Julia Holter – Aviary

Julia Holter schrijft geen autobiografische liedjes. Liever laat ze zich inspireren door antieke Griekse cultuur of Franse films uit de jaren vijftig, zoals op vorige albums. Die vult ze dan wel aan met haar eigen herinneringen. Op haar vijfde plaat, die in november verscheen, spelen dichters als Hölderlin en Aleksandr Poesjkin een hoofdrol, en Dante’s Inferno en Tibetaanse monniken en middeleeuwse troubadours en de openingsscène van Andrei Rublev van Tarkovsky en de synthesizermuziek van Vangelis – vooral de soundtrack van Blade Runner. Maar bovenal de Libanees-Amerikaanse dichter en essayist Etel Adnan. Die dichtte de regel ‘I found myself in an aviary full of shrieking birds’. Vandaar de titel van de plaat. “Herinneringen die zich aan je opdringen als krijsende vogels”, zegt Julia Holter. “Beelden van engelen en vleugels. Dat geeft me het idee dat ik boven de materie zweef, boven de werkelijkheid.”

Aviary klinkt soms echt zo kakafonisch als een volière vol krijsende vogels. In de ‘ouverture’ bijvoorbeeld: het massieve dissonante fanfare-achtige geluid van Turn The Light On. Een ander nummer, Everyday Is An Emergency, is dan weer opgebouwd uit geluiden van een doedelzak en claxonnerende auto’s – althans: de eerste helft, de tweede helft is een lieflijke, fluisterzingende pianoballad. Een reflectie op de horror, noemt Holter dat. Want ook in haar hoofd is het soms een kakafonie van horror op verschillende niveaus. Zo was daar een emotioneel uitputtende Twitterverslaving, daar is ze inmiddels van af. Zo is daar Donald Trump, die zit er nog steeds. En zo kampte ze met een #MeToo-spook uit haar verleden. Haar ex is Matt Mondanile, bekend van indiebands als Real Estate en Ducktails. Op Facebook schreef ze dat de ervaringen die zijn slachtoffers deelden, overeenkwamen met de hare.

Maar de anderhalf uur die Aviary duurt kent vele kanten. Er zijn een paar nummers die lekker poppy zijn of zó mooi dat je ze het liefst op een eeuwige repeat zou zetten, zoals I Shall Love 2, Whether en Les Yeux To You. Een aantal nummers zijn opgebouwd op de drone-achtige werking van ijle strijkers. Soms zijn er samplespelletjes met haar eigen – loepzuivere – stem te horen. Dan krijsen de vogels niet, maar kwetteren ze lieflijk. Soms klinkt het weird als Björk, soms als excentrieke klankknutselarij als het beste werk van Kate Bush en als in het nummer I Would Rather See een harmonium voorbij komt, dan moet je onwillekeurig aan de soloplaten van Nico van The Velvet Underground denken.

Veel houvast krijg je niet. Geijkte songstructuren hoor je nauwelijks. Een opbouw in nummers ontbreekt. Hoe je Aviary beluistert, dat maakt Julia Holster niet uit, zegt ze. “Je kunt er een paar liedjes uitpikken en in een playlist zetten. Je kunt alles op shuffle zetten. Het is ook prettig om het op vinyl te draaien. Dan moet je opstaan en de plaat omdraaien: die pauzes zijn fijn.” Aviary is vloeibaar, zo stelt Holster. Het enige ijkpunt is Turn The Light On. Dat is de opener. Denk je. Volgens Julia Holster had het net zo goed de afsluiter kunnen zijn. Het is vloeibaar…

Alle beste albums van 2018: 

Eeuwig Concerto

(Dit is eigenlijk ook Klein nieuws uit andere tijden. Het gaat over een puberjongen in de jaren tachtig, die luistert naar een band uit de jaren zestig, in een van de weinige platenzaken die nú nog bestaan.)

concerto2

Concerto in de jaren zeventig.

Het was een koude winterdag, december 1984. Ik was 15 jaar, spijbelde van school en nam de trein naar Amsterdam. Reisdoel Concerto. Mijn gespaarde geld had ik op zak, want ik ging platen kopen. De zon stond laag en scheen fel. Ik liep door de Utrechtsestraat die uitgestorven was, op een enkele tram na dan, en stapte verlegen de warme platenzaak binnen.

concerto1Ook toen bestond Concerto uit een verzameling pseudo-verdiepinkjes, die met trapjes aan elkaar waren verbonden. Een verdiepinkje jazz, een verdiepinkje pop A t/m M, weer een ander met N t/m Z, een kamer met soul en blues, hier wat bakken hardrock, daar de stapels reggae. Alle bakken waren van poepbruin hout en puilden uit van het vinyl. Het rook er op een lekkere manier muffig.

Stoere mannen in het zwart – soms met sjekkies – lieten zwijgend hun handen razendsnel door de stapels platen gaan, zo af en toe eentje handig omdraaiend om titels en jaartal te scannen. Een enkeling haalde een elpee uit de hoes en staarde gespannen in de groeven, op zoek naar krasjes of vuiltjes, of om na te gaan of een plaat niet grijs gedraaid was – iets dat ze feilloos konden zien aan de ‘waas’ die over het vinyl hing.

Her en der in de zaak stonden platenspelers, waar je zelf je toekomstige aankopen op kon leggen om te beluisteren met van die hele grote koptelefoons. Niet echt handig voor echte hififreaks, deze pick-ups, want de naalden waren zo oud en versleten dat het leek of er een betonschaar door de groeven ploegde. De plaat, toch al tweedehands, was dan al verneukt voordat je ‘m thuis had.

concerto3

Gijs Molenaar, de man die in 1955 Concerto oprichtte, vult de bakken bij. In 1982 deed hij de zaak over aan zijn zoon Wouter.

Bovendien duurde het een eeuwigheid voordat zo’n platenspeler vrij was. Te oordelen aan de volle asbakken zaten veel mannen – het waren nooit vrouwen – soms hele ochtenden of middagen platen te luisteren. (Een medewerker van Concerto vertelde dat hij ooit een man achter een pick-up had weggerukt, omdat die er toch echt te lang zat. Prompt begon de man te huilen. Hij had de hele middag naar hetzelfde nummer van James Last zitten luisteren, omdat hem dat zo deed denken aan zijn ex-vrouw…)

Zelf ging ik tussen de stoere mannen staan, en probeerde net zo achteloos door de elpees te bladeren als zij. Dat lukte voor geen meter, want ik raakte helemaal opgewonden van al die geweldige platen voor heel weinig geld. En ondertussen zat ik te azen op het moment dat een van de platenspelers vrijkwam, om snel toe te schieten en me te installeren met m’n beoogde buit (ik was geen hififreak).

vuDe eerste plaat die ik op de draaitafel legde was er een van The Velvet Underground. Niet die beroemde bananenplaat, maar een compilatie van de eerste twee VU-albums in een ietwat vergeelde hoes met monden en Coca Cola-flesjes van Andy Warhol erop. Uit een hele grote koptelefoon klonken de eerste klanken van Sister Ray. Monotoon elektronisch gebeuk, en dat bleek maar door te gaan en door te gaan. Wat een geluidsorgasme, ik wist niet wat ik hoorde!

Dat de plaat allang was grijsgedraaid, dat kon me niet schelen. Sterker nog: deze muziek hoorde gruizig te klinken. Bovendien drukte het de prijs nogal. Dit werd een aankoop. Tevreden tuurde ik in de grijze waas die onder de pick-upnaald draaide, staarde naar de poepbruine bakken en bezag eens de mannen in het zwart. Ik rook de peuken en de platen. Ik wilde hier wel voor eeuwig blijven zitten… totdat iemand van Concerto ook mij achter de draaitafel vandaan zou sleuren.

Andy Warhol filmde VU en iemand plakte daar het nummer Heroin onder.

Lou Reed schreef Femme Fatale voor Warhol-model Edie Sedgwick.

Andy Warhol projecteerde zijn film Exploding Plastic Inevitable op de band.