Happy birthday, Too Rye Ay

Op deze dag in 1982 brachten Dexy’s Midnight Runners het album Too Rye Ay uit. So happy birthday!

Een paar weken geleden waren Dexy’s Midnight Runners weer eens in het nieuws. Begin juli 2020 bleek dat president Donald Trump bij een van zijn rally’s het nummer Come On Eileen had gebruikt, hun grote hit uit 1982. Dexy’s kwam met een officieel statement om daartegen bezwaar aan te tekenen, en schaarde zich daarmee in het rijtje REM, Rihanna, Pharrell, Guns n’ Roses, Steven Tyler van Aerosmith, de erfgenamen van ex-Beatle George Harrison, de Village People, Adele, wijlen Tom Petty, Neil Young en de Rolling Stones. (Trump kan straks helemaal niks meer laten horen.)

Een mooi gebaar van Dexy’s Midnight Runners. Het is alleen wel tekenend dat de band alleen maar in het nieuws komt als het Come On Eileen betreft. Vooral in Amerika, maar ook in Nederland – of eigenlijk overal ter wereld met uitzondering van Engeland en Ierland – lijkt men de band alleen maar te kennen van dat nummer. Ooit hield het blad Rolling Stone een verkiezing voor de Top 10 ‘greatest one-hit wonders of all time’. Come On Eileen werd tweede (na A-ha). En Eileen eindigt hier ieder jaar hoog in de Top 2000. Maar dat er een man (Kevin Rowland) en een band achter zaten die in ieder geval drie wereldplaten op hun naam hebben staan, dat lijkt iedereen een beetje vergeten. Van die drie is Too Rye Ay het beste album – alhoewel snobs en puristen zullen kiezen voor de punksoul van de eerste plaat (Searching For The Young Soul Rebels uit 1980) of de melancholie van de derde (Don’t Stand Me Down uit 1986).

Dexy’s Midnight Runners heeft zich vernoemd naar dexedrine of dextro-amfetamine, een drug die veel werd geslikt in de Engelse ‘northern soul’-scene eind jaren zeventig. En speedy soul was ook precies wat de band maakte, hoewel Dexy’s Midnight Runners volgens de verhalen afkerig waren van drank en drugs. Na het bescheiden succes van hun eerste album en de hit Geno – een ode aan soullegende Geno Washington – werd in 1981 de hele band omgegooid. Alleen zanger en multi-instrumentalist Kevin Rowland en trombonist Jim Patterson (de kernleden die zich later gingen afficheren als de ‘Celtic Soul Brothers’) bleven over. De meeste blazers werden vervangen door de vioolspelers van Helen O’Hara en de Emerald Express. De muziek werd een kruising tussen blue-eyed soul en Ierse traditionele folkmuziek, een combinatie waarmee Van Morrison jaren eerder veel indruk maakte. Maar de Dexy’s speelden dit met de energie van punk. (Letterlijk ook, ze speelden een frisse cover van Jackie Wilson Said (I’m In Heaven When You Smile) van Van The Man.) Ze deden hetzelfde wat de Specials deden met oude ska of de Pogues met folk. Keihard en swingend, maar met een melancholie die je tot op het bot kan raken. Dat laatste is mooi te horen op nummers als All In All (This One Last Wild Waltz), Old, Liars A To E of Until I Believe In My Soul.

De eerste single (The Celtic Soul Brothers) deed helemaal niks. De tweede (Come On Eileen) bleek een schot in de roos. Die vrolijke beat, die banjo, dat gekke koortje (‘too-ra-loo-ra, too-ra-loo-rye ay’). De tekst was wel een beetje op het randje: Kevin probeerde een tienermeisje het bed in te zingen, een typische ‘Catholic girl’ die hen kwam interviewen voor de schoolkrant. Violen, vrolijkheid, seks en soul, het was de ultieme mix voor een hit. En dan bleek Kevin Rowland ook nog behept met een bijna Bowie-aans gevoel voor theater en kostuum. De eerdere mod-kleren waren bij Dexy’s ingeruild voor tuinbroeken, zakdoeken, zigeunerachtige oorringen, blote voeten en baardjes. Wat een verademing was dat zootje ongeregeld, tussen al die glitterachtige synthibands van begin jaren tachtig! (Denk Human League, ABC, Orchestral Manouvres In The Dark, Yazoo, Depeche Mode.) En ook nog zonder gitaren. “They’re too noisy and cruel”, zingt Rowland ergens.

Maakten ze zich daar populair mee? Voor die tijd wel. Was het kitscherig wat ze deden op Too Rye Ay? Ja, behoorlijk. Maar is dat erg? Keltische soul als warme broodjes geserveerd, lekker snel, lekker hapklaar. Een beetje wild, een beetje weird, met voldoende diepgang. En dat tien songs achter elkaar – met een kop en een staart: Celtic Soul Brothers was het Sgt Pepper-achtig begin, Come On Eileen de ultieme uitsmijter. Het bleek een niet te versmaden combinatie. Eentje die nu nog steeds staat als een huis. Denk daaraan als Donald Trump of Leo Blokhuis weer eens door het beeld schuift. Too Rye Ay!

Meer jarige platen?

Geef een reactie