Joseph Shabason – Aytche

Het is hem gelukt. Ergens in een interview vertelde Joseph Shabason over de eerste keer dat hij Fourth World, Vol. 1: Possible Musics van Jon Hassell en Brian Eno hoorde. Zulke gekke geluiden, zulke solo’s, zo’n impact, dat wilde hij ook maken. Nou, Aytche, de eerste soloplaat van Shabason grijpt je op dezelfde manier! Het enige verschil is: Jon Hassell betoverde je met zijn trompet, Joseph Shabason doet het met de sax.

Dat hadden we niet direct achter hem gezocht. Joseph Shabason komt uit Canada, is lid van de band Destroyer en werkte met The War On Drugs. Maar dat klinkt totaal anders dan Aytche (wat je uitspreekt als het Engelse ‘8’ – vraag me niet waarom). De muziek op Shabason’s soloplaat houdt het midden tussen jazz, ambient en experimenteel elektronisch. Shabason gebruikt veel field recordings: er klinken vogels, ergens hoor je een hond blaffen. Heel bijzonder is het nummer Chopping Wood, waarop hij een Albert Ayler-achtige freejazz-solo speelt, ritmisch begeleid door het hakken van haardhout.

Dense chordal texture
Het meest in de buurt van de beroemde Hassell/Eno-plaat komen nummers als Long Swim en Looking Forward To Something, Dude. Zoals Jon Hassell destijds zijn trompet een onverklaarbaar geluid meegaf, zo klinkt nu de sax van Shabason. Die wordt door allerlei elektronica gehaald, gedubd en soms wordt een partij meermalen over elkaar ingespeeld – met een soort buitenaardse vibrato als gevolg. Zelf omschrijft hij dit saxofoongeluid als ‘dense chordal texture’. Een typering die bijna 38 jaar geleden ook zou kunnen opgaan voor Hassell’s getrompetter (Fourth World verscheen eind januari 1980) – en nog steeds trouwens, want de nu 80-jarige Hassell doet rustiger aan, maar heeft zijn instrument nog niet aan de wilgen gehangen.

Brutal tracks
Er staan ook een paar ‘brutal’ tracks op Aytche. Op Smokestack en vooral Belching Smoke wordt het softe saxofoonkoor opeens ondersteund door rauwe gitaarklanken. Zoals op alle tracks op deze plaat, wordt het erg spannend als je er aandacht aan geeft. Bijvoorbeeld als je luistert met oortjes in of koptelefoon op. Tegelijkertijd wordt Shabason’s muziek niet opdringerig als je er wat minder aandacht aan geeft – zoals ambient hoort te zijn. Oppervlakkig gezien is Aytche een easy-going plaat, maar het album heeft een geheimzinnige, mystieke, soms wat donkere onderstroom vol subtiele sonische avonturen.

Holocaust en Parkinson
Wat je ook met deze info of deze plaat doet, geef in ieder geval het nummer Westmeath de aandacht die het behoeft. Het is een van de nummers waarop multi-instrumentalist Shabason zijn sax neerlegt en zich helemaal toelegt op synthesizers en samples. Het is ook het enige nummer waarop de menselijke stem (gesampled) is te horen. Een onbekende man mompelt: ‘My father died in ‘76’. Uit een bed van elektronische klanken valt daarna nog veel op te maken. Zoals: ‘The pain was too much for him… last act of individual strength…’ Waar gáát dit over? Shabason laat het in het midden. Hij is kleinzoon van overlevenden van de holocaust. Zijn schoonvader kampte met de progressieve ziekte Parkinson. Zo treurig, hij was professor en ‘his mind was his everything’ aldus Joseph Shabason. Zijn moeder heeft kort geleden dezelfde diagnose gekregen…

Hoe dan ook. De saxofonist heeft filmer Maxwell McCabe-Lokos een clip laten maken bij Westmeath. Die is tot tranen toe ontroerend – kijk hem helemaal uit.



Alle beste albums van 2017:

 

Geef een antwoord