.)

Christian Fennesz is een gitarist en laptopmuzikant die vaak gitaarspel elektronisch manipuleert tot mysterieuze geluidstapijten. Voor 2001 klonken die ook nogal abstract en koud, en eigenlijk is de opener van Endless Summer, het nummer Made In Hongkong ook nog een beetje een old school gitaarcaleidoscoop. Het titelnummer dat daarop volgt is kalm klotsende ruis, en voor het eerst speelt Christian een akoestische gitaar – sec, en nou eens niet door zijn laptop gehaald. Dat gebeurt ook niet met de zachte elektronische gitaar op Shisheido, die vooral begeleid wordt door synthesizerbliepjes en –plopjes.

In A Year In A Minute tovert hij zware drones om tot warme geluidsgolven, die maar blijven aanspoelen, en langzaam klinkt er steeds meer elektronisch getingeltangel doorheen. Fascinerend. Op Caecilia horen we voor het eerst iets van een melodie in de ijle flutter en noise, plus de klanken van een vibrafoon. Mooi. Fuzz-gitaren, tot in het abstracte verstoord door effectapparatuur, horen we ook weer terug op Got To Move On. Er waren critici die Fennesz destijds vergeleken met fuzz-bands als My Bloody Valentine en de Jesus And Mary Chain, en dat is niet eens zo gek gevonden. Maar de muziek van Fennesz is veel rustiger en ambient-achtig. Het mooiste pakt dat uit op de afsluiter van de 2001-uitgave van Endless Summer. Het nummer Happy Audio is het bijna elf minuten durende hoogtepunt van de plaat, dat ruist rustig in pastorale schoonheid. Net daarvoor pakt Fennesz nog even letterlijk de Beach Boys erbij. Voor het nummer Before I Leave samplet hij een stukje orgelspel van Brian Wilson. Die samples laat hij heel snel overslaan. Ze ratelen en tikken steeds op een andere toonhoogte en zo ontstaat een hele nieuwe atmosfeer. Deze methode – die door glitch-collega Markus Popp alias Oval veel wordt toegepast – levert vaak abstracte, zielloze klanken op (er zit niet veel gevoel in overslaande cd’s, toch?). Maar net als Oval weet Fennesz hier iets melancholisch en warms van te maken.

Die bitterzoete zomer van 2001 zou eeuwig moeten blijven voortmijmeren. Maar daar kwam op 11 september bruut een einde aan. Muzikaal wist Fennesz het momentum ook niet vast te houden. Platen die volgden, zoals Venice in 2004 en Black Sea in 2008 haalden het niveau van Endless Summer bij lange na niet. Ze klonken weer te koud en te abstract. De kracht van Christian Fennesz zit ‘m nu veel meer in de samenwerking: hij maakte prachtige dingen met Ryuichi Sakamoto, David Sylvian en King Midas Sound. En Brian Wilson? Die leeft maar door. Hij treedt af en toe nog op met de Beach Boys, maar dat is eerder pathetisch dan dat het met bitterzoete nostalgie te maken heeft.

Christian en Brian hebben het strand verlaten. De zomer en de oceaan zijn nu aan Lana.

Meer jarige platen?

King Midas Sound – Solitude

Eenzaamheid is een zwart gat. Het kost meer en meer energie en je wordt er steeds verder ingezogen. Zo is te horen op het gelijknamige album Solitude van King Midas Sound. Het begint met een – misschien wel symbiotische –relatie die eindigt, in You Disappear dat qua strekking vergelijkbaar is met Love Will Tear Us Apart van Joy Division. De comfort zone, die is niet meer. “I wonder who she is sleeping with now?”

Depressie en paranoia
Maar er is veel meer dan een verloren liefde. De reis die volgt eindigt met leegheid, verveling, depressie en paranoia. “Too much time on your own makes the eyes look hollow.” Ontreddering, zelfhaat, woede. “Looks a bit like anger, but I’m not angry, just empty.” Dat je op straat wordt gemeden door de mensen die je vroeger kenden. “Alone in a crowded place, alone with tears on your face.” Walging, onbestemdheid, angst – zo verschrikkelijk als die foto van de Japanse fotograaf Daisuke Yokota op de hoes van de plaat.

Bluebird
En ergens als de duisternis op z’n diepst is, komt King Midas Sound met het gedicht Bluebird op de proppen – van de Amerikaanse schrijver Charles Bukowski.
“There’s a bluebird in my heart that
wants to get out
but I’m too tough for him,
I say, stay in there, I’m not going
to let anybody see
you.”

Afgrond
De weg naar de afgrond klinkt bij King Midas Sound ijzig koud: een grauwsluier van feedback en witte ruis met soms een enkele pianotoets of ergens een harp. Dalende tonen. Soms een rudimentair ritme. Solitude is beklemmend, er zit geen momentje luchtigheid in. Is dit nog wel muziek? Of ook een sonisch zwart gat dat alles absorbeert?

Sonische zwartheid
King Midas Sound is een project dat gaandeweg is uitgedund tot een duo: Kevin Martin, bekend van het dubproject The Bug en de hiphopnoise van Techno Animal, en de uit Trinidad afkomstige dichter/woordkunstenaar Roger Robinson. Eerst maakten ze nog pop, reggae en dancehal met dub- en industrial-randjes, samen met de Japanse zangeres Kiki Hitomi. Maar onder invloed van hun samenwerking met ambient-wizard Fennesz kwamen ze uit bij de sombere sonische zwartheid van Solitude.

Traag en zwaar
De stem van Robinson contrasteert met de abstracte geluidstapijten. Robinson klinkt traag en warm, zijn stem is zwaar en met een duidelijk Trinidad-accent. Hij leest rustig en zonder stemverheffing. In de mix zit zijn stem heel erg naar voren, zo dichtbij dat je af en toe schrikt als Robinson inzet. Maar verderop in de plaat – als de depressie meer en meer toeslaat – krijgt hij langzaam steeds meer echo op zijn stem. Subtiel. En op een gegeven moment, tijdens het nummer Lies, besluit hij er helemaal het zwijgen toe te doen.

Valentijnsdag
Valt er dan écht helemaal niks te lachen? Jawel, Martin en Robinson besloten in een vlaag van cynische humor om deze donkere plaat op Valentijnsdag uit te brengen. Om in stijl te blijven bespreek ik ‘m op Eerste Kerstdag, met daarbij de kerstwens dat de eenzaamheid in ons leven beperkt mag blijven tot de troosteloze luisterervaringen op deze geniale plaat!

Alle beste albums van 2019: