Kelela – Raven

Horen we hier de toekomst van de r&b? Ja!! Tegelijkertijd is dit enorm retro. We gaan terug naar de jaren negentig en de jaren nul. Ergens tussen de black queer house community van East Coast USA, de rave-, drum ’n bass- en ambient-scene van Londen en de Tresor-techno en Berghain-beats van Berlijn zweeft het album Raven van Kelela. En neem dat zweven maar letterlijk, want deze muziek is lucide. Neem dan nog een dosis Solange en Beyoncé, Aaliyah en FKA twigs, Arca en wijlen SOPHIE, een paar snufjes Janet Jackson en Björk en – eh – wat Herbie Hancock en Sun Ra Arkestra. Dan is het balboekje van Kelela redelijk compleet. Ware het niet dat ze op deze plaat vooral een heel erg eigen geluid heeft.

Het heeft zes jaar geduurd voordat Kelela een tweede album voor WARP-records opnam, haar vorige – Take Me Apart – kwam uit in 2017. De Amerikaans-Ethiopische Kelela Mizanekristos (Washington, 1983) kampte jarenlang met een forse writer’s block, misschien wel door het succes van haar eersteling. Maar ze wist zich te herpakken. En hoe! Als zwarte queer vond ze inspiratie in de artiesten die house music uitvonden en in de clubs waar dat gebeurde – de ‘safe havens’ waar queers konden feesten en uithuilen en waar hechte communities ontstonden. Zijn die er nog wel? En ze vond inspiratie bij Afro-Amerikaanse schrijfsters en denkers als Kandis Williams, bell hooks, Shaadi Deveraux en Octavia E. Butler. Dat nam ze allemaal mee naar Londen en Berlijn. Ze zocht diepgaande samenwerking met ‘kindred spirits’: hippe namen als Asmara van Fade to Mind’s Nguzunguzu, Philly-dj LSDXOXO, Bambii uit Toronto, Kaytranada en Junglepussy. En ze dook in Berlijn de studio in met Yo van Lenz en Florian T.M. Zeisig van het Duitse ambient-duo OCA.

Dat levert vijftien fascinerende tracks op. Het eerste dat opvalt aan Raven is de rust die de plaat uitstraalt. Het is een welkome, zelfverzekerde rust. Je kunt dit met recht een sereen album noemen. Minimaal en meditatief. Hypnotisch soms. Nummers als de single Washed Away en titeltrack Raven bestaan in de basis alleen uit verzorgd klinkende, ijle synth-drones (meestal maar één of twee akkoorden) plus Kelela’s loepzuivere stem. Ze zingt virtuoos! En in het subtiele prijsnummer Sorbet gaat ze helemaal in slow motion met hemelse vocalen en een zachte beat van gekke geluidjes. “Nowhere to go now / Let it melt away”, zingt Kelela als het nummer naar een langzame climax klimt. Het duistere Holier lijkt ergens in een vacuüm haar baan om de aarde te draaien. Het voelt zo ver weg en donker. Alsof je in je eigen achtertuin naar de hemel kijkt en de ISS ziet passeren. Daar ergens zit die song…

Er zijn ook ‘hard edged’ beats, hoor. En niet zo’n beetje ook. Luister maar naar Bruises of Contact. Maar ze zitten ook in de pure soul van Closure, het poppy Happy Ending of het abstracte Fooley. En gecombineerd met Kelela’s etherische luchtfietserij (positief bedoeld!) krijgen die beats een soort van jaren negentig Goldie-vibe. Denk Timeless. Nou, dan ben ík wel verkocht.

Kelela ageert tegen racisme, misogynie en LHBTQI+-haat, maar zingt ook liefdesverklaringen aan haar vrouw. Ze laat zich van haar meest kwetsbare kant zien, de queer-zangeres ging door een diep dal. De songwriter kan scherp observeren. Maar ze is ook mythisch: de hele plaat staat in het teken van water. De prachtige hoes laat dat al zien. Haar donkere gezicht komt naar boven drijven uit een al even donkere zee. Soms zijn in de synths de golven van de oceaan te beluisteren of we horen Kelela’s happende ademhaling na een diepe duik. Het nummer Divorce eindigt met een herhalende piep als in een sonar. En een titel als Washed Away spreekt natuurlijk boekdelen. Wat is het met dat water? Is het een metafoor voor (weder)doop? Dat sluit wel aan bij de nog veel sterkere metafoor in het titelnummer. Dat is die van een raaf. “A raven is reborn / They tried to break her / There’s nothing here to mourn”, zingt de sterke queer. En: “The hype will waver / I’m not nobody’s pawn / Don’t need no favors / It’s all good, I’ve moved on”. Ze is uit dat zwarte gat. Het is goed om te horen dat Kelela haar kracht en haar vrijheid na zoveel jaren eindelijk heeft gevonden. Het levert een heel compleet album op. Raven is zowel soulful als avantgarde, zowel dance als dada. Bij iedere draaibeurt sleutelen Kelela & co een uur lang aan je temporaalkwab. En dat is lekker! 

Alle beste albums van 2023:

Kara Jackson – Why Does The Earth Give Us People To Love?

Niets is wat het lijkt bij Kara Jackson. Afgaande op haar tatoeages (Joan Baez, Pete Seeger, Daniel Johnston) verwacht je dat je met een folkmeisje te maken hebt, maar niets is minder waar. Zij is een krachtige soulvolle dame en haar muziek is veel rijker dan je van een gebruikelijke singer-songwriter met gitaar mag verwachten. Afgaande op de titel van de plaat zou je kunnen denken dat je allemaal liefdesliedjes te horen krijgt. Jackson’s muziek is eerder hard, desoriënterend en oncomfortabel. Maar o zo prachtig. En mocht je denken dat je een antwoord gaat krijgen op de filosofische vraag ‘why does the earth give us people to love, then take them away from our reach?’, waarom vallen er zoveel zinloze doden? Nou nee. Dat antwoord gaat er in al die dertien liedjes niet komen.  

Fucking mother
En er worden nog veel meer vragen gesteld op de debuutplaat van deze 23-jarige muzikante uit Oak Park, Illinois. Op het eerste nummer vraag ze zich af wat je moet doen om (h)erkend te worden. In het nummer therapy speculeert ze wat een man nou eigenlijk wil. Therapie? Ze zingt geweldige regels als “every man thinks I’m his fucking mother / good for milk and good for supper”. Wat is vrijheid, klinkt het in het zeven minuten tellende epos free. De vraag in het titelnummer kwam naar boven in 2016, aan het ziekbed van een vriendin die bezweek aan kanker. In de begeleidende tekst op Bandcamp bestookt ze je met nog meer filosofische vragen. Waarom worden wij met elkaar op deze wereld gezet? Om lief te hebben en verdriet hebben? Om elkaar te vervloeken? Om te werken en daarna dood te gaan?

Poet Laurate
Ze behandelt ze in nummers die variëren van iets minder dan een minuut tot aan bijna acht minuten, maar allemaal zonder traditionele coupletje-refreintje-structuur. Kara Jackson zet lange poëtische teksten op muziek. Dat is niet zo gek, gezien haar verleden. De jonge Amerikaanse viel al in de prijzen als dichteres. In 2019 werd ze als derde op rij benoemd tot US Nation Youth Poet Laurate (en trad daarmee in de voetsporen van Amanda Gorman, de jonge dichteres die zo gloedvol sprak op de inauguratie van Joe Biden).

Best-of-both-worlds
Hoe haar stem klinkt? De Amerikanen hebben daar een mooi woord voor uitgevonden: ‘smokey’. Kara Kackson heeft een mooie donkere, melancholische stem, maar ze kan ook in de hogere regionen uitstekend uit de weg. Soms moet je een beetje aan de jonge Joni Mitchell denken. Luister maar eens naar het erg fijne nummer pawnshop. Dan weer hoor je een bijtende Tracy Chapman (het nummer rat valt te beluisteren als cynische variant op Fast Car).
Kara Jackson’s muziek klinkt tegelijkertijd spontaan en uitgebalanceerd. Je hoort letterlijk (door een klik op de taperecorder) dat ze is begonnen met opnemen op haar slaapkamer. Dat was tijdens de lockdown. Vervolgens is ze gaan schaven en heeft ze muziekvrienden uit de Chicago-scene erbij gehaald om blazers en strijkers in te spelen en in koortjes te zingen, maar de oorspronkelijke lofi-feeling van haar liedjes bleef behouden. Dat is erg fijn. Je krijgt the-best-of-both-worlds op een bepaalde manier. En of ze nou groots uitpakt of het klein en intiem houdt, altijd is er die mooie flow.

Top-notch
Zo wordt het heel aangenaam om 52 minuten lang te vertoeven in de diepzinnige en niet altijd even vrolijke wereld van Kara Jackson. Je wordt langs het ene hoogtepunt na het andere geleid, uitmondend in de treurige afsluiten recognize (reprise). Daarin lamenteert ze keer op keer “a lot of people gonna die”, als een soort van 21e eeuwse ‘waarheen leidt de weg’… De vragen blijven maar komen. Uiteindelijk komt de dichteres-zangeres wel met een antwoord. Of op z’n minst een conclusie. Na weer een tumultueuze relatie – in het bijna Broadway-musicalachtige jubelnummer dickhead blues – vervalt ze in zelfreflectie en zingt met haar mooiste falsetto: “I am pretty top-notch. I am useful!” Dat kun je dan alleen maar beamen, ja.

Alle beste albums van 2023:

Young Fathers – Heavy Heavy

Wow, je komt hier oren tekort! Old-school hiphop, soul en punkfunk. Close harmony en calypso. 2-step, R&B en industriële beats. Grime, gabber en gospel. Glamrock. Krautrock. Elektropop, folk en indietronica. Afrobeat en tribal. Techno. Noise en drones. Drum ’n bass en boom bap. Triphop, post-rock, psychedelica. Honkytonk en boogiewoogie. Zelfs neo-soul en nu soul. Alles komt voorbij. Heavy Heavy is een potpourri van genres en gekke ideeën. Binnen ieder nummer wordt gewisseld van stijl, en nog een keer en nog een keer. Je hoort iets meer dan een half uur (en dat is eigenlijk veel te kort) een amalgaam van invloeden: van Massive Attack tot Bob Dylan, van TV On The Radio tot Kraftwerk, van African Headcharge (vooral die!) tot Spiritualized of de Rolling Stones, van Flaming Lips tot Animal Collective (vooral die!), van Tricky via black midi naar de Beach Boys en dan naar A Certain Ratio en Meat Beat Manifesto. Young Fathers – het trio uit Edinburgh, Schotland – is het eclecticisme zo ver voorbij dat al die stijlen en invloeden niet meer los te horen zijn. Het geheel is meer dan de som der delen. Alloysious Massaquoi, Kayus Bankole en ‘G’ Hastings scheppen een geheel eigen stijl. Dat doen ze al bijna tien jaar, maar op Heavy Heavy is die stijl uitgekristalliseerd en volwassen geworden. To be played at maximum volume, by the way.

Vaak is de muziek jachtig, koortsachtig. Maar ook groots! De tien tracks op Heavy Heavy tillen je – hoe paradoxaal! – een  stukje van de grond. Versnellen en vertragen, het gaat om de cadans. Er giert een sonische orkaan aan samples. Vreemde ritmische collages. De veelkleurige muziek brengt je in extase als in een wilde voodoo-sessie. Dit is geen easy listening! Het is soms ongemakkelijk, ‘unsettling’ in goed Engels. Venijnig. Maar uiteindelijk breekt er Pure Schoonheid door. Een kakafonie aan klanken mondt telkens uit in een glorieuze (en triomfantelijke) hymne. De Young Fathers weten je met hun warme falsetstemmen te inspireren. Dat is maar goed ook, want in hun vaak poëtische woordenstromen klinkt een linkse wolk door waarop het heel goed toeven is. Swingend en soulful naar een betere wereld, zoiets. Hoeveel milieurampen, racisme, brexit-ellende of armoede ook voorbijkomen, Massaquoi, Bankole en Hastings blijven vooral positief hunkeren naar een betere wereld. De jonge vaders – met Liberiaanse, Nigeriaanse en Schotse roots – zijn enthousiast en strijdbaar. Deze energieke heksenketel is één grote call-to-action. Een boost waar je blij van wordt. Het toverwoord is ‘hoop’. Heavy Heavy is urgent en onweerstaanbaar.

Alsof dat nog niet genoeg is, gaven de jonge vaders ook nog eens het beste concert van 2023. Op Best Kept Secret waren zij een machine die groter – véél groter – is dan de som der delen. Wie rapt dit, wie zong dat? Wie speelde dit, wie speelde dat? Je wist het niet meer. Er stond één groot organisme op het podium. Gaan we dat binnenkort weer zien? Ik hoop het wel.

Alle beste albums van 2023:

Ambassade – The Fool

Onheilspellend. Zwartgallig. Naargeestig. Enigmatisch. Dystopisch. Het zijn zomaar wat kwalificaties die van toepassing zijn op het tweede album – The Fool – van nederwave-ensemble Ambassade. Songtitels als Commando, Verwijder Jezelf, Verderfelijk, Vlees Bloed of Brand In De Straten spreken boekdelen. Ambassade, het Amsterdamse gezelschap rond multi-instrumentalist Pascal Pinkert, is geen vrolijke crowdpleaser.

Want wat te denken van lange tekstsamples als “Wat de kerk van mensen eiste, beschouwde ik als tegennatuurlijk en verderfelijk / En eens richtte ik een brief aan de kerkenraad omdat ik niet wenste te behoren tot een gemeenschap van huichelaars en slaven”, middenin het eerste nummer van de plaat? Zowel in inhoud als in toon lijken die uit de jaren vijftig of zestig van de vorige eeuw te stammen. Ze geven de plaat een kerkelijke sfeer, net als de KVP-politicus die in het tweede nummer – De Elitetheorie – bazelt over katholieken die naar de mis gaan en arbeiders in Tytsjerksteradiel die in staking gaan. (In werkelijkheid praat hij over de Maagdenhuisbezetting.) Verderop (in Bag Of Gold) hoor je componist John Cage met een intellectuele tekst over hebberigheid, een van de kwalen der mensheid. Er zijn samples over Ilonka uit Texas, dat meisje zonder hoofd: “geen pop, geen mechaniek”. En de beeldende poëzie van Eelco Couvreur op Later Met Je Beste Zelf is adembenemend – hoogdravend en apocalyptisch als ware hij apostel Johannes zelve. Volgens Pascal Pinkert gaat eigenlijk de hele plaat over de negatieve impact van godsdienst en leiders – altijd mannen – die religie inzetten om hun macht te legitimeren. Dan is The Fool niet eens zo’n gekke titel (pun intended).

De muziek is hier net zo duister als de thematiek. Ambassade  maakt een soort vintage koude synthesizerwave, maar vol bizarre en niet te verklaren geluiden. Tribale percussie. Modern klassieke strijkers. Veel reverb. Maar ook oosterse exotica. Soms klinkt het industrieel à la Cabaret Voltaire, soms is er metaalpercussie als bij Einstürzende Neubauten. Vaak klinkt er Suicide of Joy Division (mmm, misschien meer New Order) door. Nederlandse jaren tachtig-bands als Mekanik Kommando, Minny Pops en De Div zijn ook nooit ver weg. Het heeft allemaal een aantrekkelijk DIY-sfeertje en soms swingt het als de neten. Hoe dan ook is dit een grote stap vooruit sinds het vorige album – debuutplaat Duistre Kamers uit 2019 – van De Ambassade. The Fool is veel completer, origineler en meer internationaal. Hiermee gaan Pascal Pinkert & Co hoge ogen gooien. Voor deze plaat was Ambassade (voorheen De Ambassade, maar dat ‘de’ viel al weg vanwege die internationale aspiraties) al verhuisd van het Amsterdamse Knekelhuis-label naar het pretentieuze Schotse Optimo Music. België is al om, Europa, Amerika en de rest van de wereld zullen wel volgen. Ondanks die verontrustende Nederlandse tekstsamples.

Alle beste albums van 2023:

Gabriels – Angels & Queens

Deze plaat is niets minder dan een meesterwerk. Maar de weg er naartoe is lang en telt vele stappen. Keer op keer zitten wij als kinderen te smachten en te wachten op dit cadeau. Pas na twee jaar is de mijlpaal bereikt. Vanaf juli van dit jaar kunnen wij genieten van het album in zijn definitieve vorm.

Wat vooraf ging
In 2011 doet een beetje een dikke jongen mee aan American Idol. Hij eindigt niet onverdienstelijk in de top vijf. Hij heet Jacob Lusk. Verder is er niet veel aan de hand. Hij schopt het tot achtergrondzanger bij Diana Ross, St. Vincent en Beck. Lusk blijkt een prima zanger. Hij groeit op met gospel en traint zijn stembanden in de kerk. Bij een inzing-klus voor een reclamespot ontmoet hij regisseur Ryan Hope en soundtrack-componist Ari Balouzian. Het klikt. Ze besluiten een trio te vormen. Die vernoemen ze naar de straat in het dorpje Bishopwearmouth waar Ryan Hope is opgegroeid. Niet geheel toevallig is het ook de naam van een aartsengel.

