The Cure – Songs Of A Lost World

Robert Smith en The Cure liggen mij nauw aan het hart, alhoewel ik ze maar één keer heb zien optreden (ik kom hier nog op terug). Hoe mooi is het dan dat ze na zestien (!!) jaar een album uitbrengen met nieuw werk. Werk dat tot het beste hoort dat ze ooit hebben gemaakt.

Ik ben te jong om de vroege hoogtijdagen van The Cure bewust te hebben meegemaakt. Ik was dertien jaar oud toen hun meest duistere schijf verscheen: Pornography uit 1982. Dan ben je nog niet helemaal klaar voor al die hermetische en psychotische zwaarte, inclusief teksten als “it doesn’t matter if we all die” en “we must find this sickness, find a cure”… Daarvoor hadden Robert Smith cum suis al goth-iconen als de albums Seventeen Seconds (1980) en Faith (1981) uitgebracht. Ik ontdekte al die pracht met lichte terugwerkende kracht. Ik klokte in bij het psychedelische album The Top en de single The Caterpillar in 1984. Ik was flabbergasted.

Opvolger The Head On The Door sloeg helemaal in als een bom! In de rest van de wereld en in mij. Zeker hits In Between Days en Close To Me, en dan ook nog eens het opnieuw uitgebrachte Boys Don’t Cry. Nachtenlang dansten we op de kleine donkere dansvloertjes van Café Troost in Wageningen, The Move in Arnhem en De Stoep op Terschelling. Toen werd het 1986 en mochten Robert Smith en The Cure het festival Pinkpop afsluiten met een speciale lichtshow (iets wat in die tijd nog heel bijzonder was). Dus gingen wij liften naar Geleen. We zagen hoe Robert Smith met onder andere Cure-veteranen Simon Gallup, Porl Thompson en Laurence Tolhurst een indrukwekkende dwarsdoorsnee brachten uit hun iconische albums.


Het volgende hoogtepunt kwam in 1989 met het album Disintegration. De wereld was in rep en roer. House en acid hadden hun intrede gedaan en het IJzeren Gordijn was aan het vallen. The Cure bleef The Cure: grijs, donker en melancholisch, maar met weer van die aansprekende hits als Pictures Of You, Lovesong en vooral Lullabye. Misschien is Disintegration wel de meest ultieme Cure-plaat. Alle elementen zijn hier optimaal uitgekristalliseerd. Jammer alleen dat het gothic sfeertje inmiddels een beetje gedateerd overkwam.

Voor duistere ellende moesten we inmiddels bij andere artiesten zijn. Bij David Bowie bijvoorbeeld – grote vriend van Robert Smith en iemand die mij nóg nauwer aan het hart ligt. Bowie was inmiddels bekomen van zijn Let’s Dance-achtige startrip en ging zich richten op post-apocalyptische industrial en cyberpunk. Hij maakte het overrompelende premillennium album 1. Outside in 1995 en ging daarmee op tournee. Wij stonden in de Jaarbeurs in Utrecht met onze monden open van verbazing. De meeste indruk maakte Reeves Gabrels, inmiddels de vaste gitarist van David Bowie. Zijn spel was experimenteel en abstract, zowel hoekig als meanderend – maar altijd zo scherp als een mes.  

Jaren gingen voorbij. De 21e eeuw ging van start, we kregen 9-11 en de euro. We kregen een tsunami, de Taliban en Twitter, Saddam en Syrië, de kredietcrisis en het klimaat. En uiteindelijk ging David Bowie dood in 2016. Ondertussen bleef The Cure trouw albums afleveren. Alleen sloeg Robert Smith niet meer vaak een deuk in een pak boter.  Ze ontpopten zich wel tot een gedegen liveband – zeker toen Reeves Gabrels in 2012 de gelederen kwam versterken – maar aan The Cure kleefde een beetje een ‘gouwe ouwe’-imago, mede omdat er sinds het album 4:13 Dream uit 2008 geen nieuw materiaal meer verscheen. De bron droogde op.

Robert Smith bleef telkens een nieuwe plaat aankondigen, maar die werd keer op keer uitgesteld. We begonnen bijna het geloof in een nieuwe genezing te verliezen. Dus onze verbazing was groot toen dit jaar op 25 september de website songsofalost.world werd gelanceerd. Na zestien jaar was het dan eindelijk zover! Een nieuw album van The Cure! En op 1 november om middernacht was het te stream en te koop. Op dezelfde dag gaf de band een geweldig drie uur durend concert in de Troxy in Londen, waarbij niet alleen Songs Of A Lost World integraal werd gespeeld maar er ook ruim aandacht was voor Seventeen Seconds – 45 jaar na dato – en alle hits uit hun hele oeuvre.


Hoe langer het wachten, hoe hoger de verwachtingen. Konden Robert Smith cum suis die wel waar maken? Een goed teken was dat het album meteen niet meer uit onze installaties was weg te branden. Keer op keer werd ‘ie gedraaid en met elke luisterbeurt werd Songs Of A Lost World beter. Oudgedienden Robert Smith (gitaar) en Simon Gallup (bas) spelen nu met twee gitaristen, waarbij Reeves Gabrels de meest prominente rol krijgt. Dus klinkt Songs Of A Lost World soms als het beste van Pornography, Seventeen Seconds en Disintegration gecombineerd met het geluid van Bowie’s 1. Outside en Earthling. Dat is heerlijk. The Cure anno 2024 is niet alleen maar nostalgie, maar de band zet stappen vooruit. Ook het geluid van Jason Cooper’s drums is indrukwekkend, krachtig en helemaal van nu. In een enkel moment klinkt The Cure zelfs als een metalband. Wie had gedacht dat ze ooit met betonrock op de proppen zouden komen?

De plaat telt 49 minuten en 15 seconden en daarin weet The Cure acht beklemmende nummers uit te spinnen. Stuk voor stuk bouwen ze langzaam op vanuit een melancholisch en sfeervol intro. Vaak barst Robert Smith pas na de helft uit in zijn zingende gehuil of huilende gezang. Wat opvalt is hoe krachtig de stem van de 65-jarige Smith nog klinkt! Hij laat tijdgenoten als Bono (U2), Jim Kerr (Simple Minds) of Dave Gahan (Depeche Mode) ver achter zich.

Wat niet nieuw is: de somberheid druipt er nog steeds vanaf. In die zestien jaar is er heel wat gebeurd en dat kreeg zijn weerslag in de liederen van de verloren wereld, overigens allemaal van de hand van Robert Smith. Zijn ouders en zijn oudere broer zijn overleden. Dat hoor je terug in Never Can Say Goodbye. Er brak een pandemie uit en vervolgens twee oorlogen. Daarvan zijn Warsong en Drone:Nodrone een weerslag. Het hoogtepunt van het album is afsluiter Endsong. Robert Smith schreef het toen hij in zijn tuin zat. Hij herinnerde zich dat hij in 1969 – op tienjarige leeftijd – naar de maan tuurde, op het moment dat daar Apollo 11 landde. “And I’m outside in the dark staring at the blood red moon / Remembering the hopes and dreams I had and all I had to do / And wondering what became of that boy and the world he called his own / I’m outside in the dark wondering how I got so old.”

Is daarmee de cirkel rond? Ik weet het niet. Ik hoop alleen maar dat The Cure niet meer zolang op zich laat wachten met een volgend album. Er gaan geruchten dat er komend jaar weer een plaat verschijnt en daarna gaan ze op tournee. Dan prijs ik mij gelukkig. Het wordt hoog tijd voor een tweede bezoek aan The Cure.  

–

–

–

–

Alle beste albums van 2024:

Gevleugelde woorden in Berlijn

Kan het nog romantischer? We slenterden door Berlijn. Hand in hand. Het was einde 1989. De Muur was net gevallen. Maar van de euforie kon je soms niks zien. In het westen wandelden mensen langs porno en peepshow en stonden Mercedes en cola nog steeds op een voetstuk. In het oosten was het somber. Er viel natte sneeuw. We liepen door donkere, grijze straten waar gewoon nog hopen bruinkool lagen. Heel af en toe was er een verlichte kerstster in een donker raam. Dat was alles.

We voelden wel dat we op het kruispunt van de geschiedenis stonden, maar daar wilden we niks van weten. We kenden elkaar net en mijmerden over onze verliefdheid. Want we waren 20 jaar en héél erg verliefd. Ze was ook zo beeldschoon, met haar hennablonde haren en haar lange zwarte jas. Ik wist dat ze net zo van David Bowie hield als ik. Om haar nog verder voor me te winnen zong ik hardop Word On A Wing tussen de zachte sneeuw in de schaduw van de Muur:

“In this age of grand delusion
You walked into my life
Out of my dreams
I don’t need another change
Still you forced your way
Into my scheme of things”

Want zo ging het wel. Ze drong zich aan mij op en ik vond dat geweldig! Bowie’s nummer uit 1976 was in dat opzicht helemaal raak.

Het is het laatste nummer op kant A van het album Station To Station. Je zou eigenlijk ook een van de doorgesnoven liveversies uit de Isolar-tour in hetzelfde jaar moeten horen, want daar klinkt Bowie nog iets meer doorleefd. Luister maar naar deze opname gemaakt in het Nassau Coliseum.


Kippenvel, toch? De setting eromheen was ook zo mythisch. De Thin White Duke was zijn karakter toen. De hele lichtshow bestond uit wit licht en het voorprogramma was de film Un Chien Andalou uit 1929 van de surrealistische regisseur Luis Buñuel waarin met een scheermes een oogbal wordt opengesneden. In zijn muziek waren de eerste krautrock-invloeden al te horen, die David Bowie nog verder uitwerkte tijdens zijn zeer productieve ‘retraite’ in Berlijn kort daarna.

En we wisten het donders goed, hoor. Word On A Wing is godverdomme gewoon een gebed! We hoorden ‘m het letterlijk zingen: “Lord, I kneel and offer you my word on a wing”. Dat maakte de hele issue nog meer gelaagd. Liefde, seks, religie, filosofie en geschiedenis, alles kwam bij elkaar in dit Berlijnse moment zo kort voor de jaarwisseling.

Beklijfde de liefde? Lange tijd wel. Ik denk dat we vier jaar verkering hadden en daarvan woonden we twee jaar samen in Amsterdam. Het was knallen. Het was passie. Maar uiteindelijk verkruimelde de relatie en verloren we elkaar uit het oog. Sinds halverwege de jaren negentig heb ik niks meer van haar gehoord. De opkomst van internet en zoekmachines brachten geen heil. Blijkbaar liet zij zich niet Googelen. 

Leve LinkedIn. Deze week wist een familielid van haar mij te vinden. Ik schrok van de korte chat, maar ik mocht hem bellen en heb toen alles gehoord. Mijn Berlijnse liefde is onlangs in Utrecht overleden. Domweg gestorven in haar slaap. Uiteraard klonk David Bowie op haar uitvaart, zo vertelde hij desgevraagd. Haar veel te vroege dood geeft nu een extra dimensie aan de gevleugelde woorden in dit nummer. Nog een extra laag. De laatste dagen spoken zulke zinnen door mijn hoofd:

“Just as long as I can walk
I’ll walk beside you, I’m alive in you”

… is voor haar.

“It’s safer than a strange land,
But I still care for myself”

… is voor mij…

Dag mooie schoonheid. Rust zacht. Ik ga hier nog even door. In september reis ik weer af naar Berlijn. De precieze plek van mijn aubade ga ik nooit meer terugvinden. Daar is de geschiedenis al vele malen overheen geweest. Maar hoe dan ook ga ik daar aan je denken.

–

Lucretia Dalt – ¡Ay!

Wat nou als Thomas Jerome Newton – de door David Bowie gespeelde alien in The Man Who Fell To Earth – niet was terecht gekomen in een Noord-Amerikaans woestijnstadje, maar in de Zuid-Amerikaanse tropen? En niet in de jaren zeventig, maar ergens in het verleden en de toekomst tegelijk? Wat nou als het niet een reptiel was in een mannenlichaam (FvD-ers, lezen jullie alsjeblieft even niet mee), maar een soort gestold bewustzijn zonder organen in een vrouwelijke entiteit met de naam Preta? Dan zou je zo’n beetje de thematiek van Latijnse sci-fi opera ¡Ay! van Lucretia Dalt te pakken hebben.

Tongen met een rots
De Colombiaanse muzikante, die nu in Berlijn woont, bedacht het verhaal na discussies met filosoof Miguel Prado. Ze spraken over eeuwigheid en over het bewustzijn, de grenzen van onze kennis en de locatie daarvan in ons lichaam. Preta leert het concept tijd en plaats ontdekken door middel van verschillende zintuigen. In een video zie je Lucretia Dalt – alias Preta – aan een rots likken, want via haar tong ervaart zij geografie. Het idee leidde tot bizarre teksten als: “No obedezco a tu verdad lineal / Romperé tu narrativa / Y alteraré tu paisaje aplanado” (“Ik gehoorzaam niet aan jouw lineaire waarheid / Ik verstoor jouw narratief / En verander jouw afgeplatte landschap”).

Surrealistisch sensueel
Duizelt het al een beetje? Dan heb je de muziek nog niet gehoord. Het kan nog steeds een stukje gekker. Als contrast voor het futuristische verhaal, besloot Lucretia Dalt terug te keren naar de muziek die ze in haar jeugdjaren in Pereira – een stad hoog in de Colombiaanse bergen – hoorde. En dat waren bolero’s, mambo’s, merengue, salsa en son. Dat is wel even wat anders dan de avant-garde elektronica die we van haar gewend waren, en die associaties opriep met het werk van Eliane Radigue, Delia Derbyshire en zelfs onze eigen Dick Raaijmakers. Nee, Lucretia Dalt wilde voor Preta dat de sci-fi zowel surrealistisch als sensueel zou klinken – en hopeloos romantisch. Ze riep de hulp in van een vriend: Alex Lázaro. Die stelde een apart ‘drumstel’ samen van houtblokken, conga’s, bongo’s en timbalen. Een aantal zeer getalenteerde muzikanten stonden hen bij: Nick Dunston en Isabel Röβler op contrabas, Edith Steyer op fluit en klarinet en Angelina Allemano op trompet. En daaroverheen legde Lucretia Dalt weer vervreemdende synthesizerlagen en tapegeluiden. Het resultaat houdt het midden tussen de tin pan alley chaos van Tom Waits, de geheimzinnige soundtracks bij David Lynch-films door Angelo Badalementi, de swing van het Zuid-Amerikaanse album Rei Momo van David Byrne en het jaren tachtig-exotisme van Thomas Dolby (Mulu The Rainforest) en Yello (You Gotta Say Yes To Another Excess).

Loepzuiver larger-than-life
De plaat is loepzuiver en larger-than-life geproduceerd. Het is hele mooie, über-toegankelijke muziek. Soms abstract, soms donker en filmisch. ¡Ay! klinkt soms zelfs een beetje lullig: als een soap-soundtrack. Het is allemaal onderdeel van dat vreemde sci-fi verhaal, zullen we maar zeggen. Voor het eerst sinds een jaar of tien zingt Lucretia Dalt op ¡Ay! weer in het Spaans en haar stem is prachtig. Ze kan zwierig en vol klinken als een gerijpte salsazangeres, hoog en zuiver als een jonge hinde (denk Mabe Fratti), maar ze kan ook met een rokerige stem een stukje musichall parlando brengen dat zo uit een jaren veertig spionagefilm lijkt weggeplukt.

¡Ay! is gewoon een adembenemend origineel album.

–

–

–

Alle beste albums van 2022:

Mabe Fratti – Se Ve Desde Aquí

Fijnproevers zullen Mabe Fratti kennen van gelaagd opgebouwde albums als Pies Sobra La Tierra uit 2019 en Será Que Ahora Podremos Entendernos uit 2021. Zij kregen in 2022 heel wat anders voorgeschoteld door de zangeres, componiste, celliste en multi-instrumentaliste uit Guatemala die nu in Mexico City woont. Of dat de heren fijnproevers (m/v/x) beviel? Nou, mij wel! Het album Se Ve Desde Aquí – dat zoveel betekent als ‘het is vanaf hier te zien’ – is ontdaan van autotune, de ondoordringbare muur van synths en reverb is neergehaald en alles is veel minder gekunsteld dan voorheen. De muziek van Mabi Fratti ademt nu, is luchtig, speels. Maar nog steeds niet makkelijk. Er gebeurt zoveel! De improvisaties doen in de verte denken aan de beste experimentele werken van Björk, David Sylvian (Manafon) en David Bowie (Blackstar).

Geen overdubs. Puur natuur. Alles op eigen kracht. Het nieuwe Fratti-geluid is ruiger, meer ongepolijst, maar niet perse harder. Wel veel meer indringend. Dat begint meteen al in de instrumentele schets Con Esfuerzo dat het album opent. Een krassende cello, een piepende viool, een blikken drum. Ze zetten een macaber dansje in. Dwars door het tweede nummer, Desde El Cielo, voel je de wind waaien. ‘Fuera! Fuera!’ zingt Fratti. ‘Eruit, eruit.’ De improvisaties golven in intensiteit. Alle muzikanten lijken een andere weg op te gaan, maar uiteindelijk valt alles op z’n plaats. Daarmee is de toon gezet voor de rest van deze intuïtieve lappendeken. Een rustpuntje ligt in het lieflijke Algo Grandioso, waarin Fratti in woordloze strofen zingt. De plaat vindt een boeiend einde in het nummer Siempre Tocas Algo. Synthesizers kraken, de cello huilt en bulkt. Mabe Fratti zingt loepzuiver… en dan lijkt er ineens een koor van engelen los te barsten tussen de Tom Waits-achtige chaos. Mabe Fratti weet schoonheid te slepen uit de vreemdste kakofonieën.

Fratti nam Se Ve Desde Aquí op in haar huis in Mexico City en in de Progreso Nacional Studios aldaar, maar ook in de WORM Sound Studios in Rotterdam. Ze werd bijgestaan door Hugo Quezada van hippe synthbands als Exploded View en Robota. Andere ‘compañeros’ waren Héctor Tosta op gitaar en bas, Alina Maldonado op viool, Gibrán Andrade op drums, Jarrett Gilgore op sax en Carla Boregas van de Braziliaanse punkband Rakta speelde synths en tape-loops. Bij het ‘elektronicamuseum’ WORM kon Fratti helemaal loos gaan op vintage synths, zoals de KORG PS3200 en de CS60. In Mexico City nam ze de Mellotron, de CS50, de Jupiter, Solina en de KORG M500 op. “It was too much fun”, zo lachte ze. De Solina werd zelfs bij het vuilnis gevonden. Een andere kast werd gewoon als eettafel gebruikt.

Met al die vreemde combinaties en instrumenten, die open en eerlijke aanpak, heeft Mabe Fratti zichzelf overtroffen. Se Ve Desde Aquí is van de eerste tot en met de laatste klank fascinerend en bizar.

–

–

–

Alle beste albums van 2022:

William Doyle – Great Spans Of Muddy Time

Nadat halverwege de jaren ’70 de albums Another Green World, Discreet Music en Music For Films waren verschenen, en hij de productie deed van Bowie’s briljante Berlijn-trilogie, was het wel duidelijk: Brian Eno is God! En hoewel de man gelukkig nog lang niet dood is – hij is zelfs nog heel actief – heeft hij inmiddels toch al een plaatsvervanger op aarde. Dat is William Doyle. Wie had dat gedacht? Het leek lange tijd onbevattelijk dat iemand net zulke subtiele, weirde, licht psychedelische, verstilde, dromerige, uitgebalanceerd melancholische, treurige sci-fi klankpartijen – die tegelijkertijd groots en vol grandeur en hoop zijn – iets zo buitenaards zou produceren als de grootmeester. Dat is zo ongrijpbaar. Maar met Great Spans Of Muddy Time mag William Doyle anno 2021 in zijn schijnsel staan.

Tuindepressies

Het is een rare plaat, dat ‘Muddy Time’. De albumhoes met daarop het 17e eeuwse doek Een Pelikaan En Ander Gevogelte Bij Een Waterbassin van de Amsterdamse schilder Melchior d’Hondecoeter (het hangt in het Rijksmuseum) heeft alvast de belofte in zich van die Eno-grandeur. De titel komt uit het BBC-programma Gardeners World. Daarin sprak tuinier en presentator Monty Don over ‘nothing but great spans of muddy time’ als hij het over zijn depressies had. Niets anders dan grote overspanningen van modderige tijd.

Toevalligheden

Modderig, dat slaat ook op het geluid van het album. De plaat zelf is een aaneenschakeling van toevalligheden of technische fouten en dat valt ook helemaal in de lijn van wat Brian Eno deed/doet. Eno heeft dat zelfs ontwikkeld tot een werkmethode die hij zelf ‘oblique strategies’ noemt. Bij William Doyle was het een harddiskcrash die Muddy Time haar unieke karakter gaf. Normaal staat Doyle bekend als iemand die tot in de eeuwigheid poetst en schaaft om zijn platen perfect te laten klinken. Zo deed hij het toen hij nog opnam onder de naam East India Youth, maar ook bij zijn bejubelde eerste plaat onder zijn eigen naam: Your Wilderness Revisited uit 2019. Maar na de crash in 2020 had hij niks anders over dan een analoge tape, een cassettebandje waar niet veel meer aan te mixen viel. Hij besloot het zo te laten. Dat bleek een gouden greep. Ondanks alle oneffenheden, rommel en ruis, klinkt Muddy Time nu zo sprankelend en vol leven als het schilderij van d’Hondecoeter. Veel vrijer dan zijn eerdere werk. Nooit gekunsteld. Intuïtief.

Geheel eigen universum

Er staan dertien songs op Muddy Time, je zou ze in veel gevallen ook schetsen kunnen noemen. William Doyle begint misschien nog een beetje traditioneel en toegankelijk met het nummer I Need To Keep You In My Life. Hij zingt als een jonge koorknaap zo mooi. Het nummer is dromerig en langzamerhand sluipen er steeds meer gekke geluidjes in de mix. Iets soortgelijks gebeurt ook in het volgende nummer And Everything Changed (But I Feel Alright) waar gaandeweg een gitaar steeds meer ontspoort. Niet lang daarna hoor je Cabaret Voltaire-achtige ’80s-noise op Shadowtackling. De track Rainfalls doet denken aan de vroege Orchestral Manoeuvres In The Dark en zet het nummer Nothing At All gerust naast New Order of de Pet Shop Boys. Semi-bionic heeft glitches en ruis en lijkt de richting van de band Low uit te gaan. De bizarre melancholie van Eno’s Music For Films hoor je terug in de track A Forgotten Film (what’s in a name?), maar dan met een sausje van die vroege industriële Human League eroverheen. Het gekke Somewhere Totally Else, met haar achteruitgedraaide vocals, klinkt nog het meest als een demo, zeker als op een gegeven moment het geluid aan één kant lijkt weg te vallen. Titelnummer Theme From Muddy Time komt nog het dichtst in de buurt van wat de grootmeester presteerde op Another Green World: bizarre reptielengitaren, tikkende wekkers, echoënde stemmen, alles draagt bij aan het geheel eigen universum dat Doyle hier subtiel uitrolt. Vervolgens sluit hij af met een even ruisend als spannend ambient-stuk dat hij de ironische titel [A Sea Of Thoughts Behind It] meegaf. Geweldig.

Droomlandschap

De gruizige cassetteschetsen op Great Spans Of Muddy Time omvatten iets dat meer is dan de som der delen. William Doyle neemt je mee in een soms rommelig, maar altijd fascinerend droomlandschap. Daar weer je altijd weer naar terug. Het is een verslavende plaat. Dat er maar meer harddisks mogen crashen, dat we maar vaker mogen wroeten in de modder. Als een pelikaan bij een waterbassin.

–

–

Alle beste albums van 2021:

Sharon Van Etten – Remind Me Tomorrow

Bij de naam Sharon Van Etten zou je kunnen denken aan een struise Brabantse die met forse uithalen galmt over de muziek van een of andere Finse symfonische metalband. Terwijl thuis in de buitenwijk haar hondje op haar wacht… Maar niks is minder waar. Van Etten is een indie-folkie die uit een hippe koffietent in New York is geplukt. Ze heeft wel een Nederlandse naam, maar de in New Jersey geboren 38-jarige gaat al generaties terug in Amerika.

Twin Peaks
Maar dat beeld van sobere folkie klopt nu ook niet meer. Het is inmiddels vijf jaar na haar voorlaatste plaat. In de tussentijd werd Sharon Van Etten moeder van een zoon, studeerde af voor therapeut, acteerde in de Netflix-serie The OA en was nachtclubzangeres in de nieuwe editie van Twin Peaks van regisseur David Lynch (de opvolgster van Julee Cruise, zeg maar). De nieuwe plaat kon dus niet meer met alleen gitaar, piano en warrige haardos. Op Remind Me Tomorrow is het elektronica dat de klok slaat. Synths, drones en drumcomputers. Vooral op de Jupiter4-synthesizer werd ze verliefd. Ze noemde er zelfs een nummer naar.

Gothic
Dat galmen klopt trouwens weer wel. Van Etten heeft een stem als een klok. Ze zingt soms statig en dwingend, gothic, zeg maar – denk aan PJ Harvey, Zola Jesus of Siouxsie Sioux – maar soms ook ijl als Julee Cruise (op Memorial Day). Wat je nog meer hoort op Remind Me Tomorrow? De eighties-powerpop van Pat Benatar of Chrissie Hynde van The Pretenders, de sensuele intensiteit van Portishead uit de jaren negentig, de dwingende synthesizerloops van Suicide anno 1977, zuigende stofzuigersynths en gitaarerupties zoals op Hours of Earthling van David Bowie. Triphopbeats. Maar bovenal hoor je door alles heen de dromerige donkerte van de films van David Lynch.

Kooks
Het hele album is indrukwekkend. Maar er zijn uitschieters. De dreigende single Seventeen bijvoorbeeld, en het moment waarop ze het uitschreeuwt “I know that you’re gonna be / You’ll crumble it up just to see / Afraid that you’ll be just like me”. De inmiddels 38-jarige zangeres kan zich nog herinneren hoe moeilijk verwarrend het was als 17-jarige bakvis, en wat staat hen allemaal nog te wachten… Op Malibu legt ze een schrijversvakmanschap (m/v) a la Bruce Springsteen aan de dag. Prachtig is het dwingende ritme van de synth-rocker Comeback Kid. Nog een stap verder gaat Hands. Dat is heftiger, lawaaiiger, chaotischer, abstracter. Memorial Day is spannend en slepend. Bezwerend. De opener I Told You Everything is juist heel dramatisch. “Sitting at the bar, I told you everything / You said, ‘Holy shit, you almost died’…”, klinken de eerste regels van het album. De plaat eindigt met Stay, een lief liedje voor haar jonge zoontje. “You won’t let me go astray. You will let me find my way”, zingt Sharon Van Etten in wat we met een beetje goede wil Kooks van 2019 kunnen noemen – dat David Bowie in 1972 maakte voor zoontje Zowie.

Gelukkig heeft die fictieve Finse symfo-rock nooit vat op haar gekregen en heeft ze de indie-folk van zich afgeschud. Sharon Van Etten is in 2019 geen baanbrekende avantgarde gaan maken, maar wel intense, krachtige en onweerstaanbaar mooie muziek. Ze fabriceerde zo de plaat die dit jaar het vaakst uit mijn speakers knalde. Chapeau en bedankt daarvoor!

–

–

Alle beste albums van 2019:

De beste albums: 17 van ‘17

– Dus… 2017 was het jaar van David Bowie.
– Huh? Maar die is toch begin vorig jaar al overleden?
– Klopt. Maar kijk eens naar deze eindlijst… Zijn geest leeft voort.

Want wat zien we allemaal in deze lijst van 17 beste platen van 2017? Een onversneden protegé (David Bowie noemde Lorde ‘the future of popmusic’), een samenwerkingspartner die te verlegen was om Bowie’s muziek teveel aan te pakken (James Murphy van LCD Soundsystem). We zien een muzikant die zijn tegenspeler was in een Japanse oorlogsfilm (Ryuichi Sakamoto) en synthesist Alessandro Cortini van de band die ooit met Bowie het podium deelde (Nine Inch Nails). Er is een uitgesproken fan die qua ‘sound and vision’ net zo goed haar vrouwtje staat (St. Vincent). En we zien twee jazzo’s (Joseph Shabaton en Colin Stetson) die niet eens hadden misstaan op Bowie’s laatste album Blackstar.

Arcade Fire
De enige die we moeten missen in deze lijst is Bowie’s favoriete band: The Arcade Fire. Zij maakten in 2017 sowieso de song van het jaar met Everything Now, en ook de nummers twee en drie kwamen uit hun koker (Sings of Life en Creature Comfort). Maar over de gehele linie was hun album geen groot genoegen. Ze presteerden het zelfs om er mislukte reggae-dingen op te zetten. En daarmee spiegelden zij – onbewust – de allerslechtste plaat uit Bowie’s carrière: Tonight uit 1984.

Ruk
Okee, dan nog wat keuzes die deze eindlijst hebben bepaald. Veler favoriet The War On Drugs kwam er niet in. Ik vind dat zij vooral een saaie plaat hebben gemaakt – zij zijn de Dire Straits van dit jaar. Met rap en hiphop ben ik al een paar jaar een beetje klaar, hoewel ik het keer op keer probeer. Dus ook Vince Staples en Kendrick Lamar zijn meestal mwoh. En de Nederlandse favo Ronnie Flex vind ik vooral erg ruk.

Bubbling under
Er waren natuurlijk ook afvallers die mij zeer aan het hard gingen. Die wil ik nog even een eervolle vermelding geven. ‘Bubbling under’ in 2017 waren: Xiu Xiu met Forget, Dirty Projectors met hun gelijknamige plaat, erg fijn werk van Hauschka (What If), Kelly Lee Owens, Blanck Mass, Orson Hentschel met Electric Stutter, Planetarium (het project waar onder andere Sufjan Stevens aan meedeed), Ghostpoet, Zola Jesus (zoals elk jaar weer fantastisch), synthesizergrootheid Kaitlyn Aurelia Smith, fijne ambient van Hecq, nog fijnere ambient van Bibio, James Holden/The Animal Spirits, Perfume Genius. En uit Nederland: de nieuwe Piiptsjilling, Spinvis met Trein Vuur Dageraad en niet te vergeten Nadia Struiwigh met Lenticular!

Hier is ‘ie dan: de 17 van ’17. Klik de links voor mijn uitgebreide recensies.

1. Lorde – Melodrama
2. Ryuichi Sakamoto – async
3. St. Vincent – Masseduction
4. The xx – I See You
5. LCD Soundsystem – american dream
6. Sohn – Rennen
7. Arca – Arca
8. Sevdaliza – ISON
9. Joseph Shabason – Atyche
10. Colin Stetson – All This I Do For Glory
11. Jacaszek – Kwiaty
12. Karima Walker – Hands In Our Names
13. Linde Schöne – Linde van Nimma
14. Luwten – Luwten
15. Björk – Utopia
16. Alessandro Cortini – Avanti
17. Fever Ray – Plunge

Wil je alles horen? Luister dan deze Spotify-list. Enjoy!

En hier drie keer The Arcade Fire:

Lorde – Melodrama

‘I am a toy that people enjoy, ‘till all of the tricks don’t work anymore, and then they get bored of me‘, zingt ze in Liability. Ze zit er behoorlijk naast.

De schattigheidsfactor die Lorde in 2013 had – zestienjarig meisje uit Nieuw-Zeeland maakt intelligente, volwassen popplaat – is er anno nu een beetje af. Ze is zelfs geen tiener meer. Dus haar tweede album, Melodrama, maakte heel wat minder reuring. Dat is jammer, want wat levenservaring heeft Lorde juist goed gedaan. Ze koos er voor om na de hitplaat in 2013 een paar jaar buiten de spotlights te blijven. Verstandig, want volwassen worden op het podium, daar kweek je alleen maar Justin Biebers mee.

Kate Bush
Lorde wordt nu vergeleken met Taylor Swift, Katy Perry en Lana Del Rey, maar ze zit eigenlijk op een heel ander niveau. Alleen al qua doorleefde zangstem: Als ze zacht en laag zingt, klinkt ze bijna als een witte Eartha Kitt. Als ze uitpakt, dan is ze de Kate Bush van de 21e eeuw!

Verlopen
En ze schrijft tenminste haar eigen songs. Lorde weet ditmaal met alle elf te raken. Ze zijn pakkend en gelaagd. Op Melodrama zingt Lorde haar visies op plotselinge roem, op liefdesverdriet, schade en schande en er toch weer beter uitkomen. De plaat heeft een beetje de sfeer van een verlopen feestje – de vloer ligt bezaaid met drank, drugs, kleren en het wordt al bijna licht. Of zoals Lorde zingt in Sober II: ‘We told you this was melodrama. (Oh, how fast the evening passes. Cleaning up the champagne glasses.)’ Ze hekelt het hedonisme en escapisme van haar generatiegenoten in Perfect Places en in Loveless (‘We’re L-O-V-E-L-E-S-S generation’ zingt ze over een keiharde hiphopbeat).

David Bowie
Er zit iets gejaagds in de werkwijze van Lorde. Ze werkt vanuit taxi’s en metro’s (New York is tegenwoordig haar habitat). Dat hoor je soms terug in de dancetracks als Green Light, Homemade Dynamite of Supercut. Zware beats, soms die typische jaren ’80 big beat ‘gated reverb’ (weten wat dat is? check deze briljante uitleg). Maar het gros van Melodrama klinkt… melodramatisch in de goede zin des woords. Donkere synths, gekke geluiden, aanzwellende koortjes, botsende zanglijntjes, soms stiltes. Het mooie aan dit album is: het is compleet, het is af. Er is geen klank te weinig of teveel. Melodrama is uitgebalanceerd, zoals de betere Bowie-albums. De meester zelf zag die potentie al in 2013. David Bowie noemde protegé Lorde ‘the future of popmusic’ – en zij zong Life On Mars? met zijn band op zijn herdenking in 2016.

Helaas heeft David Bowie niet meer mogen horen dat zijn voorspelling uit is gekomen. Die plaat… Dat zij dit jaar elk festival wereldwijd plat speelde… We raken nooit verveeld van Lorde.



–

Alle beste albums van 2017:

 

Ryuichi Sakamoto – async

Ik denk dat Ryuichi Sakamoto dit jaar met async zijn mooiste plaat ooit heeft gemaakt. Ik vind dat bijzonder, gezien zijn imposante carrière. En ik vind het een mooi idee, omdat hij deze gemaakt heeft nadat hij een ernstige vorm van keelkanker overleefde.

Het was 1983. Ik was een pubertje en volledig in de ban van David Bowie. Dus moest ik de film Merry Christmas Mr. Lawrence zien, waarin zowel Bowie als Sakamoto speelden. Ryuichi Sakamoto maakte ook de soundtrack bij die film. Ik had die op een cassettebandje staan, met een zelf nagetekend hoesje met samoerai-zwaard en ondergaande zon. Daarop stond uiteraard ook Forbidden Colours – gezongen door David Sylvian van de band Japan. Het is een van de mooiste nummers ooit. In 2017 legde Sakamoto uit wat hij toen bedoelde. Hij wilde een kerstnummer maken, maar dan een die zowel voor oosterlingen als westerlingen exotisch zou klinken. Dus schreef hij een pianodeun a la Erik Satie maar dan op basis van een Japanse toonschaal. Dit alleen al is goed voor een plekje in de Rock ’n Roll Hall Of Fame, vind ik.

In 1983 ben ik ook gaan terugluisteren wat hij nog meer maakte en kwam uit bij het vroege werk van Yellow Magic Orchestra. Dat is een soort van oosterse variant op Kraftwerk, maar met veel meer humor. En Chinese en Japanse melodieën. En nummers opgebouwd uit het geluid van de videospelletjes van toen. De band is zwaar onderschat en onterecht in de vergetelheid geraakt.

Na Merry Christmas maakte Ryuichi Sakamoto nog een paar solo-albums, waarop bijna elke wereldster is te horen. Robbie Robertson, Youssou N’Dour, Brian Wilson, Iggy Pop. Maar die platen waren te druk. Er was geen tijd voor verstilling. Die was er wel in een paar briljante soundtracks voor films als The Last Emperor en The Sheltering Sky (naar aanleiding van een boek van Paul Bowles). Ik vind dat Sakamoto in de jaren daarna steeds meer ruimte gaf aan verstilling. Of eenvoud. Of experiment. Ik vind dat mooi.

Wat ik niet zo mooi vind is dat tegenwoordig iedereen in het New Yorkse wereldje waar hij woont hem bij zijn voornaam noemt. Of zelfs ‘Ryu’ zegt. Nee, dan ga ik meer voor de cineast Stephen Nomura Schible, die dit jaar de documentaire Coda over hem maakte. Uit respect gebruikt hij de Japanse eerbiedige aanspreekvorm: ‘Sakamoto-san’. Zullen we dat in de rest van dit verhaal ook doen?

In 2014 werd bij Sakamoto-san een ernstige vorm van keelkanker geconstateerd. Die ziekte velde hem voor een jaar. Maar niet zijn muzikale ontvankelijkheid. Zo lag hij in de MRI-scanner en merkte dat die ritmische geluiden maakte als in harde techno.

De ziekte heeft Sakamoto-san verandert, denk ik. Het heeft hem vrijer gemaakt. Hij weet dat async zijn laatste album kan zijn. Dus moest die plaat perfect worden. Hij brengt async als een imaginaire soundtrack bij films van de Russische avant-garde regisseur Andrej Tarkovsky, zoals Stalker (1979) en Solaris (1972).

En hij wilde alleen maar laten horen wat hij zelf wilde horen. Dat zijn bijvoorbeeld opgenomen geluiden in Japanse ruïnes en tuinen, zoals regenbuien, wind, maar ook traditionele Japanse instrumenten. Ook hoor je Paul Bowles spreken over dood, herinneringen uit je kinderjaren en dat je in je leven misschien maar twintig keer de volle maan ziet opkomen.

Zoals kanker een lichaam kan overnemen, zo kan de natuur een verwaarloosd muziekinstrument overnemen. Dat idee boeide Sakamoto-san toen hij een bezoek bracht aan de nucleaire zone in het door een kernramp plus tsunami getroffen Fukushima. Daar zag hij in een school een oude piano staan en hij heeft daar opnamen van gemaakt. Die klinken spookachtig glasachtig, vind ik. En ze zijn te horen op async, in de tweede helft van ZURE.

Alsof de cirkel rond moet zijn, staat ook David Sylvian weer op dit album. Hij draagt poëzie voor van de Russische dichter Arseny Tarkovsky. Zo zegt hij in Life, Life: ‘Life is a wonder of wonders, and to wonder / I dedicate myself on my knees’.

Ik hoop dat de 65-jarige Sakamoto-san nog lang zal blijven leven, en ons nog een aantal keren zal verrassen met zo’n wereldplaat als async…



–

Alle beste albums van 2017:

 

St. Vincent – Masseduction

Net als David Bowie verzint St. Vincent bij ieder album een ander archetype voor zichzelf. Bij het verschijnen van Masseduction omschrijft ze zich als ‘dominatrix at the mental institution’. Waar ze haar inspiratie haalde? Simpel, ‘The Cramps meet Guy Bourdin’… Wow, you gotta love St. Vincent!

Eigenlijk is dit jaar alles al gezegd en geschreven over St. Vincent. Iedereen had z’n mening klaar over Masseduction of de Fear The Future-tour. Vooral de verhalen over haar aparte interviewsessies zijn uitgekauwd. Die ga ik hier ook niet samenvatten, google maar of ga naar 3voor12 of de Volkskrant. En ook alle grappen over haar kont pontificaal op de hoes van Masseduction zijn al gemaakt. Gaan we dus ook niet meer doen.

Songs
Dat scheelt, dan kunnen we het gewoon lekker over de muziek hebben. Eerst maar even de platitudes. Dit is het vijfde album van Annie Clark alias St. Vincent. Het is haar meest poppy plaat en tegelijk haar meest persoonlijke. Thema’s? Seks/gender, macht, drugs, depressie. Relaties die uitgaan, helden die dood zijn. Er staan 13 nummers op de plaat en ze zijn allemaal briljant. St. Vincent is er zelf ook redelijk tevreden over. Voor het eerst schreef ze ‘songs with a capital S’, zo zegt ze in een interview. Terecht. Je krijgt ze niet uit je kop.

Pills
Vrij vaak klinken nog vuige, scheurende gitaren (meestal door een batterij elektronica gestuurd), maar eerder dan The Cramps doet het geluid van Masseduction denken aan Miss Kittin, Goldfrapp, Giorgio Moroder en zelfs Lady Gaga. Het is allemaal plastic synthrock, glossy discopop, glitter- en glitchpop en gestoorde electroclash wat we horen. Heerlijk! Het meest extreem pop is het nummer Pills. Over een K3-achtig melodietje zingt St. Vincent iets wat lijkt op een reclame voor de farmaceutische industrie (en tegelijkertijd ook weer helemaal niet): ‘Pills to grow, pills to shrink, pills pills pills and a good stiff drink, pills to fuck, pills to eat, pills pills pills down the kitchen sink’. En nu allemaal meezingen, jongens en meisjes!

Silly
Hoe anders is de afsluiter van de plaat: Smoking Section. Hier klinkt St. Vincent breekbaar en schor en zo depressief dat interviewers zich afvroegen of het wel goed gaat met haar. Zelf zegt ze over het album: ‘It’s a manic panic record. It’s bonkers but I love it. It’s bright melancholy and it’s a lot of sorrow, but sorrow you can jam to…’ Ze maakte bewust een ‘silly’ plaat, zegt ze, want dat is het enige dat je kunt doen als de wereld in brand staat.

Of je doet als David Bowie: je trekt gekke pakjes aan en zingt melancholische liedjes. Dat doet St. Vincent met verve op Happy Birthday, Johnny en New York (‘I have lost a hero’, zingt ze over Bowie, ‘I have lost a friend’, zingt ze over haar ex: topmodel Cara Delevingne, ‘you’re the only motherfucker in the city who can handle me’). Om direct daarna – ook dat is heel Bowie-esque – weer los te barsten met knallende beats en gierende gitaren. Fear The Future!

St. Vincent. Daar kun je veel van vinden. Maar bovenal, you gotta love her.



–

Alle beste albums van 2017: