Happy birthday, Unknown Pleasures

Op deze dag in 1979 bracht Joy Divison het album Unknown Pleasures uit. So happy birthday!

Pas wat langer na de zelfmoord van zanger Ian Curtis, op 18 mei 1980, brak de cult rondom Joy Division en de enige plaat die bij leven werd afgerond (Unknown Pleasures – meteen ook hun beste) pas echt los. Vervolgens werd er heel veel en soms heel erg kitscherig over Curtis en zijn band geschreven. Ik vroeg mij af: hoe werd het album ontvangen toen Unknown Pleasures net uitkwam? Hoe dachten critici voor en in 1980 over Joy Division? Het stomme is, voordat de cult losbarstte kregen zij niet veel publiciteit. Dus ik moest heel wat spitten in de archieven. Hier volgt een kleine bloemlezing uit Engelse kranten en tijdschriften.

Een van de eerste keren dat de naam Joy Division valt is in een recensie van journalist Paul Morley, in de New Musical Express (NME) van 3 juni 1978. Dat was dus een jaar voordat Unknown Pleasures op de markt kwam. “They’re a dry, doomy group who depend promisingly on the possibilities of repetition, sudden stripping away, with deceptive dynamics, whilst they use sound in a more hard rock manner than, say, either The Fall or Magazine”, schreef hij. “They have an ambiguous appeal, and with patience they could develop strongly and make some testing, worthwhile metallic music.” Achteraf bleek Morley gelijk te krijgen. Alhoewel? Met twee afgeronde albums (na Unknown Pleasures verscheen nog Closer, kort na de dood van Ian Curtis) heeft Joy Division te kort bestaan om van een echte ontwikkeling te spreken.

Het is verfrissend om deze oude interviews en recensies te lezen. Ze zijn nog niet doortrokken van de zelfmoordromantiek, ze zijn nog niet geïllustreerd door de schaduwrijke foto’s van Anton Corbijn of de gotische grafstenen van latere bootlegs. Alleen journalist Dave McCullough hint naar zelfmoord, in de recensie in Sounds van 14 juli 1979 – waarvan hij een soort horror-achtig verhaal maakt dat er mee eindigt dat de hoofdpersoon (Andrew) de hand aan zichzelf slaat: “Andrew walked to the bathroom. He was humming She’s Lost Control to himself when the razor slashed ecstatically like a hungry vampire.”
De plaat krijgt vijf sterren. Dezelfde Dave McCullough zoekt in augustus 1979 de band op in Manchester. Vol verwachting klopte zijn hart, maar het werd geen prettig gesprek. Ian Curtis bleef vaag over het Nazi-achtige artwork op de eerste singles en de naam van de band (‘Joy Divison’ is de benaming voor de plek in een concentratiekamp die werd ingericht als bordeel). “Ach het is maar een naam”, wuifde Curtis weg. En bassist Peter Hook kwam met een welgemeend ‘fuck off’ toen de interview geïrriteerd begon te lachen. Ze zijn ongelooflijk goed, concludeerde McCullough toen hij ze die avond live zag, maar… “They suffer from a stunning lack of anything approaching contrasting humour. The black, overseriousness denies any real, life-like communication and you are left with what is by it’s very nature a contrived, engineered set of songs.”
Journalist Mick Middles schreef ook voor Sounds. Hij vergeleek Joy Division met The Doors, Hawkwind en Black Sabbath. “Dark and loud. Sensuous, seductive and deadly.” De drums zijn disco, aldus Middles, de bas klinkt ‘moody’. En: “Ian Curtis spits out the vague lyrics. The power level rises and drops in inconsistent patterns. Orgasmic and mind-blowing.” Maar ook hij wist niet tot de eigenwijze band door te dringen. “What are the lyrics about?”, vroeg hij Ian Curtis. Die kwam niet verder dan: “I write very subconsciously. I leave it open to interpretation.”

Dus moest het journaille maar interpreteren. Als referenties werden schrijvers als J.G. Ballard, William S. Burroughs en Louis-Ferdinand Céline genoemd. Logisch, Joy Division kopieerde gewoon een boektitel als Atrocity Exhibition van Ballard of de onderwereld Interzone van Burroughs. Ian Curtis heeft ze allemaal gelezen, vertelde hij Alan Hempsall in 1980 in een interview voor het scifi-magazine Extro, maar dan weer: “Subconsciously I suppose something must stick but I’m not influenced consciously by them.” Pfff. Het bleef vaag.
Muzikaal gaf hij wel wat voorkeuren prijs: A Certain Ratio, Magazine, The Fall en Bauhaus. Die laatste band werd later veel genoemd als een van de meest schaamteloze Joy Divison-ripoffs denkbaar. (Onterecht overigens, Bauhaus had heel wat meer in haar mars.)

Een van de ‘vrienden’ van de band was journalist Jon Savage van Melody Maker. Misschien omdat hij ook uit Manchester kwam? Maar misschien ook wel omdat Savage op zijn beurt ook lekker vaag – en lekker gezwollen uit de hoek kon komen. Al in 1979 schreef hij over het einde van de twintigste eeuw en de hang naar nostalgie die dat vergezelde. Hij schreef over Joy Division als soundtrack van het verval van de Westerse samenleving, maar hij noemde het nummer She’s Lost Control ook ‘Gary Glitter meets the Velvet Underground’. En ergens in alle overtrokken woorden zette Savage precies neer waar het bij Joy Division en Ian Curtis om draaide: “Ultimately, in their desperation and confusion about decay, there’s somewhere a premise that what has decayed is more valuable than what is to follow. The strengths of the album, however, belie this. Perhaps, it’s time we all stand facing the future. How soon will it end?”

Dat einde kwam veel te vroeg. Op 18 mei 1980 werd Ian Curtis gevonden, nadat hij zichzelf had verhangen in zijn eigen huis. Hij liet een vrouw en een dochtertje na. En een mythe die tot vandaag voortduurt – compleet met een verkeerd soort romantiek. Kort na Curtis’ dood had Jon Savage weer een vooruitziende blik. “Now, no one will remember what his work with Joy Division was like when he was alive“, schreef hij in Melody Maker. “It will be perceived as tragic rather than courageous.” Meteen al in juni 1980 verafschuwde de journalist de zwarte kitsch die jarenlang bleef rondgalmen. “To mythologise and canonise him as a romantic pessimist who died for his art is to have a corpse in your mouth. It’s also to miss the point and give credence to a myth that is out of date (Chatterton in the early 18th century) and damaging in these bad times.”

Eigenlijk geldt dit nog steeds. We mogen Curtis’ dood het beluisteren van Unknown Pleasures niet laten kleuren. Integendeel: juist zonder die zwarte kitsch is het zo’n enorme wereldplaat!

Meer jarige platen?

Geef een reactie