Bones en Oogie

(Vorige maand overleed mijn grote held David Bowie. In 2003 schreef ik dit stuk voor het legendarisch obscure internetmagazine NU WIJ WEER!. Opeens moest ik hier weer aan denken. Dankjewel, David Bowie, voor al het moois dat je bracht.)

Op een cd van David Bowie uit 2002 staat het nummer Slip Away. Het is een van de hoogtepunten uit ’s mans werk. Slip Away is slepend, en wordt dramatisch gebracht. Maar waar gaat het nummer in godsnaam over? Deze week stond ik in Ahoy en kreeg het antwoord van meneer Bowie himself. Op de setlist van het concert in Rotterdam stond ook Slip Away. Het werd aangekondigd als een ode aan ‘helden die we allang zijn vergeten’. En tijdens het nummer zagen we op het videoscherm Bones en Oogie voorbijkomen, afgewisseld met melancholische beelden van Coney Island.

oogie1

Bones en Oogie zijn karakters uit The Uncle Floyd-show, een corny kinderserie uit de jaren zeventig die nu hopeloos verouderd aandoet. De Bones en Oogie’s van Nederland zijn bijvoorbeeld Bassie (van Adriaan), Jaap Stobbe van De Poppenkraam, Bolke de Beer of de Jan Klaassen en Katrijn uit De Film van Ome Willem. Poppen en clowns die – ondanks hun steevast sardonische grijns – dertigers in hun hart koesteren. Nostalgie als remedie tegen bange oorlogsdagen, juist zo aantrekkelijk omdat de figuren elk contact met het heden hebben verloren.

Don’t forget to keep your head warm
Twinkle twinkle Uncle Floyd
Watching all the world and war-torn
How I wonder where you are

oogie2

In de tijden van Bones en Oogie leefde in het Nederlandse stadje waar ik opgroeide een dorpsgek: Dolf. Behalve dorpsgek had je ‘m ook filosoof kunnen noemen, want analoog aan Diogenes leefde hij in een betonnen buis. Dolf was bang voor “all the world and war-torn” en zocht zijn heil bij zijn vriendjes, de poppen. Hij ging over straat met drie á vier poppen in zijn hand – allen met steevast een sardonische grijns. Of hij reed ze rond in een wagentje. Dolf scandeerde door de straten: “Dag en nacht… poppenmacht!”

Dertig jaar later krijgt hij alsnog gelijk. Nu doen wij precies hetzelfde, met onze hang naar knuffels, Bert en Ernie-poppen en Jip en Janneke-figuurtjes. We zijn bang voor de boze buitenwereld en vluchten in ons veilige kinderwereldje.
Alles wat mooi en onschuldig is zien we verglijden, voorbijgaan. Vervallen als Coney Island, vervreemd als Bones en Oogie. We klampen ons vast aan de laatste strohalmen van onze jeugd.

oogie3

Zo ook in Ahoy, deze week. Hier werd jeugd herbeleefd, middels bijvoorbeeld Let’s Dance en China Girl. De man is zelf al 56 jaar, de fans 35-plus en ouder, maar toch schreeuwden ze als teenagers wanneer David Bowie tijdens het optreden eventjes hun kant opkeek. Of het nu kwam door incontinentie of door geilheid, er waren heel wat natte kruisjes die avond.
En Bowie? De handige performer gebruikte de nostalgische hits als garnituur om zijn nieuwe werk te presenteren. Hij knielde neer tussen de grijpgrage dameshanden en zong over het verglijden van de tijd, terwijl we Oogie over het videoscherm zagen stuiteren in een perverse karaoke.

Sailing over Coney Island
Twinkle twinkle Uncle Floyd
We were dumb but you were fun, boy
How I wonder where you are

Ik had even geen oog voor David Bowie. Ik dacht terug aan Dolf. “Dag en nacht… poppenmacht!” Aan Bolke de Beer en Jan Klaassen en Katrijn. Ik zag mezelf weer als 13-jarig jongetje, in net zo’n treurig reuzenrad als op Coney Island. Ik herinnerde m’n speelgoedinstrumentjes: een plastic mondharmonica en een trommel met een slap vel. De tranen stonden in m’n ogen.

stylophone

In het outtro van Slip Away bespeelde Bowie de stylophone, een elektronisch speelgoedinstrumentje uit de jaren zestig/zeventig waar magische klanken uit komen. Pas toen de laatste geluiden verstierven werden m’n dromen verstoord. De band zette keihard I’m Afraid Of Americans in, de wrede werkelijkheid van 2003.

Ach Dolf…
Watching all the world and war-torn
How I wonder where you are


Oude radioshows

In 2003 maakte ik met Arno Peeters, Bart Suèr van Dox Records, Stephen Emmer en technicus Mark Broer gewoon ouderwetse Hilversum 3-radio, maar dan op Radio 4. Het ging allemaal om Nederlands talent. De tien afleveringen van het legendarisch obscure programma BlackBox staan nu online.

Naast research en redactie en een beetje regie, had ik in BlackBox een gesproken column: ‘Hollandsch Glorie’. Daarin blikte ik terug op oude Nederlandse platen. Oh ja, en ik zocht gekke internetgeluiden voor de rubriek ‘Sil de webjutter’!

Deel 1, met als gasten onder andere VPRO’s Gerard J. Walhof, C-mon & Kypski en DJ Aardvarck. Hollandsch Glorie met Kiem – It’s Working.

Deel 2, met als gasten onder andere Pete Philly en Pascal Plantinga. Hollandsch Glorie was gewijd aan de Minny Pops.

Deel 3. In Hollandsch Glorie ging ik naar de hemel op de klanken van Wim Mertens.

Deel 4, met als gast onder andere Tröckener Keck Rick de Leeuw als dj. In Hollandsch Glorie blikten we terug op Ronflonflon met Jacques Plafond.

Deel 5, met als gasten onder andere gothic rockers  Orbis Pictus. In Hollandsch Glorie: de eerste plaat van Mathilde Santing.

Deel 6, met The Devil van Urban Dance Squad.

Deel 7, met een column over Gore en als gasten onder andere Harco Pront en Benny Sings.

Deel 8, met als gasten onder andere wijlen Roy Avni (Electronation)Stefan Kruger (toen drummer bij Zuco 103) en Radboud Mens. Hollandsch Glorie ging over W.F. Hermans en The Nits.

Deel 9, met een terugblik op de wolken geluid van Mekanik Kommando en als gasten onder andere… De Hondenkoekjesfabriek!

Deel 10, met als gasten onder andere Jerney Kaagman en de ‘Nederlandse Klaus Schulze’: Ron Boots. In Hollandsch Glorie twee oude liefdes: Gotcha! en Ajax.

Xiu Xiu Suicide

Hier zijn de beste veertien albums van 2014:

1. Xiu Xiu – Angel Guts: Red Classroom
2. Actress – Ghettoville
3. FKA Twigs – LP1
4. Marsen Jules – Beautyfear
5. Clipping – CLPPNG
6. D’Angelo – Black Messiah
7. St. Vincent – St. Vincent
8. Bot’Ox – Sans Dormir
9. broeder Dieleman – Gloria
10. Chet Faker – Built On Glass
11. House of Cosy Cushions – Spell
12. Piiptsjilling – Molkedrippen
13. Future Sound Of London – Environments 5
14. Tindersticks – Ypres

(luister hier de hele lijst)

Op nummer 1 staat de meest duistere plaat van het jaar, een nachtmerrie opgetrokken uit analoge synthesizers, drumcomputers en de dwingende, hijgerige stem van Xiu Xiu’s frontman Jamie Stewart. Stewart verhuisde naar een van de meest naargeestige en gevaarlijke buurten van Los Angeles en daar is Angel Guts: Red Classroom (vernoemd naar een Japanse pornofilm) de weerslag van. Het gaat dus over incest, moord, haat en zelfhaat, wanhoop en dubbele penetratie – ommaarwattenoemen. Erg gezellig is het niet, maar heftig en mooi is het zeker. Je wordt gewoon elektronisch murw gemaakt. Niet voor niets wordt deze tiende plaat van Xiu Xiu vergeleken met de legendarische debuutplaat van het duo Suicide uit 1977.

Xiu Xiu’s album is niet alleen een genot om naar te luisteren, maar ook om naar te kijken. Van tig nummers zijn geweldige clips gemaakt. Enjoy!

Mitrailleurs, stroboscopen en ‘elephant men’

Het was 25 jaar geleden. Meat Beat Manifesto in Tivoli Utrecht. Dit dus…

stsEn toen was er opeens dat dubbelalbum: Storm the Studio. De elektronische revolutie in de popmuziek van de jaren tachtig (samples, sequencers, scratches en synthesizers) was grotendeels volbracht. Het had nog één harde schop onder de kont nodig: een flinke dosis waanzin en energie. Nou, daar wilden de heren van Meat Beat Manifesto wel voor zorgen.

Storm the Studio is precies wat de titel aangeeft. De band stopte dertig jaar popmuziek in een koffertje, bestormde de studio en kwam er weer uit met… Ja, met wat eigenlijk? Een remix-album avant la lettre. Storm the Studio bestond uit vier tracks (God O.D., Re-animator, Strap Down en I Got the Fear), allemaal in vier zeer uiteenlopende mixen, elk nummer nam een plaatkant in beslag. Doordat alle tracks zo van elkaar verschilden klonk Storm the Studio als een volwaardig en compleet album. Tig etiketjes – die ze zo mooi weten te verzinnen voor elektronische muziek – waren van toepassing op de plaat: hiphop, noise, industrial, electronic funk, dub, noem maar op. Alles werd keihard in je gezicht geslingerd, met een sausje waanzin verzorgd door dj Gregg Retch en zanger/rapper Jack Dangers.

Wisten wij veel

Bovengenoemde elektronische revolutie heeft veel goed gedaan voor de popmuziek in brede zin. Toch waren er ook minder leuke effecten. Tot op de dag van vandaag is er niks zo vervelend als een live optreden van een elektronische act. Muzikaal mag er wel wat te genieten zijn, visueel is het armoe troef. Wat valt er nou te beleven aan wat muzikanten (m/v) die verstopt staan achter een batterij elektronica?
De verwachtingen voor Meat Beat Manifesto in het Utrechtse Tivoli (februari 1989) waren dusdanig. Het zou een feest voor de oren worden, daar waren we zeker van – we kenden Storm the Studio inmiddels uit ons hoofd. ‘Waanzin-rapper’ Jack Dangers zou misschien wat gekke dingen op het podium uithalen, maar dat was het dan wel. Wisten wij veel… Het podium deed niets anders vermoeden. We zagen wat draaitafels en samplers, geen videoschermen of monitors die een optreden nog wel eens kunnen opleuken.

Stoot in de maag

De zaallichten gingen uit, de rookmachines gingen aan. Op het podium ontwaarden we drie schimmen, die niet veel meer van doen hadden met de menselijke anatomie. Tegelijkertijd barstte het lawaai los en ging de stroboscoop aan. Een stoot in de maag. En dat zou zo blijven. De anatomische ‘elephant men’ bleken drie dansers in schubbige kostuums met extra lange stelten. Maar veel konden we daarvan niet zien. De rook, de flikkerende stroboscoop en de harde beats ontnamen ons alle zintuigen. Gebeurde er echt iets op het podium of hallucineerden we?

Gevaarlijk

Hoe lang heeft het allemaal geduurd? Tweeënhalf uur? Tien minuten? Een blik op het horloge wees uit dat Meat Beat Manifesto op de kop af een half uur bezig was geweest. Erg kort voor een traditioneel concert, maar deze aanslag op de zintuigen had niet langer moeten duren. Dat zou gevaarlijk zijn geweest.

Lyrisch

Net zo kort als de concerten zelf waren, was de Hollandse tour: twee losse optredens en een performance tijdens het Amsterdamse Tegentonen-festival. Critici waren lyrisch. Popjournalist  Corné Evers maakte het helemaal bont. In Muziekkrant OOR schreef hij:
“Harde beats klinken, afgevuurd als een vernietigend mitrailleursalvo. Ergens in het publiek laat een meisje zich op haar knieën zakken. Een gulp wordt open geritst, onhoorbaar door het donderende geweld dat van het podium komt. Tanden en lippen grijpen gulzig toe en beginnen het groeiend vlees te bewerken.”

Een hallucinerende trip of een seksuele ervaring? Meat Beat Manifesto liet Nederland in verwondering achter.

Herman Brood, zoon van alle moeders

Vandaag is het 13 jaar geleden dat Herman Brood een eind aan zijn leven maakte. Ik was toen hoofdredacteur van het legendarisch obscure webmagazine NU WIJ WEER!. En ik schreef toen dit:

moederenkindHerman Brood is dus dood. Mijn moeder hoorde het op het nieuws. “Och, die arme lieve jongen”, fluisterde zij, verdrietig en vertederd. Heel raak. Want Herman wás een lieverd: een dromerige jongen, type zeven sloten tegelijk. Je kon niet anders dan van hem houden. En dat gold zeker voor het vrouwelijk geslacht. Herman riep moedergevoelens op. Veelzeggend was dan ook de titel van zijn dichtbundel: Zoon van alle moeders.

Het verklaart ook zijn innige band met Majoor Bosschart. De heilsoldate is immers de Moeder Aller Zonen, een Maria-figuur. Hun band had bijna iets heiligs. Onbedoeld zette de protestantse NCRV, in het programma Villa Felderhof, een katholiek icoon neer dat zijn weerga niet kent. De Zoon van Alle Moeders werd in bad gestopt door de Moeder Aller Zonen. Een beetje vreemd was het wel: een calvinistische Maria ontfermt zich over een geperverteerde Christus. Maar tegelijkertijd was het beeld tot tranen toe ontroerend.

Hier is de hele aflevering van Villa Felderhof, de bewuste scene is op 39.25 minuten.

breedbekkickersPipi
Het is dezelfde soort ontroering als die Brood wist op te roepen in het nummer Nur ein Wunsch, B-kant van een obscuur singletje (Hou Kontakt) opgenomen met de Breedbekkikkers. Begeleid door kerkklokken kweelde Brood in gebroken Duits:

Ich fin’ das nicht schlimm, mutti,
das du niemahls gegen mir lacht.

Ich hab’ nur ein Wunsch
für die nächste Weihnacht:
Ich möchte kucken,
wenn du pipi macht

De zanger is hier een achtjarig jongetje dat liefde tekort komt, en dat voor kerstmis maar één ding van zijn mama wil: intimiteit. De kleine Herman is zo slim om maar meteen het onderste uit de kan te vragen. En wat is er nou intiemer dan te kijken naar een plassende vrouw?

Beppie

als-ik-jou-niet-hadHermanus kwam in werkelijkheid uit een warm nest. Beppie Brood is een lieve Zwolse, met alle begrip voor de fratsen van haar zoon. Maar Herman was zozeer een kind dat zij niet in haar eentje de moederrol kon vervullen. Daar had Brood iedere vrouw die op zijn pad kwam voor nodig: vriendinnen, echtgenotes, minnaressen, ja zelfs dochter Lola moest er aan geloven. “Papa, doe nou niet zo gek”, verzuchtte zij menigmaal, vertederd als een volwassen dame. En Herman baadde zich in alle vrouwelijke aandacht.

Uppie

Waarom dan toch die zelfmoord, met zoveel liefde om hem heen? Een zoon toont de ellende niet graag aan zijn moeder. Herman moest de uitwassen van zijn verslavingen in z’n uppie dragen. Toen dat niet meer ging besloot hij de hulp in te roepen van de Allerhoogste. De Moeder van God…

Vanaf het dak van het Amsterdamse Hilton vloog Herman Brood door naar de hemelpoort. Hij werd daar al opgewacht door de Heilige Maagd Maria. Met een devote glimlach nam zij hem in haar armen. “Welkom thuis, kleine Herman”, fluisterde Moeder Maria. Toen ging zij hem voor naar het damestoilet.

Desolate cijferreeksen

‘Number stations’ zijn bij het grote publiek niet erg bekend. Dat is niet zo gek: lange tijd werden ze voor iedereen geheim gehouden. Totdat in 1997 een stel radiofreaks The Conet Project uitbrachten, een duik in de geheimzinnige wereld van de spionagezenders uit de Koude Oorlog en erna.

De ether is een vreemde wereld. Althans: de krochten van de ether. Draai je radio eens ver weg van de blokjes infotainment op de publieke omroep of van alle top 50 hitstations, en je stuit op mysterieuze cijferreeksen in allerlei talen. Deze zijn afkomstig van zogenaamde ‘shortwave number stations’.

Hungarian_Embassy_Closeup

Klik op foto voor groot formaat

Wat zijn die number stations? Tijdens, maar ook na de Koude Oorlog (en nu nog steeds) zonden inlichtingendiensten via de kortegolf gecodeerde boodschappen naar hun geheimagenten in het veld. Die boodschappen bestaan uit cijferreeksen in verschillende formaten en lengtes. Elk cijfer is éénmaal opgenomen, wat een vervreemdend effect oproept. De boodschappen klinken tegelijk menselijk en onmenselijk, vergelijkbaar met de stemsamples die je bij een telefoondienst of op het station hoort.

“Achtung Achtung”

dorchester_antenna_closeup

Klik op foto voor groot formaat

Iedereen kan die berichten via een transistortje beluisteren. Meestal beginnen ze op het hele uur, duren tientallen minuten en worden een etmaal herhaald. Je hebt er alleen niks aan. De eenmalige ontcijfercodes – zogenaamde ‘one time pads’ – zijn nooit te achterhalen, omdat die maar bekend waren bij twee personen: zender en ontvanger. In al haar eenvoud is het antieke systeem niet te kraken. De gesproken spionnenboodschappen worden vaak voorafgegaan door flarden muziek (waarin misschien ook weer een verborgen boodschap schuilt?). Dan klinken enkele cijfers, gevolgd door een attendering (“Achtung! Achtung!” of een bel of een gong of een piep). En dan volgt de – schijnbare – kerninformatie.
Het is tegelijkertijd fascinerend en frustrerend dat je geen enkel idee hebt wat er door middel van die cijferreeksen wordt gecommuniceerd. Persoonsgegevens? Nucleaire geheimen? De opdracht om iemand om te leggen? Plaatsbepalingen van UFO’s?
En wie verzendt die info? KGB, CIA, Mossad, MI6 of andere obscure spionagediensten? Drugssmokkelaars of terreurnetwerken á la Al-Qaida? Het wordt nooit duidelijk wie er achter de zenders zitten. En er is geen regering die hun bestaan bevestigt. Of er überhaupt ook maar iets over loslaat. De locatie van de versterkstations is wel te peilen. Maar door wie wordt een antenne op het Amerikaanse platteland, die allerlei Spaanstalige cijfers uitspuugt, aangestuurd? En naar wie gaan ze toe?

“Phaphaah Notvember”

Jaren geleden kwam het experimentele muzieklabel Irdial op het geweldige idee om een aantal opnamen van number station in een cd-box uit te brengen onder de titel The Conet Project: Recordings of Shortwave Number Stations. De naam Conet Project komt van het verkeerd verstane Tsjechische woord ‘konec’, dat ‘einde’ betekent en dus altijd de boodschappen van een Tsjechisch station afsloot. De box bestaat uit vier cd’s met in totaal meer dan 150 flarden, in lengte variërend van enkele seconden tot een minuut of zeven. Wil je ze allemaal beluisteren dan ben je wel vijf uurtjes zoet. Maar dan hoor je wel het beste dat radiofreaks tussen de jaren zeventig en negentig verzameld hebben.

Met het beste bedoel ik niet de best klinkende boodschappen. Er zijn stations die je zonder enige ruis, heel helder kon en kunt ontvangen. Maar die zijn nu juist het minst interessant. De samenstellers kozen juist voor de meest spannende, meest mysterieuze opnames. En ze gingen voor een muzikale benadering. Dus je hoort die typische fluittonen van een radio die net naast de zender staat. Ruis in alle soorten en maten. Stemmen die verdwijnen en weer terugkomen en die door allerlei ethereffecten worden vervormd tot iets spookachtig blikkerigs.

Je kunt allerlei wiskundige, geschiedkundige of politicologische theorieën op het fenomeen number stations loslaten. Maar doordat Irdeal The Conet Project uitbracht als een soort kunstproject, benaderden ze de uitgezonden cijferreeksen vooral op romantische wijze. En dat werkt: je slaat meteen aan het fantaseren.

“Die Sonne scheint zuhause”

chinese_embassy

Klik op foto voor groot formaat

Alleen al de intonatie waarin de nummertjes en teksten worden opgelezen is fascinerend. Er zijn vrouwen die ze heel streng declameren, inclusief een gebiedend ACHTUNG. Maar er zijn er ook bij die het op bijna pornoachtige wijze doen. Zucht threee zucht niiinnnee zucht seeeveeen. (Gevolgd door een supergeil I’ll say again.) En op de zender ‘Swedish Rhapsody’ hoor je bijna psychotisch klinkende kinderstemmetjes.
Werkelijk adembenemend is het ‘Tyrolean Music Station’. Hier hoor je opnamen van een zender uit het Italiaanse Zuid-Tirol, van een groepering die destijds aansluiting zocht bij Oostenrijk. Afgewisseld met verruiste jodelmuziek en een xylofoon hoor je tegelijk cryptische als lachwekkende zinnen: “Helmut grüsst Hanz. Helmut grüsst Franz. Guten Tag. Die Sonne scheint zuhause. Unsere Henne ist dabei ein Ei zu legen. Alles gut. Auf wiederhören.”

“Ready Ready”

dorchester_antenna_1

Klik op foto voor groot formaat

Dan ga je je toch afvragen wat voor mensen die vreemde uitzendingen maakten. Waren het Russische karpatenkoppen, met de stukken ui nog in hun stalinistische snorren? Stiff upperlip English gentlemen, met pijp, pantoffels en whisky voor de open haard? Vierkante Duitse matrones onder een kaal peertje in een uitgestorven kazerne? Ongeschoren gringo’s op een zoldertje boven een tapasbar? Alles lijkt langs te komen.

Maar wat je uiteindelijk het meest bijblijft is de sfeer van verlatenheid die uit alle opnames opdoemt. Omdat je nooit weet wie of waar de zender is en wie of waar de ontvanger, klinken de omroepers als roependen in de woestijn. Ver weg zijn ze ook, ergens verborgen achter een mist van witte ruis en wow en flutter. En ook ver weg in de tijd: boven alles klinkt The Conet Project als de desolate, kille soundtrack van de Koude Oorlog. Niet vrolijk, wel heel fascinerend.

“Konec”

Eeuwig Concerto

(Dit is eigenlijk ook Klein nieuws uit andere tijden. Het gaat over een puberjongen in de jaren tachtig, die luistert naar een band uit de jaren zestig, in een van de weinige platenzaken die nú nog bestaan.)

concerto2

Concerto in de jaren zeventig.

Het was een koude winterdag, december 1984. Ik was 15 jaar, spijbelde van school en nam de trein naar Amsterdam. Reisdoel Concerto. Mijn gespaarde geld had ik op zak, want ik ging platen kopen. De zon stond laag en scheen fel. Ik liep door de Utrechtsestraat die uitgestorven was, op een enkele tram na dan, en stapte verlegen de warme platenzaak binnen.

concerto1Ook toen bestond Concerto uit een verzameling pseudo-verdiepinkjes, die met trapjes aan elkaar waren verbonden. Een verdiepinkje jazz, een verdiepinkje pop A t/m M, weer een ander met N t/m Z, een kamer met soul en blues, hier wat bakken hardrock, daar de stapels reggae. Alle bakken waren van poepbruin hout en puilden uit van het vinyl. Het rook er op een lekkere manier muffig.

Stoere mannen in het zwart – soms met sjekkies – lieten zwijgend hun handen razendsnel door de stapels platen gaan, zo af en toe eentje handig omdraaiend om titels en jaartal te scannen. Een enkeling haalde een elpee uit de hoes en staarde gespannen in de groeven, op zoek naar krasjes of vuiltjes, of om na te gaan of een plaat niet grijs gedraaid was – iets dat ze feilloos konden zien aan de ‘waas’ die over het vinyl hing.

Her en der in de zaak stonden platenspelers, waar je zelf je toekomstige aankopen op kon leggen om te beluisteren met van die hele grote koptelefoons. Niet echt handig voor echte hififreaks, deze pick-ups, want de naalden waren zo oud en versleten dat het leek of er een betonschaar door de groeven ploegde. De plaat, toch al tweedehands, was dan al verneukt voordat je ‘m thuis had.

concerto3

Gijs Molenaar, de man die in 1955 Concerto oprichtte, vult de bakken bij. In 1982 deed hij de zaak over aan zijn zoon Wouter.

Bovendien duurde het een eeuwigheid voordat zo’n platenspeler vrij was. Te oordelen aan de volle asbakken zaten veel mannen – het waren nooit vrouwen – soms hele ochtenden of middagen platen te luisteren. (Een medewerker van Concerto vertelde dat hij ooit een man achter een pick-up had weggerukt, omdat die er toch echt te lang zat. Prompt begon de man te huilen. Hij had de hele middag naar hetzelfde nummer van James Last zitten luisteren, omdat hem dat zo deed denken aan zijn ex-vrouw…)

Zelf ging ik tussen de stoere mannen staan, en probeerde net zo achteloos door de elpees te bladeren als zij. Dat lukte voor geen meter, want ik raakte helemaal opgewonden van al die geweldige platen voor heel weinig geld. En ondertussen zat ik te azen op het moment dat een van de platenspelers vrijkwam, om snel toe te schieten en me te installeren met m’n beoogde buit (ik was geen hififreak).

vuDe eerste plaat die ik op de draaitafel legde was er een van The Velvet Underground. Niet die beroemde bananenplaat, maar een compilatie van de eerste twee VU-albums in een ietwat vergeelde hoes met monden en Coca Cola-flesjes van Andy Warhol erop. Uit een hele grote koptelefoon klonken de eerste klanken van Sister Ray. Monotoon elektronisch gebeuk, en dat bleek maar door te gaan en door te gaan. Wat een geluidsorgasme, ik wist niet wat ik hoorde!

Dat de plaat allang was grijsgedraaid, dat kon me niet schelen. Sterker nog: deze muziek hoorde gruizig te klinken. Bovendien drukte het de prijs nogal. Dit werd een aankoop. Tevreden tuurde ik in de grijze waas die onder de pick-upnaald draaide, staarde naar de poepbruine bakken en bezag eens de mannen in het zwart. Ik rook de peuken en de platen. Ik wilde hier wel voor eeuwig blijven zitten… totdat iemand van Concerto ook mij achter de draaitafel vandaan zou sleuren.

Andy Warhol filmde VU en iemand plakte daar het nummer Heroin onder.

Lou Reed schreef Femme Fatale voor Warhol-model Edie Sedgwick.

Andy Warhol projecteerde zijn film Exploding Plastic Inevitable op de band.