Dijon – Baby

Wat een man is die Dijon Duenas! In roerige tijden – hij werd vader, speelde mee op Sable, Fable van Bon Iver, acteerde met Leonardo DiCaprio in de Hollywood-blockbuster One Battle After Another en was als songschrijver en producer allesbepalend op het nieuwe album SWAG van Justin Bieber – speelde hij het klaar om op 15 augustus onaangekondigd een fantastisch soloalbum te droppen: Baby. Daarop brengt hij heden, verleden en toekomst van de r&b samen.

Deze tweede soloplaat van het 33-jarige multitalent uit Baltimore staat vol met ideeën en stuitert alle kanten op. Soms lijkt het of je naar vier of vijf songs tegelijk zit te luisteren. Maar overall genomen klinkt het album als een coherent geheel. Dat is knap.

Veel meer dan Prince
Een vergelijking met Prince dringt zich als eerste op: het lijkt wel of álle ideeën van het dubbelalbum Sign O’ The Times zijn samengebald in de 37 minuten en 45 seconden die Baby duurt. Bovendien kan Dijon krijsen en schreeuwen zoals de Paarse Geilneef deed op – pak ‘m beet – The Beautiful Ones of de uitbarsting “Honey, I know, I know, I know, times are changing” op het nummer Purple Rain. En dan staat er op het album van Dijon ook nog een nummer met de titel Automatic. De synths lijken misschien weggelopen uit het gelijknamige Prince-nummer, maar er is veel meer aan de hand. We horen wat melige human beatboxes, een modderige bas, gruizig opgenomen hiphop vocals en gesamplede hijgjes. Alles hobbelt speels voort.

Halve geschiedenissen
Dit is exemplarisch voor het hele album. Referenties zijn er genoeg. De halve r&b-geschiedenis komt voorbij: van Luther Vandross via D’Angelo tot Frank Ocean, maar ook de halve geschiedenis van de synthpop: van Scritti Politti tot Oneothrix Point Never. Dijon kan zangkrijsen als een Prince, maar vaker klinkt zijn stem als een kruising tussen Anderson .Paak en Smokey Robinson. Je hoort Dijon vaak van heel dichtbij, alsof hij in je huiskamer zijn songs staat te improviseren. En dan is er nog die allesbepalende offbeat (of ‘drunken drums’), die net achter of voor de maat lopen, en zo uit de koker van J Dilla lijken te komen. Maar alles bij elkaar weet Dijon dit samen te smeden tot een uniek geluid.

Experimentele collage
Hij heeft Baby – samen met mensen als BJ Burton, Henry Kwapis, Tommy King, vaste partner Mk.gee en producer Andrew Sarlo – helemaal thuis opgenomen. Het is een vreemde mix van soms overstuurde lo-fi, soms dof geluid alsof je onder water bent en volledig uitgekristalliseerde – noem het maar gladde – productie. Allemaal door elkaar heen. Het zit vol met rare geluiden, van het o-o-o-o-o-o uit Laurie Anderson’s O Superman tot het geluid van een blaffende hond dat wordt gemorpht in metaalgeschraap. Er is extreem gebruik van echo, reverb, slow-motion en vertraging, wat de muziek soms een psychedelisch randje geeft – er wordt gespeeld met tijdbeleving. Het lijkt vaak wel of je naar een timelapse van een nummer zit te luisteren. Ritmes botsen tegen elkaar op. De nummers hebben maar zelden een refrein. Dat alles bij elkaar maakt Baby nogal glitchy, collageachtig en experimenteel. Dat is heerlijk!

Open en persoonlijk
Zo oorspronkelijk als dit funky allegaartje klinkt, zo open en persoonlijk zijn Dijon’s teksten. Ook dat is best uniek. Het album is een grote ode aan liefde en huiselijkheid. Hij zingt over zijn zoontje, de zwangerschap van zijn vrouw en de moeilijke bevalling. Allemaal in directe zinsneden: “I touch your belly”, “Went to cherish your mother”, “Even when I’m by myself and I start to fantasize, I feel it in the pit of my chest: she loves me”, “Just hold me like I’m dying with you”. Heel romantisch, maar aards. Ondanks al zijn succes kent Dijon Duenas geen pretenties. Verfrissend.

Schijnbaar achteloos zet hij hier een spectaculaire nieuwe variant op pop, soul en r&b neer.



Alle beste albums van 2025:


Geef een reactie