Happy birthday, Night And Day

Op deze dag in 1982 bracht Joe Jackson het album Night And Day uit. So happy birthday!

Music has charms they say
But in some people’s hands
It becomes a savage beast
Can’t they control it
Why don’t they hold it back

… zingt Joe Jackson in A Slow Song, de afsluiter van Night And Day. En dat is precies wat hij wél deed, begin jaren tachtig, na de ‘savage beasts’ die hij ervoor maakte: twee platen vol scherpe gitaarpop (Look Sharp, I’m The Man), een plaat met speedy rockreggae (Beat Crazy) en Jumpin’ Jive vol snelle jaren veertigswing a la Duke Ellington.

Na die platen, een druk toerend bestaan en vooral een zware scheiding vluchtte Joe Jackson naar New York om daar tot rust te komen. Om daar Cole Porter-achtige liedjes te schrijven. Tin-pan Alley-songs, zoals ze ze zo mooi noemen, of ‘the Great American Songbook’. Een beetje melancholisch over New York doen, zeg maar, zoals kort daarvoor Billy Joel ook deed. Maar al gauw werd het voor Joe Jackson – die een ster is in het opzuigen van culturen – veel meer dan dat. Joe ontdekte de salsa en de latin swing. “In England, the only salsa record you could get for years was a collection by the Fania Allstars”, vertelde hij de New York Times in 1982. “When I finally came to New York five years ago, I saw literally hundreds of salsabands and bought a lot of salsa records. I have a real empathy with latin piano and I became a fan of Eddy Palmieri. A lot of my keyboards on the album are a ripoff of his style, though I like to think that he wouldn’t mind.” Cole Porter en Eddy Palmieri werden dus de bouwstenen. Alles draaide om de piano. Gitaren werden taboe verklaard. En – toch een beetje vreemd in salsa en latin – blazers maakten plaats voor keyboards. Hoe dat klonk? Night And Day werd een gestroomlijnde afspiegeling van de New Yorkse invloeden, vernuftig, lekker in het gehoor, een beetje kitscherig misschien.

Zo ontstonden negen ijzersterke songs, verdeeld over een Night-side en een Day-side. De hele kant A (Night) kun je beluisteren als een soort suite. De vijf nummers lopen in elkaar over en voeren de Englishman-in-New-York door het nachtleven, langs Chinatown en Harlem, langs tetterende tv’s (TV Age) en stadse stress (Target) om te eindigen met de grootste hit van de plaat: Steppin’ Out – een smooth swingende liefdesverklaring aan de stad. De dagkant bestaat uit drie pianoballads (waaronder de ontroerende scheidingssong Breaking Us In Two) plus het meest salsa-achtige nummer van de plaat: Cancer, waarop te horen is hoe virtuoos Joe Jackson kan soleren op de toetsen.

Het album werd destijds heel wisselend ontvangen. “The title, borrowed from Cole Porter, and the Art Deco-ish cover suggest Jackson is striving for a cosmopolitan theatricality”, schreef People’s Magazine in 1982. “Jackson ends up with, however, neither an original idea, nor an old one cleverly put.“ Au. Ook hekelt het blad zijn houtenklazerigheid. “Where his clunky phrasing doesn’t torpedo things, his humorless tone does.” De derde single van de plaat viel al helemaal niet in goede aarde. Real Men werd alleen een hit in Nederland (en wát voor een!). Maar de Angelsaksische wereld was nog niet klaar voor het antimacho-statement van de biseksuele bard, een ‘anthem for softness’ zoals hij het zelf noemde. En de frase ‘don’t call me a faggot, not unless you are a friend’ was niet radiofähig, zo begin jaren tachtig. Alleen de New York Times was juichend in 1982: “The album’s most far-reaching song, Real Men, adress contemporary sexual anxiety in a mixture of graceful chamber music and punchy pop-rock. Songs as probing and compassionate as these aren’t the eruptions of an angry young man but the polished, thoughtful artifacts of an important pop-rock voice just beginning to hit his artistic stride.”

Dat Real Men speelde hij dan ook nauwelijks en plein public toen Joe Jackson het jaar daarop op wereldtournee ging. Het zij hem vergeven. De concerten waren sowieso een feest. Dat bleek wel op 16 april 1983 in de Grugahalle in Essen. Tijdens een opname voor het legendarische Duitse televisieprogramma Rockpalast gaf Joe Jackson een perfecte show. Gitaarloos. Vol met percussie en met de twinkelerende piano als rode draad. Het concert kent beroemde momenten, zoals de a capella uitvoering van het nummer Is she really going out with him? (ook een hele grote hit in Nederland) en een spetterende Motown-medley. En de verbluffende uitsmijter A Slow Song – de romantische ode aan de klassieke ballad en daarmee misschien wel de kernachtige samenvatting van Night And Day.

But I’m brutalized by bass
And terrorized by trebble
I’m open to change my mood but
I always get caught in the middle

And I get tired of DJ’s
Why’s it always what he plays
I’m gonna push right through
I’m gonna tell him too
Tell him to
Play us
Play us a slow song


Night And Day:


Joe Jackson in Rockpalast

Meer jarige platen?

Geef een reactie