Mavis Staples – Sad And Beautiful World

“I dealed in loss, daddy, I am the last, daddy, last of us”

Wie deze regels voorbij hoort komen in het nummer Human Mind en het dan nog droog houdt, die heeft een hart van steen. Zelf was ze in tranen tijdens de eerste opname. Dat is niet zo gek. De 86-jarige Mavis Staples is letterlijk de laatste der Mohikanen. Ze is de enige van de Staple Singers die nog leeft. En ze is de overgeblevene in het rijtje grande dames van de soul: Aretha Franklin, Ella Fitzgerald, Nina Simone. Zo ongeveer de hele Amerikaanse muziekgeschiedenis rust op haar schouders, maar ook de maatschappelijk historische. Het levert een even doorleefde als gloedvolle soulplaat op. Een baken van hoop in deze donkere tijden.

In haar meer dan zeven decennia overspannende carrière doet Mavis Staples wat Aretha Franklin ook zo goed kon: ze trekt bestaande songs helemaal naar zich toe, alsof er nooit een andere versie had kunnen bestaan. In de herfst – nee, de winter – van haar leven doet ze dat beter dan ooit. Zeker als ze op haar veertiende soloalbum hulp krijgt van een producer als Brad Cook (van onder andere Waxahatchee en Bon Iver) en een trits aan uitmuntende songschrijvers en muzikanten. Je kan daar misschien Johnny Cash/Rick Rubin-achtige vibes bij krijgen (de opleving van American Recordings in het zicht van de dood), maar dat is te clichématig. Mavis Staples heeft nooit neergang gekend, dus van een opleving is geen sprake. Ze is relevant als altijd.

Wat is er allemaal zo goed en ontroerend aan Sad And Beautiful World? Laten we beginnen met de stem van Mavis Staples. De 86-jarige klinkt nog steeds even krachtig, maar haar stem krijgt met de jaren steeds meer intensiteit. Dat heeft die Brad Cook goed begrepen. Hij koos ervoor om overal die stem centraal te laten staan. Puur en ongepolijst. Dus hij nam telkens de vocalen als eerste op, om er daarna een instrumentatie omheen te bouwen. Zo hoor je elke zucht en steun, elke emotionele wending, maar ook elke kraak of ongecontroleerde uithaal. Dat is prachtig! Het is alsof Mavis Staples in jouw woonkamer een huiskamerconcert staat te geven – zo eenvoudig en ingetogen als in de foto op de hoes.   

Dan de songs. Ik ga ze alle tien langs. We knallen er meteen in met de ruige opener Chicago, geschreven door Tom Waits en zijn vrouw Kathleen Brennan. En het wordt direct heel persoonlijk. Chicago staat voor de migratie van het zuiden naar de grote stad, die de soulzangeres maakte met de Staple Singers maar ook gitarist Buddy Guy die op dit nummer is te horen. De fijne slidegitaar van Derek Trucks maakt het helemaal af. Het voelt gewoon alsof je zelf voortdondert in die trein naar het noorden. De song Beautiful Strangers daarna is juist heel breekbaar. Ze zingt – in fraaie duo-vocalen met Tré Burt – over politiegeweld en de dood van Freddie Gray. Toch is de sfeer loom. Het gitaarspel van MJ Lenders klinkt alsof Stevie Ray Vaughn en JJ Cale aan Mark Knopfler komen uitleggen wat bezieling is. Titeltrack Sad And Beautiful World is een van de subtiele hoogtepunten van de plaat. Het is een ontroerend liedje van de band Sparklehorse uit 1995. Frontman Mark Linkous schreef het toen hij bijkwam van een bijna dodelijke overdosis. Staples bouwt het om tot een prachtige gospel. Het al eerder genoemde Human Mind is het enige nummer dat speciaal voor dit project is geschreven, door Hozier en Allison Russell. Hard Times van Gillian Welch is een prachtig ingetogen ballad, maar eentje met een onverwoestbaar geloof in de toekomst. Daar krijg je het warm van. Heel bijzonder is Mavis Staples’ kippenveltrekkende uitvoering van Godspeed van Frank Ocean: ze geeft het moderne r&b-nummer zo’n draai dat het een eeuwenoude spiritual lijkt. Het omgekeerde gebeurt eigenlijk met het nummer We Got To Have Peace, geschreven in 1971 door Curtis Mayfied. Dat lijkt nu weer actueler dan ooit, zo tussen alle conflicten en brandhaarden in. De slepende fanfare in Anthem (uit de pen van niemand minder dan Leonard Cohen) begint hartverwarmend met zingende vogels in de boom, maar uiteraard wordt het gaandeweg steeds duisterder, om toch te eindigen met een enkele lichtstraal van hoop. Wat een relevatie. Het nummer lijkt te zijn geschreven voor de doorleefde performance van Staples. Haar stem breekt als ze zingt: “They’re going to hear from me.” De steelgitaar van Colin Croom (van de band Twin Peaks) maakt het melancholische nummer Satisfied Mind nog wat extra intenser. En we sluiten wat vrolijker af met Everybody Needs Love van Eddie Hinton, een verwijzing naar de legendarische Stax-sessies van de Staple Singers in de Muscle Shoals studio’s in Alabama. Met Bonnie Raitt op de slidegitaar. Niet omdat zij zo’n grote naam is, maar omdat zij als geen ander enorme impact kan maken met een klein gebaar.

Iedere song krijgt precies de benadering die nodig is. De teksten en thema’s zijn vol maatschappijkritiek en protest, maar ook vol liefde en hoop – hoe kan het ook anders, Mavis Staples is de lijn van Martin Luther King jr. naar 2025. Het maakt van Sad And Beautiful World een meer dan monumentale plaat. Dit soort muziek wordt steeds urgenter anno nu. Zeker als het van een 86-jarige Laatste der Mohikanen komt. Dus luister zolang het nog kan.



Alle beste albums van 2025:


Lucrecia Dalt – A Danger to Ourselves

De van oorsprong Colombiaanse Lucrecia Dalt timmert al zo’n twintig jaar aan de weg. Op platen als Anticlines (2018), No Era Sólida (2020) en ¡Ay! (die hoog eindigde in mijn 22 van 22) maakte ze een soort ‘sci-fi bolero’: een buitengewoon smakelijke elektroakoestische variant van Zuid-Amerikaanse stijlen als son, merengue en bolero, even hypnotisch als fascinerend. Ze vermengt die met postrock, avantgarde, jazz, ambient en pop. Het resultaat doet net zo denken aan experimentele Latina-grootheden als Amor Muere en Mabe Fratti als aan – pak ‘m beet – Tom Waits en Cosi Fani Tutti (van Throbbing Gristle/Chris & Cosey – niet voor niets een van haar heldinnen). Het dit jaar verschenen A Danger To Ourselves is geen radicale koerswijziging. Ze verfijnde haar stijl en maakte die toegankelijker – of beter gezegd: meer gelukt, want het is nog steeds buitengewoon vreemde muziek.

Wat wel totaal anders is? Ze zingt niet alleen maar in het Spaans, maar voor de helft ook in het Engels. Maar nog belangrijker: Op haar eerdere platen gebruikte ze hoofdpersonen/alter ego’s waaromheen ze telkens weer een ander universum creëerde. Ze baseerde haar verhalen op boeken en films. Maar ditmaal gaat het over Lucrecia Dalt zelf. Ze heeft nog nooit zo’n persoonlijke plaat gemaakt. Het gaat over erotiek. Het gaat over schoonheid. Het gaat over duister. Het gaat over leven. Lucrecia Dalt verhuisde van Berlijn naar New Mexico, omdat ze de zon miste. Maar vooral omdat ze verliefd werd op iemand die daar woonde… ene David Sylvian, voormalig artrocker en zanger van Japan. In de studio in hun huis nam ze haar nieuwste album op, met haar partner achter de knoppen. De plaat is doordrenkt van Sylvian-sferen. Hij produceerde, deed het artwork, speelde gitaar en is als spreker van spoken word te horen op het openingsnummer cosa rara. (Het is niet meer die zachte stem die we kennen van bijvoorbeeld Brilliant Trees of Secrets Of The Beehive, maar diep, rauw en gruizig.)

Naast David Sylvian speelt percussionist Alex Lázaro een belangrijke rol op A Danger To Ourselves. Hij is het die de meditatieve popsongs als mala sangre, amorcito caradura, divina of hasta el final een ‘bite’ geeft, maar ook een rode draad. Op the common readers is er een rol voor de Argentijnse elektro-veteraan Juana Molina (die dit jaar het prachtige album DOGA uitbracht). Het klinkt als een kruising tussen een spaghettiwestern en een psychologische horrorfilm. En er is een prachtig hartstochtelijk gezongen duet met Camille Mandoki, de zangeres van Amor Muere: caes. Het is een ode aan – onder andere – de Cubaanse artieste Ana Mendieta. Zij maakte onder de naam Siluetas foto’s en afdrukken van haar lichaam in de aarde, alvorens ze in New York stierf door een mysterieuze val uit het raam op de 31e verdieping van een wolkenkrabber. De werkelijkheid gaf het nummer een nieuwe betekenis: caes nummer verscheen op 6 juli 2025 op single. Een dag erna kreeg Lucrecia Dalt een aangrijpende bijna-dood-ervaring. Ze had een hevige epileptische aanval en haar hart stopte een achttal seconden met kloppen. Gelukkig redde ze het. Twee dagen later werd ze zo betoverd door de wereld om haar heen, dat ze dacht dat ze misschien tóch was gestorven.

De muziek op A Danger To Ourselves is zo hemels, dat ik dat ook weleens denk.



Alle beste albums van 2025:


Oklou – choke enough

Wat horen we hier? Dat gaan we straks analyseren. Eerst houden we het nog even bij deze heerlijke staat van verwondering. Want dat is wat choke enough oproept: futurisme en nostalgie tegelijk. Iets onbestemds en onbekends, compleet nieuw maar ook heel vertrouwd. Het album voelt als therapie. Nu alleen nog even bedenken waarvoor…

Zelf zegt de zangeres en schrijfster dat de plaat gaat over een ‘quest for meaning, or the need to be touched by anything; a grandiose epiphany or a passing quotidien moment’. Hoe dan ook is het album ragfijn en subtiel gemaakt, maar groots in geest en opzet.

Kristallen stem
De Franse Marylou Vanina Mayniel, alias Oklou (spreek uit als ‘OK Lou’), is niet helemaal een onbekende voor ons. Ze was een van de grondleggers van het collectief NUXXE, dat verantwoordelijk was voor een zogenaamd ‘art schoolers go to Berghain’-geluid (niet mijn vondst maar die van Pitchfork). Zelf bracht ze alweer vijf jaar geleden de briljante mixtape Galore uit. Ze stal daarmee de harten van popgrootheden als Caroline Polachek, A.G. Cook en Oneothrix Point Never. Met allerlei elektronica zette Oklou een duister en desolaat landschap neer, maar wel eentje met zachte kantjes en onbekende afslagen. Daaroverheen torende haar prachtig kristallen stem.

Soundscapes
Vervolgens werkte ze jarenlang aan wat haar officiële debuutalbum zou worden: choke enough. Die bevat alles wat Galore ook al bevatte, maar dan rijker, creatiever, origineler en meer volwassen. Dat heeft allerlei redenen. Voor het geluid werd vaste producer Casey MQ ditmaal bijgestaan door topproducers A.G. Cook en Danny L. Harle. Daarnaast heeft Oklou haar palet nogal uitgebreid. We horen niet meer alleen elektronica, maar ook gitaar (op blade bird), trompet (obvious), cello en xylofoon (family and friends), saxofoon (ict), strijkers en de drums komen ook niet altijd uit een apparaatje. Heel bijzonder zijn de samples en de soundscapes op dit album. We horen blaffende honden, zoemende krekels, gedempt gelach en in het nummer (;´ٹຶ`) (ja zo heet het echt) klinken geluiden die het midden houden tussen een sirene en fluitende walvissen. Die komen trouwens nog eens terug in forces.

Vocale synthesizerpartijen
Anders dan voorheen zet Oklou haar stem ook in als instrument of als geluid. Ze verdriedubbelt haar zanglijnen, maakt hele koortjes van zichzelf, waar ze vervolgens mee in duet gaat. Ze vervormt en samplet haar stem, haalt die stevig door de autotune. Zo creëert Oklou eigenlijk een wonderlijk geluid uit een soort vocale synthesizerpartijen. Daarmee zet ze zichzelf wat op afstand. Je luistert niet naar de Franse zangeres, maar naar een leger van feeërieke robots. (Qua zangtechniek heeft Oklou dat helemaal niet nodig, overigens. Luister maar eens naar de extra ‘unplugged’ nummers op de choke enough deluxe-versie.)

Barok en renaissance
Toch is dit een hele warme, zachte, intieme en dromerige plaat geworden – noem het heel oneerbiedig maar slaapkamerpop – vol persoonlijke herinneringen (harvest sky gaat bijvoorbeeld over de vreugdevuren die ze als kind zag tijdens la Fete de la Saint-Jean). Soms is Oklou luchtig, maar vaak genoeg gaat ze de diepte in. Tekstueel én muzikaal. Neem er even de aandacht voor en je hoort hoe een nummer als thank you for recording teruggrijpt op Peter And The Wolf van Sergei Prokofiev. Dat is niet voor niets. Marylou Mayniel is geschoold als klassiek pianiste. Door alle elektronica heen hoor je haar voorkeuren voor polyfone barokmuziek. In het suikerzoete ict (wat staat voor ‘ice cream truck’) klinkt een trompetpartij die zo lijkt weggelopen uit de 16e eeuw. En de klarinet en tamboerijn op obvious hadden – unplugged – kunnen klinken in een Florentijns renaissancepaleis. Gelukkig zitten er dan wel weer fiebelende synthesizers en een ‘wobbly’ beat onder.  

Tijdloos
Dat vreemde, ongrijpbare, futuristische, historische, sprookjesachtige… de albumhoes doet daaraan ook mee. Die heeft iets onbestemds in tijdbeleving. Het had de poster voor een sci fi-film kunnen zijn uit de vroege jaren 2000, of een doodenge horror. Maar misschien is het ook wel een herinnering van een meisje aan de jaren tachtig in de Parijse Banlieues (ikfantaseermaarwat). Of is de foto helemaal anno 2025, 2028 of 2030.

Alles bij elkaar genomen heeft Oklou dus een tijdloze plaat gemaakt.



Alle beste albums van 2025:


Able Ghekiere – In De Verte, Dit Uitzicht

Belgisch Hoop in Bange Dagen is dit jaar opgestaan. Zijn naam is Abel Ghekiere.

Nou ja, de 29-jarige Antwerpenaar (geboren in Kortwijk) timmert al een paar jaar aan de weg als multi-instrumentalist, componist en bandlid van I’m The Hug en Felicette. Maar in 2025 beleefde Abel Ghekiere solo een bescheiden internationale doorbraak, live en met het prachtalbum In De Verte, Dit Uitzicht. Nu is hij nog docent Statistiek aan de Vrije Universiteit Brussel, maar wellicht dat hij in de toekomst een bescheiden boterham kan verdienen als fulltime muzikant/performer?

Bescheiden muziek

Sowieso is ‘bescheiden’ zijn middle name. Abel Bescheiden Ghekiere. Zo kun je zijn muziek ook typeren. De klassiek geschoolde klarinettist blijft ver weg van egotripperij. Hij en zijn vrienden en zijn broer (Hendrike Scharmann op viool, Tobias Vockaert op bas en Orlan Ghekiere op drums) gaan zitten, zetten een recorder aan en dan zien ze wel wat er gebeurt. Abel mixt dat dan later af en gebruikt daar zelf opgenomen samples bij. Field recordings, vaak ‘gevangen’ op de plek waar ze hebben zitten improviseren. Als laatste plakt hij er een titel op, niet zelden wordt er eentje gekopieerd uit het oeuvre van dichter Rutger Kopland

Geniale samenraapsels

Dat leidde tot minimalistische jazz, klein gehouden folk, neoklassiek en poëtische ambient. Alles klinkt in sepia op dit album. De half geïmproviseerde muziek doet  denken aan Talk Talk ten tijde van Spirit Of Eden en Laughing Stock, of aan het album Brilliant Trees van David Sylvian. Het lijken samenraapsels van geluiden en instrumenten. Maar bij elke draaibeurt hoor je beter hoe geniaal de nummers in elkaar zitten. Alles klopt van de eerste tot de laatste noot. In deze muziek is Sufjan Stevens ook nooit ver weg. Maar zelf zegt Abel Ghekiere veel naar Scandinavische jazz en folk te luisteren – Nils Økland, Jakob Bro, Skúli Sverrisson bijvoorbeeld – omdat die zo mooi ‘zacht’ kunnen klinken. Zo ingetogen is ook In De Verte, Dit Uitzicht, maar af en toe is er een plotselinge euforische uitbarsting te horen. Luister maar naar het geschreeuw in Caroline, zijn ode aan de gelijknamige band zonder hoofdletter. De Belg is net zo onalledaags als het Britse caroline, maar veel minder ongemakkelijk en ontoegankelijk.

Intiem en intrigerend

In De Verte, Dit Uitzicht is melancholisch, rustig, maar vooral persoonlijk en intiem. Het is alsof je naar het dagboek van een goede vriend zit te luisteren. Tegelijkertijd laat hij de fantasie een loopje met je nemen. Ghekiere zingt en fluistert zijn teksten bewust onverstaanbaar. Soms herken je woorden en soms ook niet. Dat maakt het intrigerend.

Schoonheid in het alledaagse

Het meest bijzonder zijn die field recordings. Een jaar lang nam Abel Ghekiere zijn opnameapparaatje overal mee naar toe. Dus je hoort op het album de mussen in de bomen voorbij komen, een krakende stoel of vloer, de microwave die afgaat, stemmen en gefluister. Het meest hilarisch zijn de geluiden aan het begin van Tussen De Zee En De Bomen. Opeens klinkt alles dof, omdat Ghekiere zijn recordertje in een pot mayonaise laat vallen. Hoe Belgisch wil je het hebben? “Ik vergelijk het met een prentenboek. Dit zijn allemaal muzikale herinneringen”, zegt Abel Ghekiere in een interview met het Belgische Nieuwsblad. Hij ontdekte dat de schoonheid schuilgaat in het alledaagse. “De geluiden waarvan ik dacht dat er níets van schoonheid in zat, zijn uiteindelijk op de plaat terechtgekomen. Niet de geluiden waarvan ik dacht dat ze prachtig zouden klinken.”

Zoveel breekbare schoonheid en subtiliteit… het is precies wat we nodig hebben in deze hectische tijden. Wat is het daarom jammer dat deze plaat zo kort duurt. Van kop tot straat klokt ‘ie af op 27 minuten en 44 seconden. Maar na dat klein halfuurtje ben je klaar om opnieuw in Ghekiere’s universum te duiken. En nog een keer en nog een keer. Of je laat In De Verte, Dit Uitzicht doorspelen in je hoofd. Want zo’n plaat is het wel: eentje waar je nog vaak aan moet terugdenken.

Abel Ghekiere, Valkhoffestival, 13 juli 2025

Horen en meemaken

2025 was ook het jaar dat Abel Ghekiere en zijn muzikanten op tour gingen in het buitenland. Ik zag hun Nederlandse debuut op 13 juli tijdens het Valkhoffestival bij de Nijmeegse Vierdaagsefeesten. En met mij zo’n twintig andere mensen. Ver weg van het gelal bij de biertenten, bracht Abel Ghekiere precies die verstilde pracht als op zijn album – inclusief die bijzondere field recordings. We waren even in een andere wereld. Ik denk dat het publiek op Into The Great Wide Open iets soortgelijks heeft meegemaakt, een paar maanden later op Vlieland. En ik hoop dat nog veel meer mensen dit gaan horen en meemaken. Ghekiere verdient dat, maar jullie ook.



Alle beste albums van 2025:


Loscil – Lake Fire

In het begin van dit jaar werd mijn 85-jarige moeder ziek. Het bleek darmkanker, de uitzaaiingen zaten door haar hele lichaam. Ze besloot dat ze niet behandeld wilde worden. Ze ging naar een hospice en samen met haar huisarts hebben we een euthanasietraject ingezet. Zij en wij hebben nog een mooie tijd beleefd in haar laatste dagen. Verdrietig maar berustend. Het was goed zo. 

Ik ben altijd op zoek naar nieuwe muziek, struin blogs en release radars af en beluister alles wat maar een beetje interessant lijkt. Ook in deze moeilijke periode met mijn moeder deed ik dat. Maar het ging met minder enthousiasme, een beetje op de automatische piloot. Ik was er met mijn hoofd niet bij. Aan het einde van een mensenleven blik je niet vooruit, maar kijk je nostalgisch terug. Ik draaide vooral veel oude platen, ook de dingen die mijn moeder mooi vond, en ik liet me troosten door mijn helden van vroeger. (Een concert van Blaine L. Reininger in een klein zaaltje in Utrecht hield me op de been. Hij speelde veel werk van Tuxedomoon en zijn onvolprezen soloplaten Broken Fingers uit 1982 en Night Air uit 1983. Achteraf bleek het ook nog eens een uiterst aimabel man, we spraken uitgebreid over zijn verhuizing van San Francisco naar Brussel destijds en zijn reizen langs de alternatieve scenes in alle Europese steden.)   

Het was tijdens de ziekte van mijn moeder dat Lake Fire uitkwam, de zoveelste plaat van Loscil (ik ben de tel allang kwijt). Loscil is Scott Morgan uit Vancouver, die altijd werd gezien als het Canadese antwoord op de Europeanen die werk uitbrengen op labels als Kompakt en Mille Plateaux. Artiesten die uitgaande van techno steeds abstracter gingen werken en uitkwamen bij intense ambient en glitch. Dus die nieuwe plaat moest ik horen… Je kunt het je misschien wel voorstellen: hoe mooi en verstild ook, de plaat kwam totaal niet bij me binnen. Ik was Lake Fire dan ook al bijna vergeten toen ik ‘m weer tegenkwam in het eindejaarslijstje van Bob Rusche, presentator van XRated op de Concertzender en kenner van alle soorten (dark) ambient. Ik besloot Loscil een tweede kans te geven.

Gelukkig maar, want ditmaal was ik direct verkocht. Loscil klinkt meestal kristalhelder en smooth, maar door een iets andere werkwijze is Lake Fire veel rauwer. Dat grijpt je bij de strot. De verstilling die we zo goed kennen, gaat hier hand in hand met een groot drama. Het album staat in het teken van natuurbranden die ervoor zorgen dat bossen zich weer kunnen verjongen. Een mooi fenomeen, maar door klimaatverandering is dat volledig uit de hand gelopen. Het leidde begin dit jaar tot de verschrikkelijke bosbranden rond Los Angeles – die we nog veel vaker kunnen verwachten als ‘het nieuwe normaal’ aan de West Coast van Amerika.

Scott Morgan beschrijft in geluid de pure horror die hij door zijn autoraampjes ziet. Het leidt tot aangrijpende nummers met veelzeggende titels als Bell Flame, Spark, Ash Clouds en Candling. De muziek is subtiel, organisch, maar ook donker en dreigend, en soms een beetje sci-fi-achtig (Scott Morgan gebruikt dezelfde synthesizers als Vangelis deed voor de soundtrack van Blade Runner). Soms is er een aanzet van een ritme, maar verder dan dat gaat het niet. Maar wat is nou precies die andere werkwijze die Loscil hier hanteerde? Hij nam het geluid van een in elkaar gelijmde oude gitaar en samplede dat om keer op keer opnieuw te samplen en steeds iets te bewerken. Zo ontstond dat rauwe en rokerige geluid dat het thema zo nodig heeft.

Dit is een van de zwaarste albums die Loscil ooit heeft gemaakt. Als statement kan het zich meten aan belangrijke albums als The Disintegration Loops van William Basinski, Four Rooms van Jakob Kirkegaard en Kyiv Eternal van Heinali. Een waarschuwing, maar een prachtige waarschuwing. Dankjewel Bob Rusche, dat je me hier nog eventjes op wees.



Alle beste albums van 2025:


Djrum – Under Tangled Silence

Wat als je klassiek geschoold bent (piano), maar je hebt je hart verpand aan de clubs en de beats? Combineer dat en je krijgt de beste platen! Luister maar naar de nieuwe van Felix Manuel, alias Djrum (spreek uit als ‘drum’, maar dat met een twist in de ‘d’). Daarop brengt hij kalme pianoklanken samen met de wildst geprogrammeerde drummachines. Ze smelten heel natuurlijk samen op het emotionele meesterwerk Under Tangled Silence.

Dit is inmiddels het derde album van Felix Manuel. Als dj liet hij het dansende publiek alle hoeken van de zaal zien tijdens harde raves in Londense kraakpanden. Hij heeft een hele eigenzinnige stijl van mixen, vol old school hiphop-technieken. Vanaf zijn zevende jaar speelde hij piano, eerst klassiek en later leerde hij improviseren. Maar deze twee zeer verschillende muzikale tradities brengt hij pas in 2025 bij elkaar op Under Tangled Silence. In tegenstelling tot velen weet hij iets te brouwen dat absoluut niet kitscherig is of los zand. Djrum heeft juist een bezielde plaat gemaakt.

Laat je niet van de wijs brengen door de eerste klanken van het openingsnummer A Tune For Us, waarin je pianoriedeltjes hoort, een fluit en strijkinstrumenten – iets tussen neoklassiek en new age in. Want nee, dit is geen slappe Ludovico Einaudi- of Hauschka-shit. Na verloop van tijd begint er een drummachine rustig te ratelen. De muziek komt tot leven. De sfeer in die eerste nummers is elegant en spiritueel, op een beetje Alice Coltrane-achtige wijze.

Vanaf daar wordt het gaandeweg steeds wilder. De beats gaan harder kloppen en ingewikkelder. We horen steeds meer elektronische glitches en geruis. Er komen meer akoestische instrumenten bij: harp, percussie, zo’n mbira-tokkelinstrument en een cello. De nummers (voor zover je daarvan kan spreken) meanderen alle kanten op. Alles beweegt en geen maat klinkt als de vorige. Vergelijk het maar met een zwerm spreeuwen in de lucht.

Opeens hoor je disco synth-lijntjes bij, post-dubstep beats, bassen. Soms zijn er stukken  ambient die doen denken aan Sigur Rós of Stars of the Lid, opnames van spelende kinderen of andere omgevingsgeluiden. Daarna komen techno, breakcore, drum ‘n bass en zelfs gabber om de hoek kijken. Op een gegeven moment weet je echt niet meer waarnaar je zit te luisteren of waarop je staat te dansen. Dát is precies waar Djrum je wil hebben. En dan moet het elf minuten durende episch eindstuk Sycamore nog komen, met een gemiddelde van 170 BPM en zoveel klankkleuren en sfeerwisselingen. Sommigen noemen het gekscherend de ‘Bohemian Rhapsody van de experimentele elektronische muziek’.  

“I have a very emotional relationship with my machines”, zegt Manuel ergens in een interview. Dat is niet zo gek. De ontstaanswijze maakt dit meesterwerk nog indrukwekkender. Djrum is hier al jaren geleden aan begonnen, maar ergens in de coronatijd verloor hij door een computercrash bijna al zijn bestanden. Honderden uren aan werk kwijt! Alleen een paar oude fragmentjes zijn op Under Tangled Silence terecht gekomen. Hij moest zo ongeveer van voren af aan beginnen. Pas toen ontdekte hij die sprankelende balans tussen barse beats en elegante klassiek. Het is mooi om je te bedenken dat falende techniek Djrum op het juiste spoor heeft gezet.



Alle beste albums van 2025:


25 tot en met 16

Foto: Sjef Prins | APA Foto

De 25 van 25 zijn weer van start gegaan! We tellen af naar oudejaarsdag met recensies van de beste platen van het jaar. Iedere dag één, vanaf nummer 15. De nummers 25 tot en met 16 bespreken we in een badge van tien. Vandaag dus tien albumrecensies voor de prijs van één. Enjoy!

Oneothrix Point Never – Tranquilizer

De Amerikaanse componist en producer Daniel Lopatin – alias Oneothrix Point Never – maakte met Tranquilizer een album van bijna een uur, vol zowel vervreemdende als nostalgische klanken uit de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw. Hij heeft een database vol samples en kitscherige synthideuntjes uit die tijd: stockgeluiden die bijvoorbeeld werden gebruikt bij het opstarten van een apparaat, bij tekenfilms of als intro bij een tv-soap. Ze stonden op een stapel illegale DVD’s die Lopatin ooit voor honderd dollar kocht en op de pagina’s Internet Archive die hij op zijn computer bewaarde.

Daarmee maakt Lopatin tracks die het midden houden tussen ambient en glitch. Juist vanwege die originele bronnen klinkt Tranquilizer loom en warm. Maar er hangt ook een wat creepy sfeertje. De ‘gevonden geluiden’ – die soms verdwijnen en dan weer opdoken – staan voor de vergankelijkheid die Lopatin naar eigen zeggen wilde vastleggen. En dat is goed gelukt.



Katarina Gryvul – SPOMYN

De Oekraïense Katarina Gryvul is een klassiek geschoold componist, violist en geluidsproducent die zich steeds meer specialiseerde in elektronische muziek. Dat leidde in 2022 al tot het prachtig futuristische album Tysha. Onwaarachtige en onwaarschijnlijke geluiden vlogen je om de oren. Op SPOMYN gaat Gryvul daar nog een paar stappen verder in. De muziek wordt steeds abstracter. We horen bijna wiskundige of algoritmische geluidsstructuren. Brute beats en geluiden knallen alle kanten op. Er zijn duistere vocalen. De muziek is soms pijnlijk, verwrongen en soms onmenselijk (dat komt niet door AI, want daar werkt ze – nog – niet mee). Het lijkt de ultieme soundtrack bij een oorlog in de 21e eeuw.

‘Spomyn’ betekent zoveel als ‘herinnering’ of ‘geheugen’ in het Oekraïens. Katarina Gryvul staat stil bij wat er verloren gaat in haar moederland Oekraïne (ze werkt nu in Polen en Oostenrijk), maar ook bij de recente dood van haar vader. Het gaat vooral over, zoals ze zelf zegt, ‘de verraderlijke krachten die de geschiedenis dreigen te herschrijven’. SPOMYN is een huiveringwekkende plaat.



John Glacier – Like A Ribbon

“I’m a glacier / That’s why I look so deadly.”John Glacier (gletsjer) is Burberry-model, dichteres, videoartieste en… Soundcloud-rapper. Haar raps klinken loom, maar volledig to-the-point.

De Londense maakte dit jaar een ultrakort album, met daarop elf uitstekende tracks. In nog geen half uur komen bij haar meer stijlen, sounds en samples voorbij dan bij een ander in een hele carrière. Ze gaat van dubstep via r&b naar triphop en weer terug. De invloeden van James Blake, Tirzah, Burial of Tricky zijn nooit ver weg. En omdat ze vooral wordt begeleid door een eenzame gitaar krijgt Like A Ribbon een ontegenzeggelijk bluesgevoel.

Is dit de grote-stads-blues anno 2025? Het is in ieder geval betoverend mooi.  



Lily Allen – West End Girl

Don’t get mad, get even. We blijven nog even in Londen. Want eind oktober verscheen uit het niets het vijfde album van Lily Allen (jeweetwel van Smile en Fuck You Very Much). Ze maakte een echtscheidingsplaat nadat ze wegging bij de Amerikaanse acteur David Harbour (uit Stranger Things). Het werd eigenlijk een ‘fuck you very much’ naar de Britse tabloids. Ze is openhartiger en seksueel explicieter dan de bladen ooit durfden schrijven. Harbour is namelijk seksverslaafd en Allens teksten daarover zijn zowel grof als grappig. Zo vindt ze een buttplug, glijmiddel en honderden condooms in het ‘pussy palace’ van haar man. Uiteindelijk verhuist ze van uit New York naar Londen om een echte ‘West End girl’ te worden. Het bevalt haar prima. En dan vindt ze ook haar zelfrespect terug. “It’s not me, it’s you”, zingt ze. Niet toevallig de titel van haar tweede hitalbum uit 2009.

Lily Allen nam West End Girl op in tien dagen tijd en bewijst dat deze vorm van anger een creatieve energie van heb-ik-jou-daar kan zijn. Haar carrière zat een beetje in het slop. Haar laatste twee albums waren niet veel soeps. Maar als Londense is Allen weer helemaal terug. Dit is een lekkere plaat met ouderwetse pure pop Lily-liedjes, bitter en vrolijk tegelijk. Heerlijk!



Nazar – Demilitarize

Nazar komt uit Angola, woont in Amsterdam en maakt naar eigen zeggen ‘ruige kuduro’. In 2020 bracht hij een ijzersterk album uit: Guerrilla. Maar toen brak corona uit en ook Nazar raakte besmet. Levensgevaarlijk, want zijn immuunsysteem was al verzwakt door de tuberculose die hij in Angola had opgelopen. Te midden van dat alles werd hij ook nog verliefd. Dat dubbele gevoel, de vlinders in zijn buik én het vechten tegen de ziektes, werd inspiratie voor zijn nieuwe plaat.

Op Guerrilla ging het over zijn vader en zijn moeder. Die sloten zich al jong aan bij de verzetsgroep UNITA en zijn vader werd een van de belangrijkste rebellenleiders in de Angolese burgeroorlog. Maar Demilitarize gaat nu over Nazar zelf. De titel zegt het eigenlijk al: hij legt de wapens neer en omarmt de liefde, het verlangen en de menselijkheid. 

De Angolees ging van wilde kuduro-beats naar filmische en psychedelische geluidssculpturen. De plaat klinkt nog net zo lo-fi als het eerste album, vol rare beats en samples, maar veel meer ingetogen en introvert dan voorheen. Terwijl Nazar het tempo iets terugschroeft, zet de verdieping juist in. Dat komt ook doordat hij steeds meer zijn eigen zang en teksten gebruikt – niet echt als coupletten en refreinen maar meer als instrument en samples en vaak enorm door de autotune gedraaid. Het resultaat is even vervreemdend als opwindend. Noem het maar de nieuwe elektronische soulmuziek.



Heartworms – Glutton For Punishment

We kenden haar al van London Calling en Down the Rabbit Hole, maar nu ligt er ook iets tastbaars. Begin februari bracht Jojo Orme, alias Heartworms, haar debuutalbum Glutton For Punishment uit op het hippe label Speedy Wunderground. Daarop brengt de jonge Britse een uiterst smakelijke mix van gothic, postpunk, elektronica en pop. Het doet soms denken aan LCD Soundsystem, maar PJ Harvey, Billie Eilish en Siouxsie & the Banshees komen ook voorbij. En ergens is ook wel te horen dat ze in het voorprogramma stond van St. Vincent. De naam Heartworms is ontleed aan een album van The Shins.

In haar vrije tijd is Orme vrijwilliger in het Hendon’s Royal Air Force Museum in Cheltenham en dat is hier te horen. Heartworms heeft een fascinatie voor oorlogsgeschiedenis. Een titel als Warplane – een van de hoogtepunten van het album – zegt voldoende. Verder gaan de nummers over de moeizame relatie met haar moeder (Jojo werd heel streng opgevoed), haar moeilijke jeugd (ze werd gepest om haar Pakistaans/Afghaans/Chinees/Deense roots), toxic vriendschappen en de ramp die online daten heet.  



Zea, Drumband Hallelujah Makkum – In Lichem Fol Beloften

Als je nog nooit van Zea hebt gehoord, waar was je dan de laatste drie decennia? Dit jaar vierde de Nederlandse band namelijk haar dertigste verjaardag. En op het feestje mocht ook Drumband Hallelujah Makkum komen (op de helft van de tracks) én oud-Dichter des Vaderlands Tjead Bruinja (op het titelnummer).

Nou vooruit dan, even kort over Zea. Het was lange tijd het soloproject van The Ex-zanger Arnold de Boer en inmiddels is Zea met klarinettist Xavier Charles, cellist Harald Austbø en drummer Ineke Duivenvoorde uitgegroeid tot kwartet. Eind dit jaar brachten ze het boekwerkje + cd In Lichem Fol Beloften uit (Fries voor ‘een lichaam vol beloften’). Het is voor het eerst dat De Boer in het Fries zingt, en het grootste deel van Nederland zal de teksten misschien niet verstaan maar dat doet niks af aan het poëtisch luisterplezier (de tekst van het tot op het bot uitgeklede nummer De Dea is van M. Vasalis).

Dat Drumband Hallelujah Makkum (opgericht in 1894) meespeelt is niet toevallig. Arnold de Boer speelde als jongetje al in Hallelujah en zijn 81-jarige vader Freddie doet dat nog steeds. Het maakt de muziek van Zea een stuk rijker. In Lichem Fol Beloften is aparte, afwijkende en authentieke ‘ketelmuziek’ à la Tom Waits en De Kift. Maar ik moet ook vaak denken aan Jan en Romke Kleefstra. En soms is het uitgeklede folkblues alsof Robert Johnson even langskomt: crossroads in de polder dus. Oftewel ‘krusing’. In Lichem Fol Beloften is een indrukwekkende plaat.



Carrier – Rhythm Immortal

Vond je een klassieker als Untrue van dubstepmagiër Burial al kaal, desolaat en spaarzaam? Bewaar je dan maar voor Rhythm Immortal van Carrier. Hier worden enkele beats en spaarzame synth-lijntjes om een grote leegte heen gegoten. En dat is prachtig!

Carrier is de werknaam van Guy Brewer uit Brussel en hij is net zo’n magiër, alleen zijn achtergrond ligt meer in de drum ’n bass. Daar is op deze nieuwe plaat overigens niks van te horen. Rhythm Immortal laat geen enkel stickertje op zich plakken. Het is vooral abstract en experimenteel. Of nou ja… Zoek je een kopje om dit album in de bakken te zetten? Noem het dan maar ‘grootstedelijk atmosferisch’.



Carminho – Eu Vou Morrer De Amor Ou Resistir

Waar kun je mij midden in de nacht voor wakker maken? Een stukje Portugese fado! Ik ben een sucker voor Amália Rodrigues, Carlos do Carmo, Mísia en Cristina Branco. Ik vind het prachtig. Het enige nadeel is dat fado zo’n ontzettend conservatieve stroming is. Het klinkt nog steeds als een eeuw geleden. Iedere vernieuwing ontbreekt.

Gelukkig is daar het werk van de 41-jarige Carminho uit Lissabon. Zij schopte altijd al tegen dat conservatisme en haar zevende album Eu Vou Morrer De Amor Ou Resistir (‘ik sterf van de liefde of ik verzet me’) is haar meest gewaagde tot nu toe. Dat is overigens niet zo gek. Carminho is feministe in hart en nieren en zegt altijd dat ze is geïnspireerd door vrouwen als Wendy Carlos en Annette Peacock. Ze vond zelfs een zielsverwant in Laurie Anderson, die hier op één nummer meefluistert (Saber). Op Eu Vou Morrer De Amor Ou Resistir zet Carminho verzen van de Portugese experimentele dichteres Ana Hatherly op muziek, zoals bijvoorbeeld Balada Do País Que Doí (‘ballade van het land dat pijn doet’).

Tegelijkertijd blijft Carminho de grootste stem van de fado anno nu. Ze klinkt zeker zo intens als Amália Rodrigues destijds. Vreemd genoeg blijft dat zelfs overeind als ze een keertje de autotune aan zet.

(Overigens gaan we Carminho nog een keer tegenkomen als cameo, heel heel hoog in deze 25 van 25.)



Saya Gray – SAYA

Nog een debuutalbum. Eind februari kwam SAYA uit, het officiële eerste album van de Canadese singer-songwriter en multi-instrumentalist Saya Gray. Het is nogal een eclectische plaat, vol indiepop-, folk-, country-, jazz-, r&b- en synthi-hybrides. Elk nummer heeft twintig lagen en er gebeuren duizend-en-één dingen tegelijk. (Zelf zegt ze dat ze zich voor deze plaat heeft laten inspireren door Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band.)

Maar Saya Gray weet het als geen ander tot een samenhangend geheel te smelten. De sfeer is rustig en ingetogen, met een heel natuurlijk eigen geluid. De akoestische gitaar speelt de hoofdrol. En overal overheen klinkt die mooie dromerige stem van Saya. Laten we wel zijn: het heeft niet de impact van het Beatles-meesterwerk. Maar het is allemaal wel bloedmooi en boeiend.



Alle beste albums van 2025: