Jaaroverzicht 2022

De naweeën van een pandemie, een sadistische aanval op Europa, dikke inflatie en torenhoge energieprijzen, woedende boeren, een overspannen samenleving, de terugkeer van religieus fanatisme, seksisme, racisme en fascisme wereldwijd, verschralende natuur, milieurampen. En altijd aanwezig op de achtergrond: de allesoverheersende klimaatdreiging… Nee, je kunt niet zeggen dat 2022 een vrolijk jaar was. Dat horen we terug in de muziek.

Kijk maar naar de albums in deze 22 van 22. Hoe indrukwekkend ook, het is geen vrolijke bende. Hooguit dansen op de vulkaan soms. We horen anxiety en depressie (Black Country New Road, Burial), oorlog en onderdrukking (Diamanda Galás, Tanya Tagaq), kolonialisme en racisme (Animistic Beliefs, billy woods), teloorgang van de natuur (Jacaszek & Kleefstra) en een hoop seksisme (Sudan Archives, Adigéry & Pupul). Gelukkig weten ze dit om te zetten in troostrijke en inspirerende práchtplaten. Dat zijn grote woorden hè? Maar gloedvol. En dat is precies wat we nodig hebben in deze duistere tijden. Net als muziek die ertoe dóet. Dat zijn deze platen stuk voor stuk.

Hier zijn mijn 22 van 22. Lees de recensies in de links:

  1. Black Country, New Road – Ants From Up Here
  2. Sudan Archives – Natural Brown Prom Queen
  3. Diamanda Galás – Broken Gargoyles
  4. Burial – Antidawn EP
  5. Tanya Tagaq – Tongues
  6. Kelly Lee Owens – LP.8
  7. Debit – The Long Count
  8. Florence + The Machine – Dance Fever
  9. billy woods – Aethiopes
  10. The Smile – A Light For Attracting Attention
  11. Jacaszek, Jan Kleefstra, Romke Kleefstra – It Deel I
  12. Charlotte Adigéry, Bolis Pupul – Topical Dancer
  13. Hinako Omori – a journey…
  14. Jasmyn – In The Wild
  15. Ian William Craig – Music For Magnesium_173
  16. Björk – Fossora
  17. Lucretia Dalt – ¡Ay!
  18. Coby Sey – Conduit
  19. Animistic Beliefs – MERDEKA
  20. Hendrik Lasure – Het Wiel
  21. Mabe Fratti – Se Ve Desde Aquí
  22. Prins S. en de Geit – Rood Staan Hard Gaan

Luister de hele 22 van 22 op Spotify:


Het was dit jaar weer niet makkelijk om tot een eindlijst te komen. Heel veel moois heb ik moeten laten liggen. Onder het kopje ‘bubbling under’ vallen dit jaar grote namen als Kendrick Lamar, Taylor Swift en Rosalía. De poëzie van Kae Tempest (The Line Is A Curve) en Kimbrae met Clare Archibald (Birl Of Unmap) haalden het net niet, evenals de verfrissende eclectische pop van Jockstrap (I Love You Jennifer B). Gabriels waren een revelatie live, en op de plaat eigenlijk ook, maar er moet nog meer komen om écht te overtuigen. Dat gebeurt volgend jaar als ook Angels & Queens Part II verschijnt. Verder mogen de prachtige experimentele ambient-albums van Llyn Y Cwn (Du Y Moroedd) en ’t Geruis (Slow Dance On Moss Beds) niet onvermeld blijven. En natuurlijk gothic queen Zola Jesus met Arkhon!

Song van het jaar

Kutwereld! Maar écht. Als ik dan moet zeggen welk nummer de titel ‘song van het jaar’ moet krijgen, dan eindigen er twee Nederlandstalige protestliederen ex aequo. Het eerste is een aanklacht tegen het volkomen misplaatste wereldkampioenschap mannenvoetbal in Qatar: De Dood Van Een Arbeidsimmigrant van Hang Youth (die maakten vorig jaar ook al de song van het jaar).


Het tweede is als liedje misschien nog wel beter. Het is de reactie van WIES op de minzame houding tegenover de cultuursector in Nederland, die nog het best werd verwoord door de sneer van Rutte bij de zoveelste coronamaatregelen: “Dit is ook een ongelooflijk grote teleurstelling voor de sectoren die nog niet open gaan. De culturele sector. Maar je kunt dus wel gewoon oefenen met je bandje.” (Lul.)


Clip van het jaar

Ook daar word je niet vrolijk van. De clip van het jaar is geen clip, maar een verrassingsoptreden in het Franse acht-uur-journaal. (Weliswaar geënsceneerd, maar het shockeffect was er niet minder om.) Tijdens het interview, begin dit jaar op TF1, barst Stromae uit in het zingen van L’Enfer (de hel), een kippenveltrekkend nummer over depressie, burn-out en zelfmoorgedachten. Indrukwekkend.


Re-releases en live-albums

Voor wie deze donkere tijden wil ontvluchten met muziek van vroeger, viel er ontzettend veel te snoepen! Wat een mooie re-releases verschenen er. Wat betreft heruitgaven was het een beetje een Coil-jaar, met drie titels: 1. Constant Shallowness Leads To Evil (Coil), 2. Musick To Play In The Dark 2 (Coil – allebei uit het jaar 2000), maar vooral 3. Form Grows Rampant uit 2007 van Treshold Houseboys Choir (het soloproject van Peter ‘Sleazy’ Christopherson). Punkers en postpunkers roerden zich: de Clash kwam met een heruitgave van Combat Rock uit 1982 en na jarenlang wachten was er opeens weer If I Die, I Die (ook uit 1982) van de Virgin Prunes! The Divine Punishment uit 1986 van Diamanda Galás (zij staat met haar nieuwe plaat op 3 in mijn eindlijst) kreeg een heruitgave. Daar krijg je nog steeds koude rillingen van. Net als van de kunstzinnige verzamelaar Sleepwalkers (2010) van David Sylvian die dit jaar weer op vinyl verscheen. Too-Rye-Ay van Dexy’s Midnight Runners werd ook 40 jaar oud en dat was voor grote baas Kevin Rowland reden om Too-Rye-Ay (As It Should Have Sounded) uit te brengen. En dan waren er nog twee toppers van live-albums. Op het album Live At The El Mocambo 1977 kunnen we nog eens horen hoe goed de Rolling Stones waren voordat ze de stadions ingingen. Een staaltje jeugdsentiment is Prince & The Revolution – Live (Syracuse 1985). Ik herinner me nog hoe ik als jochie tot diep in de nacht opbleef om het concert, dat via satelliet werd doorgestraald naar Duitsland, op Rockpalast te bekijken – en op te nemen op cassettebandjes. Die bandjes zijn allang vergaan, maar nog steeds ken ik elke noot van die band en elk gilletje van de paarse geilneef uit mijn hoofd!


De doden

De muziekwereld kreeg veel gevoelige verliezen te verwerken dit jaar. Het dieptepunt lag eind april toen in vier dagen tijd achtereenvolgens Jan Rot (22 april), Arno Hintjens (23 april) en Henny Vrienten (25 april) overleden. Vooral Arno was een jeugdheld. En meteen daarna viel nog zo’n icoon: de Duitse synthesizergigant Klaus Schulze (26 april). Wat hebben we stonede avondjes doorgebracht op de prachtklanken van die man! De ‘grondlegger’ van het postpunk-gitaargeluid was Keith Levene. Nadat hij betrokken was bij de oprichting van de Clash, ging hij gitaar spelen in PiL (bij dat andere punk- icoon: Johnny Rotten alias John Lydon). Levene overleed op 11 november. Nog treuriger vond ik de te vroege dood van Terry Hall op 18 december, de altijd wat chagrijnig ogende songsmid en zanger van de Specials en Fun Boy Three. Ghosttown. Man At C&A. Too Much Too Young. Stereotype. Hoeveel rake nummers heeft hij niet op zijn naam staan?

En dan: in de hemel moet een Twin Peaks-reünie hebben plaatsgevonden. In 2022 overleden eerst zangeres Julee Cruise (9 juli) en daarna componist Angelo Badalementi (11 december). Met z’n tweeën waren ze onder andere verantwoordelijk voor de hemels klinkende begintune van David Lynch’ bizarre tv-serie uit de jaren negentig.   


Muziekblogs

Het meest relevante en boeiende muziekblog was dit jaar Ukrainian Field Notes, onderdeel van Acloserlisten.com. In 18 lange stukken komen tientallen muzikanten (veelal elektronisch, ambient, techno, experimenteel) aan het woord over hun inspiraties, de manier waarop ze muziek maken en vooral over wat de oorlog met ze doet. Zo ontdek je niet alleen heel veel goede muziek, maar krijg je en passant ook een inkijk in het leven van jonge Oekraïners. En kom je tot het besef dat hun leven precies hetzelfde is als het onze. Dan kan je maar één politieke conclusie trekken: Oekraïners zijn Europeanen en geen Russen.

Tot slot nog even iets lichters: het leukste muziekblog uit Nederland is Ondergewaardeerde Liedjes. (De naam dekt de lading volledig, daar hoef ik niks over te zeggen.) Dus van de zomer ben ik begonnen daarvoor te schrijven. Hou dit blog in de gaten, ook in 2023!

Gelukkig nieuwjaar, dat 2023 maar wat vrolijker moge worden.

Tanya Tagaq – Tongues

Zal ik beginnen met een flauwe woordgrap? … Tanya Tagaq is Tanya Te Gek. Het is on-be-grijpe-lijk dat Tagaq met haar nieuwe album Tongues hier 0,0 aandacht krijgt. Of is haar muziek daarvoor te exotisch en te experimenteel?

Tanya Tagaq is Inuit en gespecialiseerd in de eeuwenoude traditie van keelzingen. Die grunt-achtige klanken begeleidt ze met heftige elektronische muziek en nog veel heftiger teksten: Tongues is een woedende aanklacht tegen het Christelijk-Engels kolonialisme en het uitroeien van de Indianencultuur, maar ook tegen misbruik en seksueel geweld. Het is geen prettige luisterervaring, zo is het ook niet bedoeld. Nee, het is pijnlijk en in-your-face! Het album van Tanya Tagaq grijpt je van begin tot eind letterlijk bij de keel.

Ikaluktutiak

Tanya Tagaq is avant-garde componiste, muzikante, schrijfster, schilderes, moeder en activiste. Ze komt uit Ikaluktutiak – dat sinds de kolonisatie Cambridge Bay heet – in Nunavut, het meest noordelijke deel van Canada. Zo onbekend als ze hier is, zo groot is zij in dat land. Ze heeft bestsellers op haar naam staan, is behangen met prijzen als de JUNO Award en de Polaris Music Prize en Tanya Tagaq is ‘geridderd’ in de Order of Canada. Je zou haar ook kunnen kennen van het album Medúlla van Björk of van haar werk met het Kronos Quartet of met Mike Patton. Haar soloplaten gingen vaak over de positie van de volkeren rond de Noordpool, maar ook over de milieuproblemen daar.

Windpipe

Maar zo direct als op Tongues heeft de wereld Tanya Tagaq nog nooit gehoord! Of zo strijdbaar. En rauw. Gruizig, want de plaat is geproduceerd door de koning van de gruizigheid: Gonjasufi. De ritmes op Tongues zijn dreigend en dwingend. Soms bijna dierlijk. Net als het gegrom, gehijg en gesteun, het geschreeuw en gekerm. “They took our tongues”, zingt ze op het titelnummer. “We lost our language.” Ze laat er meteen een oorlogsverklaring op volgen: “Innuuvunga!” (Ik ben Inuit.) “You can’t take that from us. You can’t take our blood. You can’t have my tongue.” En ook: “I don’t want your God / Put ‘m down!” Het volgende nummer – Colonizer – is nog een tandje harder. Het is een soort electropunk. “You! Colonizer!” herhaalt Tanya Tagaq steeds maar weer – beschuldigend. “Are you guilty? Are you guilty?” In het nummer daarna is ze een beschermende moeder voor haar kroost. Nou, berg je dan maar! “I will sharpen my claws! I bare my teeth! Touch my children and my teeth welcome your windpipe!” Met andere woorden, ik bijt je de strot af.

Bikkelhard

Er is een sneer (nee, zeg maar gerust een dikke middelvinger) naar veganistische activisten die de jacht op zeehonden door de Inuit afkeuren. “Eat your morals”, gromt ze agressief. Even slikken is ook het nummer I Forgive Me, over kindermisbruik en de behandeling van inheemse kinderen op Christelijke internaten (daar zijn grimmige verhalen over) . Tanya Tagaq is hierover ook bikkelhard. Geen genade na de trauma’s van hele generaties, ze vindt kracht in het beschermen van slachtoffers. “I was entered too young / Do not forgive and forget / I protect and prevent / Make them eat shame and repent.” Ze maakt een sterk statement.

Eén brok liefde

Het keelzingen bij de Inuit is traditioneel een ‘battle’ tussen twee vrouwen. Het geluid is dan haast buitenaards. Tanya Tagaq zingt de battles tegen zichzelf, maar klinkt dan dubbel onaards. Soms is ze wraakzuchtig, soms juist warm. Dat geldt ook voor de thema’s op de plaat. Behalve die harde aanklachten staan er nog een paar zeer experimentele nummers op de plaats, zoals Birth en het chaotische Nuclear. Maar daarna eindigt Tanya Tagaq met twee hele tedere tracks: Do Not Fear Love en Earth Monster. Het eerste is een soort van wijze raad van ‘mama Tagaq’ aan alle meisjes en tegelijkertijd een ode aan de kracht van kwetsbaarheid. “Inhale all the goodness and the love that is given to you / Exhale calmness and acknowledgment of the beauty within the courage it takes to / Not fear love”, lispelt ze over een zacht bedje van licht chaotische synthesizers.
Earth Monster is een gedicht op muziek gezet. Tanya Tagaq schreef het een jaar of tien geleden, voor de zesde verjaardag van haar dochtertje Naia. Het liedje is één brok liefde. “Her breath her smile / And the smell behind her ears / I celebrate her … I am her creator, her home, and her comfort / I drink her tears … Today is for her, and today is for me /For choosing to make her, to keep her, and to love her / My earth monster”. Als iedereen dan niet gesmolten is, weet ik het ook niet meer.

Tanya Tagaq pakt vervolgens iedereen nog eventjes bij de kladden, met de zogenaamde ‘Tundra mix’ van Colonizer. De boosheid spat daar nog net even heftiger vanaf dan het origineel.

Alle beste albums van 2022:

Björk – Fossora

Op 30 september 2022 bracht Björk Guðmundsdóttir haar tiende album uit. De plaat viert het leven, maar wij keren ons tot een oude IJslandse traditie. Als er iemand in de gemeenschap sterft, leest een priester daar een lijst aan feiten over de overledene voor. Hier zijn 22 redenen waarom Fossora zo’n fijne plaat is. Dat Björk nog maar lang moge voortleven!

1 – Het is boeiend om te horen hoe Björk opnieuw grenzen verlegt en toch zo’n eigen geluid blijft houden.
2 – Eindelijk krijgen vrouwelijke componisten/muzikanten de erkenning die ze verdienen. Eerder waren Carole King en Nina Simone aan de beurt. Dit jaar kreeg Joni Mitchell een reeks rereleases. En door de serie Stranger Things stond Kate Bush ineens weer in de spotlights. Terecht, maar bij deze vier vrouwen ging het allemaal om oud werk. Björk kwam met een nieuwe plaat.
3 – Toch kunnen we nog een beetje nostalgisch doen. Fossora doet qua sfeer en impact denken aan de eerste Björk-platen uit de jaren negentig, zoals Debut, Post en Homogenic. Er zit iets van dat techno-gevoel in. Soms valt er zelfs wat te dansen. Verwacht alleen geen hits à la Human Behaviour, Army Of Me of It’s Oh So Quiet.
4 –


5 – De plaat is letterlijk en figuurlijk een terugkeer naar IJsland. Die was een noodgedwongen. Björk bracht de lockdown door in haar vader-/moederland. Zo klinkt er 44 seconden traditionele IJslandse pure schoonheid op het nummer Fagurt Er Í Fjörðum.
6 – De plaat is gevuld met fijne samenwerkingen. We horen serpentwithfeet voorbij komen, Kasimyn van Gabber Modus Operandi, blazers van het Murmuri sextet en het Hamrahlíðarkórinn-koor waar Björk als kind in zong. Maar ook Björks zoon Sindri en haar dochter Ísadóra Bjarkardóttir Barney.
7 – Heeft Björk ooit een slechte plaat gemaakt? Welke experimentele kant de IJslandse ook op gaat, je kunt er altijd een kwaliteitsstempel op zetten. Het is een beetje vergelijkbaar met dat deuntje over die snoepjes in de jaren zeventig: “Rang is alleen Rang als er Rang op staat. RANG!” Dat wordt dan: “Björk is alleen Björk als er Björk op staat. BJÖRK!”
8 – Nog nooit klonk de zangeres zo ontroerend als in de drie liedjes over haar moeder: Sorrowful Soil en Ancestress en Her Mother’s House. Ze zijn een ode aan de hippiemama/activiste Hildur Rúna Hauksdottír die in 2018 overleed. Ze spaart haar niet, zingt over haar moeders dyslexie en homeopathische afkeer van dokters. Ze lijkt het over zichzelf te hebben als ze zingt: “She had an idiosyncratic sense of rhythm… she invends words and adds syllables”. Maar het meest ontroerend is als zij aan haar moeders sterfbed lijkt te zitten en zingt: “You did your best, you did well.” Je hart breekt.
9 – Björks vorige plaat – Utopia uit 2017 – was letterlijk luchtig en vooral gevuld met fluiten en blaasinstrumenten. Fossora (de titel is een niet bestaande vrouwelijke verbastering van het Latijnse woord voor ‘graver’) is juist heel aards. Veel donkere, zware geluiden. Het gaat over zoeken naar je wortels.
10 –


11 – Wie had dat gedacht? We horen zelfs gabber-beats op deze plaat! Het zijn vaak vertraagde gabberbeats en ze worden gecombineerd met een strijkorkestje en dat is prachtig. Deze heftige elektronische klappen worden geleverd door het Indonesische ‘gamelan en gabber ensemble’ Gabber Modus Operandi. Ze weten vooral het nummer Trölla-Gabba (what’s in a name?) lekker op te spicen.
12 – Vanaf het moment dat we in de jaren tachtig – door Deus en Birthday van de Sugarcubes – verliefd werden op de stem van Björk, is dat strotje eigenlijk niet veranderd. Hooguit is haar stem een beetje zwaarder geworden, maar die is nog net zo intrigerend neuzelig en kinderlijk gebleven.
13 – Muziek gaat van generatie op generatie. Tijdens de koorpartij in het allerlaatste nummer lijkt Björk de fakkel over te dragen aan haar dochter Ísadóra Bjarkardóttir Barney. De twee schreven het nummer samen, toen dochter het nest uitvloog. “When a mother wishes to have a house with space for each child / she is only describing the interior of her heart”, zingt Björk en daarna mag Ísadóra het overnemen.
14 – Je hoor het aan alles: Fossora heeft een fijne feministische fundering.
15 –


16 – Wat een bizarre mengeling van stijlen klinkt er op dit album. We horen eeuwenoude polyharmonieën, freejazz, symfonische kamermuziek, techno en gabber, gospel. En dat het liefst allemaal door elkaar.
17 – Oké, over de vroegste Björk-platen hebben we het gehad. Maar in de vele stemsamples klinken ook echo’s van haar meest onderschatte werk: het volledig a capella album Medúlla uit 2004.
18 – Ook intrigerend: Björk heeft het op deze plaat nogal eens over schimmels. Mycelia is het meervoud van mycelium, het ondergrondse dradenwerk dat verschillende schimmels verbindt. Is het een metafoor voor wat ze ook bezingt in het openingsnummer Atopos? “Our union is stronger than us / Hope is a muscle… that allows us to connect.” Een paar nummers later zingt ze over ‘fungal cities subterranean… sunken mystery’.
19 –


20 – De vreemde instrumentatie op dit album is weer erg Björkiaans. Zes basklarinetten, een hobo, een trommel en een fluit. Een trombone, violen en veel zangers. Plus een batterij elektronica.
21 – Langverhaalkort. Fossora is een hoopvolle plaat.
22 – Fossora is een sonisch wondertje. Geluid-technisch valt er genoeg te beleven. Björk raadt zelf aan om het album niet op de koptelefoon te luisteren, maar thuis op de speakers met het volume op tien. Dat gaat in IJsland wat makkelijker dan in het drukke Nederland, maar toch… gewoon doen!

Alle beste albums van 2022:

Happy birthday, Debut

Op deze dag in 1993 bracht Björk het album Debut uit. Til hamingju með afmælið!

Het begint met een soort oerwoud-beat en meteen ook valt die stem – die we inmiddels kennen uit duizenden – in. If you even get close to a human / and human behaviour/ be ready be, ready to get confused / There’s defenitely, defenitely, defenitely no logic / to human behaviour / But yet so, yet so irresistable. … Gekke tekst, gekke stem, gekke muziek. Gekke Björk, die een handleiding zingt voor dieren hoe om te gaan met mensen. Ze schreef zo’n liedje als Human Behaviour al als kind. Het zette de toon voor de rest van de plaat. Dat het in de loop de jaren alleen nog maar gekker, knapper en indrukwekkender zou worden bij Björk, dat konden we in 1993 niet vermoeden. Maar ook niet dat ze nooit meer zo fris en onbevangen zou klinken als op Debut.

Debut was precies wat de wereld op dat moment nodig had, tussen al die drollen van ingeslapen Nirvana- en Pearl Jam-klonen in. We kenden Björk (IJslands voor ‘berk’) als adembenemende zangeres van de band de Sugarcubes, met hits als Deus en Birthday eind jaren tachtig. Dus toen het nieuws kwam dat Björk solo zou gaan, verwachtte iedereen een soort Sugarcubes 2.0. Niets bleek minder waar. De IJslandse was in de tussentijd verkast naar Londen, waar ze in de clubscene dook en werkte met Graham Massey van de band 808 State. Maar nog belangrijker: haar toenmalige vriendje (DJ Dominic Thrupp) introduceerde Björk bij Nellee Hooper. Die was destijds misschien wel de hipste en hitgevoeligste producer in de UK en ver daarbuiten. Hooper had Massive Attack geproduceerd en was de grote man achter de fancy clubswing-successen van Soul II Soul. (En later ging hij met U2 en Madonna in zee.)

Björk en Nellee Hooper doken ergens in 1992 samen de studio in. Het duo bleek een gouden combinatie. Hoe gek het op Debut ook zou worden – we horen brassbands, harp, Indiase tablas, arrangementen van Oliver Lake van de freejazz-groep Art Ensemble Of Chicago, Afrikaanse tribal drums, IJslandse atmosferen, fluitjes – Nellee Hooper wist er telkens iets swingends van te maken. Aanstekelijke house. Geen wonder dat er na Human Behaviour nog meer hits volgden, zoals Violently Happy en Big Time Sensuality. De ‘club-feel’ is in extremo te horen op het dubbelzinnige nummer There’s More To Life Than This. Dat is voor een deel letterlijk op de toiletten van de Londense Milk Bar opgenomen. (Je hoort nog net niet het gesnuif van de spiegels.) Björk zingt hoe vervelend dit soort party’s zijn en dat ze het liefst zou willen wegsneaken naar de haven of een eiland – want: er is toch meer in het leven dan dit. En als de houseklanken verstommen, klinkt in het volgende nummer, Like Someone In Love (een cover van de klassieker van jazztrompettist Chet Baker), de 70-jarige Corky Hale op de harp. Wat een contrast.

De plaat kent eigenlijk alleen maar hoogtepunten. Crying is een swingende four-on-the-floor impressie van het lege, vervreemde leven in een metropool als Londen. Big Time Sensuality en One Day zijn volgens Björk zelf het soort nummers dat de DJ’s in de vroege ochtenduren draaien, aan het einde van een party, “when they’re playing for themselves rather than the clubbers”. Dat klopt vooral in het laatste geval. One Day klinkt spacey en deep, heel mooi. Big Time Sensuality is eerder een floorfiller, vind ik, met die bouncy house-klanken. Aeroplane is een jazzy freakout. Come To Me is een beetje een voorloper van wat het Franse Air een aantal jaren zou gaan doen (op Moon Safari). En een van de mooiste nummers op de plaat is Venus As A Boy. Over glijdende strijkers en waterige percussie zingt ze over hemelse verleiding. His wicked sense of humor / suggests exciting sex! / His fingers / They focus on her / Touches / He’s Venus as a boy / He believes in a beauty / He’s Venus as a boy. Dat nummer heeft ze waarschijnlijk niet als kind geschreven…

Het laatste nummer van de plaat is niet meer met Nellee Hooper achter de mixtafels. Anchor Song is door Björk zelf geproduceerd. Hier ook geen housebeats meer, jazz of swing, maar alleen een blaasorkest. Na alle avonturen in Londen, brengt Björk een ode aan haar thuis in IJsland. Heel sec en sereen, heel dichtbij in de productie klinkt haar stem: I live by the ocean / And during the night / I dive into it / Down to the bottom / Underneath all currents / And drop my anchor / As this is where I’m staying / This is my home. Het is prachtig.

Wat een timing: het moment waarop Debut uitkwam kon niet beter zijn. Rond 1993 begonnen house, dance en techno steeds meer integraal onderdeel van popmuziek te worden. Maar de slappe eurohouse en de flauwe worldbeat van Deep Forest moesten nog worden uitgevonden, net als de meer serieuze avantgarde-afsplitingen als IDM of alternatieve triphop. Alles hing nog in de lucht en de vrolijke hints daarvan zijn terug te horen bij Björk en Nellee Hooper. Experiment is fun, speels, zo toont Debut ons. Gelukkig niet intellectueel, maar juist kinderlijk leuk. Niet blasé, maar vol verwondering. Dierlijk. Sexy. En met een onweerstaanbare beat.

Meer jarige platen?

Julia Holter – Aviary

Julia Holter schrijft geen autobiografische liedjes. Liever laat ze zich inspireren door antieke Griekse cultuur of Franse films uit de jaren vijftig, zoals op vorige albums. Die vult ze dan wel aan met haar eigen herinneringen. Op haar vijfde plaat, die in november verscheen, spelen dichters als Hölderlin en Aleksandr Poesjkin een hoofdrol, en Dante’s Inferno en Tibetaanse monniken en middeleeuwse troubadours en de openingsscène van Andrei Rublev van Tarkovsky en de synthesizermuziek van Vangelis – vooral de soundtrack van Blade Runner. Maar bovenal de Libanees-Amerikaanse dichter en essayist Etel Adnan. Die dichtte de regel ‘I found myself in an aviary full of shrieking birds’. Vandaar de titel van de plaat. “Herinneringen die zich aan je opdringen als krijsende vogels”, zegt Julia Holter. “Beelden van engelen en vleugels. Dat geeft me het idee dat ik boven de materie zweef, boven de werkelijkheid.”

Aviary klinkt soms echt zo kakafonisch als een volière vol krijsende vogels. In de ‘ouverture’ bijvoorbeeld: het massieve dissonante fanfare-achtige geluid van Turn The Light On. Een ander nummer, Everyday Is An Emergency, is dan weer opgebouwd uit geluiden van een doedelzak en claxonnerende auto’s – althans: de eerste helft, de tweede helft is een lieflijke, fluisterzingende pianoballad. Een reflectie op de horror, noemt Holter dat. Want ook in haar hoofd is het soms een kakafonie van horror op verschillende niveaus. Zo was daar een emotioneel uitputtende Twitterverslaving, daar is ze inmiddels van af. Zo is daar Donald Trump, die zit er nog steeds. En zo kampte ze met een #MeToo-spook uit haar verleden. Haar ex is Matt Mondanile, bekend van indiebands als Real Estate en Ducktails. Op Facebook schreef ze dat de ervaringen die zijn slachtoffers deelden, overeenkwamen met de hare.

Maar de anderhalf uur die Aviary duurt kent vele kanten. Er zijn een paar nummers die lekker poppy zijn of zó mooi dat je ze het liefst op een eeuwige repeat zou zetten, zoals I Shall Love 2, Whether en Les Yeux To You. Een aantal nummers zijn opgebouwd op de drone-achtige werking van ijle strijkers. Soms zijn er samplespelletjes met haar eigen – loepzuivere – stem te horen. Dan krijsen de vogels niet, maar kwetteren ze lieflijk. Soms klinkt het weird als Björk, soms als excentrieke klankknutselarij als het beste werk van Kate Bush en als in het nummer I Would Rather See een harmonium voorbij komt, dan moet je onwillekeurig aan de soloplaten van Nico van The Velvet Underground denken.

Veel houvast krijg je niet. Geijkte songstructuren hoor je nauwelijks. Een opbouw in nummers ontbreekt. Hoe je Aviary beluistert, dat maakt Julia Holster niet uit, zegt ze. “Je kunt er een paar liedjes uitpikken en in een playlist zetten. Je kunt alles op shuffle zetten. Het is ook prettig om het op vinyl te draaien. Dan moet je opstaan en de plaat omdraaien: die pauzes zijn fijn.” Aviary is vloeibaar, zo stelt Holster. Het enige ijkpunt is Turn The Light On. Dat is de opener. Denk je. Volgens Julia Holster had het net zo goed de afsluiter kunnen zijn. Het is vloeibaar…

Alle beste albums van 2018: 

De beste albums: 17 van ‘17

– Dus… 2017 was het jaar van David Bowie.
– Huh? Maar die is toch begin vorig jaar al overleden?
– Klopt. Maar kijk eens naar deze eindlijst… Zijn geest leeft voort.

Want wat zien we allemaal in deze lijst van 17 beste platen van 2017? Een onversneden protegé (David Bowie noemde Lorde ‘the future of popmusic’), een samenwerkingspartner die te verlegen was om Bowie’s muziek teveel aan te pakken (James Murphy van LCD Soundsystem). We zien een muzikant die zijn tegenspeler was in een Japanse oorlogsfilm (Ryuichi Sakamoto) en synthesist Alessandro Cortini van de band die ooit met Bowie het podium deelde (Nine Inch Nails). Er is een uitgesproken fan die qua ‘sound and vision’ net zo goed haar vrouwtje staat (St. Vincent). En we zien twee jazzo’s (Joseph Shabaton en Colin Stetson) die niet eens hadden misstaan op Bowie’s laatste album Blackstar.

Arcade Fire
De enige die we moeten missen in deze lijst is Bowie’s favoriete band: The Arcade Fire. Zij maakten in 2017 sowieso de song van het jaar met Everything Now, en ook de nummers twee en drie kwamen uit hun koker (Sings of Life en Creature Comfort). Maar over de gehele linie was hun album geen groot genoegen. Ze presteerden het zelfs om er mislukte reggae-dingen op te zetten. En daarmee spiegelden zij – onbewust – de allerslechtste plaat uit Bowie’s carrière: Tonight uit 1984.

Ruk
Okee, dan nog wat keuzes die deze eindlijst hebben bepaald. Veler favoriet The War On Drugs kwam er niet in. Ik vind dat zij vooral een saaie plaat hebben gemaakt – zij zijn de Dire Straits van dit jaar. Met rap en hiphop ben ik al een paar jaar een beetje klaar, hoewel ik het keer op keer probeer. Dus ook Vince Staples en Kendrick Lamar zijn meestal mwoh. En de Nederlandse favo Ronnie Flex vind ik vooral erg ruk.

Bubbling under
Er waren natuurlijk ook afvallers die mij zeer aan het hard gingen. Die wil ik nog even een eervolle vermelding geven. ‘Bubbling under’ in 2017 waren: Xiu Xiu met Forget, Dirty Projectors met hun gelijknamige plaat, erg fijn werk van Hauschka (What If), Kelly Lee Owens, Blanck Mass, Orson Hentschel met Electric Stutter, Planetarium (het project waar onder andere Sufjan Stevens aan meedeed), Ghostpoet, Zola Jesus (zoals elk jaar weer fantastisch), synthesizergrootheid Kaitlyn Aurelia Smith, fijne ambient van Hecq, nog fijnere ambient van Bibio, James Holden/The Animal Spirits, Perfume Genius. En uit Nederland: de nieuwe Piiptsjilling, Spinvis met Trein Vuur Dageraad en niet te vergeten Nadia Struiwigh met Lenticular!

Hier is ‘ie dan: de 17 van ’17. Klik de links voor mijn uitgebreide recensies.

1. LordeMelodrama
2. Ryuichi Sakamotoasync
3. St. VincentMasseduction
4. The xxI See You
5. LCD Soundsystemamerican dream
6. SohnRennen
7. ArcaArca
8. SevdalizaISON
9. Joseph ShabasonAtyche
10. Colin StetsonAll This I Do For Glory
11. JacaszekKwiaty
12. Karima WalkerHands In Our Names
13. Linde SchöneLinde van Nimma
14. LuwtenLuwten
15. BjörkUtopia
16. Alessandro CortiniAvanti
17. Fever RayPlunge

Wil je alles horen? Luister dan deze Spotify-list. Enjoy!

En hier drie keer The Arcade Fire:

Björk – Utopia

Björk kwam in 2017 sterk met het album Utopia. Maar wat is dan die fantastische wereld die de IJslandse sprookjeskoningin ons voorschotelt? Hier volgt Utopia in tien stellingen.

1. Björks Utopia speelt zich ergens af op een verre planeet, in een verre toekomst. Kijk maar naar haar clips. In/op Utopia is veel natuur, maar ook allerlei zwevende robotjes die Björk lodderig in de gaten houden terwijl zij op een rots op een fluit zit te spelen. Op de achtergrond zit een elektronische Jabba the Hutt een beetje te lamstralen. Wat een vreemd fantasy-tafereel!

2. Oh nee! ‘Utopia, it isn’t elsewhere. It is here’, kwinkeleert Björk in de titelsong. Dus toch. Haar perfecte droomwereld is geen onbereikbare plaats, maar gelegen in het hier en nu. Als je maar je best doet.

3. Utopia is een tweeluik, samen met haar voorganger Vulnicura uit 2015. Die donkere, zware plaat ging over haar scheiding. Als Vulnicura de hel is, dan is Utopia het paradijs. De plaat is luchtig en gaat over levenslust en nieuwe verliefdheid. Björk is blij.

4. Utopia is pastelkleurig, perzikachtig, paars en positief. Feeëriek en dromerig. Luchtig. We horen dezelfde Björk als op de tedere, verliefde, viriele plaat Vespertine uit 2001.

5. Utopia moest wel positief worden. Björk: ‘Als optimisme ooit een noodgeval was, dan was het nu wel. In plaats van te zeuren en kwaad te worden, moeten we suggesties aandragen voor de wereld waarin we in de toekomst willen leven.’

6. Utopia is ook weer zo briljant geworden omdat Björk een vruchtbare samenwerking is aangegaan met producer Arca (die eerder dit jaar al knalde met een soloplaat). Net als op Vulnicura trouwens, maar ditmaal is het stel nog symbiotischer. Tracks gingen heen en weer de wereld over en de twee zweepten elkaar op tot grote hoogten. Arca creëert een fascinerend, desoriënterend elektronisch bedje voor Björk, dat zich vooral focust op geluid en ritme en niet zozeer op melodie. Dat kan lang niet iedereen waarderen.

Utopia is dus weer typisch Björk. Mensen vinden het schitterend, of mensen vinden het zwaar irritant. Er is geen tussenweg. Briljant.

7. Utopia is ook letterlijk luchtig. Als een ademtocht. Veel van Björks platen hebben een eigen klankleur. Zo was Médulla (2004) zelfs geheel opgetrokken uit zang en samples van de menselijke stem. Op Homogenic (1997) en Vulnicura overheersten de violen. Op Utopia draait het allemaal om de fluit – in alle denkbare verschijningen. De fluitarrangementen vlechten zich heel natuurlijk door alle stukken heen. Björk heeft zelfs een fluitclubje opgericht in IJsland – die hoor je ook op het album. En dan zijn er nog al die fluitende dieren. Overal op Utopia hoor je opnames van exotische vogels uit Venezuela, het thuisland van Arca.

8. Op Utopia horen we naast allerlei vogels ook krekels en een hond. En het koor waar ze vroeger in zong. Dit en het veelvuldige gebruik van de harp maken de plaat landelijk en ongerept. Alsof je in de open natuur staat. Utopia is Björks bucolische album.

9. Op Utopia zingt Björrrk weer vaak die rrrrollende ‘r’. Daar heeft Nederland The Voice Of Holland-land een hekel aan, want dat is het tegenovergestelde van onze Gooise ‘r’… Brrrriljant dus, Björk!

10. De kracht van Utopia openbaart zich niet meteen. Het vraagt aandacht en luisterbeurt op luisterbört. Gun dat Björk dan ook, en gön dat vooral jezelf. Je zal het niet betrören, je krijgt er veel voor terög. (Zo schreef hij schmierend…)




Alle beste albums van 2017:

 

Arca – Arca

Arca. Je haat zijn avant garde elektronica of je vindt het prachtig. Hetzelfde geldt voor de man zelf, de flamboyante homoseksueel met zijn shockerende Spaanstalige teksten. Het draait allemaal om seks, pijn, eenzaamheid. Om castratie, verweesd zijn of de huid afstropen. Lekker dan…

De nu 27-jarige schrijver en producer zat achter een paar van de belangrijkste platen van de laatste jaren. Yeezus van Kanye West komt voor een groot deel uit zijn koker, net als Vulnicura van Björk en de fascinerende LP1 en EP2 van FKA Twigs. (Bekijk/beluister eens Water Me.) Dus wat je ook van Arca vindt, je kunt gewoonweg niet om hem heen.

En 2017 was helemaal het jaar van Arca. Hij zit achter een paar nummers op het album Take Me Apart van Kelela. Hij bereikt grote hoogtes met Björk, op haar album Utopia (daar gaan we het nog over hebben hier). Maar het grootste nieuws is zijn derde soloplaat. Daarop slaat de Brits-Venezolaanse geluidskunstenaar voor het eerst aan het zingen!

Dadaïstisch
Zijn stem is al net zo eigenzinnig als zijn producties. Arca – eigen naam: Alejandro Ghersi – zingt opera-achtig met een hoge kopstem. Een gotische falsetto. Maar hij zingt zacht, broos, bijna fluisterend. Je kunt het ook voorzichtig noemen. Lange tijd durfde Arca zijn stem niet te laten horen, maar Björk trok hem over de schreef. Tegelijkertijd klinkt Arca verheven en engelachtig. Soms geknepen of gekkig. Een enkele keer moest ik denken aan het dadaïstische Lieber Honig van Neu!. Het is nooit een straf om Arca te horen zingen.

Coming-of-age
Dit is de derde plaat van Arca, waarschijnlijk de meest toegankelijke en zeker de meest persoonlijke. Hij heeft dan ook gewoon de titel Arca meegekregen. Logisch, als je voor het eerst teksten voor het voetlicht brengt over je overbeschermde opvoeding en je worsteling met homoseksualiteit – een soort van verlate coming-of-age poëzie. Toegankelijker dan zijn eerdere elektro-bubbels is Arca niet de meest vrolijk stemmende plaat. Kijk alleen al naar het shockerende artwork. Die blauwe plekken… die rotte tanden… Wat wil hij daarmee zeggen? Dat is niet altijd duidelijk, maar beeld en geluid zijn vaak behoorlijk heftig. Kijk ook de clips hieronder.

Zo gelaagd
Tikkende breinaalden, striemende zwepen, schurende tramgeluiden, galmende gebouwen. De techno-tovenaar laat nog heel wat van zijn kunstjes horen. In sonisch opzicht laat het album je alle hoeken van de hemel zien. Noise, folk, beats, glitch en klassiek vloeien makkelijk samen – en passant laat Arca even horen dat hij zich ooit verdiepte in Mendelssohn en Schumann. Het is vaak adembenemend mooi. Hoe groot is dan het contrast met de sfeer en de teksten van alles op Arca. Je voelt de pijn, de leegte en de eenzaamheid. Dat maakt de plaat zo fascinerend. Zo gelaagd. Aan alles hoor je: Dit is niet zomaar een plaat, dit is een statement. Als je Arca haat of versmaad, dan ga je heel wat missen.



Alle beste albums van 2017: