Loraine James – Reflection

Dit jaar kwam de gezamenlijke reissue van de albums Kid A en Amnesiac uit (onder de welluidende titel Kid Amnesiac), de twee tech-gedreven platen die Radiohead rondom de millenniumwisseling maakte. Het was in die tijd dat Radiohead-frontman Thom Yorke hoog opgaf van Intelligent Dance Music, of IDM, zoals dat toen werd gemaakt door bijvoorbeeld Squarepusher, Aphex Twin en Autechre. Het maakte Yorke in zijn eigen woorden “just as emotional as I’ve ever felt about guitar music”. Dat was, en is anno 2021 nog steeds, een verfrissende uitspraak. IDM wordt vaak gezien als pretentieus, koud, mathematisch en gevoelloos. Muziek voor en door witte nerdy mannen.

Experimenteel

Dat niets minder waar is, had je al kunnen horen rond de eeuwwisseling. En als in 2021 een donkere LHBTQI-vrouw met haar variant op IDM komt, dan verdwijnt die associatie helemaal. Loraine James is een DJ/producer uit Enfield, Noord-Londen. Reflection is haar derde album en haar tweede voor het beroemde Hyperdub-label. Hierop zoekt ze de grenzen van de dansmuziek op – ondanks dat de plaat gemaakt is in haar slaapkamerstudio tijdens de eerste lockdown. Maar Loraine James spreekt niet graag over dans-, urban- of clubmuziek. Nee, naar eigen zeggen maakt zij ‘experimental music’. Dat is goed te horen op Reflection, al is het amalgaam aan IDM, drum ’n bass, drill, R&B, grime, trap, electro en dub nooit ver weg en staat de plaat bol van de gastoptredens uit de Engelse (en Zwitserse) dance-scene, zoals Xzavier Stone uit Zürich, drillrapper Le3 bLACK, emo-producer Baths, zangeres Eden Samara en rapper Iceboy Violet uit Manchester. Het album is loepzuiver geproduceerd en barst van de diepe bassen, ratelende en onvoorspelbare drumbeats, glitchy geluiden en zweverige synthpartijen. Alles klinkt vloeibaar als vroeger, maar er is niks kouds en mathematisch aan Reflection. Nee, de muziek is juist warm en gloomy, breekbaar en emotioneel. En het heeft iets elegants.

Speels

Weet je wat nou ook zo verfrissend is? Het ontbreekt Loraine James op dit album aan elke vorm van pretentie. Illustratief daarvoor is het nummer Self Doubt (Leaving The Club Early), ergens halverwege de plaat. Over een zachte soul-synth komen opeens allerlei videospelletjesgeluiden opzetten, alsof je een game-hal binnenloopt. En dan mompelt James iets als: “Sorry, I know you may not like this one. But it’s just fun, you know. It’s just fun.” Meteen daarna: “I know you might not like this one. So press the skip button.” En later: “Hate the music that I’m playing. That’s why you’re not staying, that’s there’s no dancing.” Net zo speels is het nummer Change. Over een Goldie-achtige beat en wat verdwaalde synthesizers mompelt ze een mantra: “What you gonna do about? What are you gonna do about it? Huh? What? What are you gonna do about it? Technical difficulties. What are you gonna do about it?” Dat is de integrale tekst van het nummer. Loraine James heeft haar mompelstem hier iets omhoog gepitcht, zodat je een effect krijg à la Fever Ray. Het maakt het nummer kinderlijk, maar ook vervreemdend en onaards. Simple Stuff heeft net zo’n bizarre sfeer, ‘Sprechgesang’ en ook zo’n korte tekst: “I like the simple stuff. We like the simple things… but what does that bring to me?” (Dat is het.) Speels, een songtitel als Insecure Behaviour And Fuckery zegt al genoeg. Van een totaal andere orde is titelnummer Reflection, een uitgebreid en aangrijpend spoken-word stuk over COVID en lockdown. De plaat eindigt met een laatste hoogtepunt: We’re Building Something New met een rap van duidelijk aangeslagen Iceboy Violet. Hij rapt over het verdriet van de ‘black community’ na George Floyd en het politiegeweld, en hamert op het belang van zwarte geschiedschrijving.

Loraine James maakte in lockdown een spannende, intrigerende plaat. Geen dansplaat, maar een luisteralbum. Eentje die niet in één vakje is onder te brengen. Eentje die zich niet meteen gewonnen geeft. Je moet er echt een aantal luisterbeurten aan besteden. Maar gold dat destijds niet ook voor Kid A en Amnesiac? Die hebben na twee decennia nog steeds grote impact. Zo zullen we in 2040 ook terugkijken op Reflection.

Alle beste albums van 2021:

Thom Yorke – Anima

We hebben in deze ‘19 van 19’ al een plaat gehad die niet los valt te zien van stedenbouw, eentje die niet los valt te zien van fotografie, eentje die is verbonden met literatuur en nu is het de beurt aan een plaat die is verbonden met cinematografie. Een korte Netflix-film welteverstaan. We hebben het over het album Anima van Thom Yorke en de film Anima van Paul Thomas Anderson.

Je kunt je afvragen of Anima een film is of een videoclip. Yorke en Anderson noemen het een ‘one-reeler’. Daarmee verwijzen ze naar de korte slapstickfilms uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Stomme films die genoeg hadden aan maar één spoel en dus tien tot vijftien minuten duurden. En het is niet alleen in lengte dat Anima refereert aan dat genre. Eigenlijk heeft Anderson een hedendaagse stomme film gemaakt bij drie van de negen tracks van het album Anima: Not The News, Traffic en Dawn Chorus. En… Thom Yorke worstelt zich daarin als een soort van Buster Keaton langs allerlei hindernissen om de danseres te volgen waar hij verliefd op wordt (Dajana Roncione, ook in real life zijn geliefde). De decors met steile wanden en lange schaduwen doen ook denken aan de twintiger jaren: ze zijn een verwijzing naar de expressionistische film Metropolis van Fritz Lang.
Anima begint als Yorke met de slapende reizigers in de metro een zombie-achtige dans doet van telkens inslapen en wakker worden. Tijdens Traffic is er een adembenemende choreografie op een bewegend hellend vlak, waarin de zanger zich telkens een weg moet banen door mensenmenigten. Uiteindelijk weet Yorke bij Dawn Chorus zijn liefde toch te bereiken en breekt de dageraad daadwerkelijk aan – inclusief elektronisch kwinkelerende vogeltjes.

Anima is inmiddels het derde soloalbum van Thom Yorke, naast zijn werk met Radiohead. Yorke is dit jaar vijftig geworden, dubbel zo oud als de creep die destijds debuteerde met de zoveelste grungeband en op MTV schreeuwde dat hij graag ‘so fucking special’ wilde zijn. Lange tijd gingen de carrières van Thom Yorke en regisseur Paul Thomas Anderson gelijk op. In de tijd van Creep maakte Anderson zijn debuut met de film Hard Eight – die echt in de schaduw stond bij films van generatiegenoten als Quentin Tarantino en de Coen Brothers. Radiohead en Anderson leken gedoemd tot voetnoot in de geschiedenis van de jaren negentig. Maar toen kwam het album OK Computer in 1997, tegelijk met de film Boogie Nights en band en regisseur werden ‘household names’. Helemaal toen Anderson in 1999 de klassieker Magnolia uitbracht en Radiohead in 2000 de elektronische plaat Kid A. En in 2007 volgden There Will Be Blood (film) en In Rainbows (plaat). Sinds Radiohead-gitarist Jonny Greenwood de soundtrack bij There Will Be Blood maakte, werken de Britse band en de Amerikaanse regisseur nauw samen. Een uitruil, zeg maar, de ene levert soundtracks, de andere levert clips.

Dat dansen van Thom Yorke in de Netflix-one-reeler, dat is wel een dingetje op het hele album Anima. Want Yorkes iele, treurige, spookachtige zang wordt begeleidt door hooks en grooves, bliepjes en beats – een beetje a la IDM-pioniers als Aphex Twin en Four Tet. In de lijn van Idiotheque op Kid A, twintig jaar geleden. We horen dub en electrosoul, maar ook epische stukken zoals de zeven minuten durende soundscape The Axe. De ene recensent noemt Anima Yorkes somberste plaat ooit. De ander noemt hem lichtvoetig, dansbaar, sexy zelfs (wie had dat ooit gedacht van die nerdy chagrijn?). En misschien is Anima wel allebei tegelijk. Thom Yorke vat het treffend samen in de track I Am A Very Rude Person. Daar waarschuwt hij: “I am breaking up the turntables, I am going to watch your party die”. Het blijft een creep, Thom Yorke zoveel jaar later, maar wel een geniale creep.

Alle beste albums van 2019: