Heinali – Kyiv Eternal

Dit zijn herinneringen aan een plaats en een tijd die nooit meer zullen terugkeren. Of je er ooit bent geweest of niet, ze gaan door merg en been. Want deze stad ligt onder vuur van Russische bommen en drones.

De Oekraïense musicoloog Oleh Shpudeiko – alias Heinali – heeft net zo’n Zoom-recordje als ik. Ik gebruik dat voor het opnemen van interviews. Heinali liep er sinds 2011 mee door Kyiv om field recordings te verzamelen van allerlei alledaagse taferelen. Het was zijn bedoeling om een ‘akoestische ecologie’ van de stad aan te leggen. Zo bouwde Heinali een mooie bibliotheek op.

En toen werd het 24 februari 2022. Rusland begon een grootscheepse aanval op Oekraïne en hoofdstad Kyiv. Het land werd afgeslacht en platgebombardeerd. De Russen hadden het over een ‘militaire operatie’. De rest van de wereld noemde het totale oorlog. Kyiv lag weken onder vuur en Shpudeiko – net als zovelen – ontvluchtte de stad. Hij ging naar Lviv, waar hij indrukwekkende concerten gaf in schuilkelders.

Na de aanval keerden velen ‘Kyiv-ieten’ terug naar de stad. Ze hadden een vreemde gewaarwording, zo vertelt Oleh Shpudeiko. Het voelde alsof de stad op-en-top levend was. Kyiv ademde! Iedereen wilde hun geliefde plek omarmen en beschermen. Huggen. De muzikant wist zich er geen raad mee. Veel later besloot hij dat Kyiv Eternal zijn ‘hug’ zou worden. Dat verklaart ook een beetje die vreemde foto op de hoes. Die is van een standbeeld van de 16e eeuwse Oekraïense leider Petro Konashevych-Sahaidachny, maar ‘omarmd’ door zandzakken om het te beschermen tegen de Russische bommen. De foto heeft extra impact omdat het beeld – met één arm in de lucht – associaties oproept met het Vrijheidsbeeld in New York.


“Ik heb hier 37 jaar van mijn leven doorgebracht, dus dit is mijn ode aan de stad”, aldus Oleh Shpudeiko. Het album Kyiv Eternal verscheen precies één jaar na het uitbreken van de oorlog, op 24 februari 2023. Er staan elf indrukwekkende tracks op. Shpudeiko gebruikt zijn field recordings en combineert die met ambient loops die hij de afgelopen jaren heeft gemaakt. Zo ontstaan een soort geheimzinnige hymnes. De sfeer op de hele plaat is grijs en mistig, net zoals Den Haag of Amsterdam mistig kunnen zijn in half december. Dat komt doordat de muzikant experimenteert met allerlei vormen van zachte ruis, pianoklanken in de verte en hele vage synthesizerloopjes. Alles is in pastel. Het doet soms denken aan Apollo: Atmospheres & Soundtracks van Brian Eno en Daniel Lanois en soms aan het beste werk van Tim Hecker alias Scanner. Zelf zegt Oleh Shpudeiko beïnvloed te zijn door geluidsmagiërs als Coil, Psychic TV en Current 93.

Het meest bijzonder aan Kyiv Eternal is het ‘geheugen van de stad’, dat spreekt via de oude geluidsopnamen. In het nummer Tramvai 14 hoor je de light-rail van Kyiv, inclusief het ding-dong voor het uitstappen, de haltes die werden afgeroepen in het Oekraïens én het Engels (het is tenslotte een Europese stad) en het daveren over de rails. Kedeng kedeng, maar dan spookachtig cynisch. Stansiia Maidan Nezalezhnosti is een stop op metrostation Maidan-plein, thuisbasis van de Oekraïense revoluties in 2013 en 2014 oftewel Євромайдан (EuroMaidan) tegen de Russofiele president Viktor Yanukovych en de druk uit Moskou. De wat vrolijker track Silpo is dan weer een herinnering aan de gelijknamige keten groentewinkels en je hoort hier mensen graaien en kassa’s rinkelen. Botanichnyi Sad is sprookjesachtig doordat Heinali ooit vogels heeft opgenomen in de botanische tuinen. Juist door die broze, onschuldige klanken staan de tranen je in de ogen. En Borshchahivka At Night is een raadselachtige speurtocht door pittoreske wijken iets buiten de stad.

Het meest indrukwekkend is de ‘suite’ van de laatste drie nummers op het album: Night Walk, Kyiv Eternal en Coda. De ruim acht minuten van Night Walk zijn opgebouwd rond een eenvoudige synthesizer-riff die steeds verder vervaagd (in die zin doet het een beetje denken aan het 9-11 ambient-epos Disintegration Loops van William Basinski). Het is nostalgisch en huiveringwekkend tegelijk. Het titelnummer heeft dan weer een vreemde positieve vibe. Dat biedt troost. En Coda is opgetrokken uit breekbare pianoklanken en geluiden van auto’s. In de verte blaft een hond. Het doet treurig en nostalgisch aan, maar je voelt in alles een stad die blijft doorademen. Oorlog of geen oorlog. Je weet dat deze stad ooit weer gelukkig wordt, ooit wordt hier weer gelachen en geleefd. Hoopvol prevel je: ‘Slava Ukraini’. Nog net voordat de plaat plotsklaps voorbij is.

Territoria en vastgoed kunnen worden gestolen of vernietigd, herinneringen en cultuur – de ziel van een volk – kan niemand afnemen. Dat maakt Heinali wel duidelijk met zijn muziek vol nostalgie en spanning. Als de woorden van Volodymyr Zelensky niet meer aankomen, laat dan dit album resoneren in Den Haag en Brussel. Of beter nog in Moskou.

Alle beste albums van 2023:

Durand Jones – Wait Til I Get Over

Zompig zoals oude southern soul, gloedvol als de goddelijkste gospel, maar ook rauw en rockend én klaar voor de 21e eeuw. Zo klinkt Louisiana op het debuutalbum Wait Til I Get Over van Durand Jones. Solo dus ditmaal dus zonder zijn Indications, waarmee hij doorgaans goed doortimmerde maar gladde en disco-achtige retrosoul maakt. Die is op zich lekker, maar hier gaat Durand de diepte in. The deep south of the USA, om precies te zijn, daar waar zijn roots liggen. Het wordt een reis met een dubbel gevoel.

Durand Jones is geboren en getogen in Hillaryville, ooit een idyllisch gehucht ergens tussen Baton Rouge en New Orleans. Het is vernoemd naar Hillary Rice, een tot slaaf gemaakte in het bezit van John Burnside die de vrijheid terugkreeg en na de burgeroorlog het dorpje stichtte met zeven andere ‘settlers’. “If you follow the Mississippi River as she swivels and turns tightly, unable to move freely because of the levy, you’ll find Hillaryville, a small place in Louisiana’s Atchafalaya Basin. This place was founded by eight slaves who recieved it as a form of reparations after the American Civil War. Most visitors are still greeted by the tall, Sprite-green, green sugarcane basking in the presence of the sun. When asking my Gran what was it like when she first moved to Hillaryville, her reply was always the same: The place you’d most want to live.” Zo vertelt Durand Jones het aan het begin van deze plaat. Maar zo pittoresk heeft hij het dorpje nooit gekend. Het viel ten prooi aan de crack en staat nu vol halfvergane woonwagens en autowrakken. Ze zijn er aardsconservatief. Daar kon je als queer niet uit de kast komen.

En toch laat Hillaryville hem niet los. Op deze plaat probeert Durand Jones er mee in het reine te komen. Hij wilde een plaat maken die klonk als de geur van magnolia’s op een warme zomerdag: “that sweetness as well as that mustiness – there’s something beautiful there”. Dat is goed gelukt. Het conceptalbum – je kunt misschien beter zeggen zijn muzikale memoires – klinkt bitterzoet. Het is een rauwe mix van soul, rootsrock, rhythm & blues, gospel, jazz en folk. Zonder opsmuk, soms overstuurd, primitief, vervormd, het lijkt allemaal in één keer op de band te zijn geknald. En Durand Jones heeft zo’n zoet-hese vibrato die hem meteen naast Wilson Pickett en Otis Redding plaatst. Het grijpt je bij de strot! Keer op keer. Een soulslijper als de ballad Gerri Marie – vol prachtige uithalen – zet gelijk de toon. Hier wil je alleen maar meer van. Een countrysoul-nummer als Sadie had zo op een album van Alabama Shakes en Brittany Howard kunnen staan. In andere nummers zingt Durand Jones al samplend in zijn eentje een heel gospelkoor vol. Indrukwekkend.

De pure soul op I Want You – Durand bereikt hier climax na climax! – wordt verrijkt met een off-beat percussie die (letterlijk) zo lijkt weggelopen uit een processie in New Orleans. Zeg maar zoals Tom Waits het ook graag hoort. Op andere momenten klinken Durand Jones en zijn band weer strak en funky als een Stevie Wonder in de seventies. Inclusief syncoperende ritmes. Dan iets anders: De civil rights-hymne Someday We’ll Be Free – een cover van Donny Hathaway over slachtoffers van racistisch politiegeweld – had zo op What’s Going On van Marvin Gaye kunnen staan. Want even episch. Want even zoetgevooisd. Wat een combi.

De eerste single van de plaat was That Feeling, een melancholisch liedje over Durand’s eerste ervaringen met queer-zijn en verliefd zijn op een man. Het nummer begint voorzichtig en emotioneel complex, maar het bouwt op als een traditionele gospel om te eindigen als een vreugdevolle ode aan de liefde. Wat is dat mooi! Een ander hoogtepunt van het album is het ontroerende Letter To My 17 Year Old Self. Het begint als een dramatische pianoballad van Prince, loopt via een bumpy honky-tonk-ritme en een jazzy saxofoonbreak  om uit te monden in een grande finale met weer zo’n pakkend zelfgeknutseld gospelkoor. Die gospelaanpak refereert aan de zogenaamde ‘lining hymn’-stijl waarvan het koor in Hillaryville de hoeder was.

Het album eindigt daarna prachtig met de ballad Secrets, die halverwege vervaagt in minutenlang wassend water. Het zijn de rustige geluiden van de majestueuze Mississippi zoals ze al eeuwenlang geklonken hebben. En dan is de nostalgische reis van Durand volbracht. Hij laat ons overrompeld achter.

Alle beste albums van 2023:

Speaker Music – Techxodus

Wat heeft wat er op die mega-events in Gelredome of de Johan Cruijff Arena gebeurt te maken met zwarte Detroit techno-pioniers als Kevin Saunderson, Derrick May en Juan Atkins? Niets toch?

Hetzelfde geldt voor wat er voorbij komt in hippe Berlijnse clubs als Berghain en Tresor. Er was nog even een tweede golf in de jaren negentig – met Carl Craig, Underground Resistance en Drexciya – die dicht bij de roots bleef, maar daarna heeft techno definitief een afslag genomen. Het werd marketing en merchandise. Het werd makkelijk en mainstream. Oontz-oontz-oontz hedonisme. Het werd vooral ook een witte aangelegenheid. Dat staat allemaal nogal veraf van de oorspronkelijke afrofuturistische en activistische inslag die de techno-pioniers nog erfden van grootheden als Sun Ra en de Last Poets.

Van grap naar beweging
Dat was de reden waarom ontwerpers Ting Ding en Luz Angelica Fernandez van het modemerk HECHA een paar jaar geleden rode petten gingen maken met daarop de uitspraak ‘Make Techno Black Again’ (een parodie op Trump’s ‘Make America Great Again’). Wat begon als een grap, groeide uit tot een beweging. En DeForrest Brown Jr (Tampa Florida, 1990) was de eerste om zich daarbij aan te sluiten. DeForrest Brown Jr noemt zichzelf theoreticus, journalist, curator, visual artist en ‘als het nodig is’ ook muzikant. Dat laatste doet hij onder de naam Speaker Music.

Allereerste techno-muzikant
‘Als het nodig is’, dat klinkt best pretentieus, niet? Het was blijkbaar al een paar keer nodig. Vanaf eind 2019 bracht hij enkele EP’s uit op het prestigieuze Planet Mu-label en in 2020 het album Black Nationalist Sonic Weaponry, gevuld met spoken word en elektronica. Zijn belangrijkste wapenfeit als schrijver/theoreticus is het boek Assembling A Black Counter Culture uit 2020. Dat gaat over de link tussen de uitbuiting van zwarte werkkrachten – van de katoenvelden in Alabama via de autofabrieken in Detroit tot de distributiecentra van Amazon over heel Amerika – en zwarte innovatie in elektronische muziek. Brown gaat daarin best ver. Zo betitelde hij de tot slaaf gemaakte zanger-pianist Thomas ‘Blind Tom’ Wiggins (1849 – 1908) als allereerste techno-muzikant. En een werkman op een plantage, in een fabriek of in een distributiecentrum is eigenlijk een soort machine. Dus is het logisch dat zwarte techno tegelijk menselijk als machinaal klinkt.

Techno-bijbel
Het ‘witwassen’ van techno werd veroorzaakt door Europees kolonialisme, zo stelt DeForrest Brown Jr. Dus daar zet hij zijn eigen roots tegenover. Zijn vader was een blauwe maandag trompettist bij Sun Ra en de jonge DeForrest heeft zelf stapels en stapels jazzplaten gedownload. Na het lezen van The Third Wave van Alvin Toffler (dat in de jaren tachtig werd gezien als dé techno-bijbel) bekeerde hij zich tot de futuristische avantgarde stroming uit Detroit. Hij viel vooral voor Drexciya, en dat is goed terug te horen op Techxodus. En te zien: Speaker Music vroeg de beroemde illustrator/ontwerper Abu Qadim Haqq – bekend van de spacy hoezen van Drexciya – om ook zijn hoes te maken.  

Buitengewoon fascinerend
Techxodus begint ambient-achtig. Een rustige stem vat al het techno-getheoretiseer in één zin samen: “Black music that sounds technical, rather than music made with technology.” Het album heeft zeker die zwarte old-school Detroit feel, warm-menselijk en koud-machinaal tegelijk, maar het is zeker geen techno in de zin van dance. Het lijkt eerder bedoeld voor de huiskamer en de koptelefoon. Deze muziek houdt het midden tussen industrial, free jazz en glitch, en dat is buitengewoon fascinerend! DeForrest Brown Jr kiest niet voor nostalgie maar creëert iets futuristisch en dat is dus geheel in stijl. Wat horen we? Gebroken of gestretchte samples, laser-achtige synthi-sounds en ingewikkelde ritmepatronen uit drummachines of live. Het klinkt rauw en impulsief en tegelijk heel gepolijst. Een van de uitschieters is Feenin, waar halverwege een bizar harde distortion het nummer gaat overheersen. Maar het prijsnummer is Jes’ Grew, vernoemd naar het audiovirus in Ishmael Reed’s klassieke roman Mumbo Jumbo. De gesamplede en bewerkte blazers zijn werkelijk hypnotiserend!

Alle beste albums van 2023:

It Dockumer Lokaeltsje – Trump Yn Makkum

Trump is een lul. Altijd al geweest. Dat was hij ook in 1988 en het Friese dorp Makkum kan er nog steeds niet over uit.

Wat wil het verhaal? In 1987 geeft de vastgoedmagnaat aan de scheepswerf Amels in Makkum de opdracht om het enorme jacht Trump Princess te renoveren. Die had de Donald gekocht van de rijke oliesjeik Adnan Khashoggi (oom van de in stukken gesneden journalist, maar dat terzijde). In januari 1988 gleed de Trump Princess de Friese haven binnen. In mei kwamen Donald en Ivana Trump met een helikopter naar Makkum om polshoogte te nemen. Het hele dorp liep uit, maar na vijf minuten was het stel weer verdwenen. De opdracht van 17 miljoen gulden was de redding voor Amels, die op het punt stond om failliet te gaan. En het werd nog mooier: in 1989 gaf Donald Trump opdracht om voor 330 miljoen gulden een heel nieuw schip te bouwen: de Trump Princess II. Het betekende dat Amels flink kon investeren in faciliteiten en personeel. Het dorp juichte!

Maar Trump raakte in de financiële problemen en de betalingen stopten. Om juridische gevolgen te voorkomen, verzon hij een list. In 1990 kocht de Trump Organization scheepswerf Amels. Na de koop werd meteen de bouw van de Trump Princess II stopgezet en de order geannuleerd. Vervolgens werd Amels weer doorverkocht. Zo had Donald Trump contractbreuk afgewend. Het schip is er nooit gekomen. Amels overleefde ternauwernood, maar heeft veel mensen moeten ontslaan. Nog steeds praat men in het dorp liever niet over deze vernedering uit de vorige eeuw.

Het was in dezelfde tijd dat zo’n dertig kilometer verderop – in Leeuwarden – drie vrienden van het Stedelijk Gymnasium een band begonnen. Zanger, tekstschrijver en bassist Peter Sijbenga, gitarist Sytse J. van Essen en drummer Fritz de Jong vernoemden hun band naar de beroemde 19e eeuwse stoomtrein: It Dockumer Lokaeltsje. In 1987 brachten ze de legendarische mini-elpee Wil Met U Neuken! uit, met daarop het alternatieve VPRO-hitje Klúnen Yn’e Dúnen. Hun referenties? No wave, postpunk, Sonic Youth, Wire. Rammelend en absurdistisch zwoegden ze zich voor korte tijd over de Nederlandse podia. Kort daarna begon Sijbenga de band Deinum. Van Essen en De Jong gingen verder in LUL (Lui Uit Leeuwarden). Het duurde een kwart eeuw voordat It Dockumer Lokaeltsje weer op de rails werd gezet. Na twee goede platen in 2017 en 2020 – en een Nederlandstalige versie van het album Alles Ist Gut van Deutsch Amerikanische Freundschaft (DAF) – werd het dit jaar tijd voor Trump Yn Makkum, de musical.

Alhoewel een musical? Er is een titel. Er is een triomfantelijke tekstregel: “Finansjeel is it rûn, wy ha goud yn’e hannen!” En er is een QR-code op de achterkant van een cd-hoesje. Als je die volgt vind je een virtuele schandpaal en een script. Dat is alles wat er is. Heel fijn, want zo’n halfslachtig amorfe aanzet tot ‘een soort van’ is natuurlijk typerend voor It Dockumer Lokaeltsje. En of die musical er ooit echt gaat komen? “Dat wytte wy net”, zegt Sijbenga tegen de Leeuwarder Courant, maar in de Volkskrant mijmert hij over een mogelijke uitvoering met de plaatselijke drumband Hallelujah.

Hoe dan ook. Het was aanleiding tot een van de leukste albums van 2023. De cd Trump Yn Makkum is weer net zo vrolijk anarchistisch als Wil Met U Neuken! destijds. Avantgardepunk. Doorgedraaid en tegendraads. Amusant. Heerlijk. DAF hoor je weer terug in het openingsnummer Kapsalon. Maar ook jeugdidolen als Wire (in Mieke Het Un Droan Kocht), zo zeggen ze op hun Bandcamp-pagina, en DEVO en No Means No (in Alle Hat Alles en  Poddestuolleding). Het erg fijne nummer Frosketrollen is Adam & The Ants, maar dan verkeerd begrepen – aldus It Dockumer Lokaeltsje. Uiteraard zijn er ook weer associaties met de stompende fanfarepunk van De Kift en de onnavolgbare liedjes van Meindert Talma. De meeste teksten hebben niks meer van doen met Donald Trump. Ze kregen al gauw genoeg van hem, vertelt Sijbenga. “Dêr hinget sa’n ferskrikilik negative enerzjy om dy man, dêr ha ik noait mei omgaen kinne. Wy binne gjin death-metal-band.” Nee, de nummers op de cd zitten vol met andere rare gedachtenkronkels. In het nummer Georgino Wijnaldum gaan ze tekeer tegen het ‘hutjekutjevolk’. Een tekst als It Frije Wurd Stjonkt Ut ‘E Bek spreekt natuurlijk boekdelen. En het boemeltje sluit af met het unheimische nummer Foar De Oarloch. Niet alleen onze opa’s en oma’s zijn van Voor De Oorlog, dat zijn wij allemaal. Want er komt altijd weer een oorlog. Die van onze opa’s en oma’s – WOII – komt nog even terug in het nummer Trump Yn Makkum De Musical II. Daar is de enige tekstregel: “Hiel wat Fryske skriuwers wiene foar de Dútsers.” En zo is de cirkel weer rond. Trump, Wilders, het fascisme lijkt helemaal terug.

Alle beste albums van 2023:

MC Yallah vs. Aunty Rayzor

Kort na elkaar verschenen dit jaar twee Afrikaanse hiphopplaten gemaakt door vrouwen die zijn voortgekomen uit de scene rondom het experimentele dance-collectief Nyege Nyege Tapes uit Kampala in Oeganda. Half april verscheen Yallah Beibe, de tweede plaat van de Keniaanse/Oegandese Yallah Gaudencia Mbidde alias MC Yallah. En begin september kwam de debuutplaat Viral Wreckage uit van Bisola Olugbenga uit Nigeria, die we beter kennen als Aunty Rayzor (vanwege haar messcherpe raps). Op beide platen komen we interessante namen tegen als de Frans-Berlijnse female dj Debmaster, de Japanse producer Scotch Rolex en producer Chrisman uit Congo. Welke van de twee platen de beste is? Ik heb een lichte voorkeur, maar ik wil niet kiezen. Dat doen jullie maar. Ik bespreek ze allebei. Dus eigenlijk is dit rijtje niet de 23 van 23, maar 24. Alleen dat bekt wat minder lekker.

Maar eerst gaan we terug naar 2021 voor een antwoord op de vraag: wat is de meest opwindende clubmuziek ter wereld? Is het de Braziliaanse baile funk of juist de elektronische afrobeat uit Nigeria en Oeganda van labels als Nyege Nyege of Hakuna Kulala? Beiden, zo bleek tijdens een hete dj-set op het In/Out-festival in Kampala. Daar stond baile-god Cris Fontedofunk uit São Paulo op het podium met Chrisman, Aunty Rayzor en MC Yallah. De dames gingen helemaal loos. In extase! Aan het eind kruipt Rayzor op handen en voeten over het podium terwijl Yallah maar blijft shaken en shaken. De handen gaan in de lucht en ze schreeuwen lachend: “Uganda!”, “Nigeria!” en “Brazil!”. De kruisbestuiving werkte als een tierelier.  


Het is niet dat MC Yallah nieuw was in de scene. Zij maakt al hiphop sinds 1999, maar haar output is niet zo hoog. Na een paar singles bracht ze in 2019 haar debuutplaat Kubali uit, samen met Debmaster. Aunty Rayzor is van iets later. Zij bracht in 2020 haar eerste single uit: Kuku Corona. En dit jaar kwam zij dus met haar eerste album.

Als het gaat om talen, dan wint MC Yallah het bij de dames. Zij rapt niet in twee, maar in vier talen: moeiteloos wisselt ze Luganda en Engels met dialecten als Luo en Swahili. Per track test ze de cadans van haar tong voordat ze een taal kiest. Ze rapt snel en scherp, met gemak gaat ze over singeli beats van 300 bpm heen. Het maakt haar niet uit dat westerlingen haar wel of niet verstaan. MC Yallah: “It’s the impact that I leave on them.” Die maakte ze al op Kubali, maar op Yallah Beibe heeft ze haar muzikale spectrum nogal verbreed. Naast hiphop hoor je dancehall, trap, techno, maar ook noise, industrial, hardrock en er komt zelfs wat gothic voorbij. Alles klinkt rauw, maar qua geluid kent Yalla Beibe net zo’n breed palet. Dj Debmaster maakt haar tracks wat koud en glanzend, terwijl Chrisman juist heet en gruizig klinkt. Mijn voorkeur gaat uit naar de wat duistere kant van Debmaster. Een van de hoogtepunten op de plaat is No One Seems To Bother, dat lijkt opgenomen in een vunzige SM-kelder. We horen een beat van zweepslagen en Lord Spikeheart van de Keniaanse metalband Duma mag volop grunten. “The world is going under and no-one seems to bother”, zingt Yallah in het Engels verwijzend naar alle conflicten in de wereld (die in Gaza was nog niet eens begonnen) om daarna over te schakelen naar het Swahili: “Jirani yako pia amegeuka aduyi” (“je buurman is nu je grootste vijand”). Op andere nummers is het weer traditionele hiphop-borstklopperij, maar MC Yallah moet wel, zo zegt ze zelf. Niemand in het westen ziet haar staan, dus prijst ze zichzelf maar aan.

Aunty Rayzor is de 21e eeuwse belichaming van Roxanne Shanté’s Sharp As A Knife. Haar stijl wordt ergens mooi omschreven als ‘ratatat raps’. Ze doen ergens denken aan de wreedheid van Lil’ Kim gemengd met het theater van Nicki Minaj. Het album Viral Wreckage op het Hakuna Kulala-label heeft net zo’n breed palet als dat van MC Yallah, alleen zoekt Aunty Rayzor het in vriendelijker stijlen: Afrikaanse highlife, baile funk, dancehall. Die mixt ze lekker met trap, grime en drill. Debmaster en Scotch Rolex pakken weer uit, maar de Fontedofunk, de jonge Oegandese producer Ill Gee en de Keniaanse avant-pop futurist Kabeaushé mogen ook los.

Een nummer als Doko (met producer Slimcase) is bijna een traditioneel Afrikaanse folksong met spirituele chants. Op Bounce – toepasselijke titel – laat dj Fontodefunk de hele wereld stuiteren, terwijl Aunty al twerkend lijkt te rappen. Pure seks dit. Fall Back, met een jubelende gastrol voor de Congolese zanger Titi Bakorta, is juist weer een bevlogen ballad. Heel mooi. Ook bij Aunty gaan de scherpe randjes er een beetje af als ze tussen de lome gitaarriffs door zingt over hoe ze verliefd wordt. En dan is er nog Tobaya, een stonede r&b-track die een beetje waterig à la Kelela klinkt (die zien we later nog terugkomen in de 23 van 23).  

Fijn is overigens – bij beide dames –dat de nummertjes bijna nergens de drie minuten overschrijden. Kort maar krachtig zijn zowel Yallah Beibe als Viral Wreckage. Nederlandse festivalgangers konden al twee keer genieten van MC Yallah. In 2022 stond ze op het festival Dekmantel en in 2023 was Le Guess Who aan de beurt. Aunty Rayzor komt volgend jaar. In juni 2024 staat zij op Rewire. Laten we hopen dat zowel MC Yallah als Aunty Rayzor heel productief blijven. Want ik denk dat we het beste nog niet hebben gezien.

Alle beste albums van 2023:

Matthew Herbert & London Contemporary Orchestra – The Horse

‘Wat als we nou eens een skelet van een paard kopen en daarmee muziek gaan maken?’ Hahaha, daar bleef het niet bij. Ongeveer 6900 paardengeluiden werden van internet geplukt en artificial intelligence mocht daar bruikbare klanken van maken. En het gedroogde sperma van een eersteklas racepaard belandde in een shaker om exotische ritmes mee te schudden.

Groot Idee
De Britse producer en geluidskunstenaar Matthew Herbert (1972) begint zijn projecten altijd vanuit een simpel concept. En dat wordt dan Een Groot Idee. Zo begon hij Plat Du Jour met alleen maar keukengerei. Het werd een aanklacht tegen de voedselindustrie met geluiden uit de hele keten – van plant of dier tot bord. En Bodily Functions begon met geluiden van huid, haar en organen. Samples van het menselijk lichaam. Het werd een jazzy house-plaat over bodyculture en de staat van de mensheid (toe maar).

Nieuwe rode draad
En in 2023 was er dus dat paardenskelet. Herbert was op zoek naar een groot geraamte van een zoogdier om daar geluiden uit te halen. Het leidde tot veel meer dan dat. Hij ging het concept of het idee ‘paard’ van alle kanten bekijken, maar ook ‘techniek’ en ‘religie’. En hoe de mens omgaat met het edele dier. Zo ontstond een interessante nieuwe rode draad door de geschiedenis – van de prehistorie tot in de toekomst. Want het idee om botten te gebruiken als muziekinstrumenten is al zo oud als de mensheid.

Allereerste mens
Matthew Herbert fantaseerde samen met Seb Rochford van Polar Bear en Shabaka Hutchings van Sons Of Kemet hoe de muziek van de allereerste mens moet hebben geklonken. Shabaka speelde een zelfgemaakte fluit en ze gaven net zulke paardenbottenfluitjes aan verschillende leden van het London Contemporary Orchestra. Ze haalden er allemaal hetzelfde trillende geluid uit. Die ging Herbert opnemen in prehistorische grotten van Noord-Spanje – tussen de eeuwenoude paardentekeningen – om de mogelijke klank van twaalf- tot veertienduizend jaar geleden op te roepen.

Paard als werktuig
De volgende stap was een snareninstrument: van het bekken van het paard werd een lier gemaakt. Die werd bespeeld door Jali Bakary, meester op de kora. Het markeert misschien een volgend moment in de geschiedenis van de mensheid, als muziek niet meer alleen ritueel wordt gespeeld maar ook voor het plezier. Vervolgens gaat het in grote chronologische stappen door de tijd, tot het moment in de geschiedenis dat er geen gelijkheid meer is tussen mens en paard. Het paard krijgt een zadel op en is voortaan een werktuig. Het is het einde van het vrije dier. Het melancholische stuk The Horse Is Quiet is de klaagzang die dat moment markeert.  

Het gelukkigst
Gaandeweg komen er ook steeds meer werktuigen in de muziek van Matthew Herbert en het London Contemporary Orchestra. Geluidskunstenaar Ella Kay zet samples van politiepaarden, paarden voor de jacht en voor parades met een computer in ritmepatronen. Herbert bouwt een zogenaamd ‘Mammoth Beat Organ’ van de eerdere paardenbotfluiten. Een hinnikend paard word ‘gesynct’ met een tuba. We horen de startbel van de beroemde Chepstow paardenraces. En Danilo Pérez – uit het Wayne Shorter Quartet – mag improviseren op fenderpiano. De thema’s verschuiven naar het romantische beeld van the lonesome cowboy die naar de ondergaande zon rijdt (die cowboy is wél vrij…) en het angstaanjagende beeld van de pick-uptruck die achter de racers op Chepstow rijdt om de paarden die gewond uitvallen neer te schieten. Maar het album eindigt heel rustiek in de – hopelijk nabije – toekomst, met het paard in de omgeving waarin het het gelukkigst is: op een grazige weide met één, twee of drie kameraadpaarden eromheen en een stromend beekje ernaast.

(Wil je Matthew Herbert horen over de achtergronden bij alle nummers op The Horse? Lees dan Behind the Songs: Matthew Herbert Casts an Enchantment With The Horse, deel 1 en deel 2 bij weblog Sound of Life. Maar ook over het toeval waarmee de hoes is ontstaan. Een man met een metaaldetector vond een klein paardje uit de Bronstijd in de tuin van Matthew Herbert’s studio, waarschijnlijk een beeldje om te offeren aan de goden. Is deze plaat dan weer hun geschenk terug?)

Lekker verteerbaar?
Het is allemaal vreselijk boeiend, niet? Maar levert het ook een fijne luisterplaat op? Hmmm. Het eerste deel van het album is vooral een reeks interessante geluidsexperimenten. Die zet je zeker niet op als achtergrondmuziek. Daarna wordt het beter te pruimen. The Rider (Not The Horse) bouwt heel spannend op. The Horse Has A Voice heeft een lekker pompend ritme. En de uitsmijter The Horse Is Here is een rustgevend bucolisch ambient-stuk, inclusief geluiden van vogeltjes en een zacht briesend paard. Mocht je daarna nog niet genoeg hebben, hou dan de releases van Matthew Herbert in de gaten. Hij brengt de ene remix na de andere uit van The Horse-nummers. Onder andere Richard Skelton, Osunlade en Robag Whrume zijn al aan het werk gezet. Zij maken het helemaal lekker verteerbaar.  

Alle beste albums van 2023:

Aesop Rock – Integrated Tech Solutions

Integrated Tech Solutions, oftewel ITS, is een album, maar ook een fictief bedrijf. Dat leren we al in de eerste minuut. Over een achtergrond van jaren tachtig synthrock – zeer typerend voor cheesy reclames – spreek een stem: “Building a bridge to a better tomorrow: ITS is a system of lifestyle and industry applications designed to curate a milti-experience. Using a unique hybrid of machine learning and on-site scrum sessions, our specialists have redefined tech-centric problem solving. Disrupt. Innovate. Refine.” Een gemiddelde TED-talk is er niets bij… Daarna volgt een auditief in elkaar gefrommelde en dus bijna onhoorbare disclaimer. En vervolgens kunnen we meer dan een uur loos gaan op dit fantastische old-school hiphop-album.

Dad rap
Aesop Rock is een exploot van de zogenaamde ‘dad rap’, samen met een veteraan als billy woods die niet toevallig ook op dit album is te horen. billy woods staat bekend om zijn coole flows (waarmee hij vorig jaar mijn 22 van 22 haalde), de stijl van Aesop Rock wordt vaak omschreven als ‘wordsalad’. Terecht. Hij is een man van veel woorden. Op Integrated Tech Solutions krijgen we de ene heerlijke salade na de andere opgedist in zijn fijne donkerbruine stem. Hij klinkt supersnel en relaxed tegelijk. (Hoe dóet ‘ie dat?) We horen hem tekeer gaan over diepe bassen, Run DMC-achtige ritmepatronen, retro-triphop of over crispy breakbeats, maar ook over lo-fi drums en jazz-samples.

Stand up
ITS is een soort van losse conceptplaat met een dystopische visie op tech-consumentisme. Aesop Rock begint 2,5 miljoen jaar geleden met de uitvinding van het wiel in het nummer Mindful Solutionism en slaat vervolgens bruggen naar atoomsplitsing, robotarbeiders en chemische oorlogsvoering. Aesop Rock is een van de meest originele rappers van deze tijd. Er zijn ook uitstapjes: dan rapt hij bijvoorbeeld over duiven, maar dat is eigenlijk een ode aan Leonardo da Vinci en aan de creativiteit van de mens. Een andere ode is er aan het stromen van rivieren en hij somt op: de Hudson, de Susquehanna en de Willamette: “I wonder what could possibly be lurking on the bottom.” Een volgende ode is gewoon aan junkfood. In Failure rapt hij over Vincent van Gogh. Vaak betuigt Aesop Rock zich een begenadigd storyteller. De ene keer gaat het over een ontmoeting als kind met Mr. T. (alias B.A. Baracus van The A-team) en meteen daarna over de jonge skaters (de Salt and Pepper Squid) waarvan hij mentor is – uiteraard inclusief een sample uit Push It. Dat dus. En een nummer als Agressive Steven – over een inbreker die in Aesops huis komt wonen – is pure stand-up comedy!  

In effect
Op ITS rapt Aesop Rock vol zelfspot dat hij een kluizenaar en een fossiel is, maar hij laat generaties van jonge rappers ver achter zich. En hopelijk blijft hij dat nog even doen. Zelf denkt hij van wel. Op het laatste nummer van het album rapt Aesop Rock veelzeggend: “O death, o death / Could ya please hold a moment? / I am so in effect.”

Alle beste albums van 2023:

Deena Abdelwahed – Jbal Rrsas جبل الرصاص

Deena Abdelwahed is een jonge dj en producer uit Tunesië. Dit jaar bracht ze haar tweede album uit. Kort door de bocht is die plaat een mengelmoes van allerlei stijlen uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika met Westerse electro, EBM en techno. Maar let op: dit is geen opgepoetste folkmuziek. Er is niks traditioneels aan. Abdelwahed gaf meteen al toen de plaat verscheen haar disclaimer. In september verklaarde ze aan Bandcamp Daily: “The music on this album is not related to folklore – I’m not interested in that.” Wij ook niet, dus verwachtingsvol zetten wij Jbal Rrsas جبل الرصاص op. Wat we hoorden? Laag over laag opgebouwde zaagtand-synthesizers, industriële beats, zware bassen, een fijne weidse productie en vooral hele donkere geluidswerelden. Nou, dat is wel spannend.

De halve wereld komt bij elkaar op deze plaat. Ze bracht haar jeugd door in Qatar, met haar conservatieve ouders uit Tunesië. Ze keerde terug naar haar moederland voor een carrière in de kunsten en in de jazz- en clubscene. Inmiddels woont ze in Frankrijk. Deena Abdelwahed – die net de soundtrack voor de theaterproductie Flagranti over de onderdrukking van de LHBTQI+ gemeenschap in Tunesië had afgerond – dook dit jaar de studio in met de Tunesische multi-instrumentalist en componist Khalil Hentati alias Khalil Epi, de Irakees/Britse multi-instrumentalist en componist Khyam Allami en de Egyptische mastering engineer Heba Kadry.


Jbal Rrsas جبل الرصاص betekent letterlijk ‘bergen van lood’. Dat verklaart meteen de ietwat bizarre hoes. De zeven nummers op deze plaat hebben hun donkere momenten, toch is de sfeer nooit zwaar. Ehm, je zou de plaat kunnen omschrijven als springerig, elastisch of lenig. Een rubber stuiterbal die stuitert langs Caïro, Tunis, Chicago en New York. Soms hoor je een stukje Egyptische mahraganat, sha’abi bruiloftsmuziek of khaliji uit Bahrein en dan weer regelrechte footwork of zware funk. Tablas veranderen langzaam in 808-drumkicks. En Oosterse swing krijgt een acid-bad. Opeens is er een hoornblazer. Opeens is er een gitarist. Je komt oren tekort. Dit is muziek die het goed doet in de clubs, maar vooral ook in de huiskamer. Het is voor het eerst dat dj Deena Abdelwahed zingt op haar plaat en dat klinkt net zo ongrijpbaar als haar muziek: als een kruising tussen Joni Mitchell die gedichten voorleest en een uitzinnige gospelzangeres.

Dit is globalistische protestmuziek anno 2023. Zo somt Each Day كل يوم de uitzichtloosheid en frustratie op die mensen ertoe drijven om hun land te ontvluchten. Violence For Free عنف مجاني stelt misogynie tegenover zusterschap. Complain نغنغة is een soort van ode aan de innerlijke stem in een samenleving die wordt gedicteerd door conservatieve rechters. Naive ساذج laat horen hoe onderdrukking klinkt en Pre Island يا شبه جزيرة schetst een ‘failed state’.

Niks exotisme, niks escapisme, dit is gewoon een van de meest gevaarlijke platen van 2023.

Alle beste albums van 2023:

Jaaroverzicht 2022

De naweeën van een pandemie, een sadistische aanval op Europa, dikke inflatie en torenhoge energieprijzen, woedende boeren, een overspannen samenleving, de terugkeer van religieus fanatisme, seksisme, racisme en fascisme wereldwijd, verschralende natuur, milieurampen. En altijd aanwezig op de achtergrond: de allesoverheersende klimaatdreiging… Nee, je kunt niet zeggen dat 2022 een vrolijk jaar was. Dat horen we terug in de muziek.

Kijk maar naar de albums in deze 22 van 22. Hoe indrukwekkend ook, het is geen vrolijke bende. Hooguit dansen op de vulkaan soms. We horen anxiety en depressie (Black Country New Road, Burial), oorlog en onderdrukking (Diamanda Galás, Tanya Tagaq), kolonialisme en racisme (Animistic Beliefs, billy woods), teloorgang van de natuur (Jacaszek & Kleefstra) en een hoop seksisme (Sudan Archives, Adigéry & Pupul). Gelukkig weten ze dit om te zetten in troostrijke en inspirerende práchtplaten. Dat zijn grote woorden hè? Maar gloedvol. En dat is precies wat we nodig hebben in deze duistere tijden. Net als muziek die ertoe dóet. Dat zijn deze platen stuk voor stuk.

Hier zijn mijn 22 van 22. Lees de recensies in de links:

  1. Black Country, New Road – Ants From Up Here
  2. Sudan Archives – Natural Brown Prom Queen
  3. Diamanda Galás – Broken Gargoyles
  4. Burial – Antidawn EP
  5. Tanya Tagaq – Tongues
  6. Kelly Lee Owens – LP.8
  7. Debit – The Long Count
  8. Florence + The Machine – Dance Fever
  9. billy woods – Aethiopes
  10. The Smile – A Light For Attracting Attention
  11. Jacaszek, Jan Kleefstra, Romke Kleefstra – It Deel I
  12. Charlotte Adigéry, Bolis Pupul – Topical Dancer
  13. Hinako Omori – a journey…
  14. Jasmyn – In The Wild
  15. Ian William Craig – Music For Magnesium_173
  16. Björk – Fossora
  17. Lucretia Dalt – ¡Ay!
  18. Coby Sey – Conduit
  19. Animistic Beliefs – MERDEKA
  20. Hendrik Lasure – Het Wiel
  21. Mabe Fratti – Se Ve Desde Aquí
  22. Prins S. en de Geit – Rood Staan Hard Gaan

Luister de hele 22 van 22 op Spotify:


Het was dit jaar weer niet makkelijk om tot een eindlijst te komen. Heel veel moois heb ik moeten laten liggen. Onder het kopje ‘bubbling under’ vallen dit jaar grote namen als Kendrick Lamar, Taylor Swift en Rosalía. De poëzie van Kae Tempest (The Line Is A Curve) en Kimbrae met Clare Archibald (Birl Of Unmap) haalden het net niet, evenals de verfrissende eclectische pop van Jockstrap (I Love You Jennifer B). Gabriels waren een revelatie live, en op de plaat eigenlijk ook, maar er moet nog meer komen om écht te overtuigen. Dat gebeurt volgend jaar als ook Angels & Queens Part II verschijnt. Verder mogen de prachtige experimentele ambient-albums van Llyn Y Cwn (Du Y Moroedd) en ’t Geruis (Slow Dance On Moss Beds) niet onvermeld blijven. En natuurlijk gothic queen Zola Jesus met Arkhon!

Song van het jaar

Kutwereld! Maar écht. Als ik dan moet zeggen welk nummer de titel ‘song van het jaar’ moet krijgen, dan eindigen er twee Nederlandstalige protestliederen ex aequo. Het eerste is een aanklacht tegen het volkomen misplaatste wereldkampioenschap mannenvoetbal in Qatar: De Dood Van Een Arbeidsimmigrant van Hang Youth (die maakten vorig jaar ook al de song van het jaar).


Het tweede is als liedje misschien nog wel beter. Het is de reactie van WIES op de minzame houding tegenover de cultuursector in Nederland, die nog het best werd verwoord door de sneer van Rutte bij de zoveelste coronamaatregelen: “Dit is ook een ongelooflijk grote teleurstelling voor de sectoren die nog niet open gaan. De culturele sector. Maar je kunt dus wel gewoon oefenen met je bandje.” (Lul.)


Clip van het jaar

Ook daar word je niet vrolijk van. De clip van het jaar is geen clip, maar een verrassingsoptreden in het Franse acht-uur-journaal. (Weliswaar geënsceneerd, maar het shockeffect was er niet minder om.) Tijdens het interview, begin dit jaar op TF1, barst Stromae uit in het zingen van L’Enfer (de hel), een kippenveltrekkend nummer over depressie, burn-out en zelfmoorgedachten. Indrukwekkend.


Re-releases en live-albums

Voor wie deze donkere tijden wil ontvluchten met muziek van vroeger, viel er ontzettend veel te snoepen! Wat een mooie re-releases verschenen er. Wat betreft heruitgaven was het een beetje een Coil-jaar, met drie titels: 1. Constant Shallowness Leads To Evil (Coil), 2. Musick To Play In The Dark 2 (Coil – allebei uit het jaar 2000), maar vooral 3. Form Grows Rampant uit 2007 van Treshold Houseboys Choir (het soloproject van Peter ‘Sleazy’ Christopherson). Punkers en postpunkers roerden zich: de Clash kwam met een heruitgave van Combat Rock uit 1982 en na jarenlang wachten was er opeens weer If I Die, I Die (ook uit 1982) van de Virgin Prunes! The Divine Punishment uit 1986 van Diamanda Galás (zij staat met haar nieuwe plaat op 3 in mijn eindlijst) kreeg een heruitgave. Daar krijg je nog steeds koude rillingen van. Net als van de kunstzinnige verzamelaar Sleepwalkers (2010) van David Sylvian die dit jaar weer op vinyl verscheen. Too-Rye-Ay van Dexy’s Midnight Runners werd ook 40 jaar oud en dat was voor grote baas Kevin Rowland reden om Too-Rye-Ay (As It Should Have Sounded) uit te brengen. En dan waren er nog twee toppers van live-albums. Op het album Live At The El Mocambo 1977 kunnen we nog eens horen hoe goed de Rolling Stones waren voordat ze de stadions ingingen. Een staaltje jeugdsentiment is Prince & The Revolution – Live (Syracuse 1985). Ik herinner me nog hoe ik als jochie tot diep in de nacht opbleef om het concert, dat via satelliet werd doorgestraald naar Duitsland, op Rockpalast te bekijken – en op te nemen op cassettebandjes. Die bandjes zijn allang vergaan, maar nog steeds ken ik elke noot van die band en elk gilletje van de paarse geilneef uit mijn hoofd!


De doden

De muziekwereld kreeg veel gevoelige verliezen te verwerken dit jaar. Het dieptepunt lag eind april toen in vier dagen tijd achtereenvolgens Jan Rot (22 april), Arno Hintjens (23 april) en Henny Vrienten (25 april) overleden. Vooral Arno was een jeugdheld. En meteen daarna viel nog zo’n icoon: de Duitse synthesizergigant Klaus Schulze (26 april). Wat hebben we stonede avondjes doorgebracht op de prachtklanken van die man! De ‘grondlegger’ van het postpunk-gitaargeluid was Keith Levene. Nadat hij betrokken was bij de oprichting van de Clash, ging hij gitaar spelen in PiL (bij dat andere punk- icoon: Johnny Rotten alias John Lydon). Levene overleed op 11 november. Nog treuriger vond ik de te vroege dood van Terry Hall op 18 december, de altijd wat chagrijnig ogende songsmid en zanger van de Specials en Fun Boy Three. Ghosttown. Man At C&A. Too Much Too Young. Stereotype. Hoeveel rake nummers heeft hij niet op zijn naam staan?

En dan: in de hemel moet een Twin Peaks-reünie hebben plaatsgevonden. In 2022 overleden eerst zangeres Julee Cruise (9 juli) en daarna componist Angelo Badalementi (11 december). Met z’n tweeën waren ze onder andere verantwoordelijk voor de hemels klinkende begintune van David Lynch’ bizarre tv-serie uit de jaren negentig.   


Muziekblogs

Het meest relevante en boeiende muziekblog was dit jaar Ukrainian Field Notes, onderdeel van Acloserlisten.com. In 18 lange stukken komen tientallen muzikanten (veelal elektronisch, ambient, techno, experimenteel) aan het woord over hun inspiraties, de manier waarop ze muziek maken en vooral over wat de oorlog met ze doet. Zo ontdek je niet alleen heel veel goede muziek, maar krijg je en passant ook een inkijk in het leven van jonge Oekraïners. En kom je tot het besef dat hun leven precies hetzelfde is als het onze. Dan kan je maar één politieke conclusie trekken: Oekraïners zijn Europeanen en geen Russen.

Tot slot nog even iets lichters: het leukste muziekblog uit Nederland is Ondergewaardeerde Liedjes. (De naam dekt de lading volledig, daar hoef ik niks over te zeggen.) Dus van de zomer ben ik begonnen daarvoor te schrijven. Hou dit blog in de gaten, ook in 2023!

Gelukkig nieuwjaar, dat 2023 maar wat vrolijker moge worden.

Black Country, New Road – Ants From Up Here

Wat een teleurstelling meteen al aan het begin van dit jaar! Als Black Country, New Road een magistraal en compleet album de wereld inslingert, blijkt het meteen de laatste te zijn in deze bezetting.

De wereld was ondersteboven van hun overdonderende liveoptredens en van hun eerste plaat – met de logische titel For The First Time. Vier dagen voor verschijnen van de nieuwe – op het Ninja Tune-label – schrijft zanger Isaac Wood een brief waarin hij vanwege psychische problemen zijn vertrek aankondigt: “I have bad news which is that I have been feeling sad and afraid too. I am feeling not so great and it means from now I won’t be a member of the group anymore. To be clear: this is completely in spite of six of the greatest people I know, who were and are wonderful in a sparkling way.” Wat heftig! Natuurlijk is dit het beste, niemand wil dat Isaac Woods zou eindigen als Ian Curtis van Joy Division. En natuurlijk zal Black Country, New Road reïncarneren. Dat heeft het keer op keer gedaan in haar jonge bestaan. Maar of we de genialiteit van Ants From Up Here snel weer gaan horen? Dat is nog maar de vraag.

Funeral en vliegtuigen

De release in februari valt dus in een vreemd vacuüm. De plaat voelt opeens als een naschrift, een begrafenis. Niet voor niets klinkt de debuutplaat van Arcade Fire, Funeral uit 2004, op de achtergrond door. Isaac Woods en co zijn groot fan van Win Butler en co. En opeens horen we de surrealistische teksten van Isaac Woods in een heel ander daglicht. Dan blijken ze vooral te gaan over break-ups, relaties die stukgaan maar ook het afbrokkelende post-Brexit Engeland of het verval van Londen. Allemaal in verhouding tot die arme Isaac. In het prachtige nummer Concorde zingt hij bijvoorbeeld: “For less than a moment / we’d share the same sky / and then Isaac will suffer / Concorde will fly.” Misschien staat hier het prestigieuze vliegtuig wel voor de reïncarnatie van de band?

Sowieso zijn vliegtuigen wel een dingetje op deze plaat. Het perspectief van de albumtitel zegt het al, en de hoes met een gouden concorde in een plastic tas. Andere terugkerende thema’s? Het ‘Billie Eilish-style’ meisje is misschien een vrolijk item, Woods’ verzuchtingen over ‘the clamp’ (de klem) keer op keer zijn dat minder. Verder luisteren we naar misselijkmakende podiumangst, het ongemak van broodkruimels in bed of die verlammende verlegenheid (“Oh, I can’t think of anything better / Pick a hair off my sweater”). Oscar Wilde is nooit ver weg, maar ook James Joyce en William S. Burroughs niet.

Pathos en passie

De zevenkoppige band kent strijkers, blazers, piano, gitaar, synths… alleskunners zijn het. Groots en theatraal is wat zij doen. Vol pathos en passie, maar ook romantisch en lichtzinnig. Het geluid is veel meer een eenheid dan op hun debuutplaat. De nummers lopen uit van zes tot negen en zelfs twaalf minuten. De muziek is een rijke mix aan postpunk, klezmer, minimal music, mathrock, freejazz en noise. Naast Arcade Fire, hoor je er Velvet Undergroud (John Cale, maar vooral ook de rommelige trommelaarster Maureen Tucker!), Mogwai of Godspeed You !Black Emperor, collega-bands als Squid en black midi, vroege REM (denk Fables Of The Reconstruction), Radiohead’s National Anthem en zelfs Animal Collective, Psychic TV en Talk Talk hier en daar. De even nerveuze als intense zang van Isaac Woods klinkt als een kruising tussen Ian Curtis, de ‘kooky’ Pulp-zanger Jarvis Cocker en de zware wanhoopsschreeuw van Killing Joke’s Jaz Coleman in zijn beste dagen.

Emotioneel en muzikaal

Hoogtepunten zijn er nauwelijks te noemen. De hele plaat is een indrukwekkend bouwwerk dat bij voorkeur in z’n geheel geconsumeerd moet worden. Wil je toch even wat nummers uitgelicht? Zelf noemt BCNR Chaos Space Marine ‘the best song we’ve ever written’. Het is de knaller waar de plaat na een kort intro mee opent. Maar zelf val ik meer voor het melodrama in The Place Where He Inserted The Blade (wat een titel!), de kippenveltrekkende laatste minuten van Snow Globes of de slepende intimiteit van Bread Song. De publiekslieveling – live en op de plaat – is afsluiter Basketball Shoes, een twaalf minuten durend epos waarin alles van Ants From Up Here en zelfs alle componenten van deze incarnatie van BCNR nog een keer voorbijkomen – Black Country in microkosmos dat uitdraait op een dramatische finale waar Roger Waters van Pink Floyd zich niet voor zou schamen.“ Mindblowing!

Dit album is zó emotioneel en muzikaal zó rijk… Het is de plaat van het jaar.

Van hoe Black Country, New Road het verder zal vergaan, kregen we begin december een glimp te zien. Toen trad de band op in de nieuwe bezetting in Doornroosje in Nijmegen. Het komt wel goed met BCNR. Ze spelen een set met alleen maar nieuwe nummers. De vocalen worden nu overgenomen door pianiste May Kershaw, basgitarist Tyler Hyde (de dochter van Carl Hyde van Underworld, maar dat terzijde) en gitarist Luke Mark. De voorlopige conclusie? Concorde will fly! Nu maar hopen dat Isaac niet meer zo lijdt.

Alle beste albums van 2022: