Iosonouncane – IRA

Ciao. Nog nooit had ik gehoord van Iosonouncane, het project van Jacopo Incani uit Buggerru, Sardinië. Toch is dit al zijn derde album na La Macarena Su Roma uit 2010 en DIE uit 2015. En blijkbaar zat heel Italië met smart op deze opvolger te wachten. Dat lange wachten werd beloond op 14 mei van dit jaar: de driedubbelaar IRA – wat zoveel betekent als ‘woede’ in het Italiaans – heeft een speelduur van maar liefst een uur en vijftig minuten. Geen seconde daarvan verveelt.

Lampedusa

Misschien moesten de Italianen er even aan wennen dat Iosonouncane niet langer in hun moerstaal zingt. Op IRA kiest hij voor Engels, Frans, Spaans, Duits, Arabisch, Berber en een soort eigen gebrouwen Esperanto. Het staat symbool voor de thematiek op de plaat. Incani vertelt verhalen van grenzen, bergen, woestijnen, rivieren, nomaden, migranten (dan denk je in geval van Italië al snel aan Lampedusa), maar ook over eenzaamheid, soldaten en gevangenissen (alweer Lampedusa?). Naast prison en soldiers hoor je titels als horizon, foule, sangre, cri, ojos en ashes.

Gothic

Wat zijn de muzikale associaties als je bijna twee uur naar de driedubbelaar zit te luisteren? Het is theatraal, zeer theatraal. Zelf zegt Jacopo Incani vooral naar oude jazz te luisteren: Duke Ellington en John Coltrane. Maar dat haal je er niet uit. Soms hoor je hier ambient en drones. Soms denk je: Radiohead. Een andere keer: The Swans. Een beetje Burial. Residents-stemmetjes hier en daar. Er klinkt progrock, krautrock en stonerrock. Rituele drums en chants. Techno. Vaudeville, folk en filmmuziek. Een misthoorn. Mahgreb-percussie. Huilende wolven. Bizarre soundscapes. En je hoort gothic vooral: De sfeer is steevast unheimisch en mysterieus. De zang klinkt alsof er vijf lagen stof onder de naald door gaan. Alles lijkt ver achter in de mix te zijn gezet. Alles klinkt dof. IRA is als een duister palet, vaag en donker als de hoesfoto. Die roept vooral vragen op. Dat doet dit album ook, zelfs na tig draaibeurten.

Canzones!

Het is bijzonder, al die talen en al die invloeden, voor een album dat misschien nog wel het meest staat in de traditie van de ‘canzone’. Dat is zeg maar de Italiaanse chanson, al is dat wat plat uitgedrukt. De traditie gaat terug tot de troubadours uit de Middeleeuwen die melancholieke liefdesliederen maakten. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw werd canzone een beetje een singer-songwriter-ding – van de cantautores – en uit die tijd stamt ook de inspiratie voor de naam Iosonouncane. Dat is ontleend aan het liedje Io Sono Uno van Luigi Tenco. Misschien moeten Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps ook eens in deze materie duiken? Zullen ze dan uitkomen Jacopo Incani uit Buggerru? Ik waag het te betwijfelen. Daarvoor zijn zijn canzones te weird en te ontaard. Of is onaards een beter woord? … Si, IRA e ultraterreno magnifico.

Alle beste albums van 2021:

Lingua Ignota – Sinner Get Ready

“Sickness finds a way: eternal devotion.” Hoe angstaanjagend, weerzinwekkend en gruwelijk sommige religieuze uitwassen kunnen zijn, laat Lingua Ignota ons horen als zij ons meeneemt naar het land van haar jeugd: het Christelijke platteland van Pennsylvania. Lingua Ignota (Latijn voor de kunsttaal die de Duitse abdis en mystica Hildegard von Bingen in de twaalfde eeuw bedacht) is het pseudoniem van Kristin Hayter, die ons eerder puberaal probeerde te shockeren met keiharde metalnoise-platen vol geschreeuw, zoals Caligula uit 2019. Nu doet ze muzikaal een stapje terug, we horen op Sinner Get Ready veel traditionele, akoestische instrumenten, maar de intensiteit is zoveel sterker. Donkere folklore. Het kippenvel staat op je armen. Je ligt te kokhalzen in een hoekje van de kamer. Een hele fijne plaat dus.

Ook veel intenser dan voorheen is de stem van Hayter: van hysterisch hoog en krijsend a la Diamanda Galas en Nina Hagen tot gebroken en zwaar als Nico of zoetgevooisd als in een hymne. Hayter heeft het allemaal in huis. Theatraal is het altijd. Maar mag het? Hayter kende niet echt een rooskleurig leven: ze werd als kind gepest, kreeg anorexia, was slachtoffer van huiselijk geweld en seksueel misbruik (ook dit jaar nog – zij klaagde haar ex-vriendje Alexis Marshall aan, de frontman van de experimentele band Daughters). En dat allemaal onder het toeziend oog van die fijne alwetende en ‘liefhebbende’ god…

“The surgeon’s precisison is nothing, no wound is as sharp as the will of God.” De Heer waarmee ze is opgevoed is die van het zwaard, zoals die in het Oude Testament of in Oud-Romeinse mozaïeken. De onderdanen zijn als de Ku Klux Klan, minstens zo bloeddorstig. Maar bij Hayter zijn het vooral vrouwen. Het album begint meteen al goed. “Hide your children, hide your husbands”, waarschuwt Lingua Ignota in The Order Of Spiritual Virgins over dramatisch pianogebonk en dreigende drones. Daarna klinken kletterende kettingen en een kermend kerkorgel in de bijna-psalm I Who Bend The Tall Grasses – “I don’t give a fuck!”, schreeuwt Hayter hier. “Just kill him! I’m not asking! He has to die! There is no other way!” En dan barst een treurig koor los. Many Hands bevat een raspende Neubauten-gitaar, een ‘Southern accent’ en religieus-erotische teksten als “upon your pale, pale body I will put many hands” en “rough, rough fingers for every hole you have”.

Twee singles gingen aan het album vooraf, en daarom was de verrassing niet meer zo groot, deze zomer. Sterker nog: Pennsylvania Furnace en Perpetual Flame Of Centralia zijn rustieke pianoballads – heel anders dus dan die eerdere noiserock. Nu weten we: soms is Sinner Get Ready zo subtiel. In Repent Now Confess Now verklankt een banjo de diepe eenzaamheid van Pennsylvania. Op Man Is Like A Spring Flower doemt na tweeënhalve minuut een lieflijk minimal folkdeuntje op, dat ergens het midden houdt tussen Psychic TV (denk: Dreams Less Sweet) en Philip Glass. Daaroverheen kweelt Lingua Ignota op pijnlijke wijze over haar onvervulbare hartstochten en de toewijding aan de Heer. Een naar gevoel bekruipt je. Hemel en hel lopen hier door elkaar. Op het laatst gaat het vreemd vervormen en slaat zelfs de misselijkheid toe.

Wat al die bloeddorstige plattelandsmuziek nog veel enger maakt, zijn de samples van TV-evangelisten die Lingua Ignota door haar muziek mixt, zoals Jimmy Swaggart die om vergeving bidt na zijn seksuele escapades. Je hoort de prostituee die naar buiten kwam met de verhalen over Swaggart. Ook samplet Lingua Ignota fragmenten van CNN-journalist Gary Tuchman die in Ohio kerkgangers interviewt die middenin de COVID-lockdown toch naar de kerk gaan. Ben je niet bang voor het virus dan? “No. I’m covered in Jesus’ blood.” … En dan barst afsluiter The Solitary Brethren Of Efhrata los. Prachtig melodisch. Twinkelende harpgeluiden. “No longer shall I wander”, zingt Hayter gloedvol. “Ugliness my home, loneliness my pastor, I bow to him alone”. En later: “All my pains are lifted, paradise is mine. All my wounds are mended, paradise is mine.“

Past het hier om af te sluiten met een amen?

Amen.

Alle beste albums van 2021:

Lice – WASTELAND: What Ails Our People Is Clear

Dit jaar werd één ding duidelijk: 2021 stond in het teken van de postpunk. Dat kwam niet alleen door het fijne bijbeltje Postpunk Heden & Verleden van journalist Harry Prenger dat onlangs uitkwam, maar vooral ook door de vele goede platen die verschenen. Dry Cleaning, Squid, black midi, Black Country New Road, LICE… ik had deze Top 21 kunnen volplempen met postpunkplaten. Dat deed ik niet, dat zou een beetje te eenzijdig worden. Na lang wikken en wegen koos ik voor WASTELAND: What Ails Our People Is Clear als de ultieme schijf. Na nog langer wikken en wegen besloot ik alle vijf bovengenoemden hier even langs te gaan, maar allereerst het boek van Prenger.

Ik was tiener in de jaren ’80 en ben dus opgegroeid met postpunk. Die vrijheid, die originaliteit, die intensiteit. Ian Curtis en Joy Division waren weliswaar van voor mijn tijd, maar ik vrat van Throbbing Gristle/Psychic TV/Coil en The Popgroup/Mark & The Maffia. Ik zag The Fall en The Ramones in Sneek en The Cure op Pinkpop. Ik liep weg met ½ Mensch van Einstürzende Neubauten, Pink Flag en 154 van Wire en The Sky’s Gone Out van Bauhaus. Ik viel voor het activisme van The Slits en The Au Pairs. We dansten op At Home He’s A Tourist van Gang Of Four en Cities In Dust van Siouxsie & The Banshees. Juist daarom is het zo leuk wat er nu allemaal gebeurt. Veel van die intensiteit is er nog steeds, of alweer.

Engagement

Over wat de stroming precies behelst, verschillen de meningen. Zelf ben ik wel gecharmeerd van de brede definitie die Simon Reynolds hanteert in het standaardwerk Rip It Up And Start Again (Postpunk 1978 – 1984) uit 2005: alles vanaf 1979 – van heel experimenteel en vrij (denk Throbbing Gristle en The Popgroup) tot extreem hitgevoelig (ABC, Spandau Ballet of Human League 2.0). In het boek Postpunk Heden & Verleden hanteert Harry Prenger een iets minder brede definitie. Hij laat alle hitparadepop achterwege. In het eerste deel van zijn boek schetst Prenger de aanloop naar het ontstaan van postpunk eind jaren zeventig. Bij de inspiratiebronnen behandelt hij bijvoorbeeld kunststromingen als Dada en schrijvers als Baudelaire, maar ook David Bowie, Roxy Music, de Duitse Krautrock, dubreggae en Miles Davis. Belangrijke fakkeldragers als bijvoorbeeld PiL, BBC-dj John Peel, Joy Division, Gang Of Four, The Fall, Throbbing Gristle en Echo & The Bunnymen komen aan bod. En niet onbelangrijk: Harry Prenger legt de nadruk op het sociaalmaatschappelijk bewustzijn en politiek engagement van de eerste stroming.

Hors categorie

In het derde deel maakt de schrijver een sprong uit de jaren ’80 naar nu. Onder de titel Revolt Into Style beschrijft hij bands als TV Priest, Idles , Fontaines DC, The Murder Capital, Squid, black midi en LICE. Tenslotte is er volgens Harry Prenger nog een ‘hors categorie’ door alle jaren heen en dat is de band Wire. (Daar kun je wat van vinden.) Postpunk Heden & Verleden eindigt daarna nog heerlijk met een lijst aan essentiële postpunkplaten van toen en nu (waaruit blijkt dat ik ook nog wel wat huiswerk heb te doen).

2022

Laten wij nu ook maar eens in het heden blijven – en kijken naar de nabije toekomst. Want na 2021 zal ook het jaar 2022 in het teken staan van de postpunk. De meeste bands die dit jaar een album uitbrachten, staan volgende zomer ergens op de Nederlandse festivals. Dus stop met alle varianten van corona, we willen straks dansen op de festivalweides! Maar eerst nemen we de oogst van afgelopen jaar eens door.

LICE – WASTELAND: What Ails Our People Is Clear

Dit is het postpunkalbum van het jaar als je me het vandaag vraagt, morgen of overmorgen kan het weer een ander zijn. LICE lijkt het meest compromisloos, het meest extreem en het meest boos in deze postpunkgolf. Ze gaan erg ver in hun experimenteerdrift. Misschien zijn ze ook wel het meest pretentieus, intellectualistisch en literair (Kurt Vonnegut, William S. Burroughs, dat soort spul). Deze plaat is dan ook een conceptalbum. Er zit een soort van magisch-realistisch sciencefictionverhaal achter. De band uit Bristol is op haar best als ze hallucinerend hard gaat en zenuwachtig stompt, zoals op opener Conveyor en later op R.D.C. of Arbiter. Als invloeden noemen ze zelf Bauhaus en The Birthday Party en dat is te horen. Tel daarbij op de paniekerige schreeuw van zanger Alastair Shuttleworth en je apocalyptisch speelkwartier is compleet.

Black Country, New Road – For The First Time

Zes lange jams van een weird postjazzpolkaskapunk-collectief, zo kun je For The First Time het best omschrijven. Voor al uw gestoorde feestjes en partijen. Het is een vreemde mix van mathrock, klezmer, postrock, free jazz en punk. Vaak klinken de zeven jonge musici uit Londen swingend, soms spannend. Dramatisch (in de goede zin van het woord) wordt het als zanger/gitarist Isaac Wood zijn strot opentrekt, zeker in nummers als Sunglasses en Science Fair, waarop hij het wanhopig uitschreeuwt: “IT’S BLACK COUNTRY OUT THERE!” Dat is geen flauwe verwijzing naar de bandnaam, maar een statement over de donkere post-Brexit coronaperiode waarin Engeland zich nu bevindt. Goosebumps! Een jaar na het verschijnen van dit album, zal in februari 2022 opvolger Ants From Up Here het levenslicht zien.

black midi – Cavalcade

In mijn optiek maakte black midi met Schlagenheim de plaat van het jaar in 2019. Hun debuut was even onnavolgbaar als origineel, maar stond vooral bol van de technische hoogstandjes. Soms leek het wel of er twee nummers tegelijkertijd werden gespeeld. Zou de Londense band dit ooit kunnen evenaren? Jazeker, zo bleek in 2021. Sterker nog: ze wisten hun neurotische speedsound nog wat te verbreden met bijvoorbeeld een croonerballad over Marlene Dietrich en een bombastisch orkestraal stuk van bijna tien minuten: Ascending Forth. De plaat is misschien nog wel indrukwekkender dan Schlagenheim, al is de verrassing er wel een beetje af. We weten nu wel dat black midi ongelooflijk goed is. Vooral live zijn ze sen-sa-tio-neel. Gaat dat zien.

Dry Cleaning – New Long Leg

Vreemd genoeg komt Dry Cleaning niet voor in het postpunkboek van Harry Prenger, terwijl ze met New Long Leg een van de fijnste postpunkalbums van het jaar uitbrachten. De plaat drijft op scherp gitaarwerk (op slotstuk Every Day Carry horen we zelfs echo’s van Frippertronics voorbij komen), stuwende bassen en vooral de sexy onderkoelde spoken word-voordrachten van zangeres Florence Cleopatra Shaw. Wat een geweldig grappige teksten maakt die vrouw! De hele plaat is superdansbaar, maar heeft ook iets mysterieus in de beste postpunktraditie. Ik verheug me er nu al op om de band live te zien op Down The Rabbit Hole.

Squid – Bright Green Field

Squid uit Londen was dit jaar een beetje het lievelingetje van het verzamelde journaille. (Zou het er mee te maken hebben dat hun debuutplaat op het pretentieuze WARP-label uitkwam?) Hoe dan ook: klim nu niet meteen in de gordijnen, want de recensenten hadden een punt. De springerige Talking Heads-achtige postpunk van Squid is speels, intens en origineel. Okselfris! We horen hoekige gitaren, brullende blazers, lichte elektronica en een maniakale man daarvoor. Inspiraties komen uit de jazzrock, mathrock en krautrock, maar dan gespeeld met speed achter de kiezen en een gezonde vlaag paranoia door het hoofd. Squid is niet suf namelijk. Ook zij staan op Down The Rabbit Hole, begin juli 2022. Dat wordt dansen en springen!

Alle beste albums van 2021:

Villagers – Fever Dreams

Het zal je maar gebeuren. Lig je uit te brakken in je zwembad, blijkt die berg achter je ineens te zijn veranderd in een beer! Koortsdromen. Toch loopt het goed af, hoor, want zo te zien is het een hele lieve beer. Beer beschermt je tegen de boze buitenwereld. Beer zingt een liedje voor jou… Beer is Conor O’Brien, voorman van de Ierse folkband The Villagers.

Nou ja, je kunt beter zeggen: de ex-folkband. In vroeger tijden was O’Brien een Dylan-achtig figuur die lappen tekst nodig had en het liefst een zo minimaal mogelijke begeleiding. Beertje O’Brien kon prachtige liedjes schrijven, maar het klonk allemaal zooo saaai. Gelukkig ging in 2018 het roer om met The Art Of Pretending To Swim. Plots was er een veel rijker geluid en waren er invloeden uit soul, jazz en psychedelica. Op Fever Dreams is dat dit jaar nog veel verder in het extreme getrokken. Het is een overweldigende plaat.

Dat heeft een reden. De band Villagers rondde de plaatopnamen af op de dag voordat in Ierland de lockdown begon. In afzondering zijn Conor O’Brien en producer David Wrench (bekend van ondermeer Frank Ocean, The xx en FKA Twigs) met de tapes aan de slag gegaan. Extra koortjes, extra strijkersarrangementen, extra geluidseffecten. Noem maar op. Het resultaat is nu net zo lekker overgeproduceerd als pak-m-beet een Sgt. Peppers Lonely Hearts Club Band of een Around The World In A Day.

Wow

Zo’n vijftig jaar popmuziek komt voorbij op Fever Dreams. Beatles en Prince zijn al genoemd. Je hoort vleugjes Pink Floyd, Arcade Fire en Tame Impala. Maar ook muziekdoosmelodietjes. De Grote Soulplaten van Marvin Gaye en Curtis Mayfield komen voorbij. Duke Ellington. Beertje O’Brien brengt bovendien Burt Bacharach en Bowie’s Blackstar. Op de hoestekst schrijft hij zelf geïnspireerd te zijn door Italiaanse filmscores, de spirituele jazz van Alice Coltrane, gedichten van W.B. Yeats, films van David Lynch, schrijfster Audre Lorde en schilder L.S. Lowry. Ook allemaal duidelijk terug te horen. Als het gaat over de sfeer en grootsheid van het geluid op de plaat wil ik daar nog twee elementen aan toevoegen: het collectieve positivisme van The Polyphonic Spree en het concept van ‘The Big Music’ dat The Waterboys zo meesterlijk ontrolden op hun platen A Pagan Place (1984) en This Is The Sea (1985). Wow. Het maakt de plaat heel erg vol, dat is waar. The Villagers bouwen laag op laag op laag. Tegelijkertijd maakt dat deze plaat tot een genot. Het is een waanzinnige trip. Iedere luisterbeurt valt er weer wat te ontdekken.

Ulysses

Zoveel tekst als Conor O’Brien vroeger nodig had, zo spaarzaam is hij tegenwoordig met zijn woorden. Neem het nummer Restless Endeavour. Langzaam wordt een galmende grootse jazzgalerij van trompetgeschal opgebouwd, terwijl alleen maar de twee woorden uit de titel worden herhaald. Keer op keer. Wat de Ier hier verder te zeggen heeft is vaak dromerig, soms unheimisch, soms angstig, onbewuste trauma’s komen langs, een anti-Trump oprisping is er in Circles In The Firing Line, de ‘essence of a dream’ klinkt in The First Day. De rode draad door de plaat is het motto ‘the more I know, the more I care’. De woorden klinken in het outtro van het kitscherige prachtstuk So Sympatico en komen weer terug in het psychedelische titelnummer aan het einde van het album, in spraaksamples– van jong tot oud. Een draaikolk van stemmen, als in een podcast rechtstreeks uit Ulysses. The more I know, the more I care…

Uit deze koortsdromen wil je eigenlijk niet wakker worden. Blijf nog maar even doorbrakken op je luchtbed. Grote Beer houdt de wacht.

Alle beste albums van 2021:

Space Afrika – Honest Labour

Sommige projecten zijn behept met een perfecte bandnaam. Het duo Joshua en Joshua (Joshua Inyang, woonachtig in Manchester, en Joshua Reid, woonachtig in Berlijn) koos heel terecht voor Space Afrika. Simpel en doeltreffend. Je weet precies wat je krijgt. Toch? Hmmmm, gelukkig is Space Afrika nogal onvoorspelbaar – zo blijkt maar weer op hun laatste album Honest Labour. ‘Tuurlijk hoor je ‘spacey’ ambient dingen en ‘tuurlijk bestaat de basis uit ‘zwarte’ stijlen als hiphop, triphop, grime en techno, maar de plaat is evenzogoed opgebouwd uit shoegaze, gothic, industrial en neoklassiek. En alles wat daartussenin zit of bovenuit stijgt. Ga er maar voor zitten en laat de plaat over je heen komen. En nog een keer en nog een keer en nog een keer. Want het duurt eventjes voordat Honest Labour haar geheimen prijsgeeft.

Happy Mondays

Space Afrika is op een bepaalde manier ook best een megalomane naam. Het straalt galactische grandeur uit, buitenaardse ambities. Maar zo megalomaan zijn de Manchester-schoolvrienden helemaal niet. Alhoewel de een naar Berlijn is verhuisd, houden Joshua en Joshua het graag lokaal. “We’re Manchester ambassadors, a Manchester band”, vertelde Inyang eerder dit jaar aan dagblad The Guardian. Hoewel ze totaal andere muziek maken, zien ze zichzelf staan in de traditie van ‘Mancunians’ als Joy Division, The Smiths en The Happy Mondays. “The energy, the humour with realness, even in the face of authority. We’re relating tot the same environment, although we are totally ourselves: Black artists in the 21st century.”

Band Burial

Geheel volgens lockdown-traditie is Honest Labour – vernoemd naar de oervader van Joshua Inyang’s Nigeriaanse familie – ontstaan door het heen-en-weer sturen van tapes en mixen. Tussen Noord-Engeland en de Duitse hoofdstad ontstond zo gaandeweg een eclectisch klanktapijt aan beats, zweverige synths, donkere gitaren, field recordings, flarden gesprekken, allerhande strijkinstrumenten en interessante gastoptredens. De band Burial is altijd dichtbij, maar Space Afrika is veelzijdiger.

Working bee

Openingstrack yyyyyy2222 is pure ambient-zweverigheid die je doet denken aan Angelo Badalementi’s soundtrack voor Twin Peaks. Op het zeer mysterieuze Indigo Grit horen we een gastzangeres met een net zo’n doeltreffende naam als Space Afrika. Zij noemt zich simpelweg Guest en komt ook nog terug op het korte, triphop-achtige Rings. Bijna net zo etherisch klinkt zangeres Bianca Scout op de track Girl Scout Cookies (again: what’s in a name?). Bianca Scout doet zelfs denken aan Liz Frasier van de zweverige 80’s gothic-band Cocteau Twins. Een van de prijsnummers is de ruige raptrack B£E, ergens halverwege de plaat. De titel verwijst naar de ‘Mancunian working bee’ in het logo van de stad. Gastrapper MC Blackhaine beschrijft hier de koude, regenachtige, vervallen, postindustriële stad (zie ook de albumhoes), even somber als Ian Curtis van Joy Division dat destijds kon – totdat er een orkest aanzwelt en aanzwelt en Blackhaine even letterlijk als figuurlijk verzuipt in de strijkers. Verdeeld over het hele album staan vervolgens ook een aantal korte snippets (vaak één à twee minuten, soms ook minder) van beats, The Cure-gitaarwerk, industriële sfeertjes of regenachtige geluiden. Ze verdwijnen zodra ze verschijnen, zo lijkt het wel. Honest Labour telt negentien tracks.

Street Hassle

Afsluiter en titelnummer Honest Labour heeft een herhaling van de melodielijn van Indigo Grit. Ditmaal wordt de esoterische track overheerst door cellospel – een gastrol van HforSpirit. Op het laatst wordt alle andere elektronica eromheen langzaam letterlijk weggevaagd en blijft de cello eenzaam over. Met een beetje fantasie zou je een parallel kunnen trekken met de cello’s op het epos Street Hassle (uit 1978) van Lou Reed. En dat is eigenlijk helemaal niet zo gek: Joshua Inyang en Joshua Reid blijken net zulke grote-stadschroniqueurs als de meester uit New York.

Alle beste albums van 2021:

Nynke Laverman – Plant

Stilte. Rust. Aandacht. Traagheid. Bezieling. Dat zijn zomaar wat kernwoorden voor de plaat die de Friese zangeres Nynke Laverman (Weidum, 1980), samen met haar echtgenoot Systze Pruiksma (Workum, 1972), verspreid over dit jaar uitbracht. Ook de release zelf ging met de nodige rust, aandacht en traagheid gepaard: iedere maand kwam er een nummer van Plant uit. Die kwamen telkens tegelijk met een podcast van een uur waarin de zangeres – samen met De Correspondent-podcastmaker Lex Bohlmeijer – een van Lavermans inspiratiebronnen voor deze plaat interviewde, zoals bijvoorbeeld filosoof Roman Krznaric, Urgenda-baas Marjan Minnesma, psychiater Damiaan Denys, filosofe Katrien Schaubroeck, ecoloog Matthijs Schouten, ‘digi-activiste’ Marleen Stikker of astronaut André Kuipers. Daarnaast kreeg elk nummer een mooie video mee. Alle podcasts en video’s zijn nu te vinden op haar website. Je moet er even de tijd voor nemen, en dat is nou juist de bedoeling.

Brief

“Het verhaal van Plant is het verhaal van een vrouw die steeds meer weerstand voelt tegen de mensenwereld en gaat fantaseren over een kalm bestaan als plant of boom, weg van de hectiek en de gejaagdheid en volledig verbonden met de natuurlijke wereld”, vertelt Laverman in een van die podcasts aan dendro-chronologe Valerie Trouet. Het is een pleidooi tegen de heilige graal van de Eeuwige Groei die kapitalisme en neoliberalisme voorstaan. De ellende van het antropoceen. Het thema is ingegeven door een reis naar Mongolië, waar Nynke Laverman een totaal ander wereldbeeld ontdekte – een waarbij de mens gelijkwaardig is aan dieren, rivieren en stenen en volledig onderdeel is van de natuur. Wij staan niet boven de natuur en wij hebben die al helemaal niet in onze macht. Corona, en vooral de urgentie van klimaatontwrichting, maken dat wel duidelijk. Ergo: ons consumentisme, ons kortetermijndenken is onhoudbaar geworden. We zullen moeten denken aan de volgende generaties. Niet voor niets is het nummer Your Ancestor een brief geworden van de ‘homo economicus’ aan onze achterkleinkinderen en achterachterkleinkinderen.

Mythe

De song Cassandra kijkt niet in de toekomst, maar naar het verleden. Nynke Laverman zingt hier over Cassandra uit de Griekse mythologie. De vrouw had de gave om de toekomst te voorspellen, maar niemand luisterde naar haar. Tja, dat is niet veel anders dan veel klimaatwetenschappers nu. Ze liet het nummer horen aan kunsthistorica en klimaatactiviste Eva Rovers. Die haalde er in de podcast nog meer mythologie bij. Zij vergeleek het Paard van Troje met onze huidige welvaart. Die hebben we binnengehaald en die leidt nu tot onze ondergang. Nee, Plant is niet altijd een vrolijke plaat. Gelukkig klinkt er tussen alle dystopie ook veel hoop en liefde door. Maar ook daarvoor geldt: dat vraagt tijd, rust en aandacht.

Liefde

Dat nemen we graag. De muzikale omlijsting ligt grotendeels in handen van Systze Pruiksma, die we kennen van onder andere The Alvaret Ensemble, de melancholische verstilling met de Friese muzikanten/dichters Jan en Romke Kleefstra en zijn experimentele werk met onder andere Nils Frahm, Peter Broderick en trompettist Eirikur Orri Olafsson. Op Plant houden Nynke en Sytze (het klinkt een beetje als de schippers van de Kameleon, niet?) het spaarzaam en ingetogen. Maar met maximaal effect! Van bijna stil naar heel soms bombastisch, de hele plaat klinkt indrukwekkend en fraai. De stem van Nynke Laverman – die soms intiem fluistert, soms praatzingt, soms zuiver uithaalt – zit heel erg naar voren in de mix. Ze klinkt letterlijk dichtbij, en soms meerstemmig in de mix. De vrouw die ooit doorbrak met haar Friese fado-vertalingen, kiest er nu voor om in de helft van de nummers in het Engels te zingen. De verdeling lijkt als volgt: voor de tracks met een urgente boodschap kiest ze een internationale taal, maar de meer poëtische songs zingt ze in het Fries. Dan krijg je verstilde dingen als Dûnsje Yn ‘E Mist (dansen in de mist), iets abstract bonkends als Betonblom of het spannende slotnummer De Dream. Een van de hoogtepunten van de plaat is het hoopvolle, kwetsbare liedje Sabearelân. “Daarin vraag ik me af: Wat zal ik later tegen mijn kinderen? Hoe leg ik deze klimaatcrisis uit?”, vertelt ze Jochem Myjer in de begeleidende podcast. “Wat is het antwoord op deze ellende?” Het antwoord is liefde, zegt de drukke komediant. “Ieder jaar komen er weer blaadjes aan de bomen. Dat is zo mooi.” Het gaat zoals het gaat in de natuur, alles komt goed.

Dat is precies wat Laverman heel breekbaar zingt, tegen haar kinderen, in het Fries: “Alles wat ik sizze kin, is dat leafde net stikken kin.” Alles wat ik zeggen kan, is dat liefde nooit stuk gaat.

Wat een klasbak is deze plaat.

Alle beste albums van 2021:

For Those I Love – For Those I Love

In een universum tussen The Commitments van Roddy Doyle, hardcore punk en Trainspotting van Irvine Welsh in een niet-Schotse, maar Ierse setting, pleegde in februari 2018 dichter/zanger/spoken-word artiest Paul Curran zelfmoord. Zijn boezemvriend – David Balfe uit Dublin – verwerkt dit verlies in het project For Those I Love. De gelijknamige plaat is niet alleen een rouwdienst om de dood van weer een lid van de club van 27, maar vooral een viering van het leven. Als op een illegale warehouse rave of op een voetbaltribune. BAM! BAM! BAM! BAM! For Those I Love staat vol met knallende beats, catchy dancelijntjes met climax-op-climax en van die jaren-negentig-samples van versnelde koortjes. Lekker! Daaroverheen spreekzingt en fulmineert David Balfe opgefokt in een plat, omfloerst Iers accent. Van alles haalt ‘ie er bij: gentrification in Dublin, sociale en economische ongelijkheid, het verval van solidariteit en gemeenschapszin in working class-Ierland, maar ook de inspiratiebronnen van Paul Curran: van cultband A Lazarus Soul en Joy Divison tot dichter John Keats, de pub Grogans en niet te vergeten de eeuwige losers van voetbalclub Shelbourne FC.

“You live in A Lazarus Soul
In The Dubliners‘ songs of old
And The Pogues
The art that never grows old.

You live in Keats
The Liffey littered with Grogan’s seats
And Disorder by Joy Division forever on repeat.“

Curran en Balfe zaten samen in lokale punkbands als The Plagues, The Branch Becomes en Burnt Out. Hun vermaak bestond uit zo hard mogelijk rijden rond voorstadje Coolock, in de Renault Clio die Balfe van een familielid had geërfd en dan zo hard mogelijk punk, hiphop en techno draaien. Ook eigen tapes kwamen langs, zo is te horen op For Those I Love. “A year ago or so I played this song for you on the car stereo in the night’s breeze. This bit kicked in wit hits synths and its keys. And you smiled as you sat next to me… The other boys stomping feet, and me in utter disbelief from the joy and the break in the beats.”

Ze droomden van een optreden in Later… with Jools Holland. Maar dat was de gezamenlijke punkbandjes niet vergund. David Balfe stond er pas na de dood van Paul Curran, met dit project. En wat deed Balfe? Hij keek trots in de camera en trok de felrode vlag van Shelbourne FC. Cheers mate, this one’s for you!

Overigens zit er ook een mooie anekdote vast aan het intro van Birthday/The Pain op For Those I Love. Je hoort hier een opname van de harde kern van Shelbourne tijdens de eerste wedstrijd na Currans dood. Ze wonnen de wedstrijd in blessuretijd met 3-2. Cheerio mate, this one’s for you!

For Those I Love is zo’n krachtig album! Vreemd genoeg had David Balfe in eerste instantie geen enkele ambitie om het uit te brengen. Hij kopieerde zo’n 25 exemplaren om uit te delen aan de nabestaanden: wat familie en vrienden van Paul Curran. Het zijn de demo’s die hij vanaf 2018 opnam, maar vanwege het verdriet nooit af heeft gemaakt. Gelukkig mogen we nu mee luisteren, want de tracks bleken veel meer dan vette techno vol teksten van verdriet. David Balfe heeft wel meer in zijn mars. Zijn speellijst op Spotify illustreert enige diepgang: naast eerder genoemd A Lazarus Soul, Dizzee Rascal of Mobb Deep staan daar geniën als Scott Walker, Daniel Johnston en Bonnie ‘Prince’ Billy. Als je daar de mosterd haalt, dan zit het wel goed.

For Those I Love is een wereldplaat, voor mensen die weten wat het is om een dierbare vriend of vriendin te missen, voor mensen die melancholie voelen bij het heengaan van hun jeugd, voor mensen die – juist in deze donkere tijden – stilstaan bij de vergankelijkheid van het bestaan. Zij zijn ‘for those I love’. Voor hen praatzingt Balfe op het nummer The Shape Of You, symbolisch voor deze plaat, symbolisch voor rouw, symbolisch voor het leven: “Stories to tell never breed sadness. They treat it. And if you can grasp it, own it, deal wit hit, you can heal with it.”

Cheerio voor iedereen.

Alle beste albums van 2021:

Mdou Moctar – Afrique Victime

Niets lijkt zo exotisch als de woestijnblues van de Toeareg-stam die in Niger, middenin de Sahara, woont. Toch zijn er nogal wat artiesten en bands doorgebroken in het Westen. De grootste namen zijn natuurlijk Ali Farka Touré en vooral Tinariwen. Sommigen zullen ook Vieux Farka Touré, Imarhan of Bombino kennen. En natuurlijk is er ‘desertblues-godfather’ Abdallah Oumbadougou. Maar geen Touareg rockt zo hard als Mdou Moctar! Vieux Farka Touré werd de ‘Jimi Hendrix van de Sahara’ genoemd, en veel recensenten vinden het leuk om Mdou Moctar ook zo te omschrijven. Maar ‘Eddie van Halen van Afrika’ is een betere benaming. Billy Gibbons mag ook, jeweetwel van ZZ Top. Of anders Prince.

Nokia-preloads

Afrique Victime is inmiddels de zesde plaat van meestergitarist Mdou Moctar. Moctars eigenlijke naam is Mahamadou Souleymane. Hij groeide op in de woestijnstad Agadez. Als kind van streng islamitische ouders werd hem verboden om naar muziek te luisteren, maar hij kon de clips van Abdallah Oumbadougou, Tinariwen, Van Halen, Jimi Hendrix en ZZ Top, die hij plukte van YouTube, wel vreten. Dat wilde hij ook! Stiekem knutselde hij een eigen gitaar in elkaar met fietskabels als snaren. De kleine Mahamadou leerde zichzelf linkshandig gitaar spelen en zo ontstond de eigenzinnige Mdou Moctar-stijl. Zijn eerste platen werden door middel van Nokia-preloads via Bluetooth door Afrika verspreid. Mahamadou Souleymane kreeg landelijke bekendheid door zijn hoofdrol in de in Toeareg gesproken film-remake van Purple Rain. Uiteindelijk tekende hij bij het pretentieuze Matador-label, waarop in 2021 Afrique Victime verscheen.

Lekker excelleren

Matador omschrijft het album als ‘een kruising tussen Van Halen, Black Flag en Black Uhuru’, zijn vorige album was ‘Black Sabbath meets ZZ Top’ en ook Steve Vai, The Mars Volta en Jimmy Page van Led Zeppelin worden genoemd. Het zal allemaal wel. Laten we het er maar op houden dat zijn scheurende gitaarspel psychedelisch en pyrotechnisch is. Overweldigend. Ruig en gruizig, DIY-punk, al is de geluidskwaliteit op Afrique Victime wat meer gepolijst dan op die eerdere Nokia-preloads. Of gepolijst? Helder en natuurlijk zijn betere kwalificaties. Verantwoordelijk voor dat geluid is bassist/producer Michael Coltun uit New York – het enige westerse bandlid van Mdou Moctar, die telkens zo’n 48 uur moet reizen om met Mahamadou Souleymane, slaggitarist Ahmoudou Madassane en drummer Souleymane Ibrahim te spelen. Samen maken zij onnavolgbare maar superaanstekelijke grooves en repetitieve jams inclusief traditioneel Afrikaanse zang-antwoordzang. Daaroverheen mag Mdou Moctar lekker excelleren. Laag op laag. Climax op climax. Sneller en sneller gaat hij door, met zijn band, zeker op titelnummer Afrique Victime. Wat mij betreft mag dat voor eeuwen duren…

Gewoon deurdonderen

Soms nemen de mannen wat gas terug en hoor je lome, dromerige grooves en bloedstollend mooie melodielijnen. Van de Toeareg-teksten kun je niks verstaan, dus je zult het moeten doen met de wetenschap dat ze over vrouwenrechten, uitbuiting en postkolonialisme gaan. En over de liefde. Liefde voor vrouwen en liefde voor Afrika of de natuur. Het rustige en triestige Ya Habiti is een eerbetoon aan de rebelse Oumbadougoo, die begin vorig jaar overleed. Op de titeltrack haalt Moctar – die net als Tinariwen verplicht dienst moest nemen in het Libische leger – scherp uit naar de overleden dictator Khadaffi. Volgens Mdou Moctar is het hele album ‘een boodschap aan alle machtige en rijke landen die naar Afrika komen om revolutionaire leiders die voor het volk opkomen te laten vermoorden’. Dit brengt de regio in gevaar en speelt terroristen in de kaart. Het gewone volk lijdt. “Maar Afrika is onschuldig”, aldus de selfmade Stratocaster-held. Zijn antwoord? Gewoon ‘deurdonderen’, lekker scheuren op z’n ZZ Tops.

To be played at maximum volume!

Alle beste albums van 2021:

Koreless – Agor

DJ/producer Lewis Roberts uit Wales, AKA Koreless, is er eentje van de lange adem. In 2021 kwam zijn debuutalbum Agor uit. Dat is zo’n tien jaar na zijn eerste single 4D. Daarna verschenen er nog wel wat werkjes op plaat, maar Koreless heeft naar eigen zeggen vijf jaar geschaafd totdat Agor echt naar zijn zin was. Soms was het een martelgang. Sisyfusarbeid. ‘Ziekelijk obsessief’ noemde hij zijn werk voor Koreless. Hoe het zo kwam? Lewis Roberts legt uit: “Some of the tracks on this album have been through hundreds of iterations. Getting from the start to the end of the track is such a twisted journey for me. I’m talking about spending fifteen hours a day, seven days a week over a period of years.” Het resultaat is er ook wel naar, zeg. Wat een ambachtelijke precisieplaat is dit geworden! En kraakhelder geproduceerd.

Stijlen en sferen

Zangeres Adele kreeg het eind dit jaar bij Spotify voor elkaar om de shuffle-knop op albums uit te zetten. Gelukkig maar, want dat werkt eveneens het beste voor Agor van Koreless. De tien tracks op het album zijn coherent in volgorde gezet. Ook daar is tijdens die Sisyfus-studioarbeid keer op keer over nagedacht. Van dance en dubstep tot ambient en modern klassiek, er komt een evenwichtige variatie aan stijlen, sferen en geluiden voorbij. Je moet dus de 32 minuten en zes seconden die Agor telt (zo kort maar, voor zoveel uren werk? tja…) eigenlijk integraal van A tot Z beluisteren.

Stotterend en stuiterend

Het is niet zo dat de plaat is volgepleisterd met geluidjes en trucjes tijdens al die studio-uren. Integendeel: ‘agor’ is Welsh voor ‘open’ en dat is te horen. Het album klinkt licht, leeg en luchtig. Dat is trouwens niet zo verrassend. Toen dubstep na 2010 steeds zwaarder werd – diepere bassen, meer massieve geluidsmuren – koos Koreless al voor deze lichte aanpak – luister bijvoorbeeld maar naar Lost in Tokyo (2012), Yügen (2013) of TT/Love (2015). Het is ook terug te horen op zijn werk als producer op de wereldplaat MAGDALENE (2019) van FKA Twigs. Die lijn van lichte, maar ook wat enge precisie zet hij door op Agor. Nieuw is wel dat Koreless in 2021 een steeds prominentere plaats inruimt voor de menselijke (vrouwelijke) stem. Via vernuftige samples. “I don’t ever want my music to be real”, verklaarde hij ooit in een interview. “I don’t want any acoustic or human elements. I want it to be completely artificial and sci-fi.” Dat laatste is zeker gelukt, vreemd genoeg dragen de stotterende en stuiterende stukjes stem daar juist aan bij.

Puzzels en polaroids

Sowieso is Agor opgebouwd uit stukjes en snippertjes. Vergelijk het maar met fractals. Hier hoor je een fragmentje flipperkast, daar weer een aanzetje tot percussie. Dan weer een stukje à la Michael Nymans soundtrack voor The Cook, The Thief, His Wife and Her Lover. Dan weer een gemuteerde folksong. Er komt ouderwetse techno voorbij, maar dan zonder drumtrack. Spacy soundscapes. Een ‘twang’ op een harp. Druppels water in een lege ruimte. Galmend koper. Puzzelstukjes. Puzzelstukjes. Of polaroids: website Pitchfork vergeleek Agor terecht met de pop-art collagekunst van David Hockney.

Pastoraal en paradoxaal

Koreless gebruikt al die stukjes en steentjes om steeds iets groots op te bouwen, climax na climax wil hij het gevoel van woeste hoogten neerzetten dat hij kende van de kusten en rivieren rond zijn geboorteplaatsje Bangor. Dat is best goed gelukt: paradoxaal genoeg gaan pastoraal en artificieel hand in hand op Agor.

Alle beste albums van 2021:

Aafke Romeijn – Godzilla

Eind mei of begin juni bracht Aafke Romeijn haar cd Godzilla uit. Dat was wel even wennen voor wie de eerdere platen van de Utrechtse zangeres goed kent. Ditmaal koos Romeijn niet voor een conceptalbum (zoals haar voorlaatste cd M), maar ze schreef hele persoonlijke en kristalheldere teksten over aspecten van haar eigen leven met depressie. De Japanse action-figure Godzilla is hier het Monster Depressie waar een mens maar mee moet leren leven. Een metafoor, vertelde ze, voor iedere keer weer terug bij af. “Spaar ons niet Godzilla, maak ons met de grond gelijk. Laat ons opnieuw beginnen”, zingt ze daarom. Eind juni sprak ik met Aafke Romeijn over haar nieuweling.

Het begon allemaal met een dichtbundel in opdracht van de gemeente Tilburg, zo legde ze uit. “Die opdracht kwam toen ik in een hele heftige depressie zat. Toen heb ik besloten juist daar over te gaan schrijven. Dat bleek eigenlijk wel een vruchtbaar onderwerp te zijn. Ik had op social media al vrij veel geschreven over mijn depressies, en ook in journalistieke stukken. Maar in mijn creatieve werk had ik het er nooit over. Nou ja, ik heb een paar jaar geleden het liedje A2 gemaakt, maar dat was vrij cryptisch. Mensen die het niet weten, halen dat er niet uit.”

Contrast?

De bundel Leegstand, die begin dit jaar verscheen, werd de basis voor de cd Godzilla. Daarvoor ging ze in zee met producer Chris Kos, die van oorsprong uit de reclamewereld komt. Hij gaf de synth/electropop van Aafke Romeijn een makkelijk in het gehoor liggend sausje mee. Aalglad zou je het bijna kunnen noemen. Funky sowieso soms. Dat is lekker! Aafke Romeijn: “Het was een bewuste keuze om de cd zo vrolijk te laten klinken. Onder zulke zware teksten moet je niet ook nog eens hele zware muziek zetten. Dan wordt het al snel te plat. Liever ga ik voor het contrast.” Het zou zelfs gevaarlijk zijn, beweerde Romeijn. “Muziek is van zichzelf al een emotioneel fenomeen. Luisteren naar muziek triggert altijd gevoelens of gedachten. Daar moet je mee uitkijken.”

Zwaar?

Dan krijg je dus popliedjes als de opener Southpark. Daarin somt ze allerlei smoezen op – een volle inbox, restjes in de koelkast, een nieuw seizoen van Southpark dat eraan staat te komen – om nog maar niet weg te gaan… Weg. Te. Gaan… Dan besef je pas echt wat ze zingt en val je stil… Maar Aafke gaat door. “Op de Zuidas wordt gebouwd aan constructies om van af te springen. Toch hoef je als je het station uitloopt niet omhoog te kijken. De kans dat je geraakt wordt is verwaarloosbaar”, zingt ze koud en afstandelijk op Zuidas – als een moderne Gerrit Achterberg. Verderop zingt ze over “piepschuim op de muren, op de vloer en in je hoofd”. Overigens vindt ze zelf de teksten op Godzilla niet altijd zo zwaar, vertelde Romeijn me. “Het is niet alleen maar één grote verdoemenis. Ik heb het ook willen hebben over herstel en veerkracht. En op het nummer Zelf wil ik mijn mantelzorger en man, Bram, in het licht zetten. Mantelzorgers van mensen met geestelijke problemen krijgen veel te weinig aandacht!” (Bram is Bram Ieven, lid van de Aafke Romeijn-band, die dit jaar onder de naam Jonge Woudloper ook een hele fijne solo-synthiplaat uitbracht: Ritualism. Daarnaast deden Aafke en Bram een geweldige set met de grindcoreband Dead Neanderthals op Roadburn Redux – staat helaas niet meer online.)

Therapeutisch?

Zijn de bundel en de cd alleen een inkijkje in haar leven of had het maken ervan ook een therapeutische werking?, zo vroeg ik haar. “Dat is lastig te zeggen”, zei Aafke Romeijn. “Ik schrijf altijd over dingen die me bezighouden. In dit geval was het heel erg persoonlijk, maar ik geloof niet therapeutisch. Of misschien wel, in de zin dat het mooi is om te zien dat er toch iets goeds komt uit al die ellende. Iets dat heel concreet is en buiten jezelf staat. Dat helpt. Ik hoop ook dat het iets doet voor de verwerking bij andere mensen die hier mee kampen. Maar voor mezelf gold: ik schreef op wat ik al wist. Ik ben niet tot nieuwe inzichten gekomen.” Maar wij wel. Platen waarop artiesten zo openhartig zingen over hun depressies en demonen zijn zeldzaam. Platen waarop je tegelijkertijd lekker kunt dansen helemaal.

Alle beste albums van 2021: