Beth Gibbons – Lives Outgrown

De bedachtzame Beth Gibbons – met haar hypnotiserend mooie stem – blinkt niet uit in productiviteit, maar áls ze iets uitbrengt… dan houdt de wereld haar adem in. Dat is niet voor niets. Ze heeft ons een uitzonderlijk mooie plaat geschonken.

Dit jaar was het dertig jaar geleden dat het verbijsterende album Dummy van Portishead uitkwam. Daar werd niet zoveel mee gedaan, maar er verscheen wel een mooie heruitgave van de Portishead-plaat Roseland NYC Live. Zangeres Beth Gibbons maakte drie studioalbums en een livealbum met Portishead, een plaat met Rustin Man (oftewel Talk Talk-bassist Paul Webb) en eentje met Krysztof Penderecki en het Polish Radio Symphony Orchestra. Even dook ze op in het nummer Mother I Sober van het album Mr. Morale & The Big Steppers van Kendrick Lamar. Meer dan tien jaar geleden kondigde label Domino aan dat Beth Gibbons werkte aan een nieuw album, haar eerste solowerk. Dat verscheen uiteindelijk op 17 mei van dit jaar (ik kom hier nog op terug).

Tien jaar schrijven en schaven, het was een moeizaam proces. Dat leverde uiteindelijk tien prachtige liedjes op. Verdwenen zijn de bedwelmende triphop-beats en de dwarse noise van Portishead. Daarvoor in de plaats is minimalistische, folk-getinte muziek gekomen. Strijkers, gitaar en piano domineren. Ze ging van hoofdzakelijk elektronisch naar hoofdzakelijk akoestisch, maar de sfeer blijft net zo creepy. Af en toe klinken er dreigende ritmes van de voormalige Talk Talk-drummer Lee Harris (er is duidelijk een connectie met de esoterische band van Mark Hollis – god hebbe zijn ziel). Het geluid is prachtig vormgegeven door producer James Ford, die we onder andere kennen van Pet Shop Boys, Jessie Ware, Depeche Mode, Florence + The Machine en Arctic Monkeys. Lives Outgrown staat vol muziek met onderhuidse spanning, die op haar best is als ze ontspoort. Wanneer de chaos tevoorschijn komt. Als er in het nummer Reaching Out opeens opzwepende blazers klinken, bijvoorbeeld, of in het dreigende Rewind dat sporen vertoont van het heftige Portishead-album Third.

In haar teksten is de 59-jarige zangeres net zo donker en melancholisch als ooit. Ze gaan over nu moederschap, ouder worden, verlies en verdriet. In een handgeschreven briefje op Facebook schreef ze wat haar drijfveren waren: “As usual it reflects what’s been going on with me internally, my 50’s have brought forward a new yet older horizon. It has been a time of farewells to family, friends and even to who I was before, the lyrics mirroring my anxieties and sleepless nighttime ruminations, hence Lives Outgrown.” Op het eerder genoemde Rewind stelt ze ijzig dat er geen weg meer terug is. “Gone too far to rewind.” Maar ze wíl ook niet terug, zingt ze op Floating In A Moment, “all we have is here and now”. Tegelijkertijd kweelt een kinderkoor “all going to nowhere”… kippenvel!

Het album zag het levenslicht in mei, maar de lente breekt pas door op het laatste nummer van Lives Outgrown: Het bijna pastorale Whispering Love ademt een hoopvolle sfeer. Dat komt door Beth Gibbons’ troostvolle stem, de begeleidende fluit en een soort piepende vioolklanken die doen denken aan zo’n oud-Japanse waterpomp of een kind op een oude schommel. (Overal komen kinderen terug op deze plaat.) In de allerlaatste minuten hoor je alleen nog maar natuur en vogels in de vroege morgen. Dan is de lente begonnen, denk je, of is juist de herfst in het leven nu aangebroken?

Alle beste albums van 2024:

Kendrick Lamar – GNX

Soms krijg je een driegangen menu. Met allerlei liflafjes eromheen. Soms is een Snelle Jelle net zo lekker. Die voldoet dan gewoon. Dat is een beetje het verhaal van de nieuwe plaat van Kendrick Lamar. Zeker als je die afzet tegen klassiekers als To Pimp A Butterfly of Mr. Morale & The Big Steppers.

Snelle Jelle is ‘ie sowieso. Op 22 november 2024 om 18.00 uur dropte Kendrick Lamar zijn plaat. Onaangekondigd en onverwacht. Het album heet GNX. Dat is genoemd naar de auto die Lamar had gekocht. Het is een vintage 1987 Buick Grand National Experimental (GNX). Die is uiterst zeldzaam. Er zijn er maar 547 van geproduceerd. Lamar poseert ermee op de hoes van het album. Voor een witte achtergrond. De muziek klinkt zo spaarzaam als de hoes. (Ik kom hier nog op terug.)

Niemand had het aan zien komen. De wereld was nog een beetje aan het bekomen. Kendrick Lamar had net de ‘beef’ Drake gewonnen. Wat is een beef? Een woordgevecht. Hij had overtuigend gewonnen. Drake hing in de touwen. De knock-out kwam van Kendrick. Dat was de single Not Like Us. Het is de beste diss-track aller tijden. De single werd een miljard keer gestreamd. Het kreeg vijf Grammy-nominaties.

Dus voelt Lamar zich overwinnaar. Is deze plaat in die roes gemaakt? Je zou zeggen van wel. Kendrick is nog niet klaar met dissen. Ook Lil’ Wayne krijgt een veeg uit de pan. En Snoop Dogg. Ze moeten zich één ding in de oren knopen. King Kendrick is de grootste. Niet voor niets gaat híj de Super Bowl halftime show doen. Nas was de enige die hem feliciteerde. Nou, zo gaat Lamar nog wel even door. Compton is een voorstad van Los Angeles. Daar is een mural van Lamar. Die is wereldberoemd. Maar onlangs werd die beklad. Dat staat symbool voor de staat van hiphop. Kendrick vindt het treurig. De plaat is niet meer zo persoonlijk. De rapper richt zich nu op de buitenwereld. Er is een ode aan John Lee Hooker en Dinah Washington.  

Kendrick Lamar werkt altijd met producer Sounwave. Hier krijgt hij ook hulp van Jack Antonoff. Die is bekend van bijvoorbeeld Taylor Swift. Dat kan je horen. De producties zijn kaler dan ooit. De franje is eraf. Zo minimaal is lekker. Het doet een beetje denken aan West Coast rap uit de jaren negentig. Nas, Biggie, Ice Cube of Dr. Dre. Dat soort shit. Straight outta Compton inderdaad. Er zijn ook samples van Tupac Shakur. Er zijn vloeiende synths. Soulkoortjes. Er zijn vette bassen. Soms wat Spaanse samples. Of Portugees.

GNX is zijn kortste plaat ooit. Net geen drie kwartier. Toch barst de rapper nog van de creatieve energie. En hij is virtuoos. Zijn flows gaan alle kanten op. Soms is hij razendsnel. Soms klinkt hij als een hillbilly. Hij is grappig. Daarna is hij weer poëtisch. Er zijn tempowisselingen. Er zijn stembuigingen. Er zijn vreemde wendingen. Lamar is onnavolgbaar. Zijn gasten mogen er ook zijn. Het zijn vooral jonge rappers uit Compton. Die halen het natuurlijk niet bij Kendrick. Maar goed. Het blijft een feestje.

Hoe dan ook. Deze Snelle Jelle bewijst één ding. Kendrick Lamar is de beste rapper ter wereld. Dit album is weer een hoogtepunt in zijn oeuvre.

Alle beste albums van 2024:

Nicolas Jaar – Piedras 1 &2

Volgens mij heeft Nicolas Jaar nog nooit zo’n bizar project gedaan. Het leidde wel tot twee topalbums: zeg maar gerust dat Piedras 1 & 2 zijn magnum opus is geworden!

Het begon allemaal met een nummer dat de Chileens-Amerikaanse producer en artiest annex techno-grootheid Nicolas Jaar schreef voor een concert in het Museum Of Memory & Human Rights in Santiago, ter herdenking van de slachtoffers van de militaire dictatuur van Generaal Pinochet in de jaren zeventig. Het werd het nummer Piedras. Dat liet hem niet meer los en hij verzon er een verhaal omheen met meerdere lagen (ik kom hier nog op terug). Uiteindelijk groeide het uit tot de experimentele radioshow Archivos De Radio Piedras: vijf uur tekst en muziek die Nicolas Jaar verspreidde via social media als Telegram. Het staat ook integraal op Bandcamp (de opbrengsten gaan naar zowel de Mapuche-Indianen als naar Palestijnen in Gaza).


Spookachtige waas

De beste tracks werden gedestilleerd en bewerkt tot deze twee cd’s. Eigenlijk belichten ze allebei een kant van Nicolas Jaar’s veelzijdige werk. Piedras 1 richt zich meer op songs: lome Latijns-Amerikaanse pop en elektronica met Spaanstalige teksten. Piedras 2 bestaat uit avantgarde ambient dingen en heel experimentele clubtracks (SSS1 tot en met SSS3). Een nummer als Radio Chomio is opgenomen met de Mapuche-artiest Eli Wewentxu. Jaar is geluidskunstenaar pur sang, dus alles klinkt fijnzinnig en loepzuiver. Maar er hangt ook een spookachtige waas over beide platen. Altijd is er een bizarre twist. Je hoort de meest gekke geluiden. Vervormde stemmen. Soms klinken de beats en geluiden alsof ze vanuit de kamer naast je komen, en tijdens een climax in een nummer breken ze door en komen helemaal binnen. Phew, maar allemaal erg lekker.

Airwaves

Dan het verhaal. Het is niet echt een lineaire vertelling, maar opgetrokken uit mysterieuze fragmenten. Archivos De Radio Piedras is een radioshow van een fictieve groep anarchisten: Los Ochos. Zij hebben de onderzeese internetkabels weten door te knippen, zodat de enige vorm van communicatie nog via de airwaves is. Het radioprogramma gaat over Los Ochos-kunstenaar Salinas Hasbún (die naam ontleende Nicolas Jaar overigens van zijn twee oma’s: Graciela Salinas en Miriam Hasbún). De kunstenaar verdween op mysterieuze wijze en liet een spoor van composities achter, die de Ochos spelen als ze de zaak proberen te ontrafelen.

Digitale bacterie

Tegelijkertijd speelt er een verhaal over een jongetje dat is verdwenen toen het door een tunnel vluchtte voor een brand. Hij graaft een put onder het dorp en komt uit in een grot, waar hij in de duisternis overleeft door de mineralen van stalactieten op te likken. (Eigenlijk wordt het nooit duidelijk of de jongen nou dood is of levend.) Op het einde vindt een van de Ochos de kunstenaar Salinas Hasbún terug, precies op de plek waar de jongen in het donker verbleef. Het is trouwens de prehistorische Chileense grot waar ooit de oudste bacterie ter wereld is ontdekt. Volgt u het nog? Geeft niet, want kort daarna teistert een digitale bacterie de wereld en wordt de radioshow gestopt in een digital blackout.

Magdalena

Nicolas Jaar ziet het verhaal vooral als een metafoor voor bijvoorbeeld het verdwijnen van personen onder Pinochet, maar ook voor het verdwijnen van plaatsen en gebieden tijdens de genocide in Palestina. In het nummer Rio De Las Tumblas (rivier van grafstenen) heeft Hasbún het over de Magdalena-rivier in Zuid-Amerika. Hij trekt paralellen tussen de kolonisatie van zijn vaderland en die in Palestina. Magdalena wordt dan Magdala, een oud-Joods stadje dat geheel vernietigd is. De nieuwe Arabische stad al-Majdal wordt ook weer met de grond gelijk gemaakt en vervangen door de Israëlische kolonie Migdal. Salinas Hasbún vraagt zich af: als je een stad of een plaats een andere naam geeft, verandert die dan in iets anders? De kracht van taal is een brute kracht. Het kan een instrument zijn van de bezetter of van het verzet. In het nummer Aqui stelt hij: “Si está escrito en los muros, no está escrito en papel.” (“Als het op de muren geschreven staat, staat het niet op papier.”) Alle karakters in de ingewikkelde radioshow vechten tegen systemen die hen eigenlijk uit wil gummen. Zodat uiteindelijk ook de waarheid verdwijnt.

Dit is geen vrolijk verhaal (al eindigt deel 1 met een Song Of Hope), maar wel indrukwekkend. Nicolas Jaar weet er een fascinerend geluidskunstwerk van te brouwen dat op twee cd’s misschien nog wel meer tot zijn recht komt dan in vijf uur radio.

Alle beste albums van 2024:

De Mannen Broeders – Sober Maal

Natuurlijk verschijnt deze recensie op zondag. Het album Sober Maal – de samenwerking van Tonnie Dieleman alias broeder Dieleman met Amenra-zanger Colin H. van Eeckhout – is namelijk gewoon een alternatieve kerkdienst. Eentje waarvan de rillingen je over de rug gaan. Je moet er wel voor werken (ik kom hier nog op terug).

De singer-songwriter broeder Dieleman uit Axel, Zeeuws Vlaanderen kennen we onder andere van het prachtalbum komma (dat destijds mijn 18 van 18 haalde). Het is hele andere koek dan de gitzwarte en keiharde post-blackmetal die de Belg Colin van Eeckhout maakt met zijn band Amenra. En tegelijkertijd ook weer niet. “Het enige verschil tussen wat ik doe en wat Amenra doet, is dat zij luider zijn en een distortionpedaal gebruiken. Maar vanbinnen is het hetzelfde”, zegt Tonnie Dieleman in een dubbelinterview met HUMO.

Ineen vouwen
Ze kenden elkaar van een gezamenlijk optreden bij Le Guess Who en een weekend dat Amenra organiseerde in Paradiso. De streng gereformeerd opgevoede Dieleman en de vrijzinnig getogen Van Eeckhout bleken een fascinatie voor symboliek, rituelen en de donkere kant van het leven te delen. Het was dus niet zo gek dat ze in 2022 de handen ineensloegen voor een bijzonder project. Of beter gezegd: de handen ineen vouwden, want Sober Maal is pure religie gestold in muziek. De titel verwijst naar een oudgereformeerd gebruik om een eenvoudige maaltijd te nuttigen ten teken van dankbaarheid en nederigheid. De muziek werd in vijf dagen opgenomen – tijdens de laatste lockdown – in de 18e eeuwse Doopsgezinde Kerk van Middelburg. En op 11 oktober 2024 zag Sober Maal het levenslicht.


Levensecht intiem
Zo sober als de titel is ook de muziek. In lange drone-achtige stukken – ze doen denken aan monotone psalmen – hoor je een spaarzame banjo of een lier. De vocalen zijn ingetogen, maar warm en emotioneel. Er is koorzang in Onze Lieve Vrouwe. En de kerk is een instrument op zich. Het kerkorgel – bespeeld door Pim van de Werken – heeft een prominente rol, bijvoorbeeld in de huiveringwekkende opener Alle Roem Is Uitgesloten. Opnameleider Tim De Gieter (bandgenoot van Colin van Eeckhout, maar ook actief in de metalband Doodseskader) liet kerkgeluiden als het omslaan van papier, krakende banken en klinkende voetstappen gerust staan in de mix. Dat maakt Sober Maal nog een stukje levensechter en intiemer. Kun je de muziek ergens mee vergelijken? Op een bepaalde manier klinkt het als de donkere folkdrones van Lankum en ØXN. Veel recensenten noemen Wovenhand als referentie (misschien vanwege die banjo?). Maar Sober Maal doet ook denken aan het vroege werk van Dead Can Dance (bijvoorbeeld Aion) of aan Sun O))). Niet bij iedereen komt het meteen binnen, misschien moet je de plaat wat vaker draaien voordat de echte schoonheid zich openbaart. Je moet even doorbijten, hard werken, net als bij een echte gereformeerde dienst.

Punkerpredikant
De pracht zit ‘m ook in de teksten die Dieleman en Van Eeckhout gebruiken. Die zijn een combinatie van eigen werk en historische bronnen. Alle Roem Is Uitgesloten is een lied van predikant Jan Scharp (1765 – 1828) op muziek van Johann Schopp uit 1641. Het maakt ook deel uit van het Liedboek voor de Kerken en het Gereformeerd Kerkboek. De tekst van Grafschrift is ook van Jan Scharp. Het veroorzaakte in 1786 een grote rel, want het ging over een katholieke priester. Colin van Eeckhout in HUMO: “Hij schreef het voor een net overleden collega met wie hij bevriend was, ook al mocht dat volgens de regeltjes van zijn geloof niet. Die Scharp, dat was in mijn ogen in feite een punker. Rage Against The Machine avant la lettre.” De Mannen Broeders vonden ook inspiratie in de werken van Omer August Gielliet, de in 2017 overleden Zeeuwse priester die ook al een rol speelde op komma. De lange nummers worden voorafgegaan door korte gedichten of monologen, waarin het lichte Vlaamse accent van Van Eeckhout en het lekker vette Zeeuwse dialect van Dieleman elkaar afwisselen.

De prachtige platenhoes – in elkaar geknipt en geplakt door de beide muzikanten – geeft de religieuze opzet nog een extra dimensie. Prominent is de foto van Vlaamse vluchtelingen die in de Eerste Wereldoorlog werden opgevangen in dezelfde Doopsgezinde Kerk als waarin Sober Maal werd opgenomen in coronatijd. Alles bij elkaar levert deze Zeeuws-Vlaamse samenwerking een heel indrukwekkend album op. Amen.

Alle beste albums van 2024:

JPEGMAFIA – I LAY DOWN MY LIFE FOR YOU

JPEGMAFIA – Peggy voor vrienden – stond vorig jaar in mijn 23 van 23 met het absurdistische en eclectische hiphopalbum Scaring The Hoes in samenwerking met collega Danny Brown. Peggy blijft vernieuwen en blijft tegelijkertijd herkenbaar. Dat tekent de grootste artiesten. Dus toen JPEGMAFIA op 1 augustus opeens zijn vijfde album I LAY DOWN MY LIFE FOR YOU dropte, waren de oren gespitst. Terecht, want de 34-jarige rapper en producer uit Baltimore (echte naam: Barrington DeVaughn Hendricks) maakte weer een topper.

Noem het onvoorspelbaar. Noem het onnavolgbaar. Het stuitert opnieuw alle kanten op, zowel sonisch als in lyriek. Misschien is dit album iets minder absurdistisch dan Scaring The Hoes, maar eclectisch des te meer. Allerlei denkbare genres passeren in duizelingwekkende vaart. Een nummer als vulgar display of power verwijst zowel in stijl als in titel naar de Braziliaans groovemetalband Pantera: harde gitaarriffs domineren. In de track JIHAD JOE klinken ook riffs, maar dan meer in de stijl van doommetal. De track Exmilitary refereert naar een mixtape van dezelfde name gemaakt door industrial hiphop-trio Death Grips. Alleen is JPEGMAFIA hier wat ingetogener dan de geluidsterroristen – hij kiest voor een soulvibe die ergens doet denken aan Wu Tang Clan (ik kom hier nog op terug). We kijken overigens halsreikend uit naar een échte samenwerking tussen Death Grips en Peggy! Verder klinkt er 170 bpm baile-funk in de track it’s dark and hell is hot met de Braziliaans DJ RaMeMes, maar ook dat weet JPEGMAFIA weer een maffe wending te geven. Er klinken musical, folk en easy tune op Don’t Put Anything On The Bible met zangeres Buzzy Lee en uitsmijter i recovered from this kun je met een beetje goede wil aanduiden als 60’s psychedelica.

En dan is er nog een partij soul, funk en jazz! Zo komt gastrapper Denzel Curry langs in JPEGULTRA. Als hij zichzelf aankondigt, horen we samples van uit het jazzrock-nummer Get Up! door Akira Ishikawa. Samples uit de soulklassieker After Laughter (Comes Tears) van Wendy Rene zorgen voor die Wu Tang-vibe op Exmilitary. Het nummer I’ll Be Right There drijft op een fijne strofe uit Don’t Walk Away van Jade. En dan de track either on or off the drugs… De versnelde stukken uit Turn On The Lights van AI For The Future zijn adembenemend!

Tekstueel is het net zo’n allegaartje. De titel I LAY DOWN MY LIFE FOR YOU dekt de lading helemaal. In Peggy’s scherpe staccato raps komt het hele spectrum aan bod. Persoonlijke ervaringen worden afgewisseld met politieke statements, harde grappen (“the only time I fuck with amateurs is if it’s porno”) en soms foute stellingnames. Dat begint al in de opener i scream this in the mirror before i interact with anyone (wat een geweldige titel trouwens). “If I was a NBA-player, I’d be Dillon Brooks. But worse”, trapt JPEGMAFIA af. Het is een verwijzing naar de Amerikaanse bad guy-basketballer. Even verderop komt de beef tussen Kendrick Lamar en Drake aan bod. Maar hij besteedt ook aandacht aan de genocide in Gaza. Samen met gastrapper Vince Staples geeft hij een lesje burgerrechten en ‘new Black history’ op de gelijknamige track. Er zijn ook persoonlijke ontboezemingen. In Exmilitary praatzingt Peggy over zijn tijd in het leger. Hij kreeg eervol ontslag nadat hij grensoverschrijdend gedrag van zijn meerdere aankaartte. In either on or off the drugs vertelt de rapper over zijn worstelingen met middelen.

Zoveel verschillende onderwerpen, zoveel verschillende klanken, en dat gebracht met de hyperenergie van een punker op speed. Het doet allemaal een beetje ADHD-achtig aan, maar je kunt niet stellen dat het op I LAY DOWN MY LIFE FOR YOU ontbreekt aan focus. Integendeel: het is JPEGMAFIA’s album met de meeste richting. Zo voelt dat in ieder geval. Ik kan je alleen niet precies uitleggen waar die richting toe leidt…

Alle beste albums van 2024:

Henrik Meierkord – Visitors To Erinnerungen

Wat maakt jou tot de persoon die je bent? De Engelse filosoof John Locke (1632 – 1704) formuleerde daar een antwoord op in zijn Essay Concerning Human Understanding: je bent wie je bent door de gedachten die je hebt en het verleden dat je je herinnert. Volgens Locke is het geheugen een ‘magazijn van kennis’, waarin we informatie uit onze zintuigen opslaan die we later weer kunnen gebruiken. Maar de Schotse filosoof David Hume (1711 – 1776) beschouwde het geheugen als verbeelding. Hume stelde dat we ons verleden niet onthouden, maar herinneringen construeren op basis van eerdere ervaringen.

Magazijn of constructie, waarschijnlijk is het geheugen allebei. Maar de blik van Locke en Hume is te nauw. Zij bekijken herinneringen als alleen iets van een individu, terwijl het ook altijd wordt beïnvloed door anderen. Dat stelt de Duitse literatuur- en cultuurwetenschapper Aleida Assman in een boeiend interview met Filosofie Magazine: Om te herinneren heb je altijd een ander nodig. Samen met haar man, egyptoloog Jan Assman, ontwikkelde ze het idee van een collectief geheugen. Die ‘ander’ die het geheugen beïnvloedt, kan ook heel abstract zijn. Het kan gaan om mensen, maar ook om ingebeeld personen, symbolen, voorwerpen, gebouwen en culturen. Of om remixers (ik kom hier nog op terug).

Dat roept veel vragen op als je weer de stap terug maakt naar jezelf. In hoeverre is een individuele herinnering nog authentiek? Herinner je je wat er werkelijk gebeurd is of herinner je de foto’s die van een gebeurtenis zijn gemaakt of de verhalen die erover worden verteld? Zijn dat niet bewerkingen van de werkelijkheid? En als je dat dan doortrekt, bestaat er dan überhaupt wel verschil tussen feit en fictie?

Eigenlijk zijn het dit soort vragen en gedachten waarover het een uur en twaalf minuten lang gaat op de twee cd’s Visitors To Erinnerungen van Henrik Meierkord en een keur aan collaborators. Henrik Meierkord is een componist en cellist uit Stockholm. Als componist maakt hij werken die balanceren tussen meditatief ambient en ontregelend in de traditie van modern klassiek en avantgarde (denk Karlheinz Stockhausen, denk Arnold Schönberg). Als cellist brengt hij vaak intieme en intense emoties in. Zijn instrumentale stukken gaan vaak over het onbewuste, over tijdsbeleving of over dromen en meditatie, maar Meierkord wordt gelukkig nooit vaag of zwaar. Zijn output is overigens immens. In 2024 heeft hij negen (!) albums uitgebracht plus nog een zooi EP’s en singles.

Een van zijn beste werken is het beklemmende Erinnerungen. Toen hij dat voltooid had, vroeg Henrik Meierkord twaalf remixers annex producers annex geluidskunstenaars om hun eigen herinneringen te verkennen en te laten versmelten met zijn track – om zo te werken aan een soort muzikaal collectief geheugen met nieuwe emotionele dieptes. Het gaat om grootheden uit het wereldje, met illustere namen als Glåsbird, Moss Covered Technology, Wil Bolton, Distant Fires Burning (de Belgische Gert De Meester), Ümlaut (Jeff Düngfelder die ook tekende voor het prachtige artwork) en Logic Moon.

De twaalf ‘bezoekers’ kregen volledig de vrije hand in het bewerken of omzetten van Erinnerungen. Zo ontstonden twee hele complete cd’s. Je hebt nergens het gevoel dat je weer naar hetzelfde stuk zit te luisteren. Integendeel: de muziek gaat alle kanten op. Zo vertimmert Autistici het tot een verontrustend stuk abstracte geluidskunst. In de bewerking van Wil Bolton rijzen de Erinnerungen-klanken van Meierkord rustig op uit een zee van ruis. Jupi/ter maakt er onheilspellende bombast van. De subtiliteit van OdNu doet denken aan die van Coil. En heel bijzonder is de Ancient Memory-mix van Ümlaut vol mijmerende samples van spoken word tussen noise- en celloklanken. Aan het einde van deze boeiende reis door het collectieve geheugen hoor je als uitsmijter de originele versie van Henrik Meierkord.   

Dan blijf je achter met een herinnering aan de uitspraak van een andere filosoof: Søren Kierkegaard (1813 – 1855). “Wanneer het geheugen steeds weer wordt opgefrist, verrijkt ze de ziel met een massa details.” Vistors To Erinnerungen is een prachtplaat.

Alle beste platen van 2024:

Rachel Chinouriri – What A Devastating Turn Of Events

Als je als zwarte vrouw muziek maakt, wordt je al snel bestempeld tot soul of r&b. Of nog erger: urban. Wat een onzin. Rachel Chinouriri opereert liever ergens tussen lichte grunge en 90’s en 00’s britpop in, maar vooral in de lijn van Lily Allen. Dat is lekker, maar zeker niet licht verteerbaar!

Ze kiest haar eigen tempo. What A Devastating Turn Of Events is Chinouriri’s debuutalbum. Toch timmert ze al veel langer aan de weg. Al in 2018 bracht ze haar eerste single uit: So My Darling. Die werd vier jaar na dato een vette hit nadat het viral ging op TikTok. Ze rook haar kans en bracht het nummer opnieuw uit in een akoestische versie en dat leidde tot een slordige vijftig miljoen streams op Spotify (ik kom hier nog op terug). Voorprogramma’s bij Lewis Capaldi en Louis Tomlinson en een rondgang langs de Britse festivals deden de rest. Nog voordat Devastating Turn uitkwam was Rachel Chinouriri al een hele grote!

Geëngageerd artieste
De 26-jarige zangeres is geboren in Croydon, Zuid-Londen als dochter van immigranten uit Zimbabwe. Ze kreeg van jongs af aan te maken met institutioneel racisme. Als een van de weinigen van kleur werd ze gepest op haar highschool. Ze ging vervolgens naar de BRIT School (de rockacademie in Croydon waar onder andere ook Amy Winehouse, black midi, Kae Tempest en FKA Twiggs studeerden), maar daarna volgde dat verkeerde r&b-en urban-stempel. Ach, het vormde Chinouriri eigenlijk vooral tot geëngageerd artieste. Zij stond dit jaar vooraan in de boycot van het prestigieuze SXSW-festival in Texas, omdat dat een deal aanging met het Amerikaanse leger – dat Israël steunt in de genocide van Gaza. De financiële aderlating nam de zangeres voor lief. Iets van die principiële standvastigheid is ook te zien op de hoes van Devastating Turn. Ze poseert vol black pride voor een huis waaruit allemaal vaantjes hangen met daarop het Saint George’s Cross, de door ultrarechts gekaapte vlag waar alleen maar ‘echte’ Engelsen mee zouden mogen prijken. ‘Fuck you!’, lijkt de zangeres te zeggen. ‘Ook ik ben Engels. Ik blijf hier!’    


Mengelmoesje aan invloeden
Rachel Chinouriri klinkt dan ook door-en-door Engels. Associaties zijn er genoeg, van Oasis tot Sugababes en van Coldplay tot Kate Nash of The Libertines. Lily Allen had ik al genoemd. Rachel Chinouriri is zelfverklaard fan. Daarnaast hielpen nummers als 1901 van Phoenix en Sex On Fire van Kings Of Leon haar door moeilijke tijden heen, zo vertelde ze in een interview aan NME. Dit mengelmoesje aan invloeden is goed te horen op de eerste helft van de plaat met popsongs als Never Need Me, It Is What It Is of All I Ever Asked (dat overigens ook al op een van haar eerste EP’s stond). The Hills is meer grunge-georiënteerd, net als Cold Call later op de plaat. In de opener Garden Of Eden blikt ze terug op haar jeugd in de wijk The Garden (de klik van de cassetterecorder ergens halverwege het nummer brengt je ook auditief naar de nostalgische nineties) en in het fantastische Dumb Bitch Juice beklaagt ze zich over de foute mannen in haar leven. Het nummer wordt afgekondigd door BBC Radio 1 dj Clara Amfo: “That was Rachel Chinouriri, DBJ. Which if you didn’t know stands for “dumb bitch juice”. Very dumb, talk about sipping, I’ve guzzled that juice, man, my gosh. How many years sober am I now from dumb bitch juice? … Good luck and Godspeed to everybody in the struggle!”

Laatste noten
Daarmee kondigt de dj een omslag aan. Vanaf hier wordt de plaat donkerder. Het tragische titelnummer gaat over een nicht in Zimbabwe. Ze raakt ongewenst zwanger en haar vriend verlaat haar. De schande en het stigma zijn zo groot dat alleen zelfmoord nog een uitweg biedt (what a devastating turn of events indeed…). Direct daarna komen My Blood, over depressie en automutilatie (“It’s my blood in the makeup drawer”), Robbed, een rustige gitaarballad over verlies van een dierbare, en I Hate Myself. Inmiddels is het tempo behoorlijk gedaald. Zo komt de stereotype fluisterzang van Chinouriri nog beter tot zijn recht. De kleine Rachel groeide op in een huis met ‘papieren muren’ en leerde zich deze manier van zingen aan om haar ouders niet te storen. Zo bouwt de plaat langzaam af naar de  laatste noten. Die zijn van de al eerder genoemde akoestische Spotify-versie van So My Darling, waarmee de zangeres twee jaar geleden doorbrak. Dan is de cirkel weer rond.

Alle beste albums van 2024:

A Lily – Saru I-Qamar

Deze prachtplaat is opgetrokken uit dromen en spoken. Over dromerige Aphex Twin-achtige ambient klanken hoor je stemmen uit een ver verleden. De spoken zingen over heimwee en verdriet.

A Lily is een wonderbaarlijk project van de in Malta geboren en getogen James Vella. Hij is labelbaas van het bijzondere Phantom Limb, maar ook schrijver en zanger/gitarist bij de postrock-band Yndi Halda uit Canterbury. Al decennialang brengt hij af en toe elektronisch werk van A Lily uit en dit jaar voor het eerst op zijn eigen label (ik kom hier nog op terug).

Ghana

Saru I-Qamar is opgebouwd rondom stemmen van Maltese emigranten uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Rond die tijd kon je gerust spreken van een diaspora. Uit economische redenen, maar soms ook politieke (toen Malta nog een Engelse kolonie was onder het regime van premier Dominic Mintoff), vetrokken vele Maltezen naar bijvoorbeeld Engeland, Amerika, Australië of Nieuw-Zeeland. Ze stuurden geen brieven, maar cassette-post naar het thuisfront om te vertellen hoe het was in de ‘nieuwe wereld’. (Een generatie later werden dat VHS-banden.) Op de cassettes namen ze zogenaamde ‘ghana’ op. Dat zijn traditionele Maltese liederen op welke melodieën ze teksten over het dagelijks wel en wee improviseerden. Liederen van heimwee en van hoop, vol verdriet en verlangen – en in het Maltees natuurlijk, een voor ons onbegrijpelijke taal die nu bijna nergens meer wordt gesproken. Het is muziek waarin de Arabische wortels van Malta doorklinken.

Dialoog

De organisatie Magna Żmien verzamelde die cassettes en digitaliseerde een groot aantal, om zo de Maltese cultuur te archiveren. James Vella benaderde Magna Żmien in 2022. Hij mocht met de tapes aan de slag. Eerst wilde hij hedendaagse zangers en zangeressen de liederen opnieuw laten opnemen – omdat de geluidskwaliteit van de oorspronkelijke banden te wensen overliet – en dat laten begeleiden door traditionele instrumenten uit Malta. Gelukkig schoot hij dat idee snel af! Hij besloot de stemmen uit het verleden zoveel mogelijk onbewerkt te gebruiken, ze hooguit alleen wat op te poetsen – onder andere met autotune – of wat te vertragen of versnellen. Dan pasten ze soms beter bij de geheimzinnige elektronische klanktapijten die hij erbij produceerde. Het resultaat is heel bijzonder. Het heden gaat een dialoog aan met het verleden van Malta. In die zin past deze release helemaal binnen de recente focus van het label Phantom Limb: een mix van traditioneel en experimenteel elektronisch.

Spookstemmen

Een van de spookstemmen – die meermalen terugkomt – is van een vrouw waarvan we alleen de voornaam weten: Żeżina. Zij zingt bijvoorbeeld op de opener Żeżina Ddoqq is-Shab (“Żeżina treedt op voor de wolken”). Wat er precies gebeurt is, weten we niet. Ze verzucht: “Mindu rabbejtli l-mustaċċi kemm sirtli mqareb. U naqbadhomlok, naqtagħhomlok, u nbigħhomlok.” (“Sinds je een snor hebt, ben je stout. Dus ik pak ‘m, knip ‘m af en verkoop ‘m.”) Maar een van de meest bijzondere opnames van Żeżina klinkt op Sirna I-Qamar. De vrouw weet niet dat ze nog wordt opgenomen en begint spontaan (onbespied) te neuriën en te giechelen. Heel mooi en melancholisch: dit woordloos gezang is misschien wel het meest veelzeggend op deze plaat. Een van de geheimzinnigste tracks is Nitolbu Lil Dawk Li Lejlu (“Wij bidden voor hen die door de nacht gaan”), omdat de stemmen hier helemaal vervagen in de elektronische bedding. Meerdere generaties ontmoeten elkaar in de laatste minuten van het album. Issa, Kuljum, Għal Dejjem Żgħażagħ (“Nu, elke dag, voor eeuwig jong”) eindigt met opnamen van een feest waarop een oude dronken man een vrolijk lied zingt op een feest vol jongeren. Het is een beetje symbolisch voor deze plaat: toen en nu ontmoeten elkaar.

Heimweeberichten

De prachtige beelden bij de tracks op Saru i-Qamar zijn gemaakt door videokunstenaar Nicholas Bonello. Hij gebruikte de familie van Vella (ook op de albumhoes), die uitvloog over de wereld. Deze plaat is een persoonlijk verhaal, maar daarom zo universeel. Via de ‘heimweeberichten’ – die schijnbaar uit de ether van een andere dimensie worden geplukt – komen de vertrokkenen weer tot leven. Of de doden. Ze zijn aanwezig, maar blijven onbereikbaar. De titel van het album spreekt boekdelen, want “saru I-Qamar” betekent letterlijk “zij werden de maan”.

Alle beste albums van 2024:

cupcakKe – Dauntless Manifesto

Geil, goor en grappig: explicit lyrics to the max! Die kunnen alleen maar komen van de vrouw die zich niet Bukkake, maar cupcaKKe noemt. Ze excelleert op Dauntless Manifesto. En om dan in stijl te blijven: ik ga hier zo lekker op!

“Pee down my throat!
N***a, give me that gold!
Then have your cum follow the Yellow Brick Road.
I’m the Wizard of Cocks all across the globe.
I’m a wash that dick if your cum got loads.”

Dat soort teksten. En dan begeleidt door gorgelgeluiden…

cupcaKKe is de 27-jarige Elizabeth Eden Harris uit Chicago, Illinois. De femi-rapper annex comédienne – want zo mag je haar wel noemen – bracht al tracks uit op haar twaalfde, maar brak definitief door toen in 2015 video’s bij nummers als Vagina en Deepthroat viral gingen. Met het debuutalbum Cum Cake (2016) en opvolger Queen Elizabitch (2017) werd de toon gezet: cupcaKKe’s vunzigheid bereikte absurdistische proporties – ze werd wereldberoemd met de uitroep “smack my ass like a drum” – maar tussen alle lol kraakte ze soms hele serieuze noten. Zo werd Picking Cotton een keiharde aanklacht tegen racisme en politiegeweld. Ace Hardware en Birth Mark gingen over armoede en het verlies van een ongeboren baby. En met het nummer LGBT steunde ze de queer community in de VS.

Gaandeweg haar carrière kampte cupcaKKe met depressies en gokverslaving, en begin 2019 leek ze er helemaal de brui aan te geven. Gelukkig kwam er een doorstart (ik kom hier nog op terug). Ze startte als kind al met een achterstand. De jonge Elizabeth werd opgevoed door haar moeder in armoe en tussen haar vierde en haar zevende verbleef ze in jeugdopvang. Bovendien werd ze in elkaar geslagen en verkracht door haar vader, een pastor nota bene. In januari 2019 kondigde ze op Twitter aan dat ze zelfmoord ging plegen. Ze kon het gevecht met het leven niet meer aan. Gelukkig kwam het niet zo ver. Ze liet zich opnemen in het ziekenhuis. Het herstel duurde bijna een jaar, maar aan het einde van 2019 kreeg de doorstart vorm in twee singles: Grilling N****s en Lawd Jesus. Het tekent de dualiteit in cupcaKKe. Er volgden nog meer tracks en op 28 juni 2024 verscheen haar eerste album in zes jaar.

“That dick so hard, it’s like an activist, it’s woke as fuck”
“This pussy don’t gangbang, but it accidently turned that Crip to a Blood”
“You better lift your ass like they cancelled your Uber truck”
“Twinkle, twinkle, little star / He gon’ make this pussy fart”
“One hole, two holes, three holes, go / Pussy, ass, mouth, it can get one more”

En op de wijs van Tom’s Diner jengelt ze: “Call me Whore-a the Explorer / I’m looking for the n****s who could afford her”.

Ik lach me rot. Dauntless Manifesto staat vol met dit soort gore onliners. Er is ook absurde humor. In het nummer Dementia vraagt een vrouw zich af waarom haar vriend haar nooit meer belt. Het antwoord? “Dementiaaaaaaa!” In DUI vertelt cupcaKKe dat ze wordt staande gehouden voor rijden onder invloed. Maar ze heeft niet gedronken. Het is zaad. “I look drunk because he came in my eye.” De muziek is soms net zo ranzig. Zo zijn er regelmatig samples van slurpgeluiden. Gekreun klinkt alom.

Het is allemaal fijn ondeugend, maar wat vooral bijblijft is hoe scherp cupcaKKe’s flows zijn. De ervaren rapper geeft iedereen het nakijken. Ze zit vol creatieve invallen en die komen er uit met een gemak waarvan je versteld staat. Het plezier spat ervan af en dat is goed om te horen. Na jaren ‘stilte’ is cupcaKKe nog steeds de baas. Dat weet ze zelf ook: “I’ve been gone for years, and still nobody fucking with me”, rapt ze in Grilling N****s II, de opener van het album. Ze levert haar beste album ooit af, omdat ze ook muzikaal een stappen verder. Dat hoor je meteen in de openingstrack. Wat een energie! Dat is nog pure hiphop. Daarna maakt ze uitstapjes naar bijvoorbeeld latin pop in Water Balloon, met nota bene een akoestische gitaar. Er is harde hyperpop op de banger Aura, zwaar beïnvloed door haar vriendin Charli xcx. Op Connect 4 domineren synths en 808’s. DUI is dan weer een opwindend stukje Braziliaanse Baile-funk inclusief zware bas.

Natuurlijk is Dauntless Manifesto niet alleen maar een lachwekkende sekstrip. Al op de vierde track worden we in het diepe gegooid in het anti-suïcide anthem Rock Paper Scissors. Het tempo daalt en de dramatiek stijgt. Het is extra intens als je haar geschiedenis kent. Gelukkig is het goed gekomen met cupcaKKe. Cruella is haar meest politiek bewuste nummer ooit. Hier zet ze haar getormenteerde geest om in een krachtig Black Pride-manifest. Mooi!

Alle beste albums van 2024:

Kee Avil – Spine

Nee, geen speakers. Zet je koptelefoon op! Spine is voor fijnproevers van sound design en subtiele stemkunst. De tweede boreling van Kee Avil is een verontrustend mooi album geworden. En intiem: het is alsof ze haar dagboekaantekeningen in je oor fluistert (ik kom hier nog op terug).

Kee Avil is de alias van de vanuit Montréal opererende zangeres, multi-instrumentalist en producer/soundwizard Vicky Metter. Over haar debuutalbum Crease (2022) deed ze drie jaar, maar Spine maakte ze in een paar maanden tijd. Dat eerste album was ambitieus, moest allesomvattend worden en dat was ook best wel gelukt. Maar Spine is veel meer to-the-point en daardoor sterker. De kracht zit in de beperking. Kee Avil en producer Zack Scholes legden zichzelf heel stoïcijns op dat elke track – naast vocalen – uit niet meer dan vier elementen mocht bestaan: gitaar, elektronica en twee andere instrumenten.

Vooral die elektronica is spectaculair. Het geluid wordt de ene keer opgetrokken uit clicks en glitches en dan weer lijken er insecten over een contactmicrofoon te tokkelen. Af en toe barst er een orkaan aan white noise los, die zich dan weer laat temmen in een of ander industrieel ritme. Er zijn onderwatergeluiden, grommende monsters, stofzuigers, ratelende kettingen en tikkende klokken. Ze vormen vaak subtiele percussie. Daaroverheen hoor je dan gitaardrones en feedback, een double bass of een triphop-drum. En dan maakt ze ook nog gebruik van eigengemaakte field recordings. Alles klinkt loepzuiver. Het lijkt of Kee Avil en Zack Scholes prima weten waar Abraham de mosterd haalt: bij de soundwizards van Coil! Maar we horen ook Art Of Noise en hyperpop-producer SOPHIE als invloeden. Toe maar. Voor minder doen ze ’t niet. De sfeer op Spine is zo mysterieus en sprookjesachtig als op de beste platen van Coil, maar je kunt ook denken aan het album Tilt van Scott Walker. Of Deceit, want zelf noemt Kee Avil de band This Heat als inspiratiebron. Het prachtige artwork van Jacqueline Beaumont en fotografe Fatine-Violette Sabiri sluit trouwens helemaal aan op die enge en beetje zieke sfeer op het album.

Als we toch aan namedropping doen: Haar stem houdt dan weer het midden tussen Jenny Hval, Regina Spektor en Billie Eilish, met trekjes van Björk. Ook dat is niet mis, al klinkt ze soms een beetje gereserveerd. Slimme geluidskunstenaars als Kee Avil en Zack Scholes zijn, hebben ze de stem helemaal voorin de mix gezet. Zo lijkt het alsof ze ín je oor staat te fluisterzingen – en soms hoor je niets meer dan het verplaatsen van lucht door haar larynx. Pfff. Het maakt de plaat heel intiem, wat een apart contrast vormt met die wat afstandelijke manier van zingen. Of nodigt ze ons juist uit om dichterbij te komen en nog nauwer te luisteren? Dat doen we graag. Dan zetten we onze koptelefoons weer op en draaien we dit mysterieuze werkje gewoon nog een keer.

Alle beste albums van 2024: