Happy birthday, Brilliant Trees

Op deze dag in 1984 bracht David Sylvian het album Brilliant Trees uit. So happy birthday!

Ik had vroeger – eind jaren tachtig hebben we het over – een vriendinnetje die tot over haar oren verliefd was op David Sylvian. Ja, ook op mij hoor, ik was niet ongelukkig. Maar het Grote Romantische Idool, de Androgyne Adonis, de Mythische Godenzoon was de voormalige zanger van de band Japan. Fijnzinnig, diepzinnig, en ook nog gezegend met een goddelijke stem. Ergens was het maar goed dat ik in de verste verten niet op hem leek. Zo bleef David Sylvian een onbereikbaar, abstract fenomeen.

Op deze manier vielen bosjes meisjes, vrouwen, voor de mooi-boy. Sophisticated Sylvian. Dat was leuk, zolang hij en zijn band nog poppy Roxy Music-gekleurde synthesizerwave maakten: Japan was zo’n typische new romantics-band zoals die in het Engeland van de jaren tachtig zoveel waren. Het probleem begon toen Japan steeds serieuzer muziek ging maken (zoals op de albums Tin Drum en Oil On Canvas). En dat bleek gaandeweg de solocarrière van David Sylvian steeds meer een ding te worden: de mooi-boy werd nooit zo serieus genomen. Hoe ver hij ook ging in zijn experimenten en improvisaties – en dat bleek heeeel ver – en welke grootheden met hem ook het muzikale avontuur aangingen (Fennesz, Holger Czukay, Robert Fripp, Ryuichi Sakamoto, Jaki Liebezeit, Jon Hassell, Arve Henriksen), altijd werd zijn werk gezien als ‘avantgarde-light’. Zo’n denigrerend label verdient David Sylvian absoluut niet!

Was het kinnesinne? Aan de muziekjournalisten en –critici heeft het niet gelegen. Die waren laaiend enthousiast. Zeker toen de band Japan klapte (door botsende ego’s en doordat de zanger er vandoor ging met de vriendin van bassist Mick Karn) en David Sylvian in 1984 op de proppen kwam met zijn eerste soloplaat Brilliant Trees. Dat enthousiasme was terecht. Op latere platen ging David Sylvian misschien veel verder, vooral Manafon uit 2009 is extreem, maar Brilliant Trees is meteen z’n grootste meesterwerk! De plaat is atmosferisch, akoestisch adembenemend, vervreemdend en vertrouwd. Verstild. Ontroerend. Het album is jazz, ambient, wereldmuziek en krautrock tegelijk.

De openingstrack, Pulling Punches, doet nog het meest aan Japan denken: met hamerende basslijntjes en funky blazers. Maar dat er een andere weg wordt ingeslagen hoor je meteen aan die vervreemdende en vervormde solo op de flugelhorn door Holger Czukay – voormalig voorman van de krautrock-band Can. Ook het vierde nummer – de afsluiter van kant A – is nog wat traditioneel. Red Guitar kwam op single uit en werd een bescheiden hit door een jazzy/bossanova contrabas en het subtiele pianospel van Ryuichi Sakamoto. (Sylvian en Sakamoto hadden kort daarvoor een megahit met het nummer Forbidden Colours uit de soundtrack van de film Merry Christmas Mr. Lawrence. Laatst las ik een goede beschrijving: het nummer is een beetje de Careless Whisper voor alternatieve bakvissen…) Kant A van de elpee wordt verder gevuld door een David Sylvian die we tot nu toe nog niet kenden: The Ink In The Well en Nostalgia. IJle gitaren. Donkere contrabas. Een waterig orgeltje. Rare percussie. Klankschalen. Bellen. Een kwijnende trompet. ‘Field recordings’ van Aziatische en Afrikaanse gezangen of radio-opnames van stemmen. Dit hoorde je allemaal niet bij Japan.

Op kant B ontpopt Brilliant Trees zich helemaal als meesterwerk. Je hoort drie nummers: Weathered Wall, Backwaters en de titeltrack. Twee daarvan zijn geschreven met de experimentele trompettist Jon Hassell die onaardse geluiden uit zijn instrument weet te ontlokken. Dit zijn meer sculpturen dan songs. Er lijkt geen structuur in te zitten. Het zijn eerder exercities in geluid. De muziek is heel subtiel. Iedereen mag naar hartenlust improviseren en David Sylvian laat veel ruimte (deze werkwijze wordt op Manafon tot in extremis doorgetrokken). En tegelijkertijd klinkt alles zo logisch en op z’n plaats. Nergens wordt een noot teveel gespeeld of een klank te weinig. Alles is heel fijnzinnig en subtiel gemixt. De sfeer is melancholisch. Het beeldhouwwerk van geluid is van een zeldzame schoonheid.

Hoogtepunt is de afsluiter, het titelnummer Brilliant Trees, zeker als de rondzingende synthesizers en wollige trompetten verstommen en er een subtiel ritme wordt ingestart. David Sylvian en zijn gevolg (Holger Czukay, Sakamoto, Japan-kameraden Steve Jansen, Steve Nye en Richard Barbieri, Jon Hassell, Mark Isham, Kenny Wheeler, Danny Thompson) lijken hier op reis te gaan. Ze slaan een weg in die nog niet bewandeld is in de jazz-, ambient- op popmuziek. Follow de mooi-boy, het wordt een hele spannende muziektrip! Niks avantgarde-light. Dit is de real thing.

Al met al duurt Brilliant Trees maar veertig minuten. Dat is best weinig voor zulke mooie muziek. Platen- en cassetteliefhebbers als ik was, ging ik een jaar later driftig op zoek naar een uitgave waarop ook de plaat Alchemy (An Index Of Possibilities) was vastgeplakt. Dat is hoofdzakelijk instrumentaal werk, gemaakt met Holger Czukay in de slipstream van Brilliant Trees. Zo kon ik nog wat langer genieten van David Sylvian, want ik was inmiddels tot over mijn oren verliefd op zijn muziek.

Meer jarige platen?

De beste albums: 17 van ‘17

– Dus… 2017 was het jaar van David Bowie.
– Huh? Maar die is toch begin vorig jaar al overleden?
– Klopt. Maar kijk eens naar deze eindlijst… Zijn geest leeft voort.

Want wat zien we allemaal in deze lijst van 17 beste platen van 2017? Een onversneden protegé (David Bowie noemde Lorde ‘the future of popmusic’), een samenwerkingspartner die te verlegen was om Bowie’s muziek teveel aan te pakken (James Murphy van LCD Soundsystem). We zien een muzikant die zijn tegenspeler was in een Japanse oorlogsfilm (Ryuichi Sakamoto) en synthesist Alessandro Cortini van de band die ooit met Bowie het podium deelde (Nine Inch Nails). Er is een uitgesproken fan die qua ‘sound and vision’ net zo goed haar vrouwtje staat (St. Vincent). En we zien twee jazzo’s (Joseph Shabaton en Colin Stetson) die niet eens hadden misstaan op Bowie’s laatste album Blackstar.

Arcade Fire
De enige die we moeten missen in deze lijst is Bowie’s favoriete band: The Arcade Fire. Zij maakten in 2017 sowieso de song van het jaar met Everything Now, en ook de nummers twee en drie kwamen uit hun koker (Sings of Life en Creature Comfort). Maar over de gehele linie was hun album geen groot genoegen. Ze presteerden het zelfs om er mislukte reggae-dingen op te zetten. En daarmee spiegelden zij – onbewust – de allerslechtste plaat uit Bowie’s carrière: Tonight uit 1984.

Ruk
Okee, dan nog wat keuzes die deze eindlijst hebben bepaald. Veler favoriet The War On Drugs kwam er niet in. Ik vind dat zij vooral een saaie plaat hebben gemaakt – zij zijn de Dire Straits van dit jaar. Met rap en hiphop ben ik al een paar jaar een beetje klaar, hoewel ik het keer op keer probeer. Dus ook Vince Staples en Kendrick Lamar zijn meestal mwoh. En de Nederlandse favo Ronnie Flex vind ik vooral erg ruk.

Bubbling under
Er waren natuurlijk ook afvallers die mij zeer aan het hard gingen. Die wil ik nog even een eervolle vermelding geven. ‘Bubbling under’ in 2017 waren: Xiu Xiu met Forget, Dirty Projectors met hun gelijknamige plaat, erg fijn werk van Hauschka (What If), Kelly Lee Owens, Blanck Mass, Orson Hentschel met Electric Stutter, Planetarium (het project waar onder andere Sufjan Stevens aan meedeed), Ghostpoet, Zola Jesus (zoals elk jaar weer fantastisch), synthesizergrootheid Kaitlyn Aurelia Smith, fijne ambient van Hecq, nog fijnere ambient van Bibio, James Holden/The Animal Spirits, Perfume Genius. En uit Nederland: de nieuwe Piiptsjilling, Spinvis met Trein Vuur Dageraad en niet te vergeten Nadia Struiwigh met Lenticular!

Hier is ‘ie dan: de 17 van ’17. Klik de links voor mijn uitgebreide recensies.

1. LordeMelodrama
2. Ryuichi Sakamotoasync
3. St. VincentMasseduction
4. The xxI See You
5. LCD Soundsystemamerican dream
6. SohnRennen
7. ArcaArca
8. SevdalizaISON
9. Joseph ShabasonAtyche
10. Colin StetsonAll This I Do For Glory
11. JacaszekKwiaty
12. Karima WalkerHands In Our Names
13. Linde SchöneLinde van Nimma
14. LuwtenLuwten
15. BjörkUtopia
16. Alessandro CortiniAvanti
17. Fever RayPlunge

Wil je alles horen? Luister dan deze Spotify-list. Enjoy!

En hier drie keer The Arcade Fire:

Ryuichi Sakamoto – async

Ik denk dat Ryuichi Sakamoto dit jaar met async zijn mooiste plaat ooit heeft gemaakt. Ik vind dat bijzonder, gezien zijn imposante carrière. En ik vind het een mooi idee, omdat hij deze gemaakt heeft nadat hij een ernstige vorm van keelkanker overleefde.

Het was 1983. Ik was een pubertje en volledig in de ban van David Bowie. Dus moest ik de film Merry Christmas Mr. Lawrence zien, waarin zowel Bowie als Sakamoto speelden. Ryuichi Sakamoto maakte ook de soundtrack bij die film. Ik had die op een cassettebandje staan, met een zelf nagetekend hoesje met samoerai-zwaard en ondergaande zon. Daarop stond uiteraard ook Forbidden Colours – gezongen door David Sylvian van de band Japan. Het is een van de mooiste nummers ooit. In 2017 legde Sakamoto uit wat hij toen bedoelde. Hij wilde een kerstnummer maken, maar dan een die zowel voor oosterlingen als westerlingen exotisch zou klinken. Dus schreef hij een pianodeun a la Erik Satie maar dan op basis van een Japanse toonschaal. Dit alleen al is goed voor een plekje in de Rock ’n Roll Hall Of Fame, vind ik.

In 1983 ben ik ook gaan terugluisteren wat hij nog meer maakte en kwam uit bij het vroege werk van Yellow Magic Orchestra. Dat is een soort van oosterse variant op Kraftwerk, maar met veel meer humor. En Chinese en Japanse melodieën. En nummers opgebouwd uit het geluid van de videospelletjes van toen. De band is zwaar onderschat en onterecht in de vergetelheid geraakt.

Na Merry Christmas maakte Ryuichi Sakamoto nog een paar solo-albums, waarop bijna elke wereldster is te horen. Robbie Robertson, Youssou N’Dour, Brian Wilson, Iggy Pop. Maar die platen waren te druk. Er was geen tijd voor verstilling. Die was er wel in een paar briljante soundtracks voor films als The Last Emperor en The Sheltering Sky (naar aanleiding van een boek van Paul Bowles). Ik vind dat Sakamoto in de jaren daarna steeds meer ruimte gaf aan verstilling. Of eenvoud. Of experiment. Ik vind dat mooi.

Wat ik niet zo mooi vind is dat tegenwoordig iedereen in het New Yorkse wereldje waar hij woont hem bij zijn voornaam noemt. Of zelfs ‘Ryu’ zegt. Nee, dan ga ik meer voor de cineast Stephen Nomura Schible, die dit jaar de documentaire Coda over hem maakte. Uit respect gebruikt hij de Japanse eerbiedige aanspreekvorm: ‘Sakamoto-san’. Zullen we dat in de rest van dit verhaal ook doen?

In 2014 werd bij Sakamoto-san een ernstige vorm van keelkanker geconstateerd. Die ziekte velde hem voor een jaar. Maar niet zijn muzikale ontvankelijkheid. Zo lag hij in de MRI-scanner en merkte dat die ritmische geluiden maakte als in harde techno.

De ziekte heeft Sakamoto-san verandert, denk ik. Het heeft hem vrijer gemaakt. Hij weet dat async zijn laatste album kan zijn. Dus moest die plaat perfect worden. Hij brengt async als een imaginaire soundtrack bij films van de Russische avant-garde regisseur Andrej Tarkovsky, zoals Stalker (1979) en Solaris (1972).

En hij wilde alleen maar laten horen wat hij zelf wilde horen. Dat zijn bijvoorbeeld opgenomen geluiden in Japanse ruïnes en tuinen, zoals regenbuien, wind, maar ook traditionele Japanse instrumenten. Ook hoor je Paul Bowles spreken over dood, herinneringen uit je kinderjaren en dat je in je leven misschien maar twintig keer de volle maan ziet opkomen.

Zoals kanker een lichaam kan overnemen, zo kan de natuur een verwaarloosd muziekinstrument overnemen. Dat idee boeide Sakamoto-san toen hij een bezoek bracht aan de nucleaire zone in het door een kernramp plus tsunami getroffen Fukushima. Daar zag hij in een school een oude piano staan en hij heeft daar opnamen van gemaakt. Die klinken spookachtig glasachtig, vind ik. En ze zijn te horen op async, in de tweede helft van ZURE.

Alsof de cirkel rond moet zijn, staat ook David Sylvian weer op dit album. Hij draagt poëzie voor van de Russische dichter Arseny Tarkovsky. Zo zegt hij in Life, Life: ‘Life is a wonder of wonders, and to wonder / I dedicate myself on my knees’.

Ik hoop dat de 65-jarige Sakamoto-san nog lang zal blijven leven, en ons nog een aantal keren zal verrassen met zo’n wereldplaat als async



Alle beste albums van 2017: