Het verregaande escapisme van Johnny & Jones tijdens WO2

“Dinges oh Dinges
Dinges oh Dinges

Meneer Dinges weet niet wat swing is
Hij weet niet wat saxofoon voor een ding is
Omdat zijn radio kapot is
Wat voor de buren een genot is
Weet die Dinges niet wat swing of hot is”

Op 4 oktober 1943 werd Amsterdam door de Duitsers tot ‘Judenrein’ verklaard. Een paar dagen daarvoor waren de laatste Joden op transport gezet richting Kamp Westerbork. Daartussen zaten ook de 27-jarige Max Karnewasser en de 25-jarige Nol van Wesel. Ze waren bekend als een duo in de lichte muziek: Johnny & Jones. In 1938 brachten ze hun eerste singletje uit: Mijnheer Dinges Weet Niet Wat Swing Is.

Max (Johnny) en Nol (Jones) leerden elkaar kennen op de calculatieafdeling van De Bijenkorf en traden op personeelsfeestjes met The Bijko Rhythm Stompers. Max en Nol gingen samen verder en adverteerden in het Joodsch Weeklblad: ‘Onze liedjes zijn zonnestraalen die U uit Uw zorgen halen’. Alles werd gebracht met een namaak Amewrikaans accent. Dat sloeg aan. Na Mijnheer Dinges speelden ze overal, tot de BBC aan toe. In 1938 waren ze betrokken bij de eerste experimentele televisie-uitzending van Philips en in 1939 stonden ze in de pauze van de voetbalinterland Nederland-België (die met 5-4 door de Belgen werd gewonnen).

Jodenster

Het ‘zoo populaire en vroolijke tweetal’ was vaak met het orkest The Ramblers te horen op de VARA-radio, totdat de bezetter in 1941 de publieke omroepen afschafte en ze werden vervangen door de Rijksradio. Bovendien moesten The Ramblers hun joodse leden ontslaan. Niet veel later kwam de verordening dat Joodse artiesten alleen mochten optreden voor Joods publiek. Maar Johnny & Jones waren zo populair dat veel niet-Joden een gele ster opspelden om het te kunnen zien. Dat gebeurde bijvoorbeeld in de Hollandsche Schouwburg. Het was de thuisbasis van Johnny & Jones, ook toen het allang het verzamelpunt was van waaruit Amsterdamse Joden werden gedeporteerd.

Verduisteringsmaatregelen

Johnny & Jones verwerkten op luchtige manier allerlei actualiteiten in hun liedjes. Ze zongen bijvoorbeeld Maak Het Donker In Het Donker over de verduisteringsmaatregelen. Het was een verregaande vorm van escapisme. In een Joods dagboek uit die tijd schreef iemand: “Veel mensen zijn van de aardbodem verdwenen maar toch amuseerden wij ons met de gekke liedjes van Johnny en Jones.”

Westerbork Serenade

Op 29 september 1943 was het ook de beurt aan Max en Nol en hun echtgenotes. Zouden ze tijdens die deportatie al geweten hebben dat hun ouders allang waren vermoord in Auschwitz en Sobibor? Of bleven ze in het ongewisse? In ieder geval probeerden Max en Nol er in Westerbork het beste van te maken. Ze traden daar ook op tijdens de Bunter Abend onder de naam Johnny und Jones. In Kamp Westerbork ging hun escapisme nog een stapje verder. Swingen met de dood voor ogen. Tot cynisme aan toe: “Hoe dunner je wordt, hoe kleiner je maat hemd. Hoe kleiner maar boord. Totdat je de stem van de engeltjes hoort.” De journalist Philip Mechanicus hield een dagboek bij in Westerbork. De voorstellingen van Johnny & Jones omschreef hij als ‘operettemuziek bij een geopend graf’.

Max en Nol mochten zelfs het kamp uit om zes liedjes op te nemen in Amsterdam. Een van die nummers was de Westerbork Serenade:

“Het is hier alles even fijn in Westerborg
De korte tijd dat het nog duurt mij ook een zorg
Het is hier alles even fijn, wat cabaret, een beetje gein
Een optimist dat moet je zijn
In Westerborg”


Waarschijnlijk hebben ze het ‘propagandaplaatje’ gemaakt in opdracht van kampcommandant Gemmeker.

Uitputting

Het heeft niet mogen baten. Kort daarna werden ze op de trein gezet richting Oosten. Ze belandden in concentratiekamp Theresienstadt. Getuigen hebben Johnny en Jones daar nog zien optreden. Van daaruit ging het naar Sachsenhausen, Auschwitz, Buchenwald en uiteindelijk naar Bergen-Belsen. Daar werd de uitputting hen fataal. Max Kanterwasser overleed op 20 maart 1945. Nol van Wesel stierf op 15 april 1945, op de dag dat de Engelsen het kamp hebben bevrijd. De lijken werden uit de barak gegooid en op een vrachtwagen geladen om te worden verbrand in het crematorium.

Er is dus niks over van Johnny & Jones, behalve die gekke liedjes. Hoe kunnen we hen beter herdenken dan door hun eerste singletje nog eens op te zetten?

“Dinges oh Dinges
Dinges oh Dinges”

Heinali – Kyiv Eternal

Dit zijn herinneringen aan een plaats en een tijd die nooit meer zullen terugkeren. Of je er ooit bent geweest of niet, ze gaan door merg en been. Want deze stad ligt onder vuur van Russische bommen en drones.

De Oekraïense musicoloog Oleh Shpudeiko – alias Heinali – heeft net zo’n Zoom-recordje als ik. Ik gebruik dat voor het opnemen van interviews. Heinali liep er sinds 2011 mee door Kyiv om field recordings te verzamelen van allerlei alledaagse taferelen. Het was zijn bedoeling om een ‘akoestische ecologie’ van de stad aan te leggen. Zo bouwde Heinali een mooie bibliotheek op.

En toen werd het 24 februari 2022. Rusland begon een grootscheepse aanval op Oekraïne en hoofdstad Kyiv. Het land werd afgeslacht en platgebombardeerd. De Russen hadden het over een ‘militaire operatie’. De rest van de wereld noemde het totale oorlog. Kyiv lag weken onder vuur en Shpudeiko – net als zovelen – ontvluchtte de stad. Hij ging naar Lviv, waar hij indrukwekkende concerten gaf in schuilkelders.

Na de aanval keerden velen ‘Kyiv-ieten’ terug naar de stad. Ze hadden een vreemde gewaarwording, zo vertelt Oleh Shpudeiko. Het voelde alsof de stad op-en-top levend was. Kyiv ademde! Iedereen wilde hun geliefde plek omarmen en beschermen. Huggen. De muzikant wist zich er geen raad mee. Veel later besloot hij dat Kyiv Eternal zijn ‘hug’ zou worden. Dat verklaart ook een beetje die vreemde foto op de hoes. Die is van een standbeeld van de 16e eeuwse Oekraïense leider Petro Konashevych-Sahaidachny, maar ‘omarmd’ door zandzakken om het te beschermen tegen de Russische bommen. De foto heeft extra impact omdat het beeld – met één arm in de lucht – associaties oproept met het Vrijheidsbeeld in New York.


“Ik heb hier 37 jaar van mijn leven doorgebracht, dus dit is mijn ode aan de stad”, aldus Oleh Shpudeiko. Het album Kyiv Eternal verscheen precies één jaar na het uitbreken van de oorlog, op 24 februari 2023. Er staan elf indrukwekkende tracks op. Shpudeiko gebruikt zijn field recordings en combineert die met ambient loops die hij de afgelopen jaren heeft gemaakt. Zo ontstaan een soort geheimzinnige hymnes. De sfeer op de hele plaat is grijs en mistig, net zoals Den Haag of Amsterdam mistig kunnen zijn in half december. Dat komt doordat de muzikant experimenteert met allerlei vormen van zachte ruis, pianoklanken in de verte en hele vage synthesizerloopjes. Alles is in pastel. Het doet soms denken aan Apollo: Atmospheres & Soundtracks van Brian Eno en Daniel Lanois en soms aan het beste werk van Tim Hecker alias Scanner. Zelf zegt Oleh Shpudeiko beïnvloed te zijn door geluidsmagiërs als Coil, Psychic TV en Current 93.

Het meest bijzonder aan Kyiv Eternal is het ‘geheugen van de stad’, dat spreekt via de oude geluidsopnamen. In het nummer Tramvai 14 hoor je de light-rail van Kyiv, inclusief het ding-dong voor het uitstappen, de haltes die werden afgeroepen in het Oekraïens én het Engels (het is tenslotte een Europese stad) en het daveren over de rails. Kedeng kedeng, maar dan spookachtig cynisch. Stansiia Maidan Nezalezhnosti is een stop op metrostation Maidan-plein, thuisbasis van de Oekraïense revoluties in 2013 en 2014 oftewel Євромайдан (EuroMaidan) tegen de Russofiele president Viktor Yanukovych en de druk uit Moskou. De wat vrolijker track Silpo is dan weer een herinnering aan de gelijknamige keten groentewinkels en je hoort hier mensen graaien en kassa’s rinkelen. Botanichnyi Sad is sprookjesachtig doordat Heinali ooit vogels heeft opgenomen in de botanische tuinen. Juist door die broze, onschuldige klanken staan de tranen je in de ogen. En Borshchahivka At Night is een raadselachtige speurtocht door pittoreske wijken iets buiten de stad.

Het meest indrukwekkend is de ‘suite’ van de laatste drie nummers op het album: Night Walk, Kyiv Eternal en Coda. De ruim acht minuten van Night Walk zijn opgebouwd rond een eenvoudige synthesizer-riff die steeds verder vervaagd (in die zin doet het een beetje denken aan het 9-11 ambient-epos Disintegration Loops van William Basinski). Het is nostalgisch en huiveringwekkend tegelijk. Het titelnummer heeft dan weer een vreemde positieve vibe. Dat biedt troost. En Coda is opgetrokken uit breekbare pianoklanken en geluiden van auto’s. In de verte blaft een hond. Het doet treurig en nostalgisch aan, maar je voelt in alles een stad die blijft doorademen. Oorlog of geen oorlog. Je weet dat deze stad ooit weer gelukkig wordt, ooit wordt hier weer gelachen en geleefd. Hoopvol prevel je: ‘Slava Ukraini’. Nog net voordat de plaat plotsklaps voorbij is.

Territoria en vastgoed kunnen worden gestolen of vernietigd, herinneringen en cultuur – de ziel van een volk – kan niemand afnemen. Dat maakt Heinali wel duidelijk met zijn muziek vol nostalgie en spanning. Als de woorden van Volodymyr Zelensky niet meer aankomen, laat dan dit album resoneren in Den Haag en Brussel. Of beter nog in Moskou.

Alle beste albums van 2023:

Matthew Herbert & London Contemporary Orchestra – The Horse

‘Wat als we nou eens een skelet van een paard kopen en daarmee muziek gaan maken?’ Hahaha, daar bleef het niet bij. Ongeveer 6900 paardengeluiden werden van internet geplukt en artificial intelligence mocht daar bruikbare klanken van maken. En het gedroogde sperma van een eersteklas racepaard belandde in een shaker om exotische ritmes mee te schudden.

Groot Idee
De Britse producer en geluidskunstenaar Matthew Herbert (1972) begint zijn projecten altijd vanuit een simpel concept. En dat wordt dan Een Groot Idee. Zo begon hij Plat Du Jour met alleen maar keukengerei. Het werd een aanklacht tegen de voedselindustrie met geluiden uit de hele keten – van plant of dier tot bord. En Bodily Functions begon met geluiden van huid, haar en organen. Samples van het menselijk lichaam. Het werd een jazzy house-plaat over bodyculture en de staat van de mensheid (toe maar).

Nieuwe rode draad
En in 2023 was er dus dat paardenskelet. Herbert was op zoek naar een groot geraamte van een zoogdier om daar geluiden uit te halen. Het leidde tot veel meer dan dat. Hij ging het concept of het idee ‘paard’ van alle kanten bekijken, maar ook ‘techniek’ en ‘religie’. En hoe de mens omgaat met het edele dier. Zo ontstond een interessante nieuwe rode draad door de geschiedenis – van de prehistorie tot in de toekomst. Want het idee om botten te gebruiken als muziekinstrumenten is al zo oud als de mensheid.

Allereerste mens
Matthew Herbert fantaseerde samen met Seb Rochford van Polar Bear en Shabaka Hutchings van Sons Of Kemet hoe de muziek van de allereerste mens moet hebben geklonken. Shabaka speelde een zelfgemaakte fluit en ze gaven net zulke paardenbottenfluitjes aan verschillende leden van het London Contemporary Orchestra. Ze haalden er allemaal hetzelfde trillende geluid uit. Die ging Herbert opnemen in prehistorische grotten van Noord-Spanje – tussen de eeuwenoude paardentekeningen – om de mogelijke klank van twaalf- tot veertienduizend jaar geleden op te roepen.

Paard als werktuig
De volgende stap was een snareninstrument: van het bekken van het paard werd een lier gemaakt. Die werd bespeeld door Jali Bakary, meester op de kora. Het markeert misschien een volgend moment in de geschiedenis van de mensheid, als muziek niet meer alleen ritueel wordt gespeeld maar ook voor het plezier. Vervolgens gaat het in grote chronologische stappen door de tijd, tot het moment in de geschiedenis dat er geen gelijkheid meer is tussen mens en paard. Het paard krijgt een zadel op en is voortaan een werktuig. Het is het einde van het vrije dier. Het melancholische stuk The Horse Is Quiet is de klaagzang die dat moment markeert.  

Het gelukkigst
Gaandeweg komen er ook steeds meer werktuigen in de muziek van Matthew Herbert en het London Contemporary Orchestra. Geluidskunstenaar Ella Kay zet samples van politiepaarden, paarden voor de jacht en voor parades met een computer in ritmepatronen. Herbert bouwt een zogenaamd ‘Mammoth Beat Organ’ van de eerdere paardenbotfluiten. Een hinnikend paard word ‘gesynct’ met een tuba. We horen de startbel van de beroemde Chepstow paardenraces. En Danilo Pérez – uit het Wayne Shorter Quartet – mag improviseren op fenderpiano. De thema’s verschuiven naar het romantische beeld van the lonesome cowboy die naar de ondergaande zon rijdt (die cowboy is wél vrij…) en het angstaanjagende beeld van de pick-uptruck die achter de racers op Chepstow rijdt om de paarden die gewond uitvallen neer te schieten. Maar het album eindigt heel rustiek in de – hopelijk nabije – toekomst, met het paard in de omgeving waarin het het gelukkigst is: op een grazige weide met één, twee of drie kameraadpaarden eromheen en een stromend beekje ernaast.

(Wil je Matthew Herbert horen over de achtergronden bij alle nummers op The Horse? Lees dan Behind the Songs: Matthew Herbert Casts an Enchantment With The Horse, deel 1 en deel 2 bij weblog Sound of Life. Maar ook over het toeval waarmee de hoes is ontstaan. Een man met een metaaldetector vond een klein paardje uit de Bronstijd in de tuin van Matthew Herbert’s studio, waarschijnlijk een beeldje om te offeren aan de goden. Is deze plaat dan weer hun geschenk terug?)

Lekker verteerbaar?
Het is allemaal vreselijk boeiend, niet? Maar levert het ook een fijne luisterplaat op? Hmmm. Het eerste deel van het album is vooral een reeks interessante geluidsexperimenten. Die zet je zeker niet op als achtergrondmuziek. Daarna wordt het beter te pruimen. The Rider (Not The Horse) bouwt heel spannend op. The Horse Has A Voice heeft een lekker pompend ritme. En de uitsmijter The Horse Is Here is een rustgevend bucolisch ambient-stuk, inclusief geluiden van vogeltjes en een zacht briesend paard. Mocht je daarna nog niet genoeg hebben, hou dan de releases van Matthew Herbert in de gaten. Hij brengt de ene remix na de andere uit van The Horse-nummers. Onder andere Richard Skelton, Osunlade en Robag Whrume zijn al aan het werk gezet. Zij maken het helemaal lekker verteerbaar.  

Alle beste albums van 2023:

Diamanda Galás – Broken Gargoyles

Diamanda Galás is weer terug bij haar oude stiel: Ze is weer in staat om je maag om te draaien. Je wordt letterlijk onpasselijk van haar duistere seances over ziekte, verminking en geweld.

‘Broken gargoyles’ betekent letterlijk ‘gebroken waterspuwers’. Het zijn van die beelden op de dakrand van een middeleeuwse kathedraal. Gebroken waterspuwers verwijst naar het boek Krieg dem Kriege! van de Duitse pacifist en fotograaf Ernst Friedrich uit 1924. Friedrich fotografeerde mismaakte soldaten (ook een soort broken gargoyles) uit de Eerste Wereldoorlog. Dood waren ze echt beter af geweest, maar ze werden slachtoffer van brute experimenten door plastisch chirurgen. Verschrikkelijk. Ze kwamen daar nog meer mismaakt uit dan ze al waren.

Gele koorts
De waterspuwer die uitkijkt over de brandende straten is ook een figuur, de god Baal, die voorkomt in een gedicht van Georg Heym: Die Dämonen der Stadt. Georg Heym leefde van 1887 tot 1912. Hij was een Duitse expressionist en zoon van een dokter die een ziekenhuis runde. Hij zag duizenden mensen bezwijken aan de gele koorts. Zij stierven een gruwelijke dood, en onder erbarmelijke omstandigheden. Heym weerspiegelde hun ellende in de gedichten Fieberspitaal en Die Dämonen der Stad.

Aidsepidemie
De foto’s en gedichten vormden sinds 2012 de inspiratiebron voor het indringende werk Broken Gargoyles van ‘soprano sfogato’ Diamanda Galás. Kenners weten het: de nu 67-jarige zangeres uit New York is behekst, demonisch. Met haar stemgebruik – dat naar eigen zeggen geïnspireerd is door avantgarde jazzsaxofonisten als Albert Ayler en Ornette Coleman – laat ze haar publiek alle hoeken van een bizar en duister universum zien. Om te stellen dat ze je het ongemakkelijk maakt, is een understatement. Galás is in staat om je maag om te draaien. Je wordt letterlijk onpasselijk van haar seances. De Mask Of The Red Plague-trilogie uit de jaren tachtig bewees dat wel. Die bestond uit de albums The Divine Punishment, Saint Of The Pit en You Must Be Certain Of The Devil. Daarop werd de taal van bijbelboek Leviticus gebruikt om het onrecht, de ellende en de angst van de aidsepidemie uit te lichten. Het toen dodelijke virus waaraan ook haar broer Philip Dimitri in 1986 overleed.

Stemcapriolen
Diamanda Galás zag en ziet er nogal gothic uit, maar dat is eigenlijk verneukeratief. Deze adembenemende aids-platen gingen de platte horrorsoundtrack ver voorbij. Ze lieten je achter met verbazing, kippenvel en angstzweet. Zowel Nina Hagen, Maria Callas als de beste metalgrunters verbleekten bij de stemcapriolen van Galás en haar muziekstukken – van meestal een plaatkant lang – waren onaardse uitbarstingen van donker pianogeluid, duistere geluidseffecten en elektronische noise.

Herrieprojecten
Na wat uitstapjes met Brel en blues, keerde Diamanda Galás gelukkig terug naar dit soort non-conformistische ‘herrieprojecten’ over ziekte en dood. De eerste versie van Broken Gargoyles was een audiovisuele presentatie met geluidskunstenaar Daniel Neumann, die werd uitgevoerd in – hoe toepasselijk – de Kapellen Leprosarium in Hannover. Het leidde uiteindelijk tot dit album, dat door de covidpandemie ook nog even werd uitgesteld (tot het jaar 2022 waarin toevallig de complete Mask Of The Red Plague ook een rerelease kreeg).

Lights off
Broken Gargoyles plaat bestaat uit twee lange nummers. Deel I: Mutilatus is gebaseerd op de gedichten Fieberspitaal en Die Dämonen der Stadt. Deel II: Abiecto op Der Blinde en Der Hunger, allebei ook van Georg Heym. Ze zijn een ervaring die je moet ondergaan. In een interview zegt Diamanda zelf dat het album niet perse onderdoet voor de audiovisuele ervaring. Als je het maar onder de juiste omstandigheden luistert. “I would say: just turn your lights off and listen to it in te dark, at a pretty loud volume, and it will tell you a lot.”

Oorlogsgeknal
Nou, dat doet het zeker. Op 13 seconden barst de 67-jarige uit in een hoge aangehouden gil over een donkere drone, er komen andere vocale klanken bij. Je voelt een unheimische spanning. De drones worden harder. Er klinkt een harde crash. Dan een metalen bel. De ceremonie kan beginnen. De wanhoop wordt uitgeschreeuwd, uitgehuild. Haar stem is als een theremin. Ze krijst, gromt en gilt over wow-and-flutter, glitches en vioolgekras. Er zijn geluiden als een gevangenisdeur. Kettingen slaan op de vloer. Deze wervelwind mondt aan het einde van deel I uit op de linkerkant en dus de zware kant van de piano – en dat ontaardt in ellenlang en hard gebeuk. BENG BENG BENG BENG! Letterlijk oorlogsgeknal.

Enger en intenser
Deel II is zo mogelijk nog enger en intenser. Op 8 minuut 13 kondigt Diamanda Galás de hellehonden aan. Het zijn vreemde stemerupties van hondengejank, zó onaards dat je haren overeind gaan staan! Minuten later wordt alles overstemd door elektronisch lawaai. Ze stapelt horror op horror en op 15 minuut 15 stokt je adem, want dan komt Galás met een volstrekt nieuwe vondst. De electrolarynx! Haar bizarre stemcapriolen worden dan opeens door een Kraftwerk-achtige vocoder gestuurd. Is het een referentie naar de door mosterdgas verguisde stembanden van de soldaten? Hoe dan ook, alles is nog een tikje bizarder, een tikje intenser dan de Mask-platen uit de jaren tachtig. Wie had dat gedacht van een vrouw van 67?

De grande dame kent inmiddels heel wat volgelingen. Ik denk dat alleen Lingua Ingnota in de schaduw van Diamanda Galás kan staan. De rest mist dat waar deze ‘oude goth’ al zoveel jaar over beschikt: soul! De zangeres doet al haar non-conformistische projecten met hart en ziel en daarom zijn ze zo intens. Broken Gargoyles is wederom een meesterwerk.

Alle beste albums van 2022:

Debit – The Long Count

Hoe klonk meer dan duizend jaar geleden de fluitmuziek in de steden van de oude Maya’s? Sinds februari van dit jaar weten we het, dankzij de kunstmatige intelligentie die Delia Beatriz alias Debit inzette op haar album The Long Count. Het lijkt in ieder geval niet op enige muziek die wij moderne westerlingen kennen. Nee, het resultaat is fundamenteel vreemd. Maar o zo mooi!

In hun laat-klasssieke periode, van pakweg zo’n 600 tot 900 na Christus, maakten de Maya’s allerhande fluiten van botten, kleifluitjes, blaasschelpen en ‘ocarina’s’. De Indianen gebruikten die voor verschillende levens- en dodenrituelen met mensen en goden, maar waarschijnlijk ook – en dat is interessant – om te communiceren met vogels en dieren. Beatriz ging naar de geluidsbibliotheek van het Mayan Studies Institute aan de Universidad Nacional Autónoma de México om historische opnamen van deze fragiele instrumenten te verzamelen. Die ‘ancient samples’ voerde ze aan een machine-learning programma. Zo ontstonden hele nieuwe, en tegelijk hele oude, digitale blaasinstrumenten.

Geheimzinnig?

Daarop liet ze haar fantasie los, want er bestaan geen geschreven bronnen van hoe de muziek van de Maya’s was opgebouwd. Of toe diende. Dat maakt het allemaal zo geheimzinnig. Delia Beatriz: “I think about all this stuff. Like, were their instruments used for hunting? For attracting? For scaring away? I feel like that’s why there’s all these myths that the Mayans were aliens or that they were in communication with other planets because their tech was so advanced. And we’re talking about more than a thousand years ago.”

Muziek voor dieren?

De Mayacultuur staat inderdaad bekend om haar technologie: complexe stedenbouw en architectuur, astronomie, wiskundig systeem, de beroemde eeuwigdurende Maya-kalender (waar de titel van deze plaat naar is vernoemd) en geavanceerd schrift. Als voorbeeld van die ingenieuze ‘ancestral technology’ noemt Delia Beatriz de Kukukulkán piramide tussen de Maya-ruïnes in Chichén Itzá. Is dat een vorm van ‘interspecies communicatie’? Als je ervoor staat en je klapt in je handen, dan heeft de resonantie hetzelfde sonogram als dat van de Quetzal-vogel die in hetzelfde gebied voorkomt. De Mexicaans-Texaanse muzikante en producer ontdekte ook dat katten reageerden op de klanken van The Long Count: “They don’t freak out, but they’ll act funny and ask to be patted or held. At one point while playing the record a cat looked up and started eating his paws like a human would.”

Musique concrète?

Of het nou gaat om menselijke rituelen, communicatie met dieren of buitenaards contact, feit is dat de muziek van Debit op The Long Count nergens mee te vergelijken is. Onnadenkenden zouden er het labeltje ‘ambient’ op kunnen plakken, maar dat dekt de landing totaal niet – en zou ook zeer tegen de zin van de Beatriz zijn. Die vindt dat begrip volkomen achterhaald, sinds het vooral op chill-out muziek bij raves wordt geplakt. Haar werk op dit album komt eerder in de buurt van de musique concrète, wat op zich al bijzonder is voor de vrouw die bekend werd met tribal guarachero, dance en clubhouse, zoals een remix van Get Ur Freak On van Missy Elliott.

Dag of nacht

De tien stukken op The Long Count zijn allemaal vernoemd naar een dag of een nacht. Ze zijn soms dromerig en geruststellend, zoals 7th Night – dat is opgebouwd uit gestage, uitgerekte klanken. Ze zijn melancholisch, maar soms ook spookachtig of ronduit eng (Beatriz heeft het dan over een ‘David Cronenberg-energy’). Er klinken soms junglegeluiden en vogels doorheen. En af en toe lijkt er een stevige wind te waaien.

Herwaardering voor menselijke waarden?

Hoe onaards of onlogisch het allemaal ook klinkt, de akoestische archeologie van de jonge producer is vooral een ode aan oude kennis. Het is een herwaardering van een cultuur die bloeide voordat koloniale veroveraars daar voet aan land zetten, en dus ergens ook een alternatief voor onze westerse waarden. The Long Count is weliswaar gemaakt met AI en algoritmes, maar het is eigenlijk een manifest voor de menselijkheid die we lijken te zijn vergeten.

Alle beste albums van 2022:

Florence + The Machine – Dance Fever

De Sint-Jansziekte, van middeleeuws Molenbeek tot Madison Square Garden

In 1564 schilderde Pieter Breugel de Oude de jaarlijkse processie van epileptici naar de Sint-Jan-de-Doper-kerk in Molenbeek bij Brussel. Het werk wordt ook wel ‘de Sint-Jansdansers’ genoemd, want misschien is het wel een vroege verbeelding van een vreemd middeleeuws fenomeen: choreomanie.

Choreomanie, oftewel de Sint-Jansziekte, ook wel Sint-Vitus-Dans genoemd, is een ziekelijke drang om te dansen. Soms tot de dood er op volgt. Het kan te maken hebben met epileptische aanvallen. Mensen beginnen te hallucineren, te schokken en ongecontroleerde bewegingen te maken, maar ook te schuimbekken en te schreeuwen. Het uitte zich in de middeleeuwen vaak in massahysterie, misschien wel uit anxiety of angst voor plagen als de pest. Maar ook schimmels zouden de danswoede kunnen veroorzaken.

Overal in Europa gingen groepen mensen spontaan bewegen in velden en op pleinen. Ze raakten in trance. Gehypnotiseerd. Er werd vaak geprobeerd om met muziek de waanzinnigen te stoppen, maar dat had natuurlijk een tegenovergesteld effect. Ook werd exorcisme ingezet, het resultaat daarvan is onduidelijk. Vaak liepen de dansfeesten uit de hand. Mensen begonnen onbedaarlijk te lachen en raakten in shock. Sommigen braken hun ribben. Anderen vielen omstanders aan als ze niet meedansten. Een enkeling stierf aan een hartaanval.

Een van de bekendste uitbraken van de dansplaag was in juni 1374 in Aken. De allergrootste was in juli 1518 in Straatsburg. Historicus J.F.C. Hecker schreef in 1833 het boek Die Tanzwut. Eine Volkskrankheit im Mittelalter. Daarin is te lezen dat choreomanie al veel eerder voorkwam, al sinds 1021 na Christus. De arts Paracelsus (1493-1541) onderscheidde drie soorten danskoorts: chorea imaginativa (dans uit fantasie), chorea naturalis (door lichamelijke oorzaken) en chorea lasciva (uit sensuele of seksuele behoeften). Die laatste werd aangestoken door vrouwen, aldus Paracelsus. Feit is wel dat de uitbraak van 1518 in Straatsburg begon met mevrouw Troffea – zo wil de overlevering. De keurige vrouw trok haar schoenen uit en danste blootsvoets, dagenlang en tot bloedens toe. En iedereen deed mee.

Trance-achtige dansfeesten… anxiety… drugs… angst voor pandemieën als de pest… Zie je de parellellen met de 21e eeuw? (Vul voor de pest maar corona in.) Nou, zangeres Florence Welch van Florence + The Machine ziet ze ook. Ze raakte gefascineerd door choreomanie en besloot er een album over te maken. Hoe zou het zijn als je niet meer kunt dansen of – in haar geval – niet meer kunt optreden? Het album was al een eind op weg toen die vragen realiteit werden. Letterlijk. De wereld ging in lockdown. Florence, vaak headliner op grote festivals, stond opeens op non-actief.

De roodharige Britse en haar machine bleven wel doorwerken aan het album. Dance Fever bevat een paar knallers die de titel recht doen – zoals Free of My Love – maar ook een aantal ingetogen nummers. Die zijn net zo sterk. Zou Elvis Presley, met zijn zwaaiende heupen, ook hebben geleden aan choreomanie? Elvis de Pelvis vormt wel het alpha en omega van de plaat van Florence. Is het toeval dat die begint met het nummer King (“I am no mother / I am no bride / I am king!”) en eindigt met het hartverscheurende nummer Morning Elvis (“When they dressed me and they put me on a plane to Memphis / Well, I never got to see Elvis / I just sweated it out in a hotel room / But I think the king would’ve understood / Why I never made it to Graceland”)? Zou Kate Bush, met haar moves uit modern ballet, ook hebben geleden aan choreomanie? Hoe dan ook, Dance Fever is met recht een Bush-iaanse plaat te noemen. Zeker het nummer Choreomania, dat langzaam opbouwt en alsmaar grootser en grootser wordt. Wil je nog meer duiding cq. associaties? Denk dan aan Sophie Ellis Baxtor (Murder On The Dancefloor), de Eurythmics, Fetch The Bolt Cutters van Fiona Apple of Nightclubbing van Iggy Pop. En soms is Florence gothic a la Zola Jesus of Siouxsie Sioux van de Banshees.

Maar de treffendste gelijkenissen hebben te maken met de middeleeuwen. De albumhoes bijvoorbeeld, straalt die geen religieuze bezetenheid uit? En is Florence niet gewoon mevrouw Troffea? Ook Welch staat blootsvoets op een podium om de massa’s in extase te brengen. Eind dit jaar bracht Florence + The Machine een live-album uit, opgenomen in Madison Square Garden, waarop te horen is hoe dit in zijn werk gaat. Post-pandemisch schreeuwt ze het uit: “Thank you for bringing me back to life! What I would like to practice with you, New York, is a ressurection of dance!” Dan barst My Love weer los. Extase! De menigte blijft maar gaan en gaan. Iedereen deed mee. Er werden alleen geen omstanders aangevallen.    

Alle beste albums van 2022:

Oude radioshows

In 2003 maakte ik met Arno Peeters, Bart Suèr van Dox Records, Stephen Emmer en technicus Mark Broer gewoon ouderwetse Hilversum 3-radio, maar dan op Radio 4. Het ging allemaal om Nederlands talent. De tien afleveringen van het legendarisch obscure programma BlackBox staan nu online.

Naast research en redactie en een beetje regie, had ik in BlackBox een gesproken column: ‘Hollandsch Glorie’. Daarin blikte ik terug op oude Nederlandse platen. Oh ja, en ik zocht gekke internetgeluiden voor de rubriek ‘Sil de webjutter’!

Deel 1, met als gasten onder andere VPRO’s Gerard J. Walhof, C-mon & Kypski en DJ Aardvarck. Hollandsch Glorie met Kiem – It’s Working.

Deel 2, met als gasten onder andere Pete Philly en Pascal Plantinga. Hollandsch Glorie was gewijd aan de Minny Pops.

Deel 3. In Hollandsch Glorie ging ik naar de hemel op de klanken van Wim Mertens.

Deel 4, met als gast onder andere Tröckener Keck Rick de Leeuw als dj. In Hollandsch Glorie blikten we terug op Ronflonflon met Jacques Plafond.

Deel 5, met als gasten onder andere gothic rockers  Orbis Pictus. In Hollandsch Glorie: de eerste plaat van Mathilde Santing.

Deel 6, met The Devil van Urban Dance Squad.

Deel 7, met een column over Gore en als gasten onder andere Harco Pront en Benny Sings.

Deel 8, met als gasten onder andere wijlen Roy Avni (Electronation)Stefan Kruger (toen drummer bij Zuco 103) en Radboud Mens. Hollandsch Glorie ging over W.F. Hermans en The Nits.

Deel 9, met een terugblik op de wolken geluid van Mekanik Kommando en als gasten onder andere… De Hondenkoekjesfabriek!

Deel 10, met als gasten onder andere Jerney Kaagman en de ‘Nederlandse Klaus Schulze’: Ron Boots. In Hollandsch Glorie twee oude liefdes: Gotcha! en Ajax.

Eeuwig Concerto

(Dit is eigenlijk ook Klein nieuws uit andere tijden. Het gaat over een puberjongen in de jaren tachtig, die luistert naar een band uit de jaren zestig, in een van de weinige platenzaken die nú nog bestaan.)

concerto2

Concerto in de jaren zeventig.

Het was een koude winterdag, december 1984. Ik was 15 jaar, spijbelde van school en nam de trein naar Amsterdam. Reisdoel Concerto. Mijn gespaarde geld had ik op zak, want ik ging platen kopen. De zon stond laag en scheen fel. Ik liep door de Utrechtsestraat die uitgestorven was, op een enkele tram na dan, en stapte verlegen de warme platenzaak binnen.

concerto1Ook toen bestond Concerto uit een verzameling pseudo-verdiepinkjes, die met trapjes aan elkaar waren verbonden. Een verdiepinkje jazz, een verdiepinkje pop A t/m M, weer een ander met N t/m Z, een kamer met soul en blues, hier wat bakken hardrock, daar de stapels reggae. Alle bakken waren van poepbruin hout en puilden uit van het vinyl. Het rook er op een lekkere manier muffig.

Stoere mannen in het zwart – soms met sjekkies – lieten zwijgend hun handen razendsnel door de stapels platen gaan, zo af en toe eentje handig omdraaiend om titels en jaartal te scannen. Een enkeling haalde een elpee uit de hoes en staarde gespannen in de groeven, op zoek naar krasjes of vuiltjes, of om na te gaan of een plaat niet grijs gedraaid was – iets dat ze feilloos konden zien aan de ‘waas’ die over het vinyl hing.

Her en der in de zaak stonden platenspelers, waar je zelf je toekomstige aankopen op kon leggen om te beluisteren met van die hele grote koptelefoons. Niet echt handig voor echte hififreaks, deze pick-ups, want de naalden waren zo oud en versleten dat het leek of er een betonschaar door de groeven ploegde. De plaat, toch al tweedehands, was dan al verneukt voordat je ‘m thuis had.

concerto3

Gijs Molenaar, de man die in 1955 Concerto oprichtte, vult de bakken bij. In 1982 deed hij de zaak over aan zijn zoon Wouter.

Bovendien duurde het een eeuwigheid voordat zo’n platenspeler vrij was. Te oordelen aan de volle asbakken zaten veel mannen – het waren nooit vrouwen – soms hele ochtenden of middagen platen te luisteren. (Een medewerker van Concerto vertelde dat hij ooit een man achter een pick-up had weggerukt, omdat die er toch echt te lang zat. Prompt begon de man te huilen. Hij had de hele middag naar hetzelfde nummer van James Last zitten luisteren, omdat hem dat zo deed denken aan zijn ex-vrouw…)

Zelf ging ik tussen de stoere mannen staan, en probeerde net zo achteloos door de elpees te bladeren als zij. Dat lukte voor geen meter, want ik raakte helemaal opgewonden van al die geweldige platen voor heel weinig geld. En ondertussen zat ik te azen op het moment dat een van de platenspelers vrijkwam, om snel toe te schieten en me te installeren met m’n beoogde buit (ik was geen hififreak).

vuDe eerste plaat die ik op de draaitafel legde was er een van The Velvet Underground. Niet die beroemde bananenplaat, maar een compilatie van de eerste twee VU-albums in een ietwat vergeelde hoes met monden en Coca Cola-flesjes van Andy Warhol erop. Uit een hele grote koptelefoon klonken de eerste klanken van Sister Ray. Monotoon elektronisch gebeuk, en dat bleek maar door te gaan en door te gaan. Wat een geluidsorgasme, ik wist niet wat ik hoorde!

Dat de plaat allang was grijsgedraaid, dat kon me niet schelen. Sterker nog: deze muziek hoorde gruizig te klinken. Bovendien drukte het de prijs nogal. Dit werd een aankoop. Tevreden tuurde ik in de grijze waas die onder de pick-upnaald draaide, staarde naar de poepbruine bakken en bezag eens de mannen in het zwart. Ik rook de peuken en de platen. Ik wilde hier wel voor eeuwig blijven zitten… totdat iemand van Concerto ook mij achter de draaitafel vandaan zou sleuren.

Andy Warhol filmde VU en iemand plakte daar het nummer Heroin onder.

Lou Reed schreef Femme Fatale voor Warhol-model Edie Sedgwick.

Andy Warhol projecteerde zijn film Exploding Plastic Inevitable op de band.