Happy birthday, Debut

Op deze dag in 1993 bracht Björk het album Debut uit. Til hamingju með afmælið!

Het begint met een soort oerwoud-beat en meteen ook valt die stem – die we inmiddels kennen uit duizenden – in. If you even get close to a human / and human behaviour/ be ready be, ready to get confused / There’s defenitely, defenitely, defenitely no logic / to human behaviour / But yet so, yet so irresistable. … Gekke tekst, gekke stem, gekke muziek. Gekke Björk, die een handleiding zingt voor dieren hoe om te gaan met mensen. Ze schreef zo’n liedje als Human Behaviour al als kind. Het zette de toon voor de rest van de plaat. Dat het in de loop de jaren alleen nog maar gekker, knapper en indrukwekkender zou worden bij Björk, dat konden we in 1993 niet vermoeden. Maar ook niet dat ze nooit meer zo fris en onbevangen zou klinken als op Debut.

Debut was precies wat de wereld op dat moment nodig had, tussen al die drollen van ingeslapen Nirvana- en Pearl Jam-klonen in. We kenden Björk (IJslands voor ‘berk’) als adembenemende zangeres van de band de Sugarcubes, met hits als Deus en Birthday eind jaren tachtig. Dus toen het nieuws kwam dat Björk solo zou gaan, verwachtte iedereen een soort Sugarcubes 2.0. Niets bleek minder waar. De IJslandse was in de tussentijd verkast naar Londen, waar ze in de clubscene dook en werkte met Graham Massey van de band 808 State. Maar nog belangrijker: haar toenmalige vriendje (DJ Dominic Thrupp) introduceerde Björk bij Nellee Hooper. Die was destijds misschien wel de hipste en hitgevoeligste producer in de UK en ver daarbuiten. Hooper had Massive Attack geproduceerd en was de grote man achter de fancy clubswing-successen van Soul II Soul. (En later ging hij met U2 en Madonna in zee.)

Björk en Nellee Hooper doken ergens in 1992 samen de studio in. Het duo bleek een gouden combinatie. Hoe gek het op Debut ook zou worden – we horen brassbands, harp, Indiase tablas, arrangementen van Oliver Lake van de freejazz-groep Art Ensemble Of Chicago, Afrikaanse tribal drums, IJslandse atmosferen, fluitjes – Nellee Hooper wist er telkens iets swingends van te maken. Aanstekelijke house. Geen wonder dat er na Human Behaviour nog meer hits volgden, zoals Violently Happy en Big Time Sensuality. De ‘club-feel’ is in extremo te horen op het dubbelzinnige nummer There’s More To Life Than This. Dat is voor een deel letterlijk op de toiletten van de Londense Milk Bar opgenomen. (Je hoort nog net niet het gesnuif van de spiegels.) Björk zingt hoe vervelend dit soort party’s zijn en dat ze het liefst zou willen wegsneaken naar de haven of een eiland – want: er is toch meer in het leven dan dit. En als de houseklanken verstommen, klinkt in het volgende nummer, Like Someone In Love (een cover van de klassieker van jazztrompettist Chet Baker), de 70-jarige Corky Hale op de harp. Wat een contrast.

De plaat kent eigenlijk alleen maar hoogtepunten. Crying is een swingende four-on-the-floor impressie van het lege, vervreemde leven in een metropool als Londen. Big Time Sensuality en One Day zijn volgens Björk zelf het soort nummers dat de DJ’s in de vroege ochtenduren draaien, aan het einde van een party, “when they’re playing for themselves rather than the clubbers”. Dat klopt vooral in het laatste geval. One Day klinkt spacey en deep, heel mooi. Big Time Sensuality is eerder een floorfiller, vind ik, met die bouncy house-klanken. Aeroplane is een jazzy freakout. Come To Me is een beetje een voorloper van wat het Franse Air een aantal jaren zou gaan doen (op Moon Safari). En een van de mooiste nummers op de plaat is Venus As A Boy. Over glijdende strijkers en waterige percussie zingt ze over hemelse verleiding. His wicked sense of humor / suggests exciting sex! / His fingers / They focus on her / Touches / He’s Venus as a boy / He believes in a beauty / He’s Venus as a boy. Dat nummer heeft ze waarschijnlijk niet als kind geschreven…

Het laatste nummer van de plaat is niet meer met Nellee Hooper achter de mixtafels. Anchor Song is door Björk zelf geproduceerd. Hier ook geen housebeats meer, jazz of swing, maar alleen een blaasorkest. Na alle avonturen in Londen, brengt Björk een ode aan haar thuis in IJsland. Heel sec en sereen, heel dichtbij in de productie klinkt haar stem: I live by the ocean / And during the night / I dive into it / Down to the bottom / Underneath all currents / And drop my anchor / As this is where I’m staying / This is my home. Het is prachtig.

Wat een timing: het moment waarop Debut uitkwam kon niet beter zijn. Rond 1993 begonnen house, dance en techno steeds meer integraal onderdeel van popmuziek te worden. Maar de slappe eurohouse en de flauwe worldbeat van Deep Forest moesten nog worden uitgevonden, net als de meer serieuze avantgarde-afsplitingen als IDM of alternatieve triphop. Alles hing nog in de lucht en de vrolijke hints daarvan zijn terug te horen bij Björk en Nellee Hooper. Experiment is fun, speels, zo toont Debut ons. Gelukkig niet intellectueel, maar juist kinderlijk leuk. Niet blasé, maar vol verwondering. Dierlijk. Sexy. En met een onweerstaanbare beat.

Meer jarige platen?

Geef een reactie