Stap één
In de zomer van 2021 brengt Gabriels een EP uit: Love And Hate In A Different Time. Afgaand op de titel denk je dat je te maken hebt met de zoveelste retro-soul act, maar niets is minder waar. Er is iets mysterieus aan de hand. De nummers op de EP lijken wel gruizig alsof ze uit een vergeten archief vol wax-platen uit de jaren dertig zijn opgerakeld, maar tegelijkertijd klinken ze puntgaaf en hypermodern. ‘Uncanny’ is de juiste typering. Gabriels is tijdloos. Heel veel is ondefinieerbaar aan deze band, maar één ding staat als een paal boven water. Jacob Lusk heeft een stem als een klok – sensueel, kwetsbaar en krachtig tegelijk – en zijn bereik is onwaarachtig. De muziek is een natuurlijke mix van soul, gospel, r&b en een beetje disco. Hope en Balouzian blijven trouw aan hun achtergronden: de muziek klinkt ultiem filmisch. Maar rudimentair. Gabriels is een ruwe diamant. Je weet zeker dat ze gaan uitgroeien tot iets heel moois. Elton John hoort dat ook. Hij noemt dit ‘the most seminal record I’ve heard in the past ten years’. 

Stap twee
Kort daarna wordt de clip van het nummer Love And Hate In A Different Time gelanceerd. Het filmpje begint in volkomen stilte, met beelden van Thomas Edison uit 1894. Hij filmde de ‘Buffalo dans’ van de Sioux-indianen. Het was voor het eerst dat oorspronkelijke Amerikanen op film te zien zijn. Vanaf dan gaan we chronologisch door de geschiedenis van dans en film heen. We zien flarden Fred Astaire en The Shoot Horses, Don’t They?. We gaan van Woodstock en Wattstax via rollerdisco, line-dance en breakdance naar Vogueing en rave. Maar opeens – BAM! – is het voorbij. Dan zien we een #BlackLivesMatter demonstratie op straat. In het midden van de groep staat Jacob Lusk te zingen met een megafoon in zijn hand. Hij brengt een huiveringwekkende versie van Strange Fruit van Billie Holiday. De tranen staan je in de ogen.


Stap drie
Je weet genoeg nu. Een jaar later staat Gabriels op festival Down The Rabbit Hole. Daar moet je bij zijn. Al je vrienden staan bij S10 dus je gaat in je eentje. De festivaltent is stampvol en Gabriels speelt een dampende set. Het is dat er geen muren zijn, anders zou het zweet er vanaf druipen. Zanger Jacob Lusk is zó goed. Moeiteloos haalt hij elke noot van de inmiddels twee uitgebrachte EP’s. Met zijn charisma weet hij zelfs iedereen die buiten de tent moet staat te betoveren. Dat dit geen uitzondering is bewijst Gabriels een paar maanden later op festival Le Guess Who. 

Stap vier
Na de zomer van 2022 ziet Angels & Queens Part I het licht. De plaat heeft een hoes met een verstilde foto van Jacob Lusk in pak, op zijn knieën middenin een meer. Wordt hij hier gedoopt? Hij laat het zelf in het midden. Angels & Queens Part I telt zeven nummers en klokt op precies 27 minuten en 29 seconden. Is dit nou een album of een EP? Ook dat laat Gabriels in het midden. Het maakt je ook niet uit. Elke seconde telt. Die zeven nummers zijn weergaloos. Het bezwerende Taboo is intens en donker. Het doet je denken aan Nina Simone. Het titelnummer met troostende strijkers heeft precies de juiste cadans. De timing van Lusk is daar fijnzinnig. Je hoort hoe hij een paar tellen inhoudt voordat hij uitbarst in zijn pleidooi: “Somebody help me!” Het zijn dit soort subtiliteiten die het onderscheid maken tussen goed en geweldig. En dan heb je nog het dramatisch slepende The Blind met trage percussie, een licht elektronische backing en de door-merg-en-been-gaande falsetto van Jacob Lusk. Poeh. If You Only Knew is een ontroerende pianoballad geschreven vanuit het perspectief van Lusk’s overleden manisch-depressieve peetzuster. De productie is ook niet zo gruizig meer. Dat is te danken aan vaste Kendrick Lamar-medewerker Mark Anthony Spears alias Sounwave.

Stap vijf
Gabriels wordt te groot voor Le Guess Who en Down The Rabbit Hole. De band performt in de zomer van 2022 op North Sea Jazz en op Glastonbury. Zowel Gabriels als Jacob Lusk stelen de show op het Engelse megafestival. Gabriels als band speelt Glastonbury plat. De meeslepende mix van soul, gospel, vintage jazz, r&b en disco lijkt een definitieve vorm te hebben bereikt. Alles is uitgebalanceerd. Na dit optreden mag de zanger komen opdraven bij de grootscheepse afscheidsshow van Elton John op hetzelfde festival. Jacob Lusk zingt een gloedvolle versie van Elton John’s Are You Ready For Love?. Supersterstatus lijkt binnen handbereik.  


Stap zes
Rond dezelfde tijd ligt de definitieve versie van Angels & Queens in de winkels. Het zijn de zeven nummers van het deel in dat in 2022 uitkwam plus vijf nieuwe songs en een herbewerking. Allemaal even prachtig. Die herbewerking is van Love And Hate In A Different Time, dat nu nog meer disco wordt. Dat is prima. Openingsnummer Offering begint als lekker droge jazz maar uiteindelijk pakt een groot gospelkoor uit. En een van de hoogtepunten is het dubbelnummer Professional/We Will Remember waarin Lusk zich eerst op zijn meest kwetsbaar en daarna op zijn meest krachtig betuigt. De warmbloedige plaat eindigt – net als het eerste deel – met het doorleefde nummer Mama. Zo fraai… De laatste worden van de plaat zijn “It’s gonna be alright”.

Stap zeven
Definitief kan altijd nog definitiever. Na een tijdje verschijnt Angels & Queens ook in een Deluxe-versie. Je hoort nog eens zes nummers die de eerste twee rondes niet haalden, een overbodige mix van Love And Hate… en een tenenkrommende uitvoering van de evergreen Spanish Harlem. Nee, de echte meerwaarde van de Deluxe-uitgave zit ‘m in vier livetracks die zijn opgenomen op Glastonbury. Met name Professional/We Will Remember is de moeite waard.

Stap acht
Stap acht is Angels & Queens Part III? Of een heel nieuw project? Hopelijk hoeven we dit keer niet zo lang te wachten en te smachten.

Alle beste albums van 2023:

DJ K – PANICO NO SUBMUNDO

Uit de krochten van Heliópolis, de grootste favela van São Paolo klinkt de ‘bruxeira’. Dat is een oorverdovend amalgaam aan electro-beats, baile funk, psychedelische stemeffecten en snerpende sirenes. Keihard en swingend, maar je moet er wel de juiste drugs bij gebruiken. De 22-jarige DJ K (spreek uit ‘deejay kaa’) is de superster van bruxeira. Zijn verzamelalbum PANICO NO SUBMUNDO – paniek in de onderwereld – verscheen in juli. Het is horrorcore tot the max!

Funk
DJ K was 17 jaar oud toen hij funk ging maken. Gewoon, hij leerde de electronics van YouTube-tutorials en ging aan het werk. Al snel brak hij door op de Baile do Helipa-streetparties. Vijf jaar later staat hij bekend als de ‘Wizard’ en is hij de voorman van het collectief Bruxaria Sound uit São Paolo, met zeventien mc’s, producers en dj’s. Bruxaria Sound is de crème-de-la-crème van baile funk, die typisch Braziliaanse vorm van harde funk die midden jaren tachtig is ontstaan in de sloppenwijken. Het is een mengvorm van latino freestyle, Miami bass, rap en electro. (Boing Boom Tschak van Kraftwerk werd in de favela’s bewerkt tot Melô do Porco oftewel het Varkenslied.) Baile funk werd voornamelijk verspreid via zogenaamde ‘paredões’: sound systems op straat. De Rio de Janeiro-variant van baile funk is zonnig en vrolijk, maar in São Paolo werd de stijl steeds donkerder en meer sinister. Daar werd het funk ostenção genoemd en daaruit ontstond weer bruxeira (‘tovenarij’).






Gun
Bruxeira zou je kunnen beschouwen als carnavalsmuziek, maar dan wel heel profaan. En serieus best wel eng. Picasso’s Guernica is er niks bij in die donkere warehouses: Dansers hullen zich in horror-outfits en verkleden zich als jokers, clowns, exorcisten of nonnen. Hun dansmoves zijn wild en freaky. Het ziet eruit als een bad trip. En mc’s als Bin Laden en Kauan rappen over rampspoed en ellende. De sfeer is permanent paranoïde, ook doordat de helft van de bezoekers er met een gun rondloopt.

Chants
In die habitat lijkt DJ K wel te gedijen. Dat is goed te horen op PANICO NO SUBMUNDO, een verzamelalbum dat hij maakte met allerlei mc’s uit zijn collectief en dat verscheen op het Afrikaanse label Nyege Nyege Tapes (waar ik het bij MC Yallah en AUNTY RAYZOR al over had). De Braziliaanse plaat telt vijftien nummers die de drie minuten zelden overschrijden. Op het album lijkt tien jaar aan harde dansmuziek van over de hele wereld bij elkaar te komen: baile funk/funk ostenção/bruxeira, maar ook Zuid-Afrikaanse gqom/amapiano/afrotech, Jersey club, Europese hardstyle en die typische speed-up ‘phonk’ die je in de Russische underground zou kunnen horen (als die nog bestaat). De inventieve DJ K knipt en plakt het allemaal aan elkaar en lardeert het soms nog met samples van Arabische chants. Je weet niet wat je hoort.

Tuin
In nummers als Isso Não É Um Teste laat hij telkens een keiharde alarm afgaan, voordat een zaagtand-synthesizer gaat snijden. Dit soort ultraharde geluidshallucinaties worden in het Braziliaans ‘tuin’ genoemd. De beleving hangt samen met een specifieke drug die populair is in de favela’s: lança perfume. Het is een giftig mengsel van chloorethaan en parfum – een beetje a la poppers maar dan nasty – dat een korte euforie veroorzaakt – wat nog wordt versterkt door die harde schrille geluiden. DJ K weet precies hoe dat werkt. Hij maakt het allemaal extra trippy door heel heel heel veel galm te gebruiken (op sommige momenten hoor je alleen maar galm) en door de opnames van zijn mc’s in stukjes te hakken en in staccato loops te plakken, bijvoorbeeld in Ela Quer Pop Pirulito. Zo creëert hij met stemsamples een soort menselijke percussie. Heel spannend. De synth-lijntjes zijn dan weer heel simpel: minimalistisch en behoorlijk dom. Bruxeira is dubbelzinnige muziek.

Nee, PANICO NO SUBMUNDO is niet echt music for the masses. Het is bedoeld voor hele specifieke party’s op hele specifieke drugs. Maar de creativiteit en de power van DJ K’s bruxeira zijn absoluut inspirerend!

Alle beste albums van 2023:

JPEGMAFIA & Danny Brown – SCARING THE HOES

‘Met die gekke shit gaan we geen wijven krijgen, jonguh. Stop scaring the hoes!’ Aan die internet-meme ontlenen ‘oddball-rappers’ JPEGMAFIA (alias Peggy) en Danny Brown de titel van hun samenwerkingsproject. Blijkbaar moet die in kapitalen: SCARING THE HOES. Zonder ‘stop’ dus, want gekte is juist hun handelsmerk op deze collageachtige plaat. Met hun vrolijk anarchistische opvattingen van hiphop weten ze de grenzen van het genre te rekken tot in het onvoorstelbare. En nog een beetje verder…

Peggy en Danny. Dat klinkt als een mooi duo, niet? Het is dan ook logisch dat de twee mannen elkaar vonden. Een match made in heaven voor de weirdo’s van deze wereld. Beide heren opereren ergens in het absurdistische en chaotische verre veld van de hiphop, alleen JPEGMAFIA vanuit New York en Danny Brown vanuit Detroit. Ze zijn allebei een ster in het zich toe-eigenen van bizarre memes. Spelen de funky pimp met verve als dat moet, Snoop Dogg-style. En dan delen ze ook nog een voorkeur voor farmacologische delicatessen. Vooral Danny Brown bouwde afgelopen jaren flinke issues op met drank en drugs. Maar tegen de tijd dat SCARING THE HOES uitkwam zat hij in rehab. En afgelopen zomer gingen Peggy en Danny geheel fit op tournee door Amerika met dit materiaal.


Het is lastig om SCARRING THE HOES te omschrijven. De muziek is een samplerijke kruising tussen glitchpop, plunderphonics en lofi-hiphop, in elkaar geknutseld op een laptop en een oude Roland SP-404. Dat klinkt behoorlijk smerig. De bassen zijn vaak zwaar overstuurd en ze duwen soms de rest naar de achtergrond, maar dat mag de pret niet drukken. Ingrediënten in deze vreemde collage zijn onder andere I Need A Girl (Part 2) van Diddy of Gone van NSYNC, maar net zo goed Nintendo- of Sega-gamegeluiden of fragmenten uit Japanse B-films en blaxploitation movies (de albumhoes zegt genoeg, die is een verwijzing naar de film Sweet Jesus, Preacherman uit 1973). Je hoort stukjes loungeroom jazz, LL Cool J, gospelkoortjes, sax-uitstoten of droge notificaties van iMessage. Allemaal als repeteergeweer. ADHD in het kwadraat. Het is indrukwekkend hoe JPEGMAFIA in het nummer Fentanyl Tester het refrein van Milkshake van Kelis verknipt en stap voor stap verbouwd tot trap-beat. Maar net zo makkelijk babbelen de heren over flarden van een oud soulnummer van Michael Jackson heen, dat keer op keer wordt herstart.

Als je al dwarsverbanden wilt leggen, dan met het verleden. De oude Def Jam-platen. Peggy en Danny combineren de punkachtige humor en frisheid van de Beastie Boys met de muzikale inventiviteit van Public Enemy. Dat weten ze succesvol te vertalen naar de Tiktok- en laptopgeneraties. Het is mooi om te zien dat het vernieuwende SCARING THE HOES hoog eindigt op alle hiphop-jaarlijstjes van 2023.

De veertien korte instrumentale tracks zijn het werk van JPEPMAFIA. Daaroverheen spuien Peggy en Danny fifty-fifty hun vunzig humoristische raps. Het is allemaal dolle pret. Vooral de nasale stem van Danny Brown doet het ‘m hier. Hij is in het bezit van een onnavolgbare flow. Zij teksten ook. In het nummer God Loves You probeert hij de kerk een beetje geil neer te zetten en rapt dan: “Sit on my face, I wanna speak in tongues”. Maar Peggy tekent voor de beste openingszin van een hiphopalbum. Hij begint het nummer Lean Beef Patty met de woorden: “First off, fuck Elon Musk / Eight dollars too much, bitch, that’s expensive.” 

Zo val je van de ene muzikale verbazing in de andere. Noem het surrealisme. Noem het dadaïsme. Peggy en Danny zetten een volledig nieuwe standaard neer. Ze schrijven nieuwe regels. Precies wat hiphop nodig had.

Alle beste albums van 2023:

Cleo Sol – Gold

Noem me smooth, want ik ben gek op die zachte, gladde en slepende soul uit de jaren zeventig. Vooral de dames. The Emotions, Ann Peebles, Minnie Riperton, Gladys Knight & The Pips, Staple Singers… je kan me wégdragen. Dat kan ook bij de platen van Neo Soul, ehh Cleo Sol die dit jaar digitaal werden ‘gedropt’. Het waren er twee en ze verschenen vreemd genoeg binnen twee weken tijd (op 15 en op 29 september). De laatste, met als titel Gold, is de mooiste.

In dienst van de muziek
Ach, zo vreemd is dit release-beleid niet als je bedenkt dat Cleo Sol een van de belangrijkste zangeressen is in het mysterieuze Londense soulcollectief SAULT. Dat speelt het klaar om in vier jaar tijd maar liefst elf albums uit te brengen op onregelmatige tijden. Ik vind het tekenend. De productie van SAULT staat in dienst van de muziek, niet van de industrie. Dat geldt ook voor Cleo Sol, die je trouwens ook regelmatig kunt terughoren op de platen van Engelands beste rapster: Little Simz.

Banksy annex Prince
Cleo Sol leeft samen met producer Inflo. Die man, die ook wel de ‘Banksy van de muziekindustrie’ wordt genoemd, is de drijvende kracht achter SAULT. Hij is samen met Sol ook verantwoordelijk voor alle nummers op de twee platen uit september. Het zijn inmiddels de derde en vierde op naam van Cleo Sol. Waarschijnlijk heeft Inflo ook alle instrumenten ingespeeld. Dat maakt hem naast een soort Banksy ook een soort Prince. En laten we wel wezen: kwalitatief doet alles niet eens zoveel onder voor het werk van de paarse geilneef.


Warm sonisch bad
Een recensent van Clash Magazine zei het raak dit jaar: Elke release van Cleo Sol is excellent, maar sommige zijn excellenter dan andere. Het album Heaven is erg kort (precies een half uur) en wat meer jazzy. Maar Gold is veel meer gefocust. Je krijgt hier drie kwartier op-en-top soul voor je kiezen! Het geluid houdt het midden tussen retro r&b – zoals het ribfluwelen werk van Marvin Gaye, Stevie Wonder en Curtis Mayfield in de jaren zeventig – en hypermodern helder. Het is een warm sonisch bad. Daarmee steken Cleo Sol en Inflo de sound van Silk Sonic naar de kroon. De hele plaat is rustig: intiem en ingetogen. Deze broeierige en dromerige soul is meer huiskamermuziek dan voor een party. Af en toe geven gitaren of elektronica wat prikkels, maar het geheel voelt evenwichtig aan. Gold is sfeervol en gloedvol.

Langzaam wegzweven
En dan die stém van Cleo Sol, dames en heren! Hallelujah. Hier horen we een vrouw die met gemak in de voetsporen van een Alicia Keys, een Erykah Badu of zelfs een Whitney Houston kan treden. Je hoort de ene loepzuivere uithaal na de andere. Dat begint al in de gospelachtige opener There Will Be No Crying. In de eenvoudige pianoballand Please Don’t End It All pakt ze helemaal uit. In nummers als Lost Angel en vooral In Your Home zingt ze hartverscheurend. En misschien is ze in afsluiter en titelnummer Gold wel op haar best. Hoe dat werkt in die stembanden? Ik weet het niet. Maar Cleo Sol heeft het vermogen om je één of twee meter van de grond te tillen en je daarna langzaam te laten wegzweven.

Positieve plaat
“I can see the hope that’s in your eyes / I can see the magic in your life”, zingt Sol in Life Will Be. Het komt wel goed, wil ze zeggen. Het leven heeft zoveel moois te bieden. “You are not alone”, zingt ze ergens anders. Cleo Sol komt ermee weg. Sterker nog: nooit eerder heeft dit cliché zo authentiek geklonken. Deze tedere plaat biedt vooral veel troost. De tijden zijn donker. Er is oorlog en fascisme overal, 2023 is een kutjaar. Wat is het dan fijn dat er mensen zijn als Cleo Sol, die het aandurven om ondanks alles zo’n positieve plaat te maken!

Alle beste albums van 2023:

PJ Harvey – I Inside The Old Year Dying

Hoe wapen je je als artiest tegen de eeuwige cyclus van platen maken, toeren en platen maken? Polly Jean Harvey (1969, Bridport UK) deed het à la David Bowie door allerlei ch-ch-changes te doorlopen. Ze was een schuchtere feministe in het zwart tussen het macho grunge-geweld in de jaren negentig, maar werd allengs meer gothic en femme fatale. PJ werd een bijzonder stijlicoon. Ze verscheen op het podium in een roze catsuit, als boss-lady in een wit mantelpak of in een zwart korset van Ann Demeulemeester. Of in een trouwjurk. Haar muziek meanderde mee, van kekke rudimentaire bluesrock via Tom Waits-achtig experiment naar mitrailleur-achtige staccatorock vol sax-erupties. Ze bezong frontsoldaten en brandhaarden en trok in 2016 als muzikale verslaggeefster naar Kosovo, Kaboel en Washington. Maar met de tour die daarop volgde was de pijp leeg. Een burn-out smeulde. Eigenlijk wilde PJ Harvey helemaal niks meer met de muziekindustrie te maken hebben. Het duurde dan ook zeven jaar voordat ze met een nieuw album – haar tiende – op te proppen kwam.

In de tussentijd leerde ze ‘herbronnen’. De Schotse dichter Don Paterson zette PJ Harvey weer terug op het pad. En haar geboortestreek Dorset aan de zuidkust van Engeland. Ze leidden vorig jaar tot een roman in dichtvorm: Orlam. Het is een intiem (en beetje autobiografisch?) verhaal over het negenjarig meisje Ira-Abel Rawles, dat maand na maand en jaar na jaar de natuur – maar ook de bosgeesten – in Gore Wood observeert. Het dichtwerk is deels geschreven in Dorset-dialect en staat vol vervreemdende woorden als ‘drisk’, ‘mampus’, ‘wordle’, ‘reddick’, ‘charken’, ‘poxy’, ‘clodgy’ of ‘heftul’. In die zin doet het wel denken aan James Joyce’s Ulysses en Finnegans Wake of A Clockwork Orange van Anthony Burgess.


Muzikaal krabbelde PJ Harvey weer overeind door gewoon haar all time favourites te gaan spelen: alles van Nina Simone, California Dreamin’ van The Mama’s & The Papa’s en Golden Brown van The Stranglers. En ze zocht haar oude muzikale partners John Parish en producer Flood weer op. Ze ging met hen de studio in onder het motto: ‘Het mag nooit gaan klinken als de oude PJ Harvey’. Het voorwerk was al gedaan, want de songteksten extraheerde ze uit Orlam. Dat maakt misschien dat de twaalf nummers op het album overkomen als impressies, een beetje vergelijkbaar met Astral Weeks van Van Morrison. Je hoort spaarzame gitaren, subtiele elektronica en hoorspelgeluiden als wind en water of kinderstemmen en kerkklokken. Alles klinkt landelijk, rustig, zalvend en vooral heel Engels (alhoewel er af en toe associaties zijn met de oude Neil Young). Maar op het tweede gehoor is I Inside The Old Year Dying behoorlijk dissonant en avantgarde. Het is een album met meerdere lagen. Je mag wel een aantal draaibeurten nemen om die een beetje te gaan doorgronden. En Polly Jean zingt hier – indachtig het motto – nergens als de oude PJ. Meestal zet ze een engelachtige falsetto op, maar ze kan ook onaards de diepte in gaan. Zoveel variatie hoorden we niet eerder bij haar.

Die bizarre cryptische teksten en die sprookjesachtige, nevelige muziek maken met elkaar een hele ongrijpbare plaat. Het is een werk waarin je letterlijk kunt verdwalen. De ene keer verzandt je in diepe melancholie en tristesse, de volgende keer is alles licht en gaat het over kikkervisjes, schaapjes en dauw op de wei. In de wereld van PJ Harvey kan het onheilspellend, broeierig, geheimzinnig, zintuigelijk en verontrustend zijn. Soms allemaal tegelijk. En er dwalen mythische figuren rond, zoals de seksuele halfgod Wyman-Elvis (‘Elvis’ betekent ‘all wise’ in Dorset-dialect). Dus Love Me Tender komt overal op de plaat terug en in Lwonesome Tonight (geen spelfout) refereert ze aan Are You Lonesome Tonight én aan de beroemde pindakaasbanaan-sandwiches. Is Wyman-Elvis minnaar of Messias? Je weet het niet, want niks is zeker op I Inside The Old Year Dying. Alles is verwarrend of versluierd.

En toch… Zelf noemt ze het een ‘heel tactiele, menselijke plaat’. Je voelt intuïtief aan dat je met dit album dichter bij Polly Jean Harvey komt dan je ooit bent geweest.

Alle beste albums van 2023:

Model/Actriz – Dogsbody

Dit is godverdomme wel de lekkerste postpunk-plaat van het jaar, ja! Scherp. To-the-point. Hard. Non-conformistisch. Confronterend. Schokkend. Sexy. Vies en vleselijk op een bijna David Cronenberg-achtige manier, maar je kan er wel op dansen.

Pigfuck
Postpunk is trouwens niet eens zo’n goede benaming voor de debuutplaat van het kwartet Model/Actriz uit Brooklyn, New York. Er zijn andere labeltjes om te plakken: ‘post-no wave’, ‘industrial dancepunk’, ‘indie sleaze’, ‘noiserock’, ‘danceable mathrock’ of ‘American post-noise-dance’, je kunt het zo gek niet verzinnen of het komt langs in de juichende stukken van de Engelse en Amerikaanse media. (Niet de Nederlandse, hier wordt de band stelselmatig genegeerd.) Nog veel meer vergelijkingen dan labels lees je terug. Zo klinkt Model/Actriz achtereenvolgens als black midi, Black Country New Road en Big Black, Throbbing Gristle en Xiu Xiu, Liars, LICE en LCD Soundsystem. Pfff, ga er maar aan staan. De journalist Robert Christgau geeft nog de beste omschrijving. Hij noemt het genre ‘pigfuck’ en schaart daar naast Model/Actriz ook bands als Mandy Indiana, Chat Pile en Gilla Band onder.

Blauwdruk
Er is een naam die ik nergens teruglees, maar die niet eens zo’n gekke associatie is: Queen. Want Model/Actriz heeft een Queen-blauwdruk. De band heeft een rete-strak ritmetandem met drummer Ruben Radlauer en bassist Aaron Shapiro en een far-out briljante gitarist in de vorm van Jack Wetmore. En er loopt een Freddie Mercury rond. Het is alleen een abjecte, gore underground-Freddie en hij heet Cole Haden. Die is net zo gay, heeft hetzelfde charisma, eenzelfde diva-achtige moustache en dezelfde voorliefde voor opera en melodrama als de Queen-zanger (Cole Haden noemt Lady Gaga, kunstenares Marina Abramovic en de musical Cats als belangrijkste inspiratiebronnen). Het enige verschil? Cole Haden zingt niet, hij declameert, bezweert en schreeuwt.

Ziekelijk
Net als Queen viert Model/Actriz de body-culture, maar dan wel de meest duistere variant daarvan. De penis op de hoes spreekt boekdelen. Dogsbody druipt van de slasher en de seks. Bloed en sperma. Lappen vlees vliegen je om de oren. Het album begint in Donkey Show met Cole Haden scrollend door Grindr. Een hele andere bodycount hoor je terug in Mosquito. Dan wordt het grimmiger en grimmiger. Het lichaam als een Francis Bacon-schilderij komt terug in Slate en de adoratie daarvoor klinkt door als een vorm van mental illness. Een nummer over de Heilige Maagd Maria wordt een homo-erotische anthem. Het zwartst is het ziekelijke nummer Sleepless, waarin de protagonist opgebaarde misvormde lijken natekent en die vergelijkt met zijn slapende lief op het bed. ‘J.G. Ballard met borderline’, wordt Cole Haden ergens genoemd en dat lijkt me een rake omschrijving.

10 x Big Black
De plaat duurt maar kort: 37 minuten en 56 seconden. Want er staat geen noot teveel op. Het geluid van producer Seth Manchester (Lightning Bolt, Lingua Ingnota, Battles) is letterlijk messcherp en dat doet de band goed. Wat een vette power! Het klinkt alsof je tien Big Black-platen tegelijk draait. De dwingend dissonante dansbeats, die de eerste vier nummers kenmerken, drogen eventjes op in het dramatische nummer Divers waarin Cole Haden zich ook vocaal van zijn meest kwetsbare kant laat zien. Maar dan komt Model/Actriz nog sterker terug met het setje Amaranth, Pure Mode en Maria. De slepende noise in Sleepless doet de balans op de plaat – tussen dansen en panikeren – definitief omslaan naar paniek. Dit is niet dromerig, dit is pure nachtmerrie.

Nee, dit is geen léuke plaat hè. Heeft Dogsbody jou bang gemaakt? Mooi, dat was precies de bedoeling. De wereld heeft meer van dit soort ontregelende platen nodig.

Alle beste albums van 2023: