JPEGMAFIA & Danny Brown – SCARING THE HOES

‘Met die gekke shit gaan we geen wijven krijgen, jonguh. Stop scaring the hoes!’ Aan die internet-meme ontlenen ‘oddball-rappers’ JPEGMAFIA (alias Peggy) en Danny Brown de titel van hun samenwerkingsproject. Blijkbaar moet die in kapitalen: SCARING THE HOES. Zonder ‘stop’ dus, want gekte is juist hun handelsmerk op deze collageachtige plaat. Met hun vrolijk anarchistische opvattingen van hiphop weten ze de grenzen van het genre te rekken tot in het onvoorstelbare. En nog een beetje verder…

Peggy en Danny. Dat klinkt als een mooi duo, niet? Het is dan ook logisch dat de twee mannen elkaar vonden. Een match made in heaven voor de weirdo’s van deze wereld. Beide heren opereren ergens in het absurdistische en chaotische verre veld van de hiphop, alleen JPEGMAFIA vanuit New York en Danny Brown vanuit Detroit. Ze zijn allebei een ster in het zich toe-eigenen van bizarre memes. Spelen de funky pimp met verve als dat moet, Snoop Dogg-style. En dan delen ze ook nog een voorkeur voor farmacologische delicatessen. Vooral Danny Brown bouwde afgelopen jaren flinke issues op met drank en drugs. Maar tegen de tijd dat SCARING THE HOES uitkwam zat hij in rehab. En afgelopen zomer gingen Peggy en Danny geheel fit op tournee door Amerika met dit materiaal.


Het is lastig om SCARRING THE HOES te omschrijven. De muziek is een samplerijke kruising tussen glitchpop, plunderphonics en lofi-hiphop, in elkaar geknutseld op een laptop en een oude Roland SP-404. Dat klinkt behoorlijk smerig. De bassen zijn vaak zwaar overstuurd en ze duwen soms de rest naar de achtergrond, maar dat mag de pret niet drukken. Ingrediënten in deze vreemde collage zijn onder andere I Need A Girl (Part 2) van Diddy of Gone van NSYNC, maar net zo goed Nintendo- of Sega-gamegeluiden of fragmenten uit Japanse B-films en blaxploitation movies (de albumhoes zegt genoeg, die is een verwijzing naar de film Sweet Jesus, Preacherman uit 1973). Je hoort stukjes loungeroom jazz, LL Cool J, gospelkoortjes, sax-uitstoten of droge notificaties van iMessage. Allemaal als repeteergeweer. ADHD in het kwadraat. Het is indrukwekkend hoe JPEGMAFIA in het nummer Fentanyl Tester het refrein van Milkshake van Kelis verknipt en stap voor stap verbouwd tot trap-beat. Maar net zo makkelijk babbelen de heren over flarden van een oud soulnummer van Michael Jackson heen, dat keer op keer wordt herstart.

Als je al dwarsverbanden wilt leggen, dan met het verleden. De oude Def Jam-platen. Peggy en Danny combineren de punkachtige humor en frisheid van de Beastie Boys met de muzikale inventiviteit van Public Enemy. Dat weten ze succesvol te vertalen naar de Tiktok- en laptopgeneraties. Het is mooi om te zien dat het vernieuwende SCARING THE HOES hoog eindigt op alle hiphop-jaarlijstjes van 2023.

De veertien korte instrumentale tracks zijn het werk van JPEPMAFIA. Daaroverheen spuien Peggy en Danny fifty-fifty hun vunzig humoristische raps. Het is allemaal dolle pret. Vooral de nasale stem van Danny Brown doet het ‘m hier. Hij is in het bezit van een onnavolgbare flow. Zij teksten ook. In het nummer God Loves You probeert hij de kerk een beetje geil neer te zetten en rapt dan: “Sit on my face, I wanna speak in tongues”. Maar Peggy tekent voor de beste openingszin van een hiphopalbum. Hij begint het nummer Lean Beef Patty met de woorden: “First off, fuck Elon Musk / Eight dollars too much, bitch, that’s expensive.” 

Zo val je van de ene muzikale verbazing in de andere. Noem het surrealisme. Noem het dadaïsme. Peggy en Danny zetten een volledig nieuwe standaard neer. Ze schrijven nieuwe regels. Precies wat hiphop nodig had.

Alle beste albums van 2023:

Coby Sey – Conduit

Londenaar Coby Sey staat bekend als een samenwerker. Hij is de man op de achtergrond op briljante platen van Tirzah, Mica Levi, Dean Blunt, Klein en Kelly Lee Owens. En samen met zijn vrienden Mica Levi en Brother May runt hij het label/music community CURL Recordings. Maar zijn debuutplaat Conduit is helemaal een ‘solo-effort’. Coby Sey schreef, speelde, arrangeerde, produceerde en mixte het album in zijn eentje. Dan is het dus niet zo gek dat het een hele persoonlijke plaat is geworden.

Conduit is volledig geworteld in Lewisham, Zuid-Londen – de buurt waar zijn grootouders uit Ghana zich in de vroege jaren zestig gingen vestigen, zijn ouders woonden en Coby opgroeide. Lewisham stond bekend als broeinest van ALCARAF, de Britse Black Panthers die opstonden tegen racisme en fascisme. Dat mondde uit in de gewelddadige rellen van augustus 1977 en de brandstichtingen in 1981, waarbij 13 immigranten omkwamen. De oom van Coby Sey wist net te ontkomen.
De Londenaar werkt al vanaf 2017 aan deze plaat en de acht tracks zijn zeker ook gevormd door Brexit, de verkiezingen die daarop volgden en de Covid19-pandemie. Het is dus niet zo gek dat Conduit niet perse een positieve plaat is geworden… maar ook niet perse negatief. Coby Sey is niet van zwart of wit, hij is van de vele tinten grijs daartussen (no pun intended).

Hoe die plaat dan klinkt, is lastig aan te duiden. In talloze recensies worden evenzovele labeltjes genoemd – hiphop, triphop, postpunk, industrial, dubstep, jazz, noise of experimental electronics – maar in een interview met The Quietus zegt Coby Sey dat hij zich vooral in het plakkertje ‘post grime’ kan vinden. Hij groeide tenslotte op met grime op zijn speakers. En noise. Coby Sey noemt het lawaai van Public Enemy en de Bomb Squad als inspiratie, maar ook Miles Davis in de jaren zeventig, Grouper en Sonic Youth. Hij ziet dat allemaal als noise. Daarnaast drenkte hij zich in dubstep en dreampop (zoals de Cocteau Twins). Voeg daar nog wat snufjes Tricky en Throbbing Gristle aan toe en de soul van Marvin Gaye. Dan heb je de kaders van Conduit wel zo’n beetje geschetst.

Sey zingt niet, maar brengt een soort spoken word. Dat doet ergens denken aan wat rappers in de jaren negentig deden op old-school triphopbeats. Coby Sey klinkt onderkoeld en onderhoudend, maar zeker niet vervelend. Hij weet je te boeien met meanderende teksten: stream of consciousness wordt dat in de poëzie wel genoemd. In het geluidspalet lijkt zijn stemgeluid een beetje om de muziek heen te draaien: soms zet Sey zijn eigen stem heel erg voorin de mix en dan weer zo ver weg dat je hem nauwelijks kan verstaan. Dat is bewust gekozen, zo vertelt hij aan The Quietus. Het is een verwijzing naar de stemmen in de samenleving die niet worden gehoord.

De muziek op Conduit verschilt erg in de acht afzonderlijke tracks. De plaat begint chaotisch en claustrofobisch – unheimisch – met industriële beats in overdrive en sirene-achtige geluiden, in Etym en Mist Through The Bits. In Permeated Secrets schakelt Coby Sey en tandje terug en brengt wat meer traditionele triphop. Maar in Dial Square (Confront) en Night Ride gaat hij weer helemaal los met gekke beats, bizarre samples en herhalende gruizige glitches. Hoogtepunt van de plaat is het ruim tien minuten durende Response, een opgefokte freejazz-jam die in één take is opgenomen. Het bouwt op en bouwt op en bouwt op, niet alleen muzikaal maar ook tekstueel tot het moment waarop Coby Sey alleen nog maar kan schreeuwen: “GET ACTIVE! GET ACTIVE! ACTIVE! ACTIVE! ACTIVE!”

Dat heftige nummer wordt vooraf gegaan en gevolgd door twee ambient-achtige tracks waar juist weer iets van hoop in doorklinkt: Onus en Eve (AnwummerE). Het zijn niet de sterkste tracks, maar wel een fijn dromerig evenwicht rondom al dat geknal. De plaat eindigt in een zachte regenbui. Alsof de straten van Lewisham worden schoongespoeld na die bloedige rellen.

Alle beste albums van 2022:

Happy birthday, It Takes A Nation Of Millions To Hold Us Back

Op deze dag in 1988 bracht Public Enemy het album It Takes A Nation Of Millions To Hold Us Back uit. So happy birthday!

Educate yourself! Sinds de gewelddadige dood van George Floyd, onder de knie van een witte politieman, leeft de slogan van de Black Live Matters-beweging als nooit tevoren. Lees, kijk, luister. Er zijn genoeg bronnen die kunnen vertellen over heden en verleden van racisme – al dan niet institutioneel, al dan niet in Nederland. De plaat RTJ4 was al gemaakt (nét af), maar sinds George Floyd bleek de nieuwste Run The Jewels opeens brandpunt van actualiteit. Vorig jaar verscheen de documentaire I Am Not Your Negro over schrijver James Baldwin (die kun je bekijken op Cinetree als je te lui bent om Baldwins boeken te lezen). Zeer beklemmend is de serie When They See Us, sinds vorig jaar op Netflix, over de Central Park-five: vijf pubers die ten onrechte worden beschuldigd van de verkrachting van een witte vrouw in 1989. Het zijn zomaar drie dingen die me als eerste te binnen schieten. En ik moest meteen denken aan Fight The Power, het krachtige anthem van Public Enemy – ook uit 1989. Het nummer verscheen kort na hun opus magnum: het album It Takes A Nation of Millions To Hold Us Back. Public Enemy werd door rapper Chuck D treffend beschreven als ‘information portal’ – en dat is terug te vinden in tekst, muziek en beeld. “An important message should have its importance embedded into the way it’s relayed”, aldus D. “You hear Public Enemy, you hear a tone that says”look out, this is some serious shit coming!”

Public Enemy bestaat uit rapper Chuck D en sidekick en clown Flavor Flav, dj Terminator X met z’n gouden handjes, ‘ideoloog’ Professor Griffith en zijn S1W’s (Security Of The First World – een soort van gewapende militie). Maar minstens zo belangrijk is het productieteam: The Bomb Squad, met daarin broers Hank en Keith Shocklee, Eric Sadler en Carl Ryder. De ambities voor It Takes A Nation waren torenhoog. Chuck D wilde een tweede What’s Going On? (van Marvin Gaye) maken maar dan voor de rap/hiphop, zo vertelde hij de New York Post jaren later. “We had the sole intention to make an album that stood the test of time, to make the greatest album ever as opposed to hot street record. It was no mistake.” Ze zouden het gaan brengen met de energie van Iron Maiden, The Clash of Led Zeppelin in hun beste dagen, aldus Chuck D. Het moest dus allemaal, harder, sneller, heftiger. Paniek op muziek gezet, zo zou het klinken– vond ook The Bomb Squad. “Most people were saying that rap music was noise”, zei Hank Shocklee in 1989 tegen muziekblad Rolling Stone, “and we decided ‘if they think it’s noise, let’s show them noise’.” En zo geschiedde… Na een kort livepandemonium en gillende sirens, trapt Bring The Noise het album serieus af. “Bass! How low can you go!”, barst Chuck D los. “Death row? What a brother know?”
Die noise is opgebouwd uit stukjes zwarte (muziek)geschiedenis: James Brown, Gil Scott Heron, John Coltrane, speeches van Malcolm X, Jesse Jackson en Louis Farrakhan, gelardeerd met stukjes Queen, Slayer en heel veel harde of gekke geluiden (van fluitketels tot voorhamers, van gilletjes tot staalplaten). Op sommige momenten – zoals in de remix van Night Of The Living Baseheads – klinkt Public Enemy letterlijk als James Brown meets Einstürzende Neubauten.

Voor hiphop-fans in de jaren tachtig kwam It Takes A Nation Of Millions To Hold Us Back niet als verrassing. Allereerst was er al die fijne debuutplaat uit 1987: Yo! Bum Rush The Show. Daarna volgde de trits singles die ook op het meesterwerk uit 1988 terecht kwam: Rebel Without A Pause, Don’t Believe The Hype en Bring The Noise. Die gaven al een blauwdruk van hoe het album zou gaan worden: hard, funky, maar ook boos, tegendraads en avantgarde. Niet gezellig, wel indrukwekkend. De soundtrack van een revolutie.

Waar het allemaal over gaat op die plaat? In Bring The Noise en Don’t Believe The Hype gaan Chuck D en Flavor Flav tekeer tegen de media met hun witte bias. Caught, Can We Get A Witness? is een fantasie waarin Public Enemy voor de rechter moet verschijnen voor diefstal in de vorm van sampling. (Dat was een volkomen achterhaalde gedachte volgens de Shocklee-broers. Die wilden juist een plaat maken die is opgebouwd uit stukjes plaat van anderen. In een boekje uit de fantastische serie 33-1/3 – over de belangrijkste albums in de geschiedenis – beschrijft auteur Chris Weingarten heel treffend hoe de Bomb Squad dit proces van deconstructie en constructie aanpakte. Hoe ze soms moedwillig krassen in het vinyl maakten om het ruiger, gruiziger te laten klinken.) Het vervolg op Caught is misschien wel Black Steel In The Hour Of Chaos: over een heftige ontsnapping uit een zwaarbewaakte gevangenis. She Watch Channel Zero?! is dan weer een aanklacht tegen alle junk en shit op tv. Het meest zwart-militante nummer is Prophets Of Rage – de titel zegt genoeg. Public Enemy haalde vervolgens een truckje uit om het allemaal als één geheel te laten klinken. Ze hebben er stukjes uit een liveshow tussen gezet. Daardoor is het album te beluisteren als integraal optreden.

Dat de band in het echt ook zo hard en snel kon zijn, zo furieus en zo funky tegelijk, zagen wij als witte jochies op 13 oktober 1988 in de Amsterdamse Jaap Edenhal. Public Enemy stond daar samen met onder andere Run DMC voor een uitverkochte hal annex ijsbaan. Niet alleen het volledige podium, ook het voltallige publiek was black and proud – and loud. De enkele aanwezige witman vond het maar grimmig, zo hoorden we achteraf. Wij niet. We waren betoverd door de explosie van beats, noise, samples en scratches. En door zoveel trots. Een natie van miljoenen zou deze geest niet meer in de fles krijgen, zo dachten we naïef. Wisten wij veel dat er de komende dertig jaar niets zou veranderen. It Takes A Nation Of Millions To Hold Us Back is de beste hiphop-plaat ooit gemaakt. Ik krijg er nog een kick van als ik ‘m hoor. Maar dat de roep van Public Enemy nu nog net zo urgent is als toen, maakt me treurig. RIP George Floyd. Er is nog heel veel werk aan de winkel. Het begint met: educate yourself.

En na de dood van George Floyd maakte Public Enemy dit:

Meer jarige platen?