Four Rooms: David Lynch in Tsjernobyl

Vandaag dertig jaar geleden ontplofte de kernreactor in Tsjernobyl. Het gebied werd meteen hermetisch afgesloten. Inmiddels raakt het weer bewoond en is Tsjernobyl zelfs een toeristische trekpleister. Maar jarenlang was het hier – letterlijk – doodstil. Die stilte is tot de tiende macht te horen op de cd Four Rooms (2006) van Jacob Kirkegaard.

4rooms

Openluchtmuseum
Zo schokkend als de radioactieve ramp was (al wisten we in 1986 door de Sovjetcensuur niks over de hals-over-kop deportaties of de ‘schoonmaakploegen’ die slechts 40 seconden buiten mochten werken), zo surrealistisch was de situatie in de jaren daarop. De straal rond Tsjernobyl werd het Pompeii van de 20e eeuw. Niet de explosie zette de tijd stil, maar de (veel te late) deportaties. Omringd door zieke roodverkleurde bossen zonder zingende vogels, lag hier een verlaten wereld. Het meest treffende beeld is nog wel dat van een eenzaam roestend reuzenrad. De zone werd een bizar en onbereikbaar openluchtmuseum. Terwijl de Sovjet-Unie uit elkaar viel, lagen hier de gedetailleerde sporen van het leven in een communistische modelstad als Pripyat onaangeroerd. Voer voor moderne archeologen. Maar ja, die straling…

kirkegaard1

Alienation
En voer voor romantici. Want wat een desolate plek moet die ‘zone of alienation’ zijn geweest! (Nog steeds, trouwens, de toeristen ten spijt.) En dat gevoel wilde de Deense geluidskunstenaar Jacob Kirkegaard in 2006 hoorbaar maken. Hij nam de indringende stilte op in vier gebouwen, waar de wind de opnamen niet zou storen. Telkens iets meer dan tien minuten lang. Vervolgens speelde hij de tape in dezelfde kamer af, en registreerde dat mengsel van opgenomen en werkelijke stilte opnieuw. Dit proces herhaalde hij telkens tien keer.

kirkegaard2

Lugubere subtiliteiten
Zo worden de stiltes in de vier kamers (in een school, een auditorium, een zwembad en een kerk) uitvergroot tot een soort van ruisende klanksculpturen. Ambient music, met een beetje goede wil. Het lijkt saai, zo’n conceptuele, bijna theoretische aanpak. Maar alle vier de ‘stiltes’ hebben een heel eigen klankkleur. En er gebeurt genoeg. Als je aandachtig luister hoor je hele lugubere subtiliteiten. Wat is bijvoorbeeld die hoge toon die opeens opdoemt in het auditorium? De opname in de kerk klinkt helemaal spookachtig: met een beetje fantasie hoor je hier het kerkorgel nog naresoneren van de reactorklap. Voor alle tracks geldt: je voelt de ultieme eenzaamheid, het verval en het onzichtbare maar overal aanwezige gevaar. Maar op een vreemde manier zijn dit geen depressieve stukken. Ze klinken eerder licht. Four Rooms heeft dezelfde beklemmende en surrealistische schoonheid als de beste David Lynch-films.

Een bijzonder stuk geschiedschrijving in geluid.


Dit stuk is eerder geschreven voor het webmagazine Eeuwig Weekend.

Lang leve Laika!

Het is 3 november 1957. De startraketten van de Spoetnik-2 spuwen vuur. Hoog daarboven, in de capsule van de raket zit een kosmonaut. Het is een tweejarig zwerfhondje, geplukt van de straten van Moskou. Een kruising terriër/Siberische keeshond. Haar naam is Laika (dat ‘blaffertje’ betekent in het Russisch).

Laika1

Laika zit in een soort cilinder, gevuld met zuurstof. Ze hebben haar in een plastic ruimtepakje gehesen en met metalen banden vastgesnoerd tegen een soort van lopende band aan, voor de nodige beweging van haar pootjes. Ook zit ze vast aan ontelbare draadjes, sensoren en instrumenten. Voor haar neus verschijnt van tijd tot tijd wat voedsel in onbestemde pastavorm.

Wat opvalt zijn Laikas droevige ogen voordat het luik van de capsule dichtgaat. Het hondje lijkt nu al heimwee te hebben. Logisch! Laika weet niet wat voor lot ze tegemoet gaat op reis naar de sterren, maar haar hondenintuïtie voelt aan dat het niet pluis zal zijn.

Eigenlijk was het Laikas pech dat ze het zo goed deed bij de testen van de wetenschappers. Samen met negen andere honden volgde ze een speciaal trainingsprogramma. Aan het eind werden drie honden geselecteerd: Laika zal de kosmonaut worden, Albina wordt eerste reserve en Mushka de test- en vergelijkhond die op aarde blijft.

10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2, 1, start. Langzaam komt de raket los van de aarde. Laika voelt een dreun, en dan een gigantische druk op haar hele lijf. Ze kan moeilijk adem halen. Ze raakt in paniek, probeert zich los te wrikken van alle draden en banden. Tevergeefs. Ze piept en jankt, maar niks helpt. Haar hartslag is inmiddels drie keer hoger dan normaal…

Laika2

Dan worden de raketten afgeworpen. Laika is buiten de dampkring. Ze is nu gewichtloos en begint aan haar eerste rondje om de aarde. Laika komt nu wel wat tot rust. Haar hartslag daalt weer, maar veel langzamer dan bij de proeven in de centrifuge op aarde. Bovendien beginnen de temperatuur en de luchtvochtigheid in de capsule toe te nemen. Dan weer die hondenintuïtie: Laika voelt dat ze het niet gaat redden. Dat ze zal sterven aan oververhitting en stress.

Als haar geblaf wegsterft is er niemand die haar hoort. Laika overlijdt in de grootst denkbare eenzaamheid: op 1700 kilometer boven de aarde, in de totale stilte tussen de sterren.

Tussen de lancering van de Spoetnik-2 en Laikas overlijden zat ongeveer vijf uur. Maar het dode hondje blijft nog dagen rondjes om de aarde draaien (2570 rondjes, om precies te zijn). En iedereen – behalve in de controlebasis – denkt dat het kosmonautenhondje nog leeft. Dan, aan het einde van de tocht van de Spoetnik, wordt Laika gecremeerd als de capsule terug in de dampkring komt en verbrandt. Dat was ook de bedoeling trouwens. De techneuten hebben nooit gewerkt aan een manier om Laika weer levend terug op aarde te krijgen. Als het hondje de lancering had overleefd, zou ze bij terugkeer naar de aarde zijn omgekomen.

Laika3

Het gaat de Russen namelijk helemaal niet om het welzijn van Laika. Nee, het gaat bij de vlucht van de Spoetnik-2 puur om propaganda. Midden in de Koude Oorlog is communistisch Rusland (de Sovjet-Unie) in een strijd verwikkeld met Amerika. Wie het beste, het snelste in de ruimte is heeft het meeste prestige. En de Sovjet-Unie wint keer op keer. Dat zal zo zijn tot een Amerikaan voor het eerst voet zal zetten op de maan (Neil Armstrong in 1969).

De Spoetnik-2 vertrekt kort na de Spoetnik-1, en met heel weinig voorbereiding, omdat er wat gevierd moet worden: het veertigjarig bestaan van de communistische revolutie. Dat is een mooie aangelegenheid om voor het eerst een levend wezen om de aarde te laten cirkelen. En Laika is de ‘gelukkige’.

Het duurt jaren, maar uiteindelijk krijgt Laika de eer die zij verdient. In 1997 wordt er in Sterrenstad, het kosmonauten-trainingcentrum even buiten Moskou, een plakkaat onthuld dat alle gestorven kosmonauten eert. En wie zien we daar naar voren glippen, tussen alle stoere ruimtevaarders, de oren eigenwijs gespitst? Juist! Laika. Dappere Laika. De eerste hond in de ruimte…

Dit artikel is geschreven in opdracht van DUF, bookmagazine voor de duffen.

Eco schrijft geschiedenis: een interview

Vandaag werd bekend dat Umberto Eco is overleden. We zeggen: bedankt voor al die kloeke boeken en mooie gedachten. Die zijn voor eeuwig. Maar de man, die gaan we heel erg missen. Ongeveer vijftien jaar geleden interviewde ik Eco in Amsterdam. Zijn boek Baudolino was net verschenen. We spraken over de filosofie van de leugen, theologische twisten op leven en dood, stommiteit in literaire kringen en seks met een geit. Lees mee. 

baudolino4AMSTERDAM, 2001 – De vergelijking ligt voor de hand. De drukte in het Amsterdamse Hotel Ambassade doet denken aan de hofhouding van keizer Barbarossa, de achtergrond van Umberto Eco’s nieuwste roman Baudolino. Spil in de drukte is ditmaal niet Barbarossa. Het is de schrijver zelf, met zijn volle zwartgrijze baard. Barbanostra. Maar daarmee houdt de vergelijking met de middeleeuwse keizer ook op. Gezien zijn jeugdig elan en de twinkeling in zijn ogen lijkt Eco nog het meest op zijn nieuwe romanheld: schelm en bedrieger Baudolino.

“Ik ben hier niet om de inhoud van Baudolino in het kort te vertellen”, zo begint Umberto Eco het gesprek. “Dan had ik net zo goed thuis kunnen blijven en een telegram kunnen sturen.” Toch is een korte inhoud wel handig voor wie het boek nog niet gelezen heeft, dus die taak neem ik dan maar op mij. Hierbij – ter introductie – het verhaal van Baudolino in telegramstijl:

+++ B. geboren 1142 in dorp bij Alessandria STOP Is ook Eco’s geboortestad STOP Bij toeval geadopteerd door keizer Barbarossa STOP Weet zich aan hof te handhaven door liegen en bedriegen STOP Schelm doet dat op sympathieke wijze STOP Wint iedereen voor zich STOP Verzint brief van mythische Priester Johannes om keizer status te verlenen STOP Brief rept over paradijselijk rijk aan de rand van wereld STOP B. gelooft in eigen leugen STOP Gaat op zoek naar rijk van Priester STOP Wonderbaarlijke omzwervingen in het Verre Oosten STOP Belandt uiteindelijk in Byzantium STOP +++

Leugenachtig

baudolino2De 62-jarige Baudolino vertelt zijn levensverhaal aan Nicetas Choniates, een schrijver van Historiën die de laatste dagen van Byzantium optekent. Deze twijfelt of hij Baudolino een plek in zijn verhaal moet geven, hij heeft die dagen tenslotte met hem doorgebracht. Zijn vriend Paphnoutios praat het hem uit zijn hoofd, waarop Nicetas verzucht: ‘Het was een mooi verhaal. Jammer dat niemand er ooit kennis van zal nemen.’ Paphnoutios antwoordt hem: ‘Je moet niet denken dat jij op deze wereld de enige geschiedschrijver bent. Vroeg of laat zal iemand het verhaal vertellen, iemand die nog leugenachtiger is dan Baudolino.’

Die leugenaar heet Umberto Eco. Net als Baudolino speelt hij een spel met de werkelijkheid en daarin is hij zeer bedreven. Eco is niet iemand die verhalen zomaar uit zijn duim zuigt. In zijn romans moet alles met alles kloppen. Bovendien pleegt de schrijver uitgebreid research en baseert zich op de juiste historische bronnen.

Eco is gefascineerd door het grijze gebied tussen waarheid en onwaarheid. “In de geschiedenis is vaak gebleken dat vergissingen tot grote ontdekkingen leiden. Het beroemdste voorbeeld is Columbus, die dacht dat hij een nieuwe route naar Indië had gevonden. Het zijn vaak valse documenten die de loop van de geschiedenis gaan bepalen. Dat gebeurt ook in Baudolino. Zijn verzinsels zetten anderen ertoe aan om de wereld te gaan verkennen.” Volgens de schrijver werd er niet alleen in de middeleeuwen vervalst om mensen te beïnvloeden. Hij noemt voorbeelden als de Golfoorlog en de Falklands-oorlog, waarbij ook onechte beelden en berichten als propaganda werden gebruikt.

baudolino1Fictieve creaties

De hoogleraar semiotiek aan de Universiteit van Bologna laat zich verleiden tot een kort college over de filosofische betekenis van de leugen. Eco: “Het concept van de leugen is pas definitief te weerleggen als de waarheid fysiek bewezen is. Zolang dat niet het geval is zijn begrippen als ‘leugen’ en ‘waarheid’ irrelevant. Dan past de benaming ‘geloof’ of ‘religie’ beter. Zo kan je bijvoorbeeld statements van de Taliban geen leugens noemen. Het enige dat we kunnen zeggen is dat het fictieve creaties van woorden zijn.”

De stand van de wetenschap in de middeleeuwen was nog lang niet zover dat veel waarheden fysiek bewezen konden worden. Dus de vatbaarheid voor fictieve creaties was groot. Baudolino spint daar garen bij. Aan de lopende band verzint hij theorieën. Om die kracht bij te zetten creëert hij relieken (zoals de beenderen van de Drie Heiligen uit het Oosten en zelfs de Heilige Graal). Hij verzint zelfs een wereldkaart waarmee het rijk van Priester Johannes te vinden is. Met die kaart gaat de groep uiteindelijk ook op reis.

baudolino5

 

Racistisch

Baudolino en zijn kameraden krijgen Priester Johannes niet te zien. Na een wonderbaarlijke reis strandden zij in een stad aan de rand van zijn rijk. Daar blijkt alles heel anders te zijn dan in de westerse wereld. Eco: “De stad Pndapetzim wordt bevolkt door een aantal middeleeuwse fantasiefiguren, zoals de sciapodes, de blemmyae en de panoti. In tegenstelling tot ons mensen – bijvoorbeeld Baudolino en zijn groep – zien zij zelf onderling geen enkel verschil in uiterlijk, terwijl de verschillen toch erg groot zijn. Zij zijn fysiek totaal niet racistisch. Maar zij zijn racistisch in de geest. Elk volk hangt een andere Christelijke traditie aan. De theologische verschillen zijn miniem, maar ze zijn bereid om elkaar daarvoor de keel af te snijden.”

Eco houdt wel van dit soort narratieve constructies voor de oplettende lezer. Het is precies het tegenovergestelde van de huidige maatschappij. Maar Eco benadrukt: “Het weerspiegelt wel de samenleving van die dagen. In de middeleeuwen werd je niet afgerekend op je uiterlijke kenmerken. Het waren de theologische twisten die leidden tot het bloedvergieten van bijvoorbeeld de inquisitie of de kruistochten.”

baudolino3Parasol

Umberto Eco heeft de bizarre creaturen niet zelf verzonnen, maar opgepikt uit middeleeuwse ‘encyclopediae’ en ‘bestiarii’. Eco: “Het zijn figuren uit legenden en mythen. Als ik iets over ze zie of lees slaat mijn verbeelding op hol. Zo’n sciapode bijvoorbeeld, die heeft maar één been. Ik ga mij zitten afvragen waar zijn penis dan zou zitten. Bij de sciapodes kwam ik er niet goed uit, achter het been heb ik maar verzonnen. Bij de panoti is het nog gekker. Die hebben hun geslachtsorganen op borsthoogte zitten.”

De wezens in Eco’s Baudolino zijn eigenlijk al veel ouder dan de middeleeuwse boeken. Al in de Griekse oudheid werd er geschreven over mensen met één been waarop ze razendsnel voortbewogen. Ze hadden een voet zo groot dat ze die als parasol tegen de zon gebruikten als ze uitrustten. De schrijver Scylax, die naar Perzië reisde in de zesde eeuw voor Christus, situeerde de wezens in India. Dat komt ruwweg overeen met de geografische ligging van Pndapetzim in Eco’s boek. We hadden ook niet anders verwacht van de meester van de eruditie.

Net als de sciapodes behoren blemmyae (mensen zonder hoofd, met het gezicht op de borst) en panoti (mensen met buitensporig grote oren) tot de ‘plinische rassen’, genoemd naar de Romeinse geleerde Plinius uit de eerste eeuw na Christus. Plinius beschreef in zijn bestiarium ook de hondskoppige cynocephali en de eenogige cyclopes, maar die spraken blijkbaar minder tot Umberto Eco’s verbeelding. Zij zijn niet te vinden in Baudolino.

Verliefd

Uit de Egyptische mythologie komt Hypatia van Alexandrië, en Eco heeft om haar heen een vrouwenvolk geschapen. De hypatia leven in de wouden buiten Pndapetzim. De vrouwen hebben allemaal de naam Hypatia. Eco laat eigenlijk in het midden of het om één wezen of om een heel volk gaat. Het gebeurt vaker dat een auteur verliefd wordt op een van zijn personages, maar dat zijn dan nog altijd mensen. Vrouwen of mannen, met alles erop en eraan. Umberto Eco gaat nog een stapje verder: hij werd verliefd op een van zijn fantasiecreaturen. In Baudolino staat een prachtige liefdesgeschiedenis, waarin de hoofdpersoon valt voor een van de hypatia. Hypatia is een erudiete, maar vooral ook beeldschone vrouw. De gevoelens blijven dan ook niet lang platonisch, en de liefde wordt geconsumeerd. Als Baudolino al zoenend over haar borsten en buik omlaag gaat wordt ze steeds hariger. Als Hypatia haar mantel open slaat blijkt ze het onderlichaam van een geit te hebben. Het kan Baudolino niet van zijn stuk brengen. Zijn liefde voor het wezen blijft even groot. Net als die van haar schepper. “Toen ik over de hypatia schreef voelde ik me uitzinnig als een jonge man. Ik was verliefd, ja” zegt Umberto Eco, om er vervolgens lachend aan toe te voegen: “Maar het is niet autobiografisch, hoor! Ik heb nooit seks met een geit gehad.”

Volkstaal

baudolino6Leugenaar Eco verzon niet alleen een levensgeschiedenis. Hij verzon ook een middeleeuwse volkstaal. Het eerste hoofdstuk van het boek is door Baudolino zelf geschreven in een mengeling van Italiaans en Latijn. Daarmee maakte de schrijver het niet makkelijk voor zijn vertalers. Umberto Eco: “Het Italië van de twaalfde eeuw kende nog geen vastgelegde volkstaal. Ik had zelf dus volledige vrijheid, zolang er maar geen vliegtuigen of horloges in voorkwamen. Voor veel Noord Europese landen ligt dat anders. In Frankrijk was al Le Troubadour in de volkstaal geschreven, en in Duitsland de Minnesänger. In het middeleeuwse Engels zijn talloze werken geschreven. Vertalers uit deze landen, en ook uit Nederland, hadden dus rekening te houden met bestaande woorden en zinsconstructies. Dat maakte het veel moeilijker. Ik geloof dat de Nederlandse vertalers (Yond Boeke en Patty Krone – LD), met de hulp van professor Herman Pleij, zich er heel goed uit hebben gered.”

Stommiteit

Umberto Eco koos niet voor niets voor het gebruik van volkstaal boven dat van het Latijn in zijn eerste hoofdstuk. In tegenstelling tot zijn andere ‘middeleeuwse boek’, De naam van de roos, dat was geschreven vanuit het perspectief van de ‘elite’ (priesters en monniken), is Baudolino geschreven vanuit het volk. Boeren en krijgslieden. Zoals we het gewend zijn zit ook Eco’s nieuwste boek vol humor. Geheel in stijl valt er ditmaal niet te lachen om intellectuele spitsvondigheden. Kenmerkend zijn de absurde situaties en bizarre, soms stompzinnige dialogen. “Ik bereik een humoristisch effect door het imiteren van realistische gesprekken. Ik ben gefascineerd door stommiteit, en die kan je overal tegenkomen”, zegt Eco. “Maar vooral in literaire kringen”, lacht hij.

baudolino7Universum

Net als zijn andere drie romans – naast De naam van de roos zijn dat De slinger van Foucault en Het eiland van de vorige dag – is Baudolino zeer veelzijdig. Het is een schelmenroman a la Tyl Uylenspieghel. En passant krijgen we een geschiedenislesje over de middeleeuwen in Noord-Italië. Het is zowel een filosofisch traktaat als een bizar sprookje. Het eerste hoofdstuk is een briljante oefening in historische letterkunde, terwijl de passages over Hypiata sterk erotisch zijn. Er valt van alles in Baudolino te beleven. Het is eigenlijk een middeleeuws universum geworden.

Toch hoeven we voor Umberto Eco niet zo hoogdravend te doen. Als hij wordt gecomplimenteerd voor zijn schrijfstijl lacht hij bescheiden. “Ach, als jongetje was ik slecht in voetballen. Dus ga je boeken lezen. Dan is de stap naar zelf schrijven niet meer zo groot.”

eco

Dit verhaal is in 2001 geschreven voor Writersblock Magazine. Daar is het nog in het archief te vinden.

Bones en Oogie

(Vorige maand overleed mijn grote held David Bowie. In 2003 schreef ik dit stuk voor het legendarisch obscure internetmagazine NU WIJ WEER!. Opeens moest ik hier weer aan denken. Dankjewel, David Bowie, voor al het moois dat je bracht.)

Op een cd van David Bowie uit 2002 staat het nummer Slip Away. Het is een van de hoogtepunten uit ’s mans werk. Slip Away is slepend, en wordt dramatisch gebracht. Maar waar gaat het nummer in godsnaam over? Deze week stond ik in Ahoy en kreeg het antwoord van meneer Bowie himself. Op de setlist van het concert in Rotterdam stond ook Slip Away. Het werd aangekondigd als een ode aan ‘helden die we allang zijn vergeten’. En tijdens het nummer zagen we op het videoscherm Bones en Oogie voorbijkomen, afgewisseld met melancholische beelden van Coney Island.

oogie1

Bones en Oogie zijn karakters uit The Uncle Floyd-show, een corny kinderserie uit de jaren zeventig die nu hopeloos verouderd aandoet. De Bones en Oogie’s van Nederland zijn bijvoorbeeld Bassie (van Adriaan), Jaap Stobbe van De Poppenkraam, Bolke de Beer of de Jan Klaassen en Katrijn uit De Film van Ome Willem. Poppen en clowns die – ondanks hun steevast sardonische grijns – dertigers in hun hart koesteren. Nostalgie als remedie tegen bange oorlogsdagen, juist zo aantrekkelijk omdat de figuren elk contact met het heden hebben verloren.

Don’t forget to keep your head warm
Twinkle twinkle Uncle Floyd
Watching all the world and war-torn
How I wonder where you are

oogie2

In de tijden van Bones en Oogie leefde in het Nederlandse stadje waar ik opgroeide een dorpsgek: Dolf. Behalve dorpsgek had je ‘m ook filosoof kunnen noemen, want analoog aan Diogenes leefde hij in een betonnen buis. Dolf was bang voor “all the world and war-torn” en zocht zijn heil bij zijn vriendjes, de poppen. Hij ging over straat met drie á vier poppen in zijn hand – allen met steevast een sardonische grijns. Of hij reed ze rond in een wagentje. Dolf scandeerde door de straten: “Dag en nacht… poppenmacht!”

Dertig jaar later krijgt hij alsnog gelijk. Nu doen wij precies hetzelfde, met onze hang naar knuffels, Bert en Ernie-poppen en Jip en Janneke-figuurtjes. We zijn bang voor de boze buitenwereld en vluchten in ons veilige kinderwereldje.
Alles wat mooi en onschuldig is zien we verglijden, voorbijgaan. Vervallen als Coney Island, vervreemd als Bones en Oogie. We klampen ons vast aan de laatste strohalmen van onze jeugd.

oogie3

Zo ook in Ahoy, deze week. Hier werd jeugd herbeleefd, middels bijvoorbeeld Let’s Dance en China Girl. De man is zelf al 56 jaar, de fans 35-plus en ouder, maar toch schreeuwden ze als teenagers wanneer David Bowie tijdens het optreden eventjes hun kant opkeek. Of het nu kwam door incontinentie of door geilheid, er waren heel wat natte kruisjes die avond.
En Bowie? De handige performer gebruikte de nostalgische hits als garnituur om zijn nieuwe werk te presenteren. Hij knielde neer tussen de grijpgrage dameshanden en zong over het verglijden van de tijd, terwijl we Oogie over het videoscherm zagen stuiteren in een perverse karaoke.

Sailing over Coney Island
Twinkle twinkle Uncle Floyd
We were dumb but you were fun, boy
How I wonder where you are

Ik had even geen oog voor David Bowie. Ik dacht terug aan Dolf. “Dag en nacht… poppenmacht!” Aan Bolke de Beer en Jan Klaassen en Katrijn. Ik zag mezelf weer als 13-jarig jongetje, in net zo’n treurig reuzenrad als op Coney Island. Ik herinnerde m’n speelgoedinstrumentjes: een plastic mondharmonica en een trommel met een slap vel. De tranen stonden in m’n ogen.

stylophone

In het outtro van Slip Away bespeelde Bowie de stylophone, een elektronisch speelgoedinstrumentje uit de jaren zestig/zeventig waar magische klanken uit komen. Pas toen de laatste geluiden verstierven werden m’n dromen verstoord. De band zette keihard I’m Afraid Of Americans in, de wrede werkelijkheid van 2003.

Ach Dolf…
Watching all the world and war-torn
How I wonder where you are


Vakidioten helpen politieonderzoek

boek7

Vakidioten. Zo kun je de interne en externe experts noemen die de politie inzet bij grootschalige rechercheonderzoeken. De Landelijk Deskundigheidsmakelaar (LDM) beoordeelt ze en bemiddelt in de inzet van hun kennis en ervaring. Dit jaar bestond LDM tien jaar en Mixed Media maakte ter gelegenheid daarvan een aantal filmpjes en een boek. Ik ben gevraagd om dat boek te schrijven en dat was een feest! Want de vakidioten weten zulke bijzondere dingen en kunnen daar zo enthousiast over vertellen.

boek5

Ik sprak onder andere met een onderzoeker van TNO – expert op gebied van mens en mechanica, een expert in het analyseren van satellietbeelden en een voor (historische) luchtfoto’s, een recherchepsycholoog gespecialiseerd in seriematige brandstichters, een professor in de sociale antropologie en een stadsmarinier die alles over Somaliërs weten, forensisch psycholoog en geheugenwetenschapper Henry Otgaar, forensisch patholoog Frank van de Goot, een hoogleraar traumachirurgie verbonden aan het AMC, een voertuigenspecialist met veertig jaar ervaring en een expert van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) die ook alles weet van dragracen.

boek4

En passant kwamen een aantal geruchtmakende zaken aan bod, zoals bijvoorbeeld de grensmoord van Baarle-Nassau waarbij het slachtoffer in een kliko werd verstopt, de monstertruck in Haaksbergen, brandstichtingen in jachthavens in Limburg en in ‘t Zand in Groningen, de aanslag op de MH17 boven Oekraïne, mensensmokkel uit Afrika, een dubbele moord in Groningen.

boek3

Mixed Media en ik hebben dit verwerkt in een paar ‘longreads’ en een aantal pagina’s met veel foto’s en korte stukjes tekst. Soms moesten we op eieren lopen, want enkele onderzoeken waren nog niet afgerond of nog onder de rechter. Het was spannend om uitspraken daarover ‘diplomatiek’ in het boek te krijgen, maar dat is goed gelukt. Wij zijn heel blij met De kracht van kennis delen | LDM: kundig in deskundigheid.

boek2

Boekpresentatie Slagschaduw in Scherpenzeel

Mijn moeder en ik presenteerden op 7 oktober het boek ‘In de slagschaduw van de oorlog. Herinneringen aan een jeugd in de jaren dertig en veertig’ in het Leescafé van de Bibliotheek in Kulturhus de Breehoek in Scherpenzeel. Het zijn de memoires van mijn overleden vader Wouter Hugo Douma.

10620800_730701700336142_195314043378020416_n

Hoe maakte een kind op de Veluwe de crisis mee, en de tweede wereldoorlog die daarop volgde? Douma was twaalf jaar toen WOII uitbrak. Hij maakte de dramatische evacuatie van 10 mei 1940 mee. Hij zag bombardementen, een mogelijke V1-inslag en later de geallieerde parachutisten boven de Ginkelse Heide. In de oorlogswinter moest hij met zijn ouders en broertje vluchten naar het dorp De Glind. Zij woonden daar een tijd bij een boer in het kippenhok. Toen ze terugkeerden troffen zij hun huis en hun stad in puin.

boek1

Na de oorlog bleef Douma in Wageningen. Hij ging er sociologie studeren en werd wetenschappelijk hoofddocent. In de jaren tachtig zat hij in het college van bestuur van Wageningen UR, toen nog de Landbouwhogeschool.

Op late leeftijd blikte Douma terug op zijn jongensjaren. Wouter Hugo Douma is overleden op 22 maart 2012. Het boek is uitgegeven door zijn nabestaanden.

boek2

(Foto’s zijn van Marjon de Kruijff van Bibliotheek Scherpenzeel.)

‘In de slagschaduw van de oorlog’ is een boekje van 80 pagina’s met hard cover en kost 12,50 euro (exclusief verzendkosten). Wil je exemplaren bestellen? Mail mij dan: leendertdouma@xs4all.nl.

Alvast wat lezen?

Mitrailleurs, stroboscopen en ‘elephant men’

Het was 25 jaar geleden. Meat Beat Manifesto in Tivoli Utrecht. Dit dus…

stsEn toen was er opeens dat dubbelalbum: Storm the Studio. De elektronische revolutie in de popmuziek van de jaren tachtig (samples, sequencers, scratches en synthesizers) was grotendeels volbracht. Het had nog één harde schop onder de kont nodig: een flinke dosis waanzin en energie. Nou, daar wilden de heren van Meat Beat Manifesto wel voor zorgen.

Storm the Studio is precies wat de titel aangeeft. De band stopte dertig jaar popmuziek in een koffertje, bestormde de studio en kwam er weer uit met… Ja, met wat eigenlijk? Een remix-album avant la lettre. Storm the Studio bestond uit vier tracks (God O.D., Re-animator, Strap Down en I Got the Fear), allemaal in vier zeer uiteenlopende mixen, elk nummer nam een plaatkant in beslag. Doordat alle tracks zo van elkaar verschilden klonk Storm the Studio als een volwaardig en compleet album. Tig etiketjes – die ze zo mooi weten te verzinnen voor elektronische muziek – waren van toepassing op de plaat: hiphop, noise, industrial, electronic funk, dub, noem maar op. Alles werd keihard in je gezicht geslingerd, met een sausje waanzin verzorgd door dj Gregg Retch en zanger/rapper Jack Dangers.

Wisten wij veel

Bovengenoemde elektronische revolutie heeft veel goed gedaan voor de popmuziek in brede zin. Toch waren er ook minder leuke effecten. Tot op de dag van vandaag is er niks zo vervelend als een live optreden van een elektronische act. Muzikaal mag er wel wat te genieten zijn, visueel is het armoe troef. Wat valt er nou te beleven aan wat muzikanten (m/v) die verstopt staan achter een batterij elektronica?
De verwachtingen voor Meat Beat Manifesto in het Utrechtse Tivoli (februari 1989) waren dusdanig. Het zou een feest voor de oren worden, daar waren we zeker van – we kenden Storm the Studio inmiddels uit ons hoofd. ‘Waanzin-rapper’ Jack Dangers zou misschien wat gekke dingen op het podium uithalen, maar dat was het dan wel. Wisten wij veel… Het podium deed niets anders vermoeden. We zagen wat draaitafels en samplers, geen videoschermen of monitors die een optreden nog wel eens kunnen opleuken.

Stoot in de maag

De zaallichten gingen uit, de rookmachines gingen aan. Op het podium ontwaarden we drie schimmen, die niet veel meer van doen hadden met de menselijke anatomie. Tegelijkertijd barstte het lawaai los en ging de stroboscoop aan. Een stoot in de maag. En dat zou zo blijven. De anatomische ‘elephant men’ bleken drie dansers in schubbige kostuums met extra lange stelten. Maar veel konden we daarvan niet zien. De rook, de flikkerende stroboscoop en de harde beats ontnamen ons alle zintuigen. Gebeurde er echt iets op het podium of hallucineerden we?

Gevaarlijk

Hoe lang heeft het allemaal geduurd? Tweeënhalf uur? Tien minuten? Een blik op het horloge wees uit dat Meat Beat Manifesto op de kop af een half uur bezig was geweest. Erg kort voor een traditioneel concert, maar deze aanslag op de zintuigen had niet langer moeten duren. Dat zou gevaarlijk zijn geweest.

Lyrisch

Net zo kort als de concerten zelf waren, was de Hollandse tour: twee losse optredens en een performance tijdens het Amsterdamse Tegentonen-festival. Critici waren lyrisch. Popjournalist  Corné Evers maakte het helemaal bont. In Muziekkrant OOR schreef hij:
“Harde beats klinken, afgevuurd als een vernietigend mitrailleursalvo. Ergens in het publiek laat een meisje zich op haar knieën zakken. Een gulp wordt open geritst, onhoorbaar door het donderende geweld dat van het podium komt. Tanden en lippen grijpen gulzig toe en beginnen het groeiend vlees te bewerken.”

Een hallucinerende trip of een seksuele ervaring? Meat Beat Manifesto liet Nederland in verwondering achter.

Herman Brood, zoon van alle moeders

Vandaag is het 13 jaar geleden dat Herman Brood een eind aan zijn leven maakte. Ik was toen hoofdredacteur van het legendarisch obscure webmagazine NU WIJ WEER!. En ik schreef toen dit:

moederenkindHerman Brood is dus dood. Mijn moeder hoorde het op het nieuws. “Och, die arme lieve jongen”, fluisterde zij, verdrietig en vertederd. Heel raak. Want Herman wás een lieverd: een dromerige jongen, type zeven sloten tegelijk. Je kon niet anders dan van hem houden. En dat gold zeker voor het vrouwelijk geslacht. Herman riep moedergevoelens op. Veelzeggend was dan ook de titel van zijn dichtbundel: Zoon van alle moeders.

Het verklaart ook zijn innige band met Majoor Bosschart. De heilsoldate is immers de Moeder Aller Zonen, een Maria-figuur. Hun band had bijna iets heiligs. Onbedoeld zette de protestantse NCRV, in het programma Villa Felderhof, een katholiek icoon neer dat zijn weerga niet kent. De Zoon van Alle Moeders werd in bad gestopt door de Moeder Aller Zonen. Een beetje vreemd was het wel: een calvinistische Maria ontfermt zich over een geperverteerde Christus. Maar tegelijkertijd was het beeld tot tranen toe ontroerend.

Hier is de hele aflevering van Villa Felderhof, de bewuste scene is op 39.25 minuten.

breedbekkickersPipi
Het is dezelfde soort ontroering als die Brood wist op te roepen in het nummer Nur ein Wunsch, B-kant van een obscuur singletje (Hou Kontakt) opgenomen met de Breedbekkikkers. Begeleid door kerkklokken kweelde Brood in gebroken Duits:

Ich fin’ das nicht schlimm, mutti,
das du niemahls gegen mir lacht.

Ich hab’ nur ein Wunsch
für die nächste Weihnacht:
Ich möchte kucken,
wenn du pipi macht

De zanger is hier een achtjarig jongetje dat liefde tekort komt, en dat voor kerstmis maar één ding van zijn mama wil: intimiteit. De kleine Herman is zo slim om maar meteen het onderste uit de kan te vragen. En wat is er nou intiemer dan te kijken naar een plassende vrouw?

Beppie

als-ik-jou-niet-hadHermanus kwam in werkelijkheid uit een warm nest. Beppie Brood is een lieve Zwolse, met alle begrip voor de fratsen van haar zoon. Maar Herman was zozeer een kind dat zij niet in haar eentje de moederrol kon vervullen. Daar had Brood iedere vrouw die op zijn pad kwam voor nodig: vriendinnen, echtgenotes, minnaressen, ja zelfs dochter Lola moest er aan geloven. “Papa, doe nou niet zo gek”, verzuchtte zij menigmaal, vertederd als een volwassen dame. En Herman baadde zich in alle vrouwelijke aandacht.

Uppie

Waarom dan toch die zelfmoord, met zoveel liefde om hem heen? Een zoon toont de ellende niet graag aan zijn moeder. Herman moest de uitwassen van zijn verslavingen in z’n uppie dragen. Toen dat niet meer ging besloot hij de hulp in te roepen van de Allerhoogste. De Moeder van God…

Vanaf het dak van het Amsterdamse Hilton vloog Herman Brood door naar de hemelpoort. Hij werd daar al opgewacht door de Heilige Maagd Maria. Met een devote glimlach nam zij hem in haar armen. “Welkom thuis, kleine Herman”, fluisterde Moeder Maria. Toen ging zij hem voor naar het damestoilet.

Memoires van vader (4)

slagschaduwOnlangs is het boek ‘In de slagschaduw van de oorlog. Herinneringen aan een jeugd in de jaren dertig en veertig’ verschenen. Het zijn de memoires van mijn overleden vader Wouter Hugo Douma. Hij was twaalf jaar oud toen de Tweede Wereldoorlog begon en woonde in Wageningen. Op 4 mei herdenken we de doden. Maar deze dag was voor Wouter eigenlijk Bevrijdingsdag, al moest hij ook verkassen naar het kippenhok.

Een domper op de feestvreugde kwam een paar dagen na de bevrijding van Barneveld. We zaten met z’n allen aan het middageten. Toen zei boer Van Diermen nogal plompverloren: “Nou, de oorlog is over. Jullie moesten maar ‘ns naar huis toe gaan.” Mijn vader heeft hem toen aan het verstand gebracht dat dat niet zomaar ging. Wageningen was zwaar beschadigd en zonder voorzieningen en het was nog steeds afgesloten voor burgers. Maar de sfeer was door die opmerking van de boer toch bedorven. Omdat ze ook niet wisten hoe lang het nog zou duren voor we terug konden, suggereerden mijn ouders dat we tot ons vertrek nog zouden bivakkeren in een van zijn leegstaande kippenhokken. Die stonden zo’n honderd meter achter de boerderij in het weiland.

Het was een onvergetelijk moment, toen in de vroege avond van 4 mei de Engelsen via de BBC hoorden dat Duitsland had gecapituleerd. Als een lopend vuurtje ging het bericht door hun kampement en de boerderij. Vergezeld met gejuich: “War is over! War is over!” In de hele buurt heerste euforie. De soldaten schoten hele bogen lichtspoormunitie de lucht in. Ze haalden drank te voorschijn, echte whisky, die we in het kippenhok en op het erf dronken. Uit theekopjes bij gebrek aan glazen. En iedereen feliciteerde elkaar.
Toen werd er geroepen om Bill. Dat was een van de soldaten waarvan ze wisten dat het een goede zanger was. “Bill! Sing ‘Jerusalem’. Please do!” Bill werd op het hek achter het erf gezet, voor een publiek van soldaten, boeren en evacues. En inderdaad. Hij zong krachtig en ontroerend tegelijk, schallend over de weilanden in de schemering, die oude hymne.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=EXEqFMFFsQo]

Een andere Bill zingt Jerusalem

‘In de slagschaduw van de oorlog’ is een boekje van 80 pagina’s met hard cover en kost 12,50 euro (exclusief verzendkosten). Wil je exemplaren bestellen? Mail mij dan: leendertdouma@xs4all.nl.

Memoires van vader (3)

slagschaduwDeze week is het boek ‘In de slagschaduw van de oorlog. Herinneringen aan een jeugd in de jaren dertig en veertig’ verschenen. Het zijn de memoires van mijn overleden vader Wouter Hugo Douma. Hij was twaalf jaar oud toen de Tweede Wereldoorlog begon en woonde in Wageningen. Hieronder staan twee losse fragmenten over het begin van de Slag om Arnhem, beleefd vanuit Wageningen.

En toen brak 17 september aan. Het was een mooie, zonnige zondagmorgen. Toen ik naar buiten ging zag ik in de struiken van onze voortuin en op de fruitbomen van de boomgaard aan de overkant van de weg allemaal strookjes zilverpapier. Ze dwarrelden ook door de lucht. Zulke zilverpapiertjes werden wel vaker uitgeworpen door geallieerde vliegtuigen. Dat deden ze om de elektronische opsporingsapparatuur van het Duitse luchtafweergeschut te ontregelen. Ik lier er achter aan de Dolderstraat in, om ze te vangen en op te rapen. Achter de kwekerij van Schiphorst, bijna om de hoek van de Oude Bennekomseweg, zag ik een statig eskader zware bommenwerpers aankomen vanuit het zuiden. Plotseling zag ik de bommen er uit tuimelen. Met enorme explosies en rook en vuur kwamen ze vlakbij neer. Ze vielen op de dichtstbijzijnde rand van de woonwijk Sahara en op de Diedenweg.

Je hoorde nu ook het mitrailleurvuur van de strijd op de grond. Mijn oom Gerrit opperde om een loopgraaf te maken, om buiten een schuilplaats te hebben. Die groef hij samen met mijn vader en de buurman. Eelko en ik hielpen mee. Het werd een grote W-vormige schuilloopgraaf tussen de bessenstruiken in onze achtertuin. Zo waren we beschermd en konden we toch zien wat er gebeurde in plaats van in de kelder te kruipen. Tijdens het overkomen van nieuwe vluchten stonden of zaten we daar dan, samen met de buren. Nog hoor ik het aanhoudende geklaag van hun kleine Cora, van nog geen drie jaar oud. Tussen het zware gedreun van de vliegtuigen klonk haar stemmetje: “Mama, ‘k ben d’r bang voooor! ‘k Ben d’r bang voooor!”

‘In de slagschaduw van de oorlog’ is een boekje van 80 pagina’s met hard cover en kost 12,50 euro (exclusief verzendkosten). Wil je exemplaren bestellen? Mail mij dan: leendertdouma@xs4all.nl.