Happy birthday, Rock Bottom

Op deze dag in 1974 bracht Robert Wyatt het album Rock Bottom uit. So happy birthday!

Rock Bottom van Robert Wyatt heeft een beetje een lelijke hoes. Niet echt aantrekkelijk, hij nodigt niet echt uit om te kopen – nu niet en toen (1974) volgens mij ook niet. Maar de hoes weerspiegelt wel precies de sfeer op deze wonderlijke plaat van Wyatt. De muziek is net zo speels als de meisjes op en in het water, net zo melancholiek als het eenzame schip op weg naar de einder. En onder het oppervlak valt er een hele nieuwe, weelderige, surrealistische wereld te ontdekken. Rock Bottom is Alice in Wonderland en Through The Looking Glass tegelijk.

Robert Wyatt makes friendlier records than anyone else I can think of, schrijft Steve Lake in 1974 in het blad Melody Maker. Hij heeft het over een total lack of pretension. En toch is deze plaat magistraal. Dat vrolijk geëxperimenteer van de zanger/drummer/instrumentalist, de puntgave productie van Nick Mason van Pink Floyd, de jazzy improvisaties, surrealistische sfeer, het maakt Rock Bottom tot een onweerstaanbaar mengsel. Tot het vaatje waar ook David Sylvian en Radiohead maar al te graag uit tappen, zo bleek vele vele jaren later.

Het start al met een van de mooiste nummers die Robert Wyatt ooit op plaat heeft gezet: Sea Song. Die is romantisch en melancholisch, maar met bizarre teksten (You look different every time / You come from the foam-crested brine / It’s your skin shining softly in the moonlight / Partly fish, partly porpoise, partly baby sperm whale, en iets later… When you’re drunk you’re terrific / When you’re drunk I like you mostly / Late at night, you’re quite alright) en gaandeweg ontsporen Robert Wyatt’s hoge stem en zijn piano steeds meer. En dan moet de echte gekte nog beginnen. Dat gebeurt als het jazzy A Last Straw (met een vreemde pianosolo die Mike Garson op David Bowie’s Alladin Sane doet verbleken) wegvaagt en Little Red Riding Hood Hit The Road volgt. Een surrealistische fanfare blijft doorjubelen, ook als Wyatt halverwege ‘Oh dear, stop it, stop it!’ schreeuwt en het hele nummer achterstevoren klinkt. Bizar en melancholisch zijn ook de odes aan zijn vrouw Alfreda Benge: Alifib en Alife. (Zij tekende trouwens die hoes.) Wyatt zingt Not nit not / Nit no not / Nit nit folly bololey. Trip trip pip pippy pippy pip pip landerim. En Alfreda antwoordt met een gedicht: I’m not your larder / Jammy jars and mustard / I’m not your dinner / You soppy old custard / And what’s a bololey / When it’s a folly? Ondertussen piept en kraakt en tript de muziek. En blazers lijken van alle kanten te komen. De plaat eindigt grandioos met het nummer Little Red Robin Hood Hit The Road, met jubelende gitaren van Mike Oldfield en de avantgarde viool van Fred Frith (destijds muzikant in Henry Cow). Er is een glansrol voor de Schotse cult-dichter Ivor Cutler (wát een accent!) met een surrealistisch werk. Dan klinkt nog een manische lach en dan is het voorbij. Pfff…

Deze muziek overtuigt je op zijn eigen merites. Ik wilde deze recensie niet gemakkelijk beginnen zoals iedere journalist deed of doet: dat het zo bijzonder is dat Robert Wyatt dit maakte nadat hij letterlijk terugkwam van rock bottom. In 1973 viel hij van een balkon en brak zijn ruggengraat. Zij benen raakten verlamd, zodat hij niet meer in staat was om te drummen. En drummen kón ‘ie, niet voor niets werd hij wereldberoemd met de progrockband Soft Machine. Hij ging niet bij de pakken neerzitten en koos voor een volledig andere koers. Een veel gedurfder eigenlijk, en zo werd Rock Bottom niet alleen een wereldplaat maar ook een levensles. Wat treurig dus dat een van de muzikanten die schittert – trompettist/fluitist Mongezi Feza – een jaar later zou sterven door longontsteking. Er rust geen zegen op de plaat, en juist dat maakt hem zo doordringend en verzengend mooi.

Rock Bottom isn’t an album that will pin you to the wall with dazzling pyrotechnics, but it is one that you’ll be playing again and again, long after most of ‘74’s superheroes have proved to be mere transient fads. Invest wisely, zo besluit Steve Lake zijn Melody Maker-recensie van 3 augustus 1974. Hij bleek een vooruitziende blik te hebben. Blijf dus eeuwig genieten van deze bijzondere plaat.

Meer jarige platen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *