Het verregaande escapisme van Johnny & Jones tijdens WO2

“Dinges oh Dinges
Dinges oh Dinges

Meneer Dinges weet niet wat swing is
Hij weet niet wat saxofoon voor een ding is
Omdat zijn radio kapot is
Wat voor de buren een genot is
Weet die Dinges niet wat swing of hot is”

Op 4 oktober 1943 werd Amsterdam door de Duitsers tot ‘Judenrein’ verklaard. Een paar dagen daarvoor waren de laatste Joden op transport gezet richting Kamp Westerbork. Daartussen zaten ook de 27-jarige Max Karnewasser en de 25-jarige Nol van Wesel. Ze waren bekend als een duo in de lichte muziek: Johnny & Jones. In 1938 brachten ze hun eerste singletje uit: Mijnheer Dinges Weet Niet Wat Swing Is.

Max (Johnny) en Nol (Jones) leerden elkaar kennen op de calculatieafdeling van De Bijenkorf en traden op personeelsfeestjes met The Bijko Rhythm Stompers. Max en Nol gingen samen verder en adverteerden in het Joodsch Weeklblad: ‘Onze liedjes zijn zonnestraalen die U uit Uw zorgen halen’. Alles werd gebracht met een namaak Amewrikaans accent. Dat sloeg aan. Na Mijnheer Dinges speelden ze overal, tot de BBC aan toe. In 1938 waren ze betrokken bij de eerste experimentele televisie-uitzending van Philips en in 1939 stonden ze in de pauze van de voetbalinterland Nederland-België (die met 5-4 door de Belgen werd gewonnen).

Jodenster

Het ‘zoo populaire en vroolijke tweetal’ was vaak met het orkest The Ramblers te horen op de VARA-radio, totdat de bezetter in 1941 de publieke omroepen afschafte en ze werden vervangen door de Rijksradio. Bovendien moesten The Ramblers hun joodse leden ontslaan. Niet veel later kwam de verordening dat Joodse artiesten alleen mochten optreden voor Joods publiek. Maar Johnny & Jones waren zo populair dat veel niet-Joden een gele ster opspelden om het te kunnen zien. Dat gebeurde bijvoorbeeld in de Hollandsche Schouwburg. Het was de thuisbasis van Johnny & Jones, ook toen het allang het verzamelpunt was van waaruit Amsterdamse Joden werden gedeporteerd.

Verduisteringsmaatregelen

Johnny & Jones verwerkten op luchtige manier allerlei actualiteiten in hun liedjes. Ze zongen bijvoorbeeld Maak Het Donker In Het Donker over de verduisteringsmaatregelen. Het was een verregaande vorm van escapisme. In een Joods dagboek uit die tijd schreef iemand: “Veel mensen zijn van de aardbodem verdwenen maar toch amuseerden wij ons met de gekke liedjes van Johnny en Jones.”

Westerbork Serenade

Op 29 september 1943 was het ook de beurt aan Max en Nol en hun echtgenotes. Zouden ze tijdens die deportatie al geweten hebben dat hun ouders allang waren vermoord in Auschwitz en Sobibor? Of bleven ze in het ongewisse? In ieder geval probeerden Max en Nol er in Westerbork het beste van te maken. Ze traden daar ook op tijdens de Bunter Abend onder de naam Johnny und Jones. In Kamp Westerbork ging hun escapisme nog een stapje verder. Swingen met de dood voor ogen. Tot cynisme aan toe: “Hoe dunner je wordt, hoe kleiner je maat hemd. Hoe kleiner maar boord. Totdat je de stem van de engeltjes hoort.” De journalist Philip Mechanicus hield een dagboek bij in Westerbork. De voorstellingen van Johnny & Jones omschreef hij als ‘operettemuziek bij een geopend graf’.

Max en Nol mochten zelfs het kamp uit om zes liedjes op te nemen in Amsterdam. Een van die nummers was de Westerbork Serenade:

“Het is hier alles even fijn in Westerborg
De korte tijd dat het nog duurt mij ook een zorg
Het is hier alles even fijn, wat cabaret, een beetje gein
Een optimist dat moet je zijn
In Westerborg”


Waarschijnlijk hebben ze het ‘propagandaplaatje’ gemaakt in opdracht van kampcommandant Gemmeker.

Uitputting

Het heeft niet mogen baten. Kort daarna werden ze op de trein gezet richting Oosten. Ze belandden in concentratiekamp Theresienstadt. Getuigen hebben Johnny en Jones daar nog zien optreden. Van daaruit ging het naar Sachsenhausen, Auschwitz, Buchenwald en uiteindelijk naar Bergen-Belsen. Daar werd de uitputting hen fataal. Max Kanterwasser overleed op 20 maart 1945. Nol van Wesel stierf op 15 april 1945, op de dag dat de Engelsen het kamp hebben bevrijd. De lijken werden uit de barak gegooid en op een vrachtwagen geladen om te worden verbrand in het crematorium.

Er is dus niks over van Johnny & Jones, behalve die gekke liedjes. Hoe kunnen we hen beter herdenken dan door hun eerste singletje nog eens op te zetten?

“Dinges oh Dinges
Dinges oh Dinges”

Gevleugelde woorden in Berlijn

Kan het nog romantischer? We slenterden door Berlijn. Hand in hand. Het was einde 1989. De Muur was net gevallen. Maar van de euforie kon je soms niks zien. In het westen wandelden mensen langs porno en peepshow en stonden Mercedes en cola nog steeds op een voetstuk. In het oosten was het somber. Er viel natte sneeuw. We liepen door donkere, grijze straten waar gewoon nog hopen bruinkool lagen. Heel af en toe was er een verlichte kerstster in een donker raam. Dat was alles.

We voelden wel dat we op het kruispunt van de geschiedenis stonden, maar daar wilden we niks van weten. We kenden elkaar net en mijmerden over onze verliefdheid. Want we waren 20 jaar en héél erg verliefd. Ze was ook zo beeldschoon, met haar hennablonde haren en haar lange zwarte jas. Ik wist dat ze net zo van David Bowie hield als ik. Om haar nog verder voor me te winnen zong ik hardop Word On A Wing tussen de zachte sneeuw in de schaduw van de Muur:

“In this age of grand delusion
You walked into my life
Out of my dreams
I don’t need another change
Still you forced your way
Into my scheme of things”

Want zo ging het wel. Ze drong zich aan mij op en ik vond dat geweldig! Bowie’s nummer uit 1976 was in dat opzicht helemaal raak.

Het is het laatste nummer op kant A van het album Station To Station. Je zou eigenlijk ook een van de doorgesnoven liveversies uit de Isolar-tour in hetzelfde jaar moeten horen, want daar klinkt Bowie nog iets meer doorleefd. Luister maar naar deze opname gemaakt in het Nassau Coliseum.


Kippenvel, toch? De setting eromheen was ook zo mythisch. De Thin White Duke was zijn karakter toen. De hele lichtshow bestond uit wit licht en het voorprogramma was de film Un Chien Andalou uit 1929 van de surrealistische regisseur Luis Buñuel waarin met een scheermes een oogbal wordt opengesneden. In zijn muziek waren de eerste krautrock-invloeden al te horen, die David Bowie nog verder uitwerkte tijdens zijn zeer productieve ‘retraite’ in Berlijn kort daarna.

En we wisten het donders goed, hoor. Word On A Wing is godverdomme gewoon een gebed! We hoorden ‘m het letterlijk zingen: “Lord, I kneel and offer you my word on a wing”. Dat maakte de hele issue nog meer gelaagd. Liefde, seks, religie, filosofie en geschiedenis, alles kwam bij elkaar in dit Berlijnse moment zo kort voor de jaarwisseling.

Beklijfde de liefde? Lange tijd wel. Ik denk dat we vier jaar verkering hadden en daarvan woonden we twee jaar samen in Amsterdam. Het was knallen. Het was passie. Maar uiteindelijk verkruimelde de relatie en verloren we elkaar uit het oog. Sinds halverwege de jaren negentig heb ik niks meer van haar gehoord. De opkomst van internet en zoekmachines brachten geen heil. Blijkbaar liet zij zich niet Googelen. 

Leve LinkedIn. Deze week wist een familielid van haar mij te vinden. Ik schrok van de korte chat, maar ik mocht hem bellen en heb toen alles gehoord. Mijn Berlijnse liefde is onlangs in Utrecht overleden. Domweg gestorven in haar slaap. Uiteraard klonk David Bowie op haar uitvaart, zo vertelde hij desgevraagd. Haar veel te vroege dood geeft nu een extra dimensie aan de gevleugelde woorden in dit nummer. Nog een extra laag. De laatste dagen spoken zulke zinnen door mijn hoofd:

“Just as long as I can walk
I’ll walk beside you, I’m alive in you”

… is voor haar.

“It’s safer than a strange land,
But I still care for myself”

… is voor mij…

Dag mooie schoonheid. Rust zacht. Ik ga hier nog even door. In september reis ik weer af naar Berlijn. De precieze plek van mijn aubade ga ik nooit meer terugvinden. Daar is de geschiedenis al vele malen overheen geweest. Maar hoe dan ook ga ik daar aan je denken.