Roos Rebergen & SunSunSun Orchestra – Roos Rebergen & SunSunSun Orchestra

Wie is er nou nooit verliefd geworden op Roos Rebergen? Ik werd dat kort voor zij en haar band Roosbeef hun tweede plaat Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten uitbrachten in 2008. Vanwege haar knalrood geverfde haar en haar karakteristieke stem, maar vooral vanwege de volstrekt originele en authentieke teksten. Die hebben een fijne naïviteit, maar zijn tegelijkertijd diep filosofisch. Roos weet te raken. De teksten zitten vol onverwachte wendingen. Ze zijn krachtig, kwetsbaar en knettergek.

De Belgische muzikant Tom Pintens was toen al lang verliefd geworden (net als ik: niet romantisch maar muzikaal). Hij zag Roosbeef in Zwolle, toen hij daar speelde met Zita Swoon. Hij vroeg of ze nog een producer zochten. Ja dus. Na die debuutplaat bleef de Vlaamse multi-instrumentalist, componist en arrangeur een kernlid van Roosbeef – naast zijn werk in Zita Swoon, Tamino en Het Zesde Metaal.

Mentor

Ook bleef Tom Pintens mentor van Roos Rebergen. Als ze een liedje had, ging ze eerst naar hem. Dan hielp hij haar verder. Het was ook door Tom Pintens dat ze van Utrecht verkaste naar Antwerpen. Hun symbiotische relatie kwam vorig jaar veel te vroeg ten einde. In augustus 2023 overleed de muzikant aan darmkanker. Hij werd maar 48 jaar. Roos was radeloos, want er stond een tour met Roosbeef in de planning maar het voelde verkeerd om een vervanger voor Pintens te zoeken. Ze herinnerde zich hoe ze aan zijn ziekbed zat. Ze vond het een beetje ongepast dat ze over haar toekomst zat te tobben, terwijl Tom zo ziek was. Maar hij vond dat niet zo gek. “Zet je niet vast”, was zijn advies. “Ga met veel mensen samenwerken. Ga doen wat je leuk vindt.”

Zonnetjes

Nieuwe wegen inslaan werd onvermijdelijk. Zo kwam ze uit bij Tim Vandenbergh, orkestleider van SunSunSun Orchestra. Ze had in 2013 en 2019 al eens met het orkest gewerkt. Yumika Lecluyze en Jeroen Baert op viool, Karel Coninx op altviool, Seraphine Stragier op cello en Tim Vandenbergh op contrabas vormen een spectaculaire club. Internationale grootheden als John Cale en Einstürzende Neubauten deden projecten met SunSunSun Orchestra. Ook Zita Swoon, Tamino en Het Zesde Metaal hebben met de zonnetjes opgenomen. Daarnaast deden ze sessiewerk op platen van Clouseau, Stef Bos, Triggerfinger en Ozark Henry. Maar het liefst spelen ze experimenteel en avantgarde, van Arvo Pärt tot John Zorn, van Dimitri Sjostakovitsj tot Kraftwerk.

Betoverend

Roos Rebergen en Tim Vandenbergh namen het oeuvre van Roosbeef door om te kijken welke liedjes zouden werken met strijkers. Ze kwamen in ieder geval op de negen nummers die nu op het album staan. Vandenbergh schreef er alternatieve arrangementen voor. Daar ging SunSunSun mee aan de slag. Ze riepen de hulp in van Antoon Offeciers voor Fender Rhodes piano en andere elektronica.

Het resultaat is betoverend! Die unieke stem van Roos Rebergen is een gouden combinatie met de strijkers van SunSunSun Orchestra, en die uitgeklede arrangementen doen weer terugdenken aan die allereerste albums van Roosbeef – maar dan volwassen. De plaat is expressief, warm, sfeerrijk en soms emotioneel.

Moederschap

Roos’ gekke gelaagde poëzie komt hier meer dan ooit tot zijn recht. Weer valt op hoe briljant de teksten zijn. (Ik heb de neiging om deze recensie vol te pennen met citaten, maar ik hou me in.) Er zijn een paar fijne lyrische extraatjes op het album terechtgekomen. Het nummer Amerika wordt aangevuld met een stuk spoken word: Bang Zullen Ze Leven. En het nummer Dichtbij krijgt een poëtisch intro – met als subtitel Ik Zal Het Houden – waarin Roos Rebergen tot haar ongeboren kindje spreekt. Moederschap of de relatie moeder-kind staat centraal in het dubbelnummer en het besef dat ze haar kinderen ooit los zal moeten laten (ik kom hier nog op terug). Dat staat wel in contrast met de herbewerking van Rattenkop, geschreven voor de samenwerking met André Manuel: Tjing Ting uit 2016. Dat nummer gaat over haar eerste grote verliefdheid. En dan eindigt het album met We Hebben Alles, waarin Rebergen ingehouden begint maar uiteindelijk heel intens klinkt. Kippenvel. Van de laatste Roosbeef-cd is het nummer Vergeten Groente, dat ook weer gaat over moederschap: “Vergeten groente / droge kleren / Wanneer gaat je mama het leren? / Verloren brood en flauwe grappen / Wanneer gaat je mama het snappen?” 

Oneerbiedig gezegd: de switch van Tom naar Tim heeft goed uitgepakt. Maar het is gek dat mentor Tom Pintens niet meer meekrijgt wat Roos Rebergen met hun gezamenlijke erfenis heeft gedaan… Ik denk dat hij het prachtig zou vinden. Hij leeft door in deze prachtige liedjes.

Alle beste albums van 2024:

Tyler, The Creator – CHROMAKOPIA

“You are the light.
It’s not on you, it’s in you. 
Don’t you ever in your motherfucking life
dim your light for nobody!”

CHROMAKOPIA – de zevende plaat van Tyler, The Creator – begint en eindigt met woorden van zijn moeder Bonita Smith. En in de 53 minuten die daartussen zitten, geeft ze haar zoon levenslessen en adviezen. Die hij dan blindelings overneemt. Zoals bij die eerste. Maar we hadden ook nooit verwacht dat Tyler Okonma ook maar een moment zou dimmen. Hij was de puberale loudmouth die in 2007 – toen 16 jaar oud – debuteerde met hiphopcollectief Odd Future. Tyler was zo grofgebekt dat hem in 2015 de toegang tot het Verenigd Koninkrijk voor een jaar werd ontzegd. Maar rond die tijd werd de controversiële rapper ook volwassen. Naast al dat gevuilbek sloeg hij aan het croonen over de liefde én aan het filosoferen. Het leidde tot meesterwerken als Igor (2019) en Call Me If You Get Lost (2021). In die lijn ligt ook CHROMAKOPIA, alleen is die nóg ietsje beter.  

Dus we weten wat we van Tyler, The Creator kunnen verwachten: hiphop die zowel tekstueel als muzikaal alle kanten op schiet, moodswings tot kunstvorm verheven. Er zit geen lijn in, maar wél een verhaal – nee, dríe verhalen (ik kom hier nog op terug). Er klinkt agressieve undergroundrap op CHROMAKOPIA, maar ook bubblegum. We moeten – uiteraard – denken aan het oudere werk van Pharell Williams (de tongklik van Snoop Dogg’s Drop It Like It’s Hot wordt gesampled in Darling I) en Neptunes, maar ook aan Outkast. En er zijn verwijzingen naar Kendrick Lamar. (Ook tekstueel: Tyler noemt zichzelf ‘de op-een-na beste rapper ooit’… op Kendrick na dus.) Er is tongue-in-cheek jazz, pure r&b en neo-soul te horen, maar ook samples van de Black Sabbath-achtige riffs op Nizakupanga Ngozi van de legendarische Zamrock-formatie Ngozi Family. Alsof dat nog niet genoeg is, kent CHROMAKOPIA een gastenlijst waar je U tegen zegt. Schoolboy Q, Santigold, Childish Gambino, Lil Wayne, Teezo Touchdown, Sexyy Red, GloRilla, WILLOW en Daniel Ceasar doen mee. Maar de meeste indruk maakt Doechii op het fantastische nummer Balloon.

Die drie verhalen dan… De thema’s op CHROMAKOPIA zijn 1. volwassen worden tot aan een quarterlifecrisis (dat is een vervroegde midlifecrisis), 2. maskers dragen (of niet) en 3. de keerzijde van roem die zelfs kan leiden tot depressie. Net als op de eerdere meesterwerken kiest Tyler een personage om de verhalen te vertellen. Op Igor was dat Igor (duh), op Call Me If You Get Lost was dat de geperverteerde levensgenieter Tyler Baudelaire en nu draait het allemaal om Saint Chroma: een man met een masker een afro-kapsel als twee duivelshoorns. De protagonist wordt geïntroduceerd in de indrukwekkende opener van het album, waarin Tyler – over gospeluithalen en pulserende synths – aan het fluisterrappen slaat: “Listen close, I have something important to tell you”. Dan duiken we direct in Tylers’ psyche. In het bizarre nummer Noid komen zijn diepste angsten aan het licht. Het meest dramatisch is het nummer Like Him over zijn vader die hem in de steek liet. Tyler heeft hem altijd verkettert. Of ligt het verhaal toch anders? Na de break klinken weer woorden van moeder Bonita – misschien wel het pijnlijkste moment op het album. Zij vertelt dat zij het was die de vader afstootte en dat ze daar nu spijt van heeft.

Het is tekenend voor Tylers’ moodswings dat er daarna een tekstueel niemendalletje als Balloon volgt. Zo gaat het zo vaak op dit album: eerst rapt hij over hoe onzeker hij is om vader te worden om meteen daarna te roepen ‘kijk eens naar mijn Ferrari!’. Het maakt de man ongrijpbaar, maar uiterst fascinerend. Laten we hopen dat hij de woorden van zijn moeder in zijn oren blijft knopen:

“Don’t you ever stop bein’ who you are and dimmin’ your light for none of these motherfuckers out there!”

Alle beste albums van 2024:

Het verregaande escapisme van Johnny & Jones tijdens WO2

“Dinges oh Dinges
Dinges oh Dinges

Meneer Dinges weet niet wat swing is
Hij weet niet wat saxofoon voor een ding is
Omdat zijn radio kapot is
Wat voor de buren een genot is
Weet die Dinges niet wat swing of hot is”

Op 4 oktober 1943 werd Amsterdam door de Duitsers tot ‘Judenrein’ verklaard. Een paar dagen daarvoor waren de laatste Joden op transport gezet richting Kamp Westerbork. Daartussen zaten ook de 27-jarige Max Karnewasser en de 25-jarige Nol van Wesel. Ze waren bekend als een duo in de lichte muziek: Johnny & Jones. In 1938 brachten ze hun eerste singletje uit: Mijnheer Dinges Weet Niet Wat Swing Is.

Max (Johnny) en Nol (Jones) leerden elkaar kennen op de calculatieafdeling van De Bijenkorf en traden op personeelsfeestjes met The Bijko Rhythm Stompers. Max en Nol gingen samen verder en adverteerden in het Joodsch Weekblad: ‘Onze liedjes zijn zonnestraalen die U uit Uw zorgen halen’. Alles werd gebracht met een namaak Amewrikaans accent. Dat sloeg aan. Na Mijnheer Dinges speelden ze overal, tot de BBC aan toe. In 1938 waren ze betrokken bij de eerste experimentele televisie-uitzending van Philips en in 1939 stonden ze in de pauze van de voetbalinterland Nederland-België (die met 5-4 door de Belgen werd gewonnen).

Jodenster

Het ‘zoo populaire en vroolijke tweetal’ was vaak met het orkest The Ramblers te horen op de VARA-radio, totdat de bezetter in 1941 de publieke omroepen afschafte en ze werden vervangen door de Rijksradio. Bovendien moesten The Ramblers hun joodse leden ontslaan. Niet veel later kwam de verordening dat Joodse artiesten alleen mochten optreden voor Joods publiek. Maar Johnny & Jones waren zo populair dat veel niet-Joden een gele ster opspelden om het te kunnen zien. Dat gebeurde bijvoorbeeld in de Hollandsche Schouwburg. Het was de thuisbasis van Johnny & Jones, ook toen het allang het verzamelpunt was van waaruit Amsterdamse Joden werden gedeporteerd.

Verduisteringsmaatregelen

Johnny & Jones verwerkten op luchtige manier allerlei actualiteiten in hun liedjes. Ze zongen bijvoorbeeld Maak Het Donker In Het Donker over de verduisteringsmaatregelen. Het was een verregaande vorm van escapisme. In een Joods dagboek uit die tijd schreef iemand: “Veel mensen zijn van de aardbodem verdwenen maar toch amuseerden wij ons met de gekke liedjes van Johnny en Jones.”

Westerbork Serenade

Op 29 september 1943 was het ook de beurt aan Max en Nol en hun echtgenotes. Zouden ze tijdens die deportatie al geweten hebben dat hun ouders allang waren vermoord in Auschwitz en Sobibor? Of bleven ze in het ongewisse? In ieder geval probeerden Max en Nol er in Westerbork het beste van te maken. Ze traden daar ook op tijdens de Bunter Abend onder de naam Johnny und Jones. In Kamp Westerbork ging hun escapisme nog een stapje verder. Swingen met de dood voor ogen. Tot cynisme aan toe: “Hoe dunner je wordt, hoe kleiner je maat hemd. Hoe kleiner maar boord. Totdat je de stem van de engeltjes hoort.” De journalist Philip Mechanicus hield een dagboek bij in Westerbork. De voorstellingen van Johnny & Jones omschreef hij als ‘operettemuziek bij een geopend graf’.

Max en Nol mochten zelfs het kamp uit om zes liedjes op te nemen in Amsterdam. Een van die nummers was de Westerbork Serenade:

“Het is hier alles even fijn in Westerborg
De korte tijd dat het nog duurt mij ook een zorg
Het is hier alles even fijn, wat cabaret, een beetje gein
Een optimist dat moet je zijn
In Westerborg”


Waarschijnlijk hebben ze het ‘propagandaplaatje’ gemaakt in opdracht van kampcommandant Gemmeker.

Uitputting

Het heeft niet mogen baten. Kort daarna werden ze op de trein gezet richting Oosten. Ze belandden in concentratiekamp Theresienstadt. Getuigen hebben Johnny en Jones daar nog zien optreden. Van daaruit ging het naar Sachsenhausen, Auschwitz, Buchenwald en uiteindelijk naar Bergen-Belsen. Daar werd de uitputting hen fataal. Max Kanterwasser overleed op 20 maart 1945. Nol van Wesel stierf op 15 april 1945, op de dag dat de Engelsen het kamp hebben bevrijd. De lijken werden uit de barak gegooid en op een vrachtwagen geladen om te worden verbrand in het crematorium.

Er is dus niks over van Johnny & Jones, behalve die gekke liedjes. Hoe kunnen we hen beter herdenken dan door hun eerste singletje nog eens op te zetten?

“Dinges oh Dinges
Dinges oh Dinges”

Gevleugelde woorden in Berlijn

Kan het nog romantischer? We slenterden door Berlijn. Hand in hand. Het was einde 1989. De Muur was net gevallen. Maar van de euforie kon je soms niks zien. In het westen wandelden mensen langs porno en peepshow en stonden Mercedes en cola nog steeds op een voetstuk. In het oosten was het somber. Er viel natte sneeuw. We liepen door donkere, grijze straten waar gewoon nog hopen bruinkool lagen. Heel af en toe was er een verlichte kerstster in een donker raam. Dat was alles.

We voelden wel dat we op het kruispunt van de geschiedenis stonden, maar daar wilden we niks van weten. We kenden elkaar net en mijmerden over onze verliefdheid. Want we waren 20 jaar en héél erg verliefd. Ze was ook zo beeldschoon, met haar hennablonde haren en haar lange zwarte jas. Ik wist dat ze net zo van David Bowie hield als ik. Om haar nog verder voor me te winnen zong ik hardop Word On A Wing tussen de zachte sneeuw in de schaduw van de Muur:

“In this age of grand delusion
You walked into my life
Out of my dreams
I don’t need another change
Still you forced your way
Into my scheme of things”

Want zo ging het wel. Ze drong zich aan mij op en ik vond dat geweldig! Bowie’s nummer uit 1976 was in dat opzicht helemaal raak.

Het is het laatste nummer op kant A van het album Station To Station. Je zou eigenlijk ook een van de doorgesnoven liveversies uit de Isolar-tour in hetzelfde jaar moeten horen, want daar klinkt Bowie nog iets meer doorleefd. Luister maar naar deze opname gemaakt in het Nassau Coliseum.


Kippenvel, toch? De setting eromheen was ook zo mythisch. De Thin White Duke was zijn karakter toen. De hele lichtshow bestond uit wit licht en het voorprogramma was de film Un Chien Andalou uit 1929 van de surrealistische regisseur Luis Buñuel waarin met een scheermes een oogbal wordt opengesneden. In zijn muziek waren de eerste krautrock-invloeden al te horen, die David Bowie nog verder uitwerkte tijdens zijn zeer productieve ‘retraite’ in Berlijn kort daarna.

En we wisten het donders goed, hoor. Word On A Wing is godverdomme gewoon een gebed! We hoorden ‘m het letterlijk zingen: “Lord, I kneel and offer you my word on a wing”. Dat maakte de hele issue nog meer gelaagd. Liefde, seks, religie, filosofie en geschiedenis, alles kwam bij elkaar in dit Berlijnse moment zo kort voor de jaarwisseling.

Beklijfde de liefde? Lange tijd wel. Ik denk dat we vier jaar verkering hadden en daarvan woonden we twee jaar samen in Amsterdam. Het was knallen. Het was passie. Maar uiteindelijk verkruimelde de relatie en verloren we elkaar uit het oog. Sinds halverwege de jaren negentig heb ik niks meer van haar gehoord. De opkomst van internet en zoekmachines brachten geen heil. Blijkbaar liet zij zich niet Googelen. 

Leve LinkedIn. Deze week wist een familielid van haar mij te vinden. Ik schrok van de korte chat, maar ik mocht hem bellen en heb toen alles gehoord. Mijn Berlijnse liefde is onlangs in Utrecht overleden. Domweg gestorven in haar slaap. Uiteraard klonk David Bowie op haar uitvaart, zo vertelde hij desgevraagd. Haar veel te vroege dood geeft nu een extra dimensie aan de gevleugelde woorden in dit nummer. Nog een extra laag. De laatste dagen spoken zulke zinnen door mijn hoofd:

“Just as long as I can walk
I’ll walk beside you, I’m alive in you”

… is voor haar.

“It’s safer than a strange land,
But I still care for myself”

… is voor mij…

Dag mooie schoonheid. Rust zacht. Ik ga hier nog even door. In september reis ik weer af naar Berlijn. De precieze plek van mijn aubade ga ik nooit meer terugvinden. Daar is de geschiedenis al vele malen overheen geweest. Maar hoe dan ook ga ik daar aan je denken.

Jaaroverzicht 2023

Het was het natste en warmste jaar ooit. Bosbranden en extreme droogte teisterden de wereld. Oekraïne bleef onder vuur liggen van de Russen. Er brak een heftige oorlog uit in Gaza. In Nederland dreigt er een fascistoïde regering aan te treden, want het volk stemde vanuit een racistische onderbuik. LHBTQI+ers worden beschimpt op social media en in real life in elkaar geslagen. En corona is nog steeds onder ons. We leven in duistere tijden. Tegelijkertijd was 2023 een gloedvol en strijdbaar muziekjaar! Gelukkig maar. Dat biedt de hoop en troost die we zo hard nodig hebben.

Foto: Sjef Prins – APA Foto

Dus hou elkaar maar even vast en luister naar mijn 23 van 23. Je hoort heel veel positieve en gloedvolle soul (Gabriels, Kelela, Cleo Sol, Durand Jones en vooral ANOHNI and the Johnsons). De eclectische Young Fathers kunnen er ook wat van! Er zijn melancholische herinneringen aan de trotse stad Kyiv. PJ Harvey, John Cale en Peter Gabriel maakten na jaren stilte weer bloedmooie platen. En er zijn blije uitstapjes naar Tunesië, Japan, India, Brazilië, Oeganda en Nigeria. Het is mooi om te zien dat Engeland en Amerika de wereldheerschappij allang hebben opgegeven als het gaat om vooruitstrevende muziek. Alleen op het gebied van hiphop (Aesop Rock en JPEGMAFIA/Danny Brown) en techno (Speaker Music) spreken ze nog een woordje mee.

Hier is de gehele lijst. Lees de recensies in de links:

  1. ANOHNI and the Johnsons – My Back Was A Bridge For You To Cross
  2. Peter Gabriel – i/o
  3. Ruhail  Qaisar – Fatima
  4. John Cale – MERCY
  5. Tujiko Noriko – Crépuscule I & II
  6. Kelela – Raven
  7. Kara Jackson – Why Does The Earth Give Us People To Love?
  8. Young Fathers – Heavy Heavy
  9. Ambassade – The Fool
  10. Gabriels – Angels & Queens
  11. DJ K – Panico No Submundo
  12. JPEGMAFIA & Danny Brown – Scaring The Hoes
  13. Cleo Sol – Gold
  14. PJ Harvey – I Inside The Old Year Dying
  15. Model/Actriz – Dogsbody
  16. Heinali – Kyiv Eternal
  17. Durand Jones – Wait Til I Get Over
  18. Speaker Music – Techxodus
  19. It Dockumer Lokaeltsje – Trump Yn Makkum
  20. AUNTY RAYZOR – Viral Wreckage / MC Yallah – Yallah Beibe
  21. Matthew Herbert & London Contemporary Orchestra – The Horse
  22. Aesop Rock – Integrated Tech Solutions
  23. Deena Abdelwahed – Jbal Rrsas جبل الرصاص

Luister de hele 23 van 23 op Spotify:


Zoals altijd was het eigenlijk ondoenlijk om zo’n lijst te maken. Met pijn in mijn hart heb ik albums moeten buitensluiten. ‘Bubbling under’ zijn onder andere de fijne comebackplaat van – helaas nu duo – Depeche Mode (Memento Mori), Tirzah die goed uit de hoek komt op de plaat met de vreemde titel trip9love…??? en de samenwerking tussen Armand Hammer, billy woods en E L U C I D onder de naam We Buy Diabetic Test Strips. Ik was ook zeer gecharmeerd van de retro-disco van Jessy Ware op That! Feels Good! en van Roisín Murphy’s experimentele pop op Hit Parade (ondanks haar nare slip of the tongue op social media). Loraine James zorgde zoals altijd weer voor kwaliteit. Dus je moet zeker Gentle Confrontation gaan checken! Xiu Xiu maakte met Ignore Grief een fijne duistere plaat en de ‘gothic’ samenwerking tussen Maud the Moth en trajedesaliva (Bordando El Manto Terrestre) was superinteressant. En dan heb ik het nog niet eens gehad over Judith Parts uit Estland (met Meadowsweets) en Galya Bisengalieva uit Kazachstan (Polygon). Ach, zullen we tot slot dan maar Yves Tumor noemen met de langste albumtitel van 2023: Praise A Lord Who Chews But Which Does Not Consume (Or Simply, Hot Between Worlds).

Het is trouwens opvallend hoeveel oude knakkers dit jaar weer prima platen maakten. Naast Depeche Mode, John Cale, PJ Harvey en Peter Gabriel heb ik ook genoten van A Certain Ratio, Everything But The Girl, Sparks, Pere Ubu, Laibach, Sigur Rós, OMD, Lol Tolhurst/Budgie/Jacknife Lee, Madness, Vince Clarke, Arbeid Adelt! en Charles Hayward (met zijn band Abstract Concrete). Zelfs de Rolling Stones maakten weer een aardige plaat, voor het eerst sinds Tattoo You uit 1980…

De beste platen uit Nederland waren – naast Ambassade en It Dockumer Lokaelstje – van Piiptsjilling, Spinvis, Sophie Straat en De Jeugd van Tegenwoordig.

Foto: Sjef Prins – APA Foto

Song van het jaar

Hier wilde ik dus bijna de Rolling Stones met Lady Gaga noemen, met hun verrassend sterke Sweet Sounds Of Heaven. Verrassend goed was ook Christine and the Queens met het nummer Full Of Life (opgebouwd uit de kitscherige maar stiekem o zo mooie Canon in D van Johan Pachelbel). Olijke tracks als De Duck van Prins S en de Geit en Vrouw Van De Dominee (vertaling van Son Of A Preacherman) van Thijs Boontjes mogen niet onvermeld blijven. Maar dé song van het jaar Bull Believer van Wednesday!! Heerlijk, hoe een traditionele rocksong kan ontsporen in ontregelde noise. Luister maar:


Clip van het jaar

Om Putin te pesten zou ik hier de recente clips van Pussy Riot moeten noemen (Dance With The Devil, maar vooral de kortfilm Putin’s Ashes). Maar eerlijk is eerlijk, de allerbeste clipmakers van 2023 zijn de postrockband Squid. The Blades is fascinerend, maar de dromerige drukte in Swing (In A Dream) is helemaal adembenemend!
Ach, weet je, ik doe ze gewoon allebei (#FuckPutin).


Muziekboeken

Ik heb dit jaar veel te weinig muziekboeken gelezen, maar ik kan we een top 3 samenstellen. Op 3 staat dan de recensiebijbel van OOR met mooie illustraties van Typex. Op 2 zet ik Nick Soulsby met Everything Keeps Dissolving – Conversations With Coil, met een dwarsdoorsnee uit interviews die mijn helden John Balance en Peter ‘Sleazy’ Christopherson gaven tussen 1983 (toen ze Coil begonnen) en 2004 (na de dood van Balance).

Maar het beste boek vormt de geschiedenis van labeleigenaar Stevo en Some Bizzare Records in Conform To Deform van Wesley Doyle. Lees alles – in hun eigen woorden – over Soft Cell, Coil, Foetus, The The, Test Dept en Einstürzende Neubauten. Ik raakte zo geïnspireerd dat ik er m’n eigen Spotify-lijstje bij maakte:


Re-releases, compilaties

Ach, ik heb maar even een Top 10 van de beste re-releases gemaakt. Met opvallend veel heruitgebracht werk uit de jaren tachtig. Zelf werd ik wel een beetje emotioneel van het wederzien met From Brussels With Love, de plaat met onder andere Thomas Dolby, Harold Budd, Michael Nyman en John Foxx – waar ik in mijn puberteit zoveel uur mee heb doorgebracht.

  1. De La Soul – Three Feet High And Rising
  2. Soul’d Out: The Complete Wattstax Collection
  3. Blacklips Bar: Androgyns and Deviants, Industrial Romance for Bruised and Battered Angels, 1992–1995
  4. From Brussels With Love
  5. Chet Baker – Blue Room (The 1979 VARA studio sessions in Holland)
  6. Marlene Dietrich – Best MARLENE DIETRICH Movie Themes & Songs
  7. De Toekomst Laat Me Koud, De Nieuwe Nederlandse Golf 1980 – 1985
  8. Sonic Youth – Live In Brooklyn, Ny.
  9. Nasmak – 4our Clicks
  10. Holger Hiller – Ein Bündel Fäulnis In Der Grube
Foto: Sjef Prins – APA Foto

Concerten

Dit jaar heb ik behoorlijk veel acts zien voorbijkomen in Arnhem en in Nijmegen. Memorabel waren gothic queen Zola Jesus die de Stevenskerk tot in haar voegen deed galmen, in haar eentje achter de piano, en de industriële takkeherrie van Ruhail Qaisar voor twintig à dertig mensen in een kleine galerie. Paul Weller was erg goed in Doornroosje, met een dwarsdoorsnee uit werk van The Jam, The Style Council en solo. Zeer indrukwekkend waren John Cale in Paradiso Amsterdam en Peter Gabriel in Köln. Maar doordat ik bij die laatste was, heb ik misschien wel het concert van het jaar moeten missen: Young Fathers live op Best Kept Secret. Gelukkig staat het optreden integraal op YouTube. Waar ik voor de beeldbuis ook erg van heb genoten? Rick Astley (ja die!) en The Blossoms die op Glastonbury een set vol nummers van The Smiths speelden, met als eindconclusie dat Rick Astley een veel betere performer is dan Morrissey. Hahaha.


De doden

Sinds ik schrijf voor Ondergewaardeerde Liedjes, het leukste weblog van Nederland, heb ik al heel wat in memoriams moeten maken. Dit jaar herdacht ik daar onder andere Wim de Bie, Mark Stewart, Tina Turner (als achtergrondzangeres bij Frank Zappa), Sinéad O’Connor, Brian McBride van Stars of the Lid, Rudy Isley van de Isley Brothers, Kevin ‘Geordie’ Walker van Killing Joke en Shane MacGowan van The Pogues. Hoewel het er aan zat te komen was ik erg ontdaan van het overlijden van Ryuichi Sakamoto op 28 maart, overigens kort na zijn Yellow Magic Orchestra-maatje Yukihiro Takahashi op 11 januari. We eren de twee met een fragment van het Amerikaanse programma Soul Train uit 1980. De Japanners spelen Firecracker (toepasselijk in deze tijd van het jaar) voor een volledig zwart publiek. Het levert vreemde beelden op, een beetje vergelijkbaar met een paar jaar daarvoor toen het witte doorgesnoven halflijk van David Bowie daar kwam performen. Vervreemding met soul, dat is precies hoe we popmuziek willen zien!

Iemand schreef onder dit YouTube-filmpje: “Thank you Takahashi-san and Sakamoto-san for the great music. RIP.” … Thank you for the music, dat geldt ook voor 2023.


Fijne jaarwisseling en alle goeds voor komend jaar!

ANOHNI and the Johnsons – My Back Was A Bridge For You To Cross

Dit verhaal begint bij mijn dochter. Zij is nu bijna achttien dus bijna volwassen. Vandaag heeft ze haar eerste tatoeage laten zetten. Precies één jaar voor haar geboorte bracht ANOHNI (toen nog Antony) samen met de Johnsons het prachtalbum I Am A Bird Now uit. In 2005 zong hij – op het nummer Today I Am A Boy – de regels: “One day I’ll grow up / I’ll be a beautiful woman.” … En kijk ze nu, mijn dochter en ANOHNI. Ze zijn allebei opgegroeid en een mooie vrouw geworden.

Het is voor het eerst sinds dertien jaar dat ANOHNI weer een plaat maakt met de Johnsons en het zijn overigens hele andere Jansens dan op Swanlights uit 2010. De bandnaam is eerder een concept. De Johnsons zijn vernoemd naar de legendarische activiste Marsha P. Johnson. Zij was voorvechtster van gay- en transrechten. Johnson was onder andere betrokken bij de Stonewall-rellen uit 1969, waar homo’s zich voor het eerst verzetten tegen onderdrukking door de politie. Het is haar foto die de cover siert van My Back Was A Bridge For You To Cross. ANOHNI heeft haar één keer ontmoet, in 1992. Zes dagen later was ze overleden. De reden van haar dood is altijd onduidelijk gebleven.

Na de melancholische eerste Johnsons-albums en een paar hele experimentele, elektronische soloplaten (met onder andere Oneothrix Point Never) was ANOHNI weer op zoek naar een nieuw geluid. Zij wilde eer bewijzen aan de ‘blue eyed soul’ waarmee ze destijds in Engeland is opgegroeid, met stemmen als Alison Moyet van Yazoo en Boy George van Culture Club. Maar bovenal wilde ANOHNI dat haar plaat in de lijn zou liggen van activistische zwarte soulzangers uit de jaren zestig en zeventig. Denk Sam Cooke, Curtis Mayfield of Isaac Hayes. Maar bovenal Marvin Gaye. ANOHNI wilde een tweede What’s Going On maken, en – verdomd – dat is gelukt!

Waarom ze dat wilde? Op haar Bandcamp-pagina schrijft ze: “I want the record to be useful. I learned that I can provide a soundtrack that might fortify people in their work, in their activism, in their dreaming and decisionmaking. I can sing of awareness that makes others feel less alone, people for whom the frank articulation of these frightening times is not a source of discomfort but a cause for identification and relief.” ANOHNI wil dus ondersteunen en inspireren en ze voelt aan dat dat niet gaat met moeilijke muziek. Daarom riep ze de hulp in van Jimmy Hogarth, die het geluid bepaalde van onder andere Tina Turner, Amy Winehouse en Duffy. In 2022 doken ze de studio in – hij op gitaar en zij op piano – en al improviserend ontstonden de tien songs op My Back Was A Bridge For You To Cross.

Dat de plaat makkelijk en recht-voor-zijn-raap is, wil niet zeggen dat My Back Was A Bridge For You To Cross minder diepzinnig is. Of minder compromisloos. Integendeel. En ook niet minder aangrijpend. Je houdt het gewoon niet droog als ANOHNI op Can’t zingt over een vriend die zelfmoord pleegde, zeker niet in het stuk aan het eind dat opbouwt als een gospel. “I don’t want you to be dead”, schreeuwt ze het uit. “I won’t have it! But I can’t reverse it!” Veel intiemer, maar minstens zo ontroerend is de scene in Sliver of Ice. Daar zit ANOHNI aan het sterfbed van Lou Reed, haar vriend en mentor. Hij vertelt haar over de sensatie van een ijsklontje dat smelt op je tong, waardoor je eventjes voelt dat je nog leeft. Poeh…

Waar het allemaal om draait op dit album? Verlies. Vervreemding. Ontworteling. Ongelijkheid. White privilige. Racisme. Transfobie. Donkerte. Discriminatie. Bosbranden. Ecocide. Hoe deal je er mee en hoe kom je ertegen in verzet. Typisch What’s Going On – zowel qua muziek als qua thema – is de opener van My Back Was A Bridge For You To Cross. Het nummer It Must Change zou een lost-love-song kunnen zijn, maar als je beter luistert dan hoor je dat het gaat over de treurige staat van ecologie en milieu. “The city in your hеad  / Collapsing walls and lead, it must change / The fire is cleaning the oil from the stones / Your God is failing you, things must change / Giving you hell.” Indrukwekkend, net als There Wasn’t Enough dat ook over klimaatcatastrofes gaat. Hier klinkt ANOHNI als Nina Simone, een van haar legendarische helden. Het nummer Scapegoat doet nog het meest denken aan de muziek die ze maakte met de Johnsons aan het begin van deze eeuw. Ze is razend en gaat keihard tekeer tegen transfobie. Tegelijkertijd is haar vibrato goddelijk – weer zo’n typische ANOHNI-paradox – en Jimmy Hogarth speelt de sterren van de hemel op zijn (scheur)gitaar.

Rest is echt een lekker nummer dat het midden houdt tussen I Put A Spell On You van Screamin’ Jay Hawkins, Maggot Brain van Funkadelic en Shaft van Isaac Hayes. (Kan dat? Ja dat kan.) Het tweede nummer – Go Ahead – is een kort en woedend staaltje jaren zeventig experimentele gitaarnoise zoals ook Lou Reed dat kon maken. Het is een beetje een vreemde eend in de bijt en het zou een soort ‘interlude’ kunnen zijn, ware het niet dat het zo aan het begin van het album komt.

De hele bevlogen plaat My Back Was A Bridge For You To Cross klinkt wanhoop en verdriet, maar ook strijdbaarheid. Het album is een veilig toevluchtsoord voor iedereen die van verandering droomt. Dat wordt nog het duidelijkst in het slotnummer You Be Free, waar ANOHNI de blik op de toekomst richt. Maar eerst op het verleden. Zij heeft gestreden voor LHBTQI+ acceptatie. Daarop kunnen volgende generaties voortbouwen, vandaar de titel van de plaat. “My back was a bridge for you to cross”, zingt ze dus. “And my sisters / Ooh, you, you be free / You be free for me.” Dan bedoelt ze niet alleen de LHBTQI+ gemeenschap, maar dan bedoelt ze ook mijn dochter en mij. En jou.

Gelukkig nieuwjaar.

Alle beste albums van 2023:

Peter Gabriel – i/o

De carrière van de nu 73-jarige Peter Gabriel kent veel mooie piketpaaltjes. (En lees voor dat ‘mooie piketpaaltjes’ maar gewoon ‘meesterwerken’.) Wat te denken van nummers als Supper’s Ready en I Know What I Like (In Your Wardrobe) die hij inzong als zanger van Genesis, en natuurlijk helemaal het progrock-magnum opus op de dubbelelpee The Lamb Lies Down On Broadway uit 1974? En wat te denken van de vier titelloze soloalbums, uitmondend in de uitmuntende liveplaat Peter Gabriel Plays Live met daarop anthems als San Jacinto, Solsbury Hill en Biko? Daarna volgden platen met maar twee letters als titel, zoals So, Us en Up en megahits als Sledgehammer, Don’t Give Up, In Your Eyes en Digging In The Dirt. Maar vervolgens werd het stil rond Peter Gabriel. Of stil… hij bleef een bezig baasje, maar meestal buiten de spotlights. Hij zette onder andere de Real World Studio’s op bij zijn huis in Box in Wiltshire, Engeland. Daar liet hij mensen als Ravi Shankar, Nusrat Fateh Ali Khan, The Five Blind Boys of Alabama en Sigur Rós opnemen. En hij hield zich bezig met allerhande audiovisuele projecten, AI en (milieu)activisme.

Dat neemt niet weg dat hij al sinds 2005 praat over het uitbrengen van nieuw materiaal. Eind 2023 is er dan het album i/o. Dat is op de kop af 21 jaar na zijn vorige plaat Up uit 2002. De titel i/o staat voor de term input/output, maar haal het streepje weg en je krijgt Io: een van de manen die rond de planeet Jupiter draait. Als de plaat uitkomt, kent het publiek eigenlijk alle nummers al. Tijdens iedere volle maan op aarde bracht Peter Gabriel een van de twaalf tracks uit in twee mixen, samen met een kunstwerk (van bijvoorbeeld Olafur Eliasson, Cornelia Parker, Nick Cave of Ai Weiwei) en vergezeld van uitgebreide uitleg via lange monologen op YouTube. Alsof dat niet genoeg is, speelde hij ook het gros van de nieuwe i/o-nummers tijdens zijn geweldige wereldtournee – die hem onder andere naar Nederland bracht.

Op die manier kreeg elke track op i/o de aandacht die het verdient. Maar pas sinds 1 december kunnen we in één zit horen hoe Peter Gabriel het album precies bedoeld heeft. En toch ook weer niet. De studiofreak laat de uiteindelijke beslissing aan de luisteraar zelf. Hij brengt de plaat uit in een ‘bright side mix’ (geproduceerd door Mark ‘Spike’ Stent, die je kent van onder andere U2, Depeche Mode, Björk en Massive Attack) en een ‘dark side mix’ (geproduceerd door Tchad Blake, van onder meer Arctic Monkeys, Crowded House en Elvis Costello). Het publiek moet maar kiezen. Als dat niet lukt is er op de speciale Deluxe-editie ook nog een ‘in side mix’ van het hele album in Dolby Surround. Poeh, ga er maar aanstaan. (Op het eerste gehoor is er niet veel verschil. Met het pistool op de borst zou ik opteren voor de dark side mix, omdat die misschien een iets meer coherent geheel vormt.)

Daar gaat het allemaal niet om. Het gaat om de muziek en die is weer-ga-loos!! Wat Peter Gabriel hier neerzet met zijn vaste krachten – muzikale zwaargewichten als Tony Levin op bas, Manu Katché op drums en David Rhodes op gitaar – is subliem subtiel, intelligent inspirerend en uitgebalanceerd uitstekend. Pure kwaliteit. Geen grote gebaren of moeilijk gedoe, maar gewoon goed gemaakte elektronische popsongs met een warme handdruk. Noem het maar vintage-Gabriel; hij heeft sinds de jaren tachtig niet meer zo spannend geklonken en toch gaat er een enorme rust van uit. Alles is gelaagd en goed doordacht (dat mag ook wel als ‘ie er als sinds 2005 mee bezig is).

Het album is tegelijkertijd spiritueel als down-to-earth en activistisch, eigenlijk ook zoals we Peter Gabriel al jaren kennen. Als eerste single is Panopticom verschenen en die opent nu ook i/o. Het is een mysterieus nummer over een oneindige bol van data, maar ook over mensenrechten. The Court, dat een beetje doet denken aan de oude Genesis, wijst op vooral nieuwe rechtsinstellingen als Bellingcat, Forensic Architecture en WITNESS waar Peter Gabriel zelf bij betrokken is. O zo prachtig is Playing For Time. Over een zachte pianoballad – geïnspireerd door Randy Newman? – zingt Gabriel breekbare strofen als: “Far, far away, out amongst the stars / There’s a planet spinning slowly, we call it ours”. En: “Any space, any time / Any moment that we bring to life, ridiculous, sublime”. Maar het allermooist is het titelnummer. Daarin zet de songwriter eenvoudig zijn filosofie neer: De mens is onderdeel van alles om hem/haar heen. Dat merk je al bij zoiets simpels als een wandeling met de hond. “I walk with my dog and I whistle with the bird / I’m just a part of everything.” En dat gaat ook door na de dood. “I’ll be all laid to rest in my proper place / Into the roots of an old oak tree / Where life can move freely in and out of me / I’ll have stuff coming out and stuff going in / I’m just a part of everything.”

Peter is ook een familieman. Op Four Kinds Of Horses horen we (net als op The Court) zijn dochter, Melanie Gabriel, in het achtergrondkoor. Op Road To Joy werkt hij samen met een oude vriend: Brian Eno (die al meedeed op The Lamb Lies Down On Broadway). Het doet een beetje denken aan Steam uit 1993 maar dit nummer uit 2023 is een stuk lichtvoetiger. So Much is daarna weer een zwaarmoedige ballad: “Ah, there’s so much to live for / So much left to give / This edition is limited / There’s only so much can be done.” Het is een beetje de berusting van een oude man. En dat hij oud wordt, hoor je hier ook in het breken van zijn stem. Dat is helemaal niet erg, want daarvan is niks meer te merken in het volgende nummer: het uitermate fijnzinnig geproduceerde Olive Tree. Mooi. De track Love Can Heal is zweverig en esoterisch. Net zo mooi.

In het nummer daarna – This Is Home – pakt hij uit met het honderdkoppige (!) Sångsällskapet Orphei Drängar uit Uppsala, Zweden. Dat is best tijdrovend. Maakt hij het zichzelf zo niet heel erg moeilijk?, vroeg het tijdschrift HUMO hem ooit. “Ja, de Ramones hadden het makkelijker”, lachte hij toen. “Ik ben ook best jaloers op die technoproducers die in hun eentje met één sample een complete plaat kunnen maken.”

Op de laatste twee tracks neemt Peter Gabriel wat gas terug. And Still klinkt als Radiohead over dertig jaar. Maar echt. Dat is niet eens zo gek als je bedenkt dat hij ooit een versie opnam van radiohoofd’s Street Spirit (Fade Out). Tenslotte sluit i/o af met Live And Let Live. Dat bouwt op en bouwt op – met het Soweto Gospel Choir dat de titelregel steeds opnieuw zingt – alsof het een kruising is tussen In Your Eyes en Biko. Poeh… mag het een onsje meer zijn?

Het is duidelijk dat Peter Gabriel na zoveel jaar opnieuw een piketpaaltje heeft geslagen. Hij maakte een plaat die de mensheid weet te verheffen – voor minder doet ‘ie het niet. Dit is een meesterwerk waar we na jaren nog steeds vol bewondering op terug zullen kijken.

Alle beste albums van 2023:

Ruhail Qaisar – Fatima

De ‘zomerhoofdstad’ Leh ligt (net als ‘winterhoofdstad’ Kargil) in de regio Ladakh, een dunbevolkt gebied in het uiterste noorden van India. De bewoners zijn eigenlijk Tibetaans, maar het gebied viel tot voor kort onder de deelstaat Kasjmir en nu direct onder Indiaas bewind. Ook Pakistan en China maken aanspraak op Leh en Ladakh en er wordt serieus om gevochten. Dat is één. Punt twee is dat de mooi gelegen zomerhoofdstad een toeristische trekpleister is voor westerlingen, maar – sinds het decor was van een reeks succesvolle Bollywood-films – ook voor de rest van India. Al dat toerisme heeft het gebied geen goed gedaan. Het ooit zo bucolische berggebied verzuipt nu in haar eigen rotzooi. En dan zijn er nog religieuze broeinesten van boeddhisme, hindoeïsme en islam die elkaar naar het leven staan. Het vuil, de stad en de dood vormen de achtergrond van Fatima, het debuutalbum van Ruhail Qaisar uit Leh dat eind januari verscheen. Volgens zijn eigen tekst op Bandcamp is de plaat een kroniek van rellen, geweld, kolonisatie, werkloosheid, PTSS en zelfverminking. De adembenemende muziek houdt het midden tussen field recordings, geluidskunst en pure noise. Nog een stukje Bandcamp: ‘Hauntological drones, power electronics and convulsive post-industrial dissonance create an unnerving sense of fear, anger and alienation.’ Pfff, ga er maar aanstaan. Het moge duidelijk zijn dat Fatima geen vrolijke plaat is geworden. Nee, het is een ‘requiem to a dead future’.

Heel veel is er niet bekend over Ruhail Qaisar. Hij ontvluchtte Leh om in New Delhi de death-metal annex no-wave band Vajravarah te beginnen. Maar die plannen kwamen niet echt van de grond. In de metropool kwam hij wel in contact met de extreme muziek van Einstürzende Neubauten en van de Japanse 90’s noise-scene (Merzbow) en met tijdgenoten als Puce Mary en Pan Daijing. Onder de naam SISTER ging hij compromisloze herrie maken, maar dat miste elke vorm van context, zo vertelde hij eerder dit jaar in een interview met muziekplatform The Quietus. “I then thougt of the concept of my hometown, my neighbourhood and my childhood.” Dat leidde uiteindelijk tot de plaat Fatima – die is vernoemd naar de oudtante van Ruhail Qaisar en dus naar de tijd waarin hij als jochie de koeien melkte in haar achtertuin of speelde met de Europese kinderen in The Dreamland Hotel van zijn vader – toen nog het enige hotel in Leh. De tijd van Shangri-La, ver voor gentrificatie, hyperkapitalisme en drugs…

De plaat begint met een bonkige bas en de gothic vrouwenstem van Iben Lavinia Kajser die ijzingwekkende passages voorleest uit het boek Circuitries van de Engelse filosoof Nick Land (“there will be no repeats of daddy the doctor and mummy the nurse… The Western Civilisation Show has been discontinued”). En dan bárst me er een partij noise los! Daar lust zelfs de instortende nieuwbouw geen brood van. Tweede track Sachu Melung is juist heel erg spookachtig, met onbestemde creepy geluidjes, net als het nummer met de veelzeggende titel Abandoned Hotels Of Zangsti – al fluiten de vogeltjes daar vrolijk (en indringend). Even geen spoiler, maar van wat er op 4 minuut 38 gebeurt gaan je nekharen overeind staan! … Een van de meest gewelddadige tracks is Namgang. Het is een jeugdherinnering aan een brand in een weeshuis, zo vertelt Qaisar aan The  Quietus. De kleine Ruhail en zijn ouders rennen er naar toe: “I kept my pace like an animal”. Maar vreemd genoeg eindigt de track heel vredig met bellen van paarden die grazen op een bergwei. Painter Man is pure David Lynch: je hoort een (onregelmatige) hartslag en daaroverheen fluistert gastvocalist Dis Fig verhalen over een ‘little lost painter’ die wreed wordt vermoord. Net zo horror-achtig – maar dan meer Wes Craven – zijn de schreeuwpartijen van Elvin Brandhi op Daily Hunger, met een soppend achtergrondgeluid waarbij je onwillekeurig moet denken aan het ultiem onfrisse The Sewage Workers Birthday Party van de Britse band Coil. En dan is het tijd voor de epische uitsmijter: The Fanged Poet. Ruhail Qaisar heeft het opgenomen in een bunker, waar hij acht uur lang repetitieve gitaarklanken en rituele drums heeft zitten produceren. Het dramatische effect komt van de crescendo trompetten van Rohit Gupta aka Fursat. Het gaat maar door en door en door… en dan doven alle klanken een-voor-een uit. Alsof er een koninkrijk uitsterft.

Het blijft verbazen dat zo’n conceptuele noiseplaat uit een no-mans land in het Indiase hooggebergte komt. Maar dat exotisme moeten we eigenlijk naast ons neerleggen. Laat Fatima een spiegel zijn: de hele wereld gaat ten onder aan oorlog en toerisme, aan kapitalisme, religie en drugs. We zijn de onschuld verloren. Overal. Daarvan doet Ruhail Qaisar op een hele fascinerende wijze verslag.

Alhoewel? Maanden na het verschijnen van Fatima staat Ruhail Qaisar op te treden in een kleine galerie in Nijmegen. Hij brengt zijn stukken voor een publiek van twintig tot dertig man (m/v/x). Qaisar blijkt een hele rustige, beetje verlegen jongen. Als ik hem na het concert aanspreek, zit hij in kleermakerszit voor de geïmproviseerde bar. Ik hurk naast hem neer en bedank hem voor de muziek. Hij spreekt nauwelijks Engels en kijkt me wat gegeneerd aan. “Thank you”, prevelt hij liefdevol en knijpt net iets te hard in mijn beide handen… Misschien zijn we onze onschuld toch nog niet verloren.  

Alle beste albums van 2023:

John Cale – MERCY

Sommige mensen zijn verslingerd aan een Bruce Springsteen, andere mensen stellen hun leven in het teken van een André Hazes (de oude volkszanger hoop ik dan op z’n minst, toch niet z’n verwende zoontje) of ze kennen met mathematische precisie alle noten van een Frank Zappa uit hun hoofd. Maar de rode draad in mijn leven heet John Cale.

Dat is niet zo gek. Al meer dan zestig jaar maakt John Cale (1942) muziek die én raakt tot op het bot (een nummer als Close Watch heeft me meermaals door het ergste liefdesverdriet heen geholpen) én die zich kenmerkt door een continue vernieuwings- en experimenteerdrang. Ga maar na: John Cale kwam begin jaren zestig als jonge man uit Wales naar New York om met avant-garde componist La Monte Young te werken, werd vervolgens pijler onder de meest legendarische rockband aller tijden (Andy Warhols petekindje Velvet Underground), nam op met minimal componist Terry Riley en geluidstovenaar Brian Eno, zette gedichten van zijn grote held Dylan Thomas op muziek, produceerde cruciale albums van Iggy Pop & Stooges, Patti Smith, Jonathan Richman & Modern Lovers, Siouxsie & Banshees en Happy Mondays en blies ooit Hallelujah van Leonard Cohen/Jeff Buckley nieuw leven in – gevolgd door talloze talenjachtzangertjes en -zangeresjes.

Vooruitstrevend

‘Rage against the dying of the light’ was een van Dylan Thomas’ strofen die John Cale ooit gloedvol zong. Anno 2023 leek dat hét motto voor de 81-jarige Welshman te zijn geworden. Waar zijn leeftijdgenoten lijdzaam in ruste gaan, kwam John Cale met een nieuw album op de proppen en vervolgens met een Europese tournee – die hem onder andere naar Paradiso in Amsterdam bracht. En zowel het album als de tour lieten horen: de hoogbejaarde muzikant leunt niet achterover op zijn rijke verleden, hij is vooruitstrevend als immer!

Vonk

Dus was het even wennen toen MERCY uitkwam op 20 januari. Het is trouwens zijn zeventiende (!) studioplaat, meer dan tien jaar na voorganger Shifty Adventures In Nookie Wood. Het album MERCY staat vol verrassende samenwerkingen met muzikanten uit jongere generaties, zoals Weyes Blood, Animal Collective, Sylvan Esso, Dev Hynes van Blood Orange, Tei Shi en Fat White Family. En nog bijzonderder: John Cale ging in zee met experimentele electro-producers als Actress en Laurel Halo. Dat zou de sfeer van een stuurloos ‘remix-album’ kunnen oproepen, maar niks is minder waar. MERCY balanceert op prettige wijze tussen afwisselend en kleurrijk enerzijds en coherente Cale-kwaliteit aan de andere kant. Dat laatste komt onder andere door Cale’s karakteristieke donkere bariton. Ondertussen hoor je wel triphop-beats, zachte drum & bass, noise en atmosferische ambient voorbij komen. Onaardse strijkers, hyperballads, synthesizer-drones en cut-up technieken. Een band als Cabaret Voltaire liet zich inspireren door Velvet Underground en soms lijkt het wel alsof John Cale die vonk weer teruggeeft.

Vrolijk?

Zoals altijd staat de muziek weer in het teken van chaos, wanhoop en een naderende apocalypse. (‘Geen Andy Warhol, eerder David Cronenberg’, schreef muziekplatform Pitchfork.) Blij word je er niet van, maar het kippenvel staat je de volle 1 uur en 11 minuten op de armen. Soms is er melancholie. Nummers gaan dan over oude maatjes als David Bowie (John Cale bezingt hun New Yorkse stapavondjes in NIGHT CRAWLING) en Velvet Undergound-zangeres/Andy Warhol-model Nico (“You’re a moonstruck junky lady”) of over het verlies van dierbare vrienden (in het mooie NOISE OF YOU). Maar de oude bard kan – net als vroeger – ook politiek fel uit de hoek komen. Bijvoorbeeld als het gaat om klimaatproblematiek. “What is the legal status of ice?”, vraagt hij zich dan af op lijzig monotone toon – John Cale’s eigenwijze versie van de ijsbeer op de ijsschots-metafoor. Maar hij refereert ook aan Black Lives Matter. Hij opent het album met de woorden: “Lives do matter / Lives don’t matter / Wolves getting ready / They’re gonna buy more guns.” Maar het is niet alleen ellende wat de klok slaat. John Cale is vaak genoeg hoopvol. Hij ziet desolate schoonheid, zingt vol grandeur over NOT THE END OF THE WORLD en sluit het album af in de stijl van een van zijn meest lieflijke platen: het vijftig jaar oude Paris 1919. Niet vrolijk trouwens, maar op een bepaalde manier verzacht de tachtiger het leed… “If you jump out your window / I will break your fall”, zo zingt hij minzaam.

Vernieuwen

Verleden, heden en toekomst komen aan bod. Het album is tijdloos. Hoewel horden recensenten graag een dramaverhaal van MERCY maken – een plaat in het zicht van de dood, à la Blackstar van Bowie – is dit helemaal niet zijn zwanenzang. John Cale barst nog van de levenslust! Dat bleek wel een maand na het verschijnen van het album. Op 22 februari stond de ‘apostel van de avant-garde’ met drie jonge muzikanten op het podium van een bomvol Paradiso in Amsterdam een soort van elektronische Sturm-und-Drang te produceren waar je steil van achterover sloeg. Punk soms, monotoon gebeuk in de beste Velvet Underground-traditie (denk Sister Ray), waanzinnige soundscapes, wrevelig geknars… Cale en consorten speelden nauwelijks greatest hits en als er eens iets voorbij kwam van bijvoorbeeld Paris 1919, dan klonk het onherkenbaar gedrenkt in noise en gepijnigde declamaties. Het was opnieuw even wennen. Ook de nummers van MERCY kregen een geheel eigen bewerking. Uitgekleed tot op het bot. Vaak klonken ze rauw, een beetje rommelig af en toe, maar dat mocht de pret niet drukken… Nou, vooruit: één publiekslieveling wilde hij wel spelen. In de toegift. Per concert kiest John Cale er dan eentje uit zijn oeuvre. In Paradiso werd dat niet Close Watch, maar zijn beroemde ijzingwekkende uitvoering van Elvis’ Heartbreak Hotel. Prima, mijn eigen liefdesverdriet was ik al lang te boven.

En de tachtiger blijft vooruit koersen op eigenzinnige en energieke wijze. Hij vernieuwt maar steeds. Rage against the dying of the light, laat dat maar aan John Cale over.

Alle beste albums van 2023:

Tujiko Noriko – Crépuscule I & II

Dit is een van de eerste albums die ik dit jaar hoorde – op 13 januari om precies te zijn – en ik wist meteen dat ‘ie ergens in mijn eindlijst zou belanden. Maar zo hoog had ik niet verwacht. Poeh, wat is dit mooi! Deze plaat is verstilde en vervreemdende schoonheid gestold in muziek. Het is dan ook logisch dat Tujiko Noriko haar Crépuscule-tweeluik opdroeg aan Peter Rehberg, de in 2021 overleden componist en labelbaas van het Oostenrijkse Editions Mego, die van het spotten en scouten van schoonheid zijn levensmissie maakte.

Serene stukken
Gek genoeg kende ik Tujiko Noriko tot begin dit jaar helemaal niet. De Japanse (Osaka, 1976) woont al jaren in Parijs en van daaruit maakt ze sinds 2000 hele interessante platen op het snijvlak van glitch, artpop en ambient, zo ontdekte ik dus veel te laat. Het is een beetje maffe, ‘goofy’ muziek, kinderlijk verwonderd. Haar laatste ‘volwaardige’ album kwam uit in 2014 en daarna volgden nog twee soundtracks. En toen was er ineens een uur en drie kwartier aan muziek dat ze de titel Crépuscule meegaf. Totaal anders en veel volwassener dan haar eerdere werk. Het album is in tweeën verdeeld: deel I bevat negen serene stukken die qua lengte nog een beetje in de buurt komen van traditionele songs en deel II wordt gevormd door drie soundscapes die ze alle tijd geeft die ze nodig hebben, ze meanderen door van 13 tot 25 minuten per stuk. Bij elkaar vormen ze een suite voor stem, synthesizers en stilte.

Prachtige stem
De titel Crépuscule dekt in beide gevallen de lading helemaal. Noriko’s elektronische muziek klinkt zacht en hoopvol als de ochtendschemer. Ze begint met het nummer Prayer, met een lengte van precies 2.22 minuten, maar het had voor mij net zo goed 22 minuten of langer mogen duren. De melodie is melancholisch en oosters, het doet ergens een beetje denken aan David Sylvian. De sfeer is rustig en de productie is ruimtelijk. Dat zet de toon voor de volgende stukken. In nummers als The Promenade Vanishes, Fossil Words, Bronze Shore en Cosmic Ray staat Tujiko Noriko’s prachtige stem centraal. Dan klinkt het haast als een kruising tussen de verstilde wereld van Brian Eno’s Ambient 1: Music For Airports en de buitenaardse stemexercities van FKA Tigs op Water Me (geproduceerd door Arca) of cellophane. Heel rustig, bijna ongemerkt, sluipen er weirde field-recordings in de muziek. Zo lijkt er tijdens Fossil Words in de verte een trein voorbij te komen. Weer en beetje anders is de track A Meeting At The Space Station. Dit is pure ambient, zo zweverig dat je moet denken aan die astronaut in 2001 A Space Oddyssey die in de eeuwige duisternis verdwijnt.

Intrigerende soundsapes
Het tweede deel van Crépuscule begint met ruim twaalf minuten aan gouden avondschemering. Halverwege Golden Dusk hoor je kinderen vrolijk zingen, schreeuwen en spelen. Op een bepaalde manier geeft dat de muziek iets melancholisch, het legt een diepere laag maar wel een beetje ambigu: ik weet niet waar dit op duidt. De Japanse neemt het vervolgens vocaal over, maar ze klinkt nu niet zo ‘soothing’ als op het eerste deel. Minstens zo intrigerend is de lange soundscape Roaming Over Land, Sea And Air. Je hoort horten en stoten, sirene-achtige geluiden en glitch. Gemompel in de verte. En tegelijkertijd die engelachtige stem van Tujiko Noriko die – heel dichtbij, ongeveer ín je oor – bizarre teksten zingt: “In the car park playing by yourself / I laughed so hard I cried and fell / Could it be the ground was shaking?” De plaat eindigt met bijna twintig minuten aan klanken met iets meer comfort. Noriko geeft ze een toepasselijke titel mee: Don’t Worry, I’ll Be Here.

Shake the frame
Daarna kun je terugkijken op een bizarre en rustgevende plaat, zowel buitenaards als warm-menselijk. Hoe kríjgt ze het voor elkaar?, vraag je je af. Nou, dat moet je niet te zwaar zien, zo vertelde ze in 2019 aan een interviewer van magazine Hug. Tujiko Noriko: “I usually start out with a classic structure. Melody, lyric, singing. But I almost can’t stop myself from making it a little bit strange and even uncomfortable sometimes. Not for the sake of being difficult, I just like to experiment. I like to use a frame, but to try to shake the frame a little bit.” En dat is op de beide delen van Crépuscule prima gelukt.

Alle beste albums van 2023